Surf naar

WeMedia
GAFA

De problematische relatie van uitgevers en platforms

Tijdens de MAGnify sofa sessie zei Harry Demey: “Google en Facebook die beschouwen ons niet als een partner” (in de video hier vanaf min. 35.05). Hij vervolgde dat de grote platforms het liefst zouden zien dat er geen lokale media meer zijn. “We moeten niet naïef zijn”. Maar klopt dat wel? Hoe ongemakkelijk en complex is de relatie tussen uitgevers en de techbedrijven met hun platforms?

Vrijanden?

Techbedrijven disrupteren de mediawereld en tonen tegelijkertijd om uiteenlopende redenen steeds meer belangstelling voor uitgevers en hun content. Ze willen geen uitgever genoemd worden, maar verdienen wel gretig aan gedeelde kwaliteitscontent. Inmiddels kopen sommigen, zoals Google, zelf mediabedrijven op, onder andere om te leren hoe ze content beter kunnen monetiseren (een recent voorbeeld hier).

Facebook aarzelde begin 2018 overigens niet om het algoritme zodanig in het nadeel van mediacontent (ten faveure van UCG) te wijzigen, dat het leidde tot het ter ziele gaan van mediamerken. Sinds vorige week lijkt het platform een poging te doen om de relatie met (nieuws)uitgevers te herstellen. Het lanceerde Facebook News, waarbij het bedrijf nieuwsuitgevers voor content betaalt, om de nieuwsfunctie van het sociale mediaplatform te herstellen.

Iedereen is voor reach gegaan

Anderzijds zijn uitgevers steeds naarstig op zoek naar nieuwe mogelijkheden om hun content en producten te monetiseren en komen ze in hun zoektocht naar bereik vanzelf bij de giganten van het internet uit. Zoals Eva Van Driessche in de sofa sessie zei: “Iedereen is voor reach gegaan” (kijk hier vanaf min. 27.09). Dat is niet zo verwonderlijk in een tijd dat nieuws- en magazine media bereik en reclame-inkomsten bleven verliezen aan Facebook, Google en consorten. (Overigens zijn de reclame-inkomsten altijd veel harder gedaald dan het bereik. Lees hierover ook dit artikel: Media Mix uit balans)

Wat heeft dit opgeleverd? Verlies van controle over de eigen content zonder dat daar veel financiële beloning tegenover staat. Het leidde wel tot verzwakking van de zo belangrijke band met het eigen publiek en grotere kwetsbaarheid van de merken (o.a. door fraude, privacy en brand safety issues), alsook tot een generatie lezers die gewend is geraakt aan gratis content (lees ook: Digital natives meest bereid te betalen voor online journalistiek). Die laatste tendens verandert weer met de opkomst van de deeleconomie waardoor de digital natives liever betalen voor toegang tot kwaliteit zonder reclame (Spotify, Netflix) dan voor bezit.

Platforms hebben kwaliteitscontent nodig

Gezien deze trend, de sterke opkomst van adblockers en de buitenproportioneel dalende reclame-inkomsten mag de koerswijziging van uitgevers van de afgelopen jaren naar consumenten geen verrassing zijn. Alle sterke internationale mediamerken hebben inmiddels op een of andere manier hun content achter een betaalmuur, abonnement of lidmaatschap gestoken. Maar alleen daarmee gaan de meeste media het niet redden om kwaliteitsjournalistiek te kunnen blijven produceren.

Het belang van de grote platforms bij kwaliteitscontent komt ondertussen tot uitdrukking in het ontstaan van verschillende initiatieven om uitgevers aan zich te binden: Apple News (Plus), Google AMP, Facebook Instant Articles, Facebook Live, Facebook News, Amazon Associates en de jongste loot aan de stam: Amazon’s Onsite Associates Program. Deze laatste heeft als doel om productreviews (lees ook: Fake reviews fataal voor omzet van merken) van gerenommeerde mediamerken te plaatsen op Amazon. De uitgevers delen in de verkoop van producten en verliezen daarmee onmiddellijk hun onafhankelijkheid en op termijn hun belangrijkste asset: geloofwaardigheid.

Verlies van controle, data en inkomsten

Het probleem met al deze initiatieven is dat uitgevers controle verliezen over hun content en nog erger: de data die daaruit gewonnen kan worden. Terwijl de druk op uitgevers om kwaliteit te produceren toeneemt, verdwijnen de daartoe benodigde middelen uit reclame en consumentenomzet alsmede de data op allerlei manieren richting de grote platforms. Facebook en Google halen nu al 80% van de online reclamemarkt binnen.

Hoewel de grote platforms niet de bron van alle kwaad zijn, uitgevers hebben zichzelf ook een en ander te verwijten, is de afhankelijkheid van met name nieuwsuitgevers van de wispelturigheid van algoritmen een groot probleem. Het lijkt welhaast een onstuitbare negatieve spiraal die uiteindelijk kan leiden tot het uitkomen van de uitspraak van Harry Demey: “Deep down zouden die het liefst geen lokale titels zien, geen media-agentschappen en geen creatieve bureaus”.

Zowel Apple, Google, als Facebook maken nu verzoenende geluiden en starten initiatieven (zoals Facebook News en Apple News Plus) die de verhouding met uitgevers verandert. Google is echter wel zo eerlijk om te bekennen dat ze geen altruïstische motieven hebben, terwijl Apple wederom vergaande eisen stelt (50% van abonnementeninkomsten). “We moeten waakzaam blijven”, waarschuwde Eva Van Driessche dan ook terecht. (bekijk de hele discussie hier).

Bronnen: Digiday, Digiday, NYTimes

Lees ook:

retail store

Magazinepagina? Retailschap!

Consumenten die na het zien van je campagne direct tot aankoop overgaan: dat moet voor veel adverteerders een ideaal scenario zijn. Pure accountability (en de reden dat in het verleden vaak voor digitaal gekozen werd). Wij zijn zeker niet de enigen die opvalt hoeveel voorbeelden van ‘directe-verkoop-na-campagne’ recentelijk voorbijkomen in de internationale vakpers. Met magazinemerken in de hoofdrol welteverstaan.

Amazon Smile

Het moge duidelijk zijn dat uitgevers van magazinemerken momenteel hard werken om de afstand tussen magazine en kassa sterk in te korten. Eerder dit jaar al maakte Hearst een grote stap door een deal met Amazon te sluiten om SmileCodes in Cosmopolitan en Hearst te plaatsen (lees hier meer).

Maar ook InStyle (Meredith) gaat nu met de online retailer in zee om ‘automated ecommerce’ aan te bieden, omdat hun lezers die moderne shopping-ervaring nou eenmaal verwachten. De jaarlijkse Reader’s Choice Awards van InStyle (mode en beauty) was de aanleiding om deze samenwerking op te zetten waarbij Amazon een aanbod heeft voor alle in InStyle getoonde producten.

De kortste weg naar de kassa

Ondertussen lanceert Cosmopolitan met warenhuis Macy’s een Augmented Reality toepassing die lezers in staat stelt om de producten uit de ‘Cosmo-beautylook’ virtueel uit te proberen. Middels deze zogenaamde ‘YouCam Makeup facial-mapping technology’ kunnen de producten die goed bevallen bovendien ook ineens aangeschaft worden.

Maar de kortste weg naar de kassa gaat niet alleen voor cosmetica en mode op: ook home deco-magazines beperken zich niet langer tot inspiratie alleen. In eigen land hebben we natuurlijk VT Wonen, gestart als Nederlands home deco-magazine, dat zich nu neerzet als ‘De leukste woonwinkel van BE’(klik hier) en daarmee het ondscheid tussen magazinemerk en retail helemaal wegvaagt.

Van pagina tot verkoop

Aan de andere kant van het kanaal ontwikkelde TI Media (voorheen Time Inc. UK) onlangs een app waarmee lezers van al hun home deco-bladen* een inspirerend interieur op de pagina direct in een aankoop kunnen omzetten. Elke afzonderlijke titel behoudt zijn redactionele toon en onafhankelijkheid. In de app kunnen lezers hun magazine selecteren, de paginanummer en het product ingeven en direct tot aankoop overgaan, het product bewaren of meer informatie opvragen. De uitgevers krijgen zo nog meer informatie over leesgedrag.

*Livingetc, Ideal Home, Style at Home, Homes & Gardens, Country Homes & Interiors

Bron: Mediapost, FIPP, Mediapost

 

MAGnify 2018 is voorbij. Was u erbij? Bekijk de video van MAGnify 2018 hier

En de foto’s vindt u hier

Bert Van Wassenhove

Euh… voice first?

Tegenwoordig worden we overstelpt met nieuwe vaktermen, vaak gelinkt aan technologie. Maar waarvoor staan ze juist? En wat kunt u ermee? Magazine Media is graag uw gids en laat experts ter zake aan het woord. Bert Van Wassenhove, uitgever van ondernemingen bij Venturepublisher, legt uit wat we onder ‘voice first’ moeten verstaan en welke toepassingen met magazine media te bedenken zijn.

Andere nieuwe vaktermen verklaard:
 BlockchainArtificial IntelligenceFirst, second & third party data, Brand purpose

Kunt u voice first kort omschrijven?

Productontwikkelaars werken voortdurend aan een vlottere interactie met allerhande digitale en verbonden toestellen. We zagen de voorbije decennia de introductie van het toetsenbord, de muis en touch screens. Maar dat blijven voor de mens eerder onnatuurlijke tools. We zijn gedurende duizenden jaren gegroeid in het gebruik van spraak als interactiemiddel.

In deze evolutie schrijft de ‘voice first’ beweging zich in. Zij markeert het kantelmoment van ‘toestellen waar je ook mee kan spreken’ naar ‘toestellen waarmee je spreekt, met optioneel een scherm’ (om bijvoorbeeld een video te tonen).

Wie voice first werkt en denkt, gaat er dus vanuit dat de interactie met de gebruiker via geluid zal lopen, en dat heeft nogal wat consequenties. Zo is er nog veel werk om feedback naar de gebruiker duidelijk en efficiënt te maken. Het kan nuttig zijn een antwoord van een toestel te ondersteunen met een visuele en vooral genummerde lijst (bijvoorbeeld bij zoekresultaten). Dat laat de gebruiker toe om snel ‘door te klikken’ door het nummer op de lijst te noemen.

Waarom blijft het een trend in 2018?

Voice first is pas de voorbije twee jaar relevant geworden, vooral door de komst van de Amazon Echo. Ondertussen zijn ook de andere producenten volop op die trein gesprongen. Maar wie al eens een conversatie gevoerd heeft met Siri, Alexa of Cortana weet dat die interfaces nog veel moeten verbeteren.

Voice first staat dus pas aan het begin. Nu de artificiële intelligentie die nodig is om mensen te begrijpen, enigszins bruikbaar is, is er ruimte voor creatieven allerhande om met deze nieuwe vorm van interactie met het internet toepassingen te bouwen.

Een element dat voor mij bewijst dat voice first een blijver is, zie ik in de nieuwe trend waarbij (vooral jonge mensen) tekstberichten vervangen worden door korte gesproken boodschappen die via chat verstuurd worden. Op die manier vermijden ze het gefriemel met het touchscreen-toetsenbord dat het – laat ons eerlijk zijn – nog altijd niet écht haalt van een fysiek toetsenbord als het op gebruiksgemak aankomt.

Welke toepassingen/linken met magazines en magazinewebsites ziet u?

Ik zie twee missies voor de magazinemarkt. Het zal in de eerste plaats belangrijk zijn om alle interacties stap voor stap aan te passen aan een voice first omgeving. Bedenk daarbij bijvoorbeeld dat mensen vragen anders stellen als ze die uitspreken (eerder: ‘Waar kan ik meer leren over voice first?’) dan als ze typen (eerder: ‘voice first basics’). Verder kan je stilaan beginnen denken aan de vormgeving van je content zodat die gemakkelijk in korte stukjes gehakt kan worden die dan vervolgens voorgelezen kunnen worden door een toestel.

Een tweede actiedomein zit in de inhoud zelf. De (her)opkomst van de podcast geeft al aan dat ‘on demand audio’ in de lift zit. Een audio-component toevoegen aan een magazine, onder welke vorm dan ook, is dan ook zeker een dankbaar domein voor innovatieve experimenten.

Cosmopolitan Amazon Smile

Smile! Je bent op Amazon (via magazines)

Magazines zijn altijd al de beste vriend geweest van merken die producten wilden introduceren. En die band zal alleen nog maar sterker worden, nu printmagazines als webwinkel fungeren. Dankzij de SmileCodes van Amazon heeft Hearst zijn succesvolle magazinemerken Cosmopolitan en Seventeen als eerste omgetoverd tot een digitaal retailschap. Kassa!

Geen medium geeft merken zo’n mooi platform om hun kleine en grote productvernieuwingen bij een aandachtige en geïnteresseerde doelgroep onder de aandacht te brengen als magazines. Het is soms zelfs een belangrijke reden om een magazine te kopen! De meeste vrouwenbladen hebben dan ook zogenaamde ‘shoppingpagina’s’ in het leven geroepen, speciaal voor merknieuws, al dan niet getest door de redactie.

Amazon Smile in magazine

En met iedere technische innovatie wordt de stap van magazinepagina naar webwinkel nog kleiner (lees ook: Vergeet retail) en een aankoop ook in printmagazines een kwestie van een druk op de knop. De SmileCodes van Amazon zijn niks meer of minder dan gebrande QR-codes die via de app direct naar de productpagina in de shop linken, maar bieden potentiële kopers het gebruiksgemak dat ze willen. Amazon lanceerde deze codes eerder al in Europa, maar de zichtbaarheid is opeens vergroot nu Hearst ze in de grote vrouwentitels integreert.

Het mooie voor merken is dat ze gebruik kunnen blijven maken van de ‘klassieke’ magazine-ervaring die ze willen en nodig hebben: de gerichte aandacht van lezers, de storytelling-omgeving en de beeldkwaliteit van het medium. De laagdrempelige, moeiteloze aankoop die digitale media bieden, is daar nu gewoon aan toegevoegd. Merken die nu met Cosmopolitan en Seventeen samenwerken, kunnen gebruik maken van ‘shoppable’ native content in combinatie met merkreclame in de magazines, ‘shoppable’ artikelen en verhalen op digitale en sociale kanalen.

Bron: FIPP

Lees meer:

Facebook print ad

To be more successful online, use print

Submitted by: Print Power 12/06/2017

Facebook print adPrint Power, the campaign that promotes the use of print in multi-channel marketing, continues to remind Europe’s top brands and agencies of its credibility and authenticity – not just for traditional companies, but increasingly for online brands.

This was seen most recently in a print advert placed in a number of daily newspapers by Facebook, offering tips on how to spot fake news.

The social media giant has been criticised for its role in the spread of false information and needed to reassure its users that it was taking action. But rather than use its own vast digital platform to inform people, it turned to print to give its message a vital degree of accuracy and trust.

This use of print by online and technology giants is now widespread, with many companies who have built their vast fortunes on digital using newspaper and magazine advertising, as well as direct mail, door drop, catalogues and outdoor, to give their brands a physical presence. Amazon, Google, Apple, LinkedIn, Expedia, and even Uber, have all used print to spread their marketing messages.

Some digital firms have gone further, publishing their own print magazines to reach an audience keen to sit back and consume the branded content at their own pace. The global room rental site Airbnb have recently partnered with Hearst Magazines to produce Airbnbmag, a travel magazine driven by trends and insights from the Airbnb community of hosts and travellers.

“Travellers around the world are constantly looking for new inspiration and insight,” said Brian Chesky, CEO of Airbnb. “Our community will provide the perfect lens for readers of Airbnbmag to discover the world, learn about new neighborhoods and hear great stories.”

There’s also a trend for successful websites and blogs to use their huge online presence to transfer into print success. In 2014, luxury fashion website Net a Porter launched Porter, a glossy magazine that now competes on the newsstand with Vogue and Elle with monthly sales of over 170,000. Meanwhile, Magnolia Market, a Texas farm shop featured on US reality show Fixer Upper, used their TV audience and 4.7 million Instagram followers to launch their own magazine, The Magnolia Journal, which now sells over a million copies per month.

Whether getting an important message across or using existing audiences to push their brands further, it’s clear that digital companies are understanding the power of print.

Fact: The Magnolia Journal sold 1,000,000 copies in one month.

Cover Magnolia magazine

Source: Print Power