Surf naar

WeMedia

Chief editor’s words : Sophie Delaugère (Top Santé)

De toekomst is aan de merken, zeker in magazineland. Je moet je merk doen leven en hoe kan je dat beter dan door het ook via andere kanalen te activeren? Dat kan gaan van digitale projecten over events tot extra of speciale edities van je blad.

Een zaak staat bij zo’n evolutie buiten kijf: je moet ervoor zorgen dat het DNA van je blad terug te vinden is in alles wat je doet. Voor Top Santé kan ik dat samenvatten als focussen op de redactionele kwaliteit. Het is immers dat wat ons geloofwaardigheid bij onze doelgroep oplevert. En wie geloofwaardigheid zegt, zegt voortbestaan.

Bij Top Santé staat in deze ontwikkeling het magazine daarom nog steeds centraal. Het is als het ware de draaischijf van het merk. Het geeft impulsen aan al onze andere activiteiten en voedt ze met energie. Tot slot is Top Santé in Franstalig België nog steeds het sterkste vrouwelijke magazinemerk.

Daarnaast hebben we ook ‘hors séries’ en gratis bijlagen die via apotheken verdeeld worden. Die bieden allebei op een andere manier een extra dienst aan de lezer. Online zijn we dan weer volop aan het ontwikkelen. Het begint uiteraard bij de website, met speciale dossiers voor de Belgische lezeressen, en gaat verder via social media tot mobile. In Frankrijk zijn we op dat vlak al actief, in België maken we plannen. Onze merkontplooiing eindigt voorlopig bij events. Als partner van heel wat prestigieuze evenementen en beurzen zoals La Parisienne in Frankrijk (een loopwedstrijd voor vrouwen) en Salon Life in België hebben we de kans om rechtstreeks in contact te treden met onze lezeressen: voor ons een enorm leerrijke ervaring, voor hen leuk om nog dichter bij hun lievelingsblad te staan.

Voorbeelden waarnaar ik opkijk? De news magazines hebben op dit vlak al mooi werk geleverd. Ik kijk in Frankrijk met plezier naar de merken ‘Le Figaro’ en ‘Le Monde’. Ze hebben hun eigenheid behouden, maar hebben in de loop der jaren een mooie expertise opgebouwd in andere media en bovenal: ze slagen erin om het als een coherent geheel naar buiten te brengen.

Dichter bij Top Santé kijk ik – alweer in Frankrijk – ook op naar Elle. Ze hebben een aantal mooie line extensions uitgebouwd. Ik denk bv. aan hun conferenties over vrouwen.

Tot slot wil ik onderlijnen dat het onze ambitie is om onze plurimediale ontwikkelingen te consolideren en verder te zetten, maar dat alles met het grootste respect voor onze woorden. Bij Top Santé proberen we een duidelijke redactionele lijn te volgen. ‘Choose your battles.’ Het risico op versplintering is immers te groot. Elke innovatie moet een toegevoegde waarde zijn voor onze activiteiten en trouw zijn aan onze missie: een ‘compagnon’ zijn voor onze lezeressen. Zo hopen we nog lang hun vertrouwen te kunnen behouden.

Sophie Delaugère, redactiedirectrice van Top Santé 

 

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Willem Asaert (Culinaire Ambiance)

– Jean-Luc Cambier (Moustique)

– André Lafère (Feeling Wonen)

– Raf Scheers (Eos)

– Kristine De Vriese (Royals)

– Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

– Frederik De Swaef (Story)

– Famke Robberechts (Goed Gevoel)

– Alain Devos (Autowereld)

– Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

– Jacques Sys (Sport Magazine)

– Danny Ilegems (Humo)

– Greg Lievens (TV Familie & Blik)

– Eric Cloes (Beter Bouwen & Verbouwen, Ik ga bouwen en renoveren)

– Britt Guetens (La Maison Victor)

Chief editor’s words: Willem Asaert (Culinaire Ambiance)

Culinaire Ambiance serveerde lange tijd heerlijke kippensoep, maar ook die gaat na een tijdje wat vervelen. Mijn idee toen ik het roer bij het blad overnam? Ook eens preisoep serveren. Of Tom Ka Kai.

Wat ik hiermee bedoel, is dat u als lezer enerzijds vaste rubrieken en herkenbaarheid verwacht, maar anderzijds ook wil geprikkeld worden, zaken wil tegenkomen die u niet had verwacht. Om nog eens de vergelijking met de horeca te maken: enerzijds wil u in een restaurant een vast menu – zaken waarvan u weet dat ze u zullen smaken -; anderzijds wil u ook wel eens proeven van de suggesties, van het onbekende.

Die suggesties, dat zijn de specials, de speciale dossiers in het blad. Zij zorgen volgens mij voor een extra band met de lezer. Maar ook voor ons als redactie is het een fijn toemaatje: u kan met de specials in het magazine immers buiten de platgetreden paden treden. U kan er items brengen die je in de vaste rubrieken moeilijker aan bod kan laten komen. Zo brachten we recent onze tweede bierspecial, waarmee we kaderen waarom chefs bier steeds vaker bij gerechten serveren.

Als u daardoor nieuwe adverteerders aantrekt, is dat extra leuk omdat het u meer middelen geeft om te investeren in de kwaliteit van uw product.

Bovendien hebt u met de specials, die bij Culinaire Ambiance zo’n 20 tot 30 pagina’s beslaan, de kans om nog meer onderbouwd te werk te gaan, zodat de relevantie, de toegevoegde waarde toeneemt. Dat is in mijn ogen de essentiële rol van gespecialiseerde magazines en dat zorgt er ook voor dat ze het verschil kunnen maken in vergelijking met andere media – ik denk aan kookzenders of de krantenbijlagen.

Nog een ander voorbeeld is cacao. Voor dit onderwerp is er in ons land onvoldoende lezerspotentieel om een maandblad uit te brengen. Maar door er een special over te brengen, krijgt u toch de kans om er verhalen over te brengen, en om na te gaan hoe België erin slaagt om op dit vlak zulke bijzondere plaats in te nemen. De verhalen zijn dan niet actualiteitsgebonden, maar bieden wel veel diepgang. Met als gevolg dat lezers het nummer gemakkelijker bijhouden, dat het in scholen gebruikt wordt…

Mensen leren op een dergelijke manier uw blad kennen en appreciëren en worden regelmatige lezers. En zo komen we uit bij het vertrekpunt: misschien was het de afgelopen jaren wat onduidelijk geworden waar Culinaire Ambiance echt voor stond. Nu we dat DNA duidelijker profileerden en het product er terug staat, is het tijd om het te tonen en nieuwe lezers aan boord te trekken. En dat doet u o.a. met specials.

Al zijn we er op de cover voorzichtig mee. Net als de meeste culinaire magazines tonen we steeds een foto van een gerecht. Het thema van een special krijgt wel aandacht met een titel en met de vermelding van de invalshoeken, maar verder gaan we toch voor herkenbaarheid.

Misschien gaan we ooit nog een stapje verder. En wie weet, misschien leiden deze specials ooit tot een magazine dat als afzonderlijk nummer verkocht wordt. We zouden bijvoorbeeld de inhoud van een drietal dossiers over hetzelfde thema kunnen bundelen en herverpakken als apart magazine. Maar dit is toekomstmuziek.

Willem Asaert, hoofdredacteur Culinaire Ambiance

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Jean-Luc Cambier (Moustique)

André Lafère (Feeling Wonen)

Raf Scheers (Eos)

Kristine De Vriese (Royals)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)

Greg Lievens (TV Familie & Blik)

Eric Cloes (Beter Bouwen & Verbouwen, Ik ga bouwen en renoveren)

Britt Guetens (La Maison Victor)

Chief editor’s words: Jean-Luc Cambier (Moustique)

Het gebeurt vaak dat een journalist die zijn carrière bij een krant begint, na verloop van tijd bij een magazine aan de slag gaat. Ook bij mij was dat het geval. Ik werkte zeer graag bij La Dernière Heure, maar switchte op een bepaald moment toch naar Moustique. De reden lijkt me niet het ontsnappen aan de dagelijkse stress, wel de vrijheid die u hebt tegenover de actualiteit. Bij een krant dicteert die constant wat u moet doen, terwijl u ze bij een magazine vanuit een andere hoek, vanuit een ander perspectief bekijkt.

Natuurlijk is die vrijheid relatief. U moet de lezer week na week verleiden, uzelf keer op keer heruitvinden, maar dat vind ik net zo uitdagend: u moet u onderscheiden van de andere bladen! Ik vind het geweldig om de lezer te prikkelen, om te zoeken tot u ervan overtuigd bent dat wat u hem zal aanbieden, hem zal verrassen en bevallen.

Ik vergelijk het vaak met boekhandels. Ondanks Amazon en aanverwanten hebben ze zeker nog een toekomst, op voorwaarde dat ze erin slagen iemand die er binnenkomt een boek te verkopen waarvoor hij eigenlijk niet kwam. Boekhandels moeten tegenwoordig meer inzetten op service en dat geldt ook voor magazines.

Ook de “day-to-day” van bladen maken boeit me sterk. Samen met uw redactie bouwt u een magazine op, van inhoudstafel tot cover. Onlangs nog heb ik met een beginnende journaliste lang aan het uitschrijven van een interview geschaafd. Die taak vind ik misschien wel het leukst: journalisten helpen om de techniek van het schrijven van een artikel tot de perfectie onder de knie te krijgen. Dat is natuurlijk het voordeel als u wat ervaring hebt: u kan ze doorgeven. Want zelfs al ben ik dan begonnen op een typemachine, de basistechnieken zijn in de loop der jaren niet veranderd.

Zelf neem ik nog slechts zelden de pen ter hand. Als ik een goed voornemen heb, is het wel om daar verandering in te brengen en vaker zelf te schrijven.

Over de toekomst van magazines ben ik zeer positief. Het gouden tijdperk van de printmagazines ligt achter ons, maar er is zeker een toekomst. Het is aan ons, bladenmakers, om hem vorm te geven. Mensen hebben het tegenwoordig moeilijk: ze werken hard, hebben het financieel niet altijd onder de markt, hebben stress, maar net dat maakt dat ze zich af en toe een “pleziertje” gunnen. Daarvoor willen ze zeker betalen. Magazines kunnen dat plezier bieden.

Daarnaast gaat het leven ook steeds sneller en hebben we af en toe een behoefte aan pauze. Magazines bieden die pauzemomenten. Me-time momenten bieden; dat vind ik zelf de definitie van magazines. Die functie zal in de toekomst nog aan belang toenemen.

En natuurlijk moeten we ons aanpassen aan de toekomst, die digitaler is. Het is aan ons om onze toegevoegde waarde aan te tonen, om erin te slagen dagelijks magazines te maken en dat kan perfect dankzij internet. Misschien schuilt de toekomst wel in de combinatie van een wekelijks of maandelijks papieren product, gecombineerd met die dagelijkse magazineaanpak op internet. En zo’n aanpak is niet alleen haalbaar voor magazines als Moustique, ook vrouwenbladen kunnen zeker in die richting evolueren. Het allerbelangrijkste is die zaken te doen die aansluiten bij uw merk. Want dat wordt belangrijker dan ooit.

Jean-Luc Cambier, hoofdredacteur Moustique

 

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

André Lafère (Feeling Wonen)

Raf Scheers (Eos)

Kristine De Vriese (Royals)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)

Greg Lievens (TV Familie & Blik)

Eric Cloes (Beter Bouwen & Verbouwen, Ik ga bouwen en renoveren)

Britt Guetens (La Maison Victor)

Chief Editor’s Words: Nadine Lejaer (Télépro)

Een glazen bol heb ik natuurlijk niet, maar ik ben zeer enthousiast als het gaat om de toekomst van het magazine op papier en dan heb ik het niet enkel over tv-bladen. Ik zie immers heel wat troeven die je op nieuwe media niet meteen terugvindt. Ik denk bijvoorbeeld aan het verschil in toegevoegde waarde. Waar je op internet veel op zich staande en versnipperde info vindt, bieden magazines rijkere en geloofwaardigere inhoud. Een belangrijke eigenschap van magazines, is dat de redactie de tijd kan nemen om de zaken van op een zekere afstand kan bekijken, om zaken te verifiëren.

Daarnaast heeft een magazine ook een lay-out: een combinatie tussen tekst en beeld. Niet alleen kan beeld informatie op zich bevatten, je kan er ook gemakkelijk een onderschrift bij plaatsen. Waardoor beeld en tekst samen de volledige informatie brengen. Verder biedt een magazine structuur. Je weet wat je mag verwachten, je krijgt vaste rubrieken voorgeschoteld! Vergelijk het met de programmering op tv. Ook daar weet je dat het journaal om 19u start. Bovendien biedt een magazine de makers de mogelijkheid om zaken groter of net kleiner voor te stellen, om de lezer in een oogopslag duidelijk te maken wat hoofd- en wat bijzaak is.

Tv-bladen hebben hier nog een extra troef. Door de structuur krijg je meteen een mooi beeld van de programma’s die bv. in prime time lopen en kan je meteen afwegen welke keuze je zal maken. Dat overzicht probeert een EPG ook te bieden, maar de gebruikservaring is toch niet optimaal. Denk bijvoorbeeld aan de tijd die het neemt om een nieuwe pagina te laden.

Tot slot zijn er natuurlijk de zintuigen die een magazine aanspreekt. Alleen al de geur die zich verspreidt wanneer je in een ‘vers’ magazine snuistert. Of het gevoel en het geluid wanneer je het doorbladert. Bij digitale magazines hoor je vaak een kunstmatig geluid wanneer je de pagina omdraait, maar dat is natuurlijk niet vergelijkbaar. Ik vind papier ook veel ecologischer dan bv. internet. Je hebt er geen electriciteit voor nodig; eens het gedrukt is, kan je het ontelbare keren ter hand nemen zonder dat het nog vervuilende effecten heeft…

Een magazine is toch een echt object. Het zijn mooie producten. Denk maar aan een magazine met een speciaal formaat of met een uitzonderlijke cover. In de toekomst moet de sector daar nog verder op werken, moeten we nog meer belang hechten aan de kwaliteit. Dat gaat dan zowel over de kwaliteit van ons eigen product als het focussen op de kwaliteit van de onderwerpen waarover we schrijven. Zo hebben we Qualimat in het leven geroepen. Dat is een tool om de kwaliteit van de tv-programma’s – de onderwerpen waarover wij schrijven – te beoordelen. Twee maal per jaar publiceren we de resultaten. We kijken gemiddeld meer dan drie uur televisie per dag. Mensen willen dan goede ‘producten’ zien en onze taak om de kijkers te helpen te kiezen voor de beste producten!

Gilbert Cesbron zei ooit: €œEr zijn twee soorten journalisten: zij die zich interesseren voor wat het publiek belangrijk vindt en zij die het publiek boeien met wat zij belangrijk vinden. Voor mij is het belangrijk tot die tweede categorie te behoren. Wij moeten iets extra bieden over de tv-programma’s, moeten de kijker helpen om de programma’s met een andere blik te bekijken.

Nadine Lejaer, hoofdredactrice Télépro

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Kristine De Vriese (Royals)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)

Greg Lievens (TV Familie & Blik)

Eric Cloes (Beter Bouwen & Verbouwen, Ik ga bouwen en renoveren)

Britt Guetens (La Maison Victor)

Chief Editor’s Words: Eric Cloes (Beter Bouwen & Verbouwen, Ik ga Bouwen en Renoveren)

Via allerlei omzwervingen ben ik bij Ik ga Bouwen & Renoveren beland. Toen ik er aankwam in 2006, was er op de redactie niemand met kennis van en ervaring in de bouw. De kennis die ik als architect en bij bouwondernemingen had opgedaan, heeft enorm geholpen in het kiezen voor een duidelijke positionering. Van de directie kreeg ik carte blanche en dat heb ik enorm geapprecieerd. Het heeft ongetwijfeld mijn goesting aangewakkerd.

In maart 2014 kreeg die een extra boost. Toen kocht Roularta immers het concurrerende blad Beter bouwen & verbouwen. Waar velen dachten dat we deze titel zouden afbouwen en alles zouden inzetten op Ik ga Bouwen & Renoveren, hebben we net de omgekeerde beweging gemaakt. We hebben namelijk ook hier sterk gewerkt op de positionering, die nu zeer complementair is aan die van Ik ga Bouwen & Renoveren. Dat richt zich ook naar architecten en andere professionals en is zo dus zowel een B2B- als B2C-magazine. Onze aanwinst brengt net meer praktische info en is gericht naar mensen die een deel van een bouw of verbouwing zelf doen.

Een titel waar ik naar opkijk is Nest. Ik vind dat zij het heel slim gespeeld hebben. Hun fusie van Spijs & Drank met het blad van de Boerenbond heeft hen een zeer trouw lezerspubliek opgeleverd. Ze bouwen aan een sterk nichemagazine. Ik droom van hetzelfde traject. Vaak zijn er in het bouwproces problemen tussen de klanten en de professionals. Die vallen vaak terug te brengen tot communicatieproblemen. Ik zou onze twee magazines graag uitbouwen tot communicatieplatformen die ervoor zorgen dat iedereen (zowel bouwheer als aannemer) dezelfde taal spreekt.

In het buitenland spreekt Idéat me enorm aan. Het heeft een hele sterke positionering met een focus op kwalitatieve architectuur en design. Ik ga Bouwen & Renoveren zal zeker in deze richting evolueren. Ook het digitale is iets waaraan we steeds meer aandacht schenken. Op dit moment is er bij onze redactie tussen het magazine en de website een zeer gelukkig huwelijk. Onze website is het verlengstuk van de magazines: we bieden er extra foto’s van reportages, nieuws, een agenda, nieuwe producten … Maar de website refereert ook naar de magazines en doet aan abonnementenwerving. Het is een zeer mooie complementariteit en deze zorgt ervoor dat ik totaal geen schrik heb voor digitale media. Integendeel, hoe beter de site, hoe beter het blad.

Eigenlijk draait het allemaal rond het consequent bouwen van een merk. Slaag je er als magazine niet in om een merk te worden, dan ben je een wit product en is je enige manier om te overleven een lage prijs. Een mooi voorbeeld van dit merkdenken is de naam Beter bouwen en verbouwen. Hoewel beide namen erg op elkaar lijken, hebben we beslist om hem te behouden. Hij staat immers ergens voor, terwijl je met een nieuwe naam van nul moet herbeginnen.

De toekomst? Die zie ik vol vertrouwen tegemoet voor nichemagezines. Ze duiken immers diep in de materie en zijn zo complementair met het internet waar je meestal korte teksten vindt. Online lees je alleen, terwijl je een huis als koppel bouwt of verbouwt. Je moet kunnen discussiëren, delen, samen zaken bekijken en daarvoor is een magazine ideaal.

Eric Cloes, hoofdredacteur Ik ga bouwen & Renoveren en Beter bouwen & verbouwen

Ik grijp op het schap altijd naar … architectuurboeken, hoofdzakelijk hedendaagse architectuur, maar zeker ook Art Nouveau en Art Déco.

Ik luister naar … veel Bluesmuziek tijdens de lange uren die ik op de baan rijd.

Ik ben jaloers op … niets. Het is mijn temperament niet; wat ik wens probeer ik te realiseren.

Het verrast me dat … onze maatschappij nog altijd niet beter leert van haar verleden.

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Kristine De Vriese (Royals)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)

Mia Van der Auwera (Libelle)

Greg Lievens (TV Familie & Blik)

Chief Editor’s Words: Mie Van der Auwera (Libelle)

De vrouw die Libelle leest, is bezig met het leven van zichzelf en haar naaste omgeving aangenamer en beter te maken en het is fijn daarbij te kunnen helpen. Net als hen te empoweren. Verhalen van anderen helpen onze lezeressen in hun eigen situatie of om de situatie in hun naaste omgeving beter te begrijpen.

Inspiratie daarvoor haal ik maar zelden uit andere bladen. Na zeventien jaar in het vak ben ik nogal kritisch geworden tegenover zogenaamd inspirerende magazines. Ik zie weinig nieuwe formats en vooral veel rubrieken die schaamteloos gekopieerd worden. ‘Been there, done that’ is een gevoel dat me vaak bekruipt.

Dat neemt echter niet weg dat ik enorm hou van goede stukken, van goede pennen, van sterke fotografie. Zij zorgen voor de meerwaarde. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Time, The New Yorker of Bloomberg Business Week. Niet toevallig Amerikaanse bladen wiens covers blijk geven van een grote creativiteit gelinkt aan de actualiteit.

Libelle mag dan in 2015 zijn 70ste verjaardag vieren, het betekent niet dat we het digitale niet omarmen. Persoonlijk vind ik deze evoluties razend interessant, net als elke nieuwigheid. Wat me vooral bezighoudt, is de verschillende dynamiek van papier en digitaal. Een papieren magazine is als een snoepje; je koopt een halfuurtje me-time. Het digitale is tot nu toe veel functioneler, waardoor je de inhoud van je blad niet louter kan overzetten op digitale platformen.

De uitdaging is na te gaan wat de essentie van je merk is, het dna, en dat vertalen naar de verschillende dragers. Complementariteit is hierbij enorm belangrijk. In deze periode van het jaar brengen we in Libelle recepten met pompoen. Online kan je daar nog zoveel aan toevoegen: je bent onbeperkt in aantal, je kan de ingrediënten automatisch aan een boodschappenlijst toevoegen … Het is de kunst ervoor te zorgen dat je uitingen op verschillende platformen elkaar versterken. Dat een plus een meer is dan twee.

De omwenteling van papier naar papier én digitaal is waar we voor staan. Magazinemerken worden contentmerken, met heel wat extra mogelijkheden, maar natuurlijk ook uitdagingen. Ik zie de toekomst echter zeer positief in. Onze lezeressen hebben heel wat liefde voor Libelle en die zie ik door een omwenteling niet meteen weggegomd. Wel kan je het je niet meer permitteren om op je lauweren te rusten. Je moet steeds relevanter worden, op elk platform waarop je actief bent. Bladenmakers hebben geen keuze meer : ze moeten uit hun kot komen!

Mie Van der Auwera, hoofdredactrice Libelle

 

Ik grijp op het schap altijd naar… dà t blad dat ik nog niet ken. Ik wil ontdekken hoe zij het doen, wat de formats zijn, de invalshoeken en de redactionele keuzes. Anderzijds kan de oudevertrouwde Franse Vogue mij ook vaak verleiden vanwege een beeldtaal die een creatief proces op gang kan trekken.

Ik luister naar Radio1 in de ochtend om in te loggen op de actualiteit. Ik zet de ‘XX’ op om weer uit te checken, te deconnecteren uit de hectiek van de dag.

Ik ben jaloers op… mijn hond John. Die heeft echt een prinsheerlijk hondenleven. Volgens mij heeft hij in zijn eerdere levens heel wat mensen gered en geholpen, en is hij nu bij ons thuis beland waar alleen maar zorgeloze dagen vol liefde en plezier zijn deel zijn. Hij heeft het verdiend, denk ik dan wanneer ik ’s ochtends naar mijn werk trek.

Het verrast me dat… zo weinig me verrast. En ik beschouw dat niet als iets positiefs, integendeel, ik wou dat ik dagelijks positief verrast werd. Ik kan nog oprecht verrast worden door eerlijkheid, beroepsmatige oprechtheid ook en een nieuw inzicht door wat de ander aanbrengt. Dat zijn de echt fijne verrassingen, die bij mij een motor doen aanslaan.

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Kristine De Vriese (Royals)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)