Surf naar

WeMedia

Chief editor’s words: Birte Govarts (Joepie)

Op mijn dertiende sprong ik elke woensdag op mijn fietske om het nieuwste nummer van Joepie te gaan halen in de krantenwinkel. Al snel kwamen daar ook Fancy en andere magazines bij. Tot mijn moeder me even bij zich nam en me waarschuwde niet al m’n geld in magazines te steken. De boodschap kwam aan, maar mijn enthousiasme temperen deed het niet. Elk magazine dat ik in handen kreeg, las ik van voor naar achter. Het was voor mij totale ontspanning.

Het is voor mij dus een enorm voorrecht om nu Joepie te mogen maken en zo hetzelfde te kunnen betekenen voor de tienermeisjes van vandaag. Magazines vind ik zo leuk omdat het inspeelt op het iets trager leestempo van mensen: dat waarbij ze openstaan voor wat diepgaandere zaken, voor achtergrond, voor analyse. Nu Joepie een maandblad geworden is, mikken we echt op dat tempo. Wat niet betekent dat we ons ertoe beperken. Integendeel, de app die we eerder dit jaar lanceerden en het kanaal op HLN.be spelen net in op dat eerste, snelle leestempo.

Als ik het weekblad Joepie vergelijk met het maandblad, merk ik dat we vroeger meer nieuws en roddels brachten, ook al waren die soms achterhaald als het blad uitkwam. Nu laten we het nieuws los. Als een artiest bijvoorbeeld een nieuwe plaat uitbrengt, is dat nog steeds een reden om hem aan het woord te laten, maar dan gaat het niet over de plaat zelf, wel over de persoon achter de artiest.

De app is complementair: hier twee keer per dag de actualiteit, met heel wat interactie. Joepie is het magazine dat het meest doorgegeven wordt en dat proberen we nu ook online door te trekken: lezeressen aanmoedigen om zoveel mogelijk nieuws te sharen. Magazines love digital: daar lijken me onze app en ons kanaal op HLN.be de beste voorbeelden van. Ze bieden twee niet te versmaden voordelen: enerzijds heeft het ons geholpen om te kiezen op welk kanaal we welke content het best konden verspreiden; anderzijds biedt het je de unieke kans om je community te vergroten. Ik zal niet ontkennen dat we met onze app meisjes naar het magazines willen trekken.

Het is niet omdat ik vind dat magazines en online elkaar prima kunnen versterken, dat ik ze als de twee enige kanalen wil inzetten. Neen, het totaalplaatje bestaat in mijn ogen ook uit de juiste events en uitgekiende merchandising. Zo organiseren we eind juni voor het eerst de Joepie Pool Party en palmden we al een aantal keer de Carré in met de Joepie Music Club. Zulke zaken hebben als geweldige troef dat je er je doelgroep ontmoet. Zeker voor een magazine als Joepie is dat enorm belangrijk: de thema’s die we brengen mogen dan ‘tijdloos’ zijn, de invulling ervan verandert voortdurend en zorgt ervoor dat je enorm dicht bij je doelgroep moet staan.

Ook digital is daarvoor een uitstekend kanaal: de feedback die je via social media krijgt is vaak bloedeerlijk en zeer direct. Het helpt ons als redactie enorm vooruit.

Birte Govarts, hoofdredactrice Joepie

 

Chief editors’ words: André Lafère, Feeling Wonen/Gael Maison

Bij Feeling Wonen hadden we al een hele tijd het vermoeden dat onze lezers een nog grotere dosis inspiratie wilden. Vorige zomer deden we dan de test. We maakten een best-of van ” binnenkijkers”. Wow by Feeling Wonen telde 260 pagina’s en een stevige cover. Het resultaat? Een verkoop die even goed was als die van een gewoon nummer!

Sinds eind januari brengen we dus elke maand zo’n 260 pagina’s met heel wat inspiratie. Zo hebben we in het huidige nummer bijvoorbeeld een focus op slaapkamers en energiezuinig bouwen. En middenin de ” binnenkijkers” vind je een dossier dat zo vormgegeven is dat het lijkt alsof je het er kan uitnemen.

Ook in de stijl van de interieurs maken we voortaan duidelijkere keuzes. Voor het landelijke of het klassieke moet je niet bij ons zijn; wij brengen upscale en design interieurs, zonder naar het puur architecturale te neigen. Als lezer weet je voortaan nog beter wat je mag verwachten.

Het gedeelte nieuws hebben we niet achterwege gelaten. We hebben het wel van plaats veranderd. Het bevindt zich voortaan achteraan in het magazine, waar we met nieuwe rubrieken minder aan de actualiteit gebonden zijn. Zo vertelt woonjournaliste Leen Creve wat ze de afgelopen twee maanden heeft ontdekt. Update biedt dan weer een preview van wat eraan zit te komen. Alle technische en praktische info daarentegen! Die vind je veel sneller en gemakkelijker op internet. Daarin maken wij het verschil niet.

Inhoudelijk gaan we meer de luxueuze toer op, maar ook vormelijk is dat het geval. Aan dat laatste is veel aandacht besteed. Ik heb er een lange carrière als art director opzitten en heb de nieuwe maquette zelf ontwikkeld. Daarmee wilde ik meer upscale gaan; het moest rustiger ogen. Mijn ultieme betrachting is dat Feeling Wonen een magazine wordt dat je wil bijhouden, dat je op je salontafel laat liggen, net als de Marie-Claires of Vogues van deze wereld.

Hoe we dat proberen te realiseren? Door aflopende foto’s te gebruiken, door een grotere eenheid tussen de ” binnenkijkers” en natuurlijk ook door de cover. Die heeft een donkere fond, wat luxueuzer oogt, maar ook de mogelijkheid biedt om meer kleuren te combineren dan op een witte achtergrond. Het is alleszins een zet die ik als zeer geslaagd ervaar. Als zijn we er nog niet uit of we steevast voor een zwarte cover kiezen of ook andere donkere kleuren zullen gebruiken!

Wat ik zeker merk, is dat we met Feeling Wonen meer en meer toegroeien naar het blad dat we altijd hadden wilden maken. Het is ons kindje en het is leuk om dat te zien groeien, om dat te zien ” volwassen” worden. Het luxueuze karakter van het magazine hoort daar zeker bij. De nieuwe richting die we met Feeling Wonen zijn ingeslagen is dus het beste bewijs dat ik het helemaal eens ben met de stelling dat de magazines van de toekomst wel eens luxeproducten kunnen zijn. Dat betekent magazines waarvoor je als lezer je tijd neemt, die je bijhoudt, die je koestert, die je verzamelt.

André Lafère, hoofdredacteur Feeling Wonen/Gael Maison

 

Chief editors’ words: Britt Guetens (La Maison Victor)

Onbekende behoeften detecteren

Bladen maken vind ik geweldig, al is het niet m’n eerste liefde. Ik heb namelijk een modeachtergrond en heb opleidingen genoten aan de Kunstacademie en de Modeacademie. Daarna heb ik beslist om een bijkomende studie journalistiek te doen. Dat was niet zozeer kiezen om de modewereld achter me te laten, maar wel om een nieuwe wereld voor me te laten opgaan: die van het maken van magazines!

Concepten en formats uitwerken heeft me altijd geboeid. Ook in m’n huidige job is dat de essentie. La Maison Victor is er voor mensen die gepassioneerd zijn door naaien. Ik hou ervan om me samen met het team van La Maison Victor te verdiepen in dat onderwerp, om na te gaan hoe we aan hun behoeften kunnen voldoen en zelfs een stapje verder gaan: te achterhalen welke behoeften onze lezers zouden kunnen hebben zonder dat ze het beseffen.

Bij La Maison Victor komt daar nog een bijkomend element bij: de lezers van het blad zijn haast per definitie gevoelig voor het esthetische. Het is dus meer dan noodzakelijk om een aantrekkelijk blad te maken. Onze doelgroep is immers kritisch en modebewust. Bovendien telt hij niet enkel lezers van de oudere generatie, maar zijn er ook veel jonge mensen die La Maison Victor lezen; het gevolg van de hype die er al enkele jaren heerst. Het blad moet er dus vernieuwend en eigentijds uitzien.

Je merkt het: m’n modeachtergrond kan ik tegenwoordig heel goed gebruiken … Maar daartoe mag ik me natuurlijk niet beperken. Ik zoek m’n doelgroep heel actief op om zeer nauw op te volgen wat er leeft. Gelukkig ben ik omringd door heel wat mensen die enorm bezig zijn met naaien en het maken van kledij en accessoires. Dat helpt.

Daarnaast is er een zeer grote online community van ‘Do it yourself’-ers: je hebt tal van blogs, Facebookgroepen … Ik probeer zo veel mogelijk van die groepen en blogs te volgen. Ze bieden immers een belangrijke bron van inspiratie: je merkt met welke patronen ze aan de slag gaan, welke resultaten ze boeken, met welke problemen ze worden geconfronteerd.

Op die manier zit je heel dicht op je doelgroep. Het enige dat zich nog tussen hen en jou bevindt is een scherm. Eigenlijk biedt internet je de mogelijkheid om met een zeer breed deel van je doelgroep contact te houden. Iets wat in ‘real life’ jammer genoeg niet haalbaar is.

Bovendien is digital zeer belangrijk voor La Maison Victor. Onze website is een groot ‘start to sew’-platform. Zo bieden we bijvoorbeeld video’s aan die je tonen hoe je bepaalde technieken moet aanpakken en kan je in onze webshop patronen, magazines en sinds kort zelfs stoffen apart kopen. Uiteraard mikken we via Facebook en Pinterest ook op interactie met onze doelgroep. Op termijn willen we dat interactief luik binnen onze site zelf aanbieden.

We vinden het belangrijk om op de site ook steeds meer en andere content te kunnen aanbieden dan in het magazine en verwijzen dan ook geregeld van het ene medium naar het andere. Onder andere de basics van het naaien, breien en haken willen we online groeperen om zo de referentie te worden. Al moet je natuurlijk een minimum aan algemene basistechnieken ook in je blad aanbieden.

Het zijn volgens mij net de complementariteit van site en magazine én de interactiviteit met je doelgroep die tegenwoordig van een magazine een succes maken. En wij hebben het geluk gehad het zo te kunnen aanpakken van bij de start in december 2013.

Britt Guetens, hoofdredactrice La Maison Victor

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Kristine De Vriese (Royals)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)

Greg Lievens (TV Familie & Blik)

Eric Cloes (Beter Bouwen & Verbouwen, Ik ga bouwen en renoveren)

Chief Editors’ Words: Kristine De Vriese (Royals)

Waarom ik gek ben van Royals? Vooral omdat ik mee aan de wieg van het blad heb gestaan. We schrijven 1999 (we vieren dit jaar inderdaad onze vijftiende verjaardag!) wanneer Guy Van Oost Royals opricht als blad dat zich helemaal focust op het leven van de monarchieën. Het leuke eraan was dat we wel heel wat ervaring hadden met het maken van bladen voor derden, maar dat we helemaal geen uitgever waren. Het ontbrak aan de nodige structuur. Stap voor stap hebben we onze weg gemaakt.

Ik vind het ook leuk om met royaltynieuws bezig te zijn. Het blijft populair. Ik vergelijk het graag met soaps: niemand kijkt ernaar, maar iedereen heeft het gezien. In ons septembernummer hebben we teruggeblikt op ons vijftienjarig bestaan en het viel me toch ontzettend op hoe er op royaltyvlak telkens weer iets nieuws te beleven valt. 2013 was natuurlijk een absoluut topjaar met de abdicatie van koningin Beatrix in Nederland en koning Albert bij ons én de troonsopvolging door koning Willem-Alexander en koning Filip.

Wat me daarbij enorm boeit, is hoe de nieuwe koningen veel meer aandacht hebben voor hun imago. Er waait duidelijk een nieuwe wind. Enerzijds staan ze veel dichter bij het volk, anderzijds mag de slinger ook niet te ver doorslaan want dan is de droomwereld weg. Het is zeer boeiend te zien hoe zij daarmee omgaan. Neem nu de Ice Bucket Challenge. In België houdt men het op Twitter bij een teasende foto van een emmer, in Monaco neemt Albert de uitdaging overduidelijk aan.

Opmerkelijk voor Royals is dat we steeds ‘from scratch’ vertrekken. Bij ons geen templates, weinig vaste rubrieken, die nummer na nummer terugkeren. Wij bouwen het blad telkens van nul op. Elk nummer van Royals ziet er daarom anders uit. Foto’s zijn daarbij primordiaal. Alles valt en staat ermee.

Om deze redenen heb ik ook niet echt een voorbeeldmagazine. Je hebt natuurlijk de grote klassiekers als Vogue, maar ik vind het gewoon leuk om de krantenwinkel binnen te stappen en er enkele onbekende bladen aan te schaffen. Mijn laatste oogst bestond uit Pulp en Frame. Ik vind het zeer interessant om te zien hoe zij hun lay-out aanpakken. Voor mij is de titel echt niet belangrijk. Uit elke titel kan ik inspiratie putten. Ik kan evenveel leren van bijvoorbeeld een nieuwsmagazine dan van een people magazine. Het is belangrijk een open geest te hebben. Bovendien houden we natuurlijk rekening met onze lezers. Die zijn hoofdzakelijk vrouwelijk en 40+. Royals moet er dus zeker niet uitzien zoals Pulp.

Hoewel we ook met de tijd meegaan en op Twitter actief zijn, ben ik er heilig van overtuigd dat papier ook op lange termijn zal blijven bestaan. Wat is er leuker dan na een dag die je op het werk voor je computerscherm doorbracht te kunnen ontspannen met een leuk magazine?

Kristine De Vriese, hoofdredacteur Royals

 

Ik grijp op het schap altijd naar … Time magazine.

Ik luister naar … Radio 1 van de BBC.

Ik ben jaloers op … niets en niemand.

Het verrast me dat … kranten de laatste jaren zo veel aandacht aan het koningshuis besteedden.

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Mie Van der Auwera (Libelle)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)