Surf naar

WeMedia
Blockchain is WTF, Gerrie Smits

Euh… blockchain?

Tegenwoordig worden we overstelpt met nieuwe vaktermen, vaak gelinkt aan technologie. Maar waarvoor staan ze juist? En wat kunt u ermee? Magazine Media is graag uw gids en laat experts ter zake aan het woord. De eerste in het rijtje: blockchain, uit de doeken gedaan door Gerrie Smits, auteur van het boek ‘Blockchain is WTF’. We vroegen hem wat het is, welke toepassingen we mogen verwachten en wat de implicaties voor de media kunnen zijn.

Verder in deze reeks: Artificial IntelligenceFirst, second & third party data, Brand purpose

Kunt u blockchain kort omschrijven?

Blockchain is een soort van database-technologie, die draait op een decentraal netwerk van computers. Die computers draaien software waarmee transacties worden gecreëerd, opgeslagen en geverifieerd. Omdat elke computer een up-to-date versie van de database heeft, bestaat er een gezamenlijke versie van de ‘ware’ transactiegeschiedenis.

Die onweerlegbaarheid komt o.a. door het feit dat er veel computers op dat netwerk zitten (zodat ze minder makkelijk te hacken zijn) en dat er straffe cryptografie gebruikt wordt om ‘fraude’ tegen te gaan.

Maar wat sommige (publieke) blockchains ook speciaal maakt, is dat er een beloningssysteem zit ingebakken in de software. Om zo’n netwerk veilig te maken, worden computers die ‘goed gedrag’ vertonen, m.a.w. niet vals proberen te spelen, beloond, vaak met het waardesysteem van de blockchain, bijvoorbeeld Ether of Bitcoin.

Waarom blijft het een trend in 2018?

Omdat het WTF is, Waarschijnlijk Toch Fundamenteel. Op een eerste niveau kan blockchain ingezet worden om business-processen te optimaliseren. Supply chain, overheden, verzekeringen, auditing, notarissen,…: bij veel van die partijen zitten opportuniteiten om bepaalde stappen in een proces te versimpelen. En dat creëert veel interesse vanuit de business-wereld.

Op een iets fundamenteler niveau, zie je ook bewegingen en toepassingen die nog een stapje verder gaan en die bestaande waarde-flows vanuit een decentrale hoek proberen te bekijken. Wat betekent dat de meerwaarde van centrale organen onder druk zou kunnen komen te staan. In zijn meest uitgesproken vorm, heeft blockchain het potentieel om serieuze impact te hebben op business, economie en basisconcepten als geld, identiteit, community,…

Welke toepassingen met magazine media ziet u?

Blockchain gaat de facto over nieuwe vormen van waarde-uitwisseling. Media is dus een boeiend gegeven, omdat de verdienmodellen sowieso onder druk staan. Aan de ene kant heb je de hele wereld van (digitale) advertenties en ad fraud: click-bots, click-farms,… genereren allemaal fake clicks. Dat kost geld, maar niemand kijkt ooit naar die advertenties. En dus zijn er projecten die proberen om het proces van ad buying transparanter en efficiënter te laten verlopen. Dat is weer het optimaliseren van de waarde-flow.

Lees ook: Als reclame overbodig wordt…

Tegelijkertijd heb je ook initiatieven die meer in de P2P-hoek zitten. Brave is een blockchain-browser die het mogelijk maakt dat je als gebruiker automatisch micro-payments doet afhankelijk van de tijd dat je op bepaalde sites spendeert. Dat is nog steeds hoogdrempelig en ik vermoed dat zo goed als niemand dat gebruikt, maar dat is de richting waarin dingen beginnen te evolueren: hoe kan je ervoor zorgen dat iemand die meerwaarde creëert daar ook voor beloond wordt. Kijk naar Steem, een blogging-platform à la Medium, maar waar je Steem-dollars kan verdienen met je content, zonder dat er een centrale partij is als een YouTube die 45% van die fee afroomt.

Blockchain maakt het mogelijk om nieuwe business-modellen te gaan exploreren, die wat weggaan van sterke, centrale spelers. Een boeiende op dat vlak is Civil. Hun tagline is ‘What if the news were run by the people’ en zij proberen uit te vogelen hoe je blockchain kan gebruiken om belangen te aligneren, afspraken vast te leggen,… en zo tot een meer onafhankelijke vorm van journalistiek kan komen.

Gerelateerde artikels:

Facebook- Google logos

Duopolie Google-Facebook schiet in actie

Na alle commotie rond ad blockers, ad fraude en het logisch gevolg daarvan (verdwijnen digitale budgetten) komen de twee digitale reuzen, Google en Facebook, nu in actie. Google door een filter in te stellen op ‘irritante’ advertenties en Facebook door de kliks die per ongeluk gemaakt worden (fat finger), niet meer mee te tellen.

You’ve got mail. Van Google

Google is de zelfbenoemde held die vanaf volgend jaar irritante advertenties blokkeert in Chrome, de populaire internetbrowser. In aanloop daarnaartoe stuurt het bedrijf ongeveer 1.000 mails naar online uitgevers  met de waarschuwing dat ze “zeer irriterende, misleidende of beschadigende” advertenties tonen. Deze zijn in overtreding met ‘The Better Ads Standard’, een initiatief van de sector dat is voortgekomen uit de Coalition for Better Ads.

The Better Ads Standard

Deze Coalitie vroeg afgelopen maart aan 25.000 mensen in de Verenigde Staten en Europa om 104 verschillende reclame-ervaringen op desktop en mobile te beoordelen. Tot grote schrik van de leden bleken consumenten pop-ups, autoplay video’s met geluid, teveel advertenties tegelijk en andere onvriendelijke ervaringen niet te waarderen.

Google wijst uitgevers in de mail op zijn Ad Experience Report, waar zij hun websites kunnen testen en achterhalen welke advertenties verwijderd zouden moeten worden. Uitgevers krijgen in een video te zien wat hun overtredingen precies zijn. Google heeft inmiddels ongeveer 100.000 websites bekeken en minder dan 1% bleek niet aan de standaard te voldoen, waarvan 40% in Noord-Amerika en 60% in Europa. Vrijwel alle overtredingen op desktop hebben te maken met het gebruik van pop-up advertenties (97%, tegenover 54% op mobiele sites).

Facebook pakt dikke duimen aan

Facebook gaat ondertussen aan de slag met accidentele kliks en zal adverteerders in zijn Facebook Audience Network (FAN)* niet meer laten betalen voor kliks waar binnen 2 seconden op teruggekomen wordt. Dat is een duidelijk signaal dat de banner per ongeluk is aangeklikt, aldus Facebook zelf. Het sociale netwerk gaat ook nieuwe eisen stellen aan advertentieformats, zodat deze minder snel een klik registeren en mensen doorsturen naar een andere pagina.

Sommige uitgevers blijken doorklikken te gemakkelijk te maken. Meestal in de hoop om hun inkomsten van ‘pay-per-click’ te boosten. Een accidentele klik is snel gemaakt, vooral met een pop-up bij spelletjes die gespeeld worden door op het scherm te tikken. Kwalitatieve uitgevers richten zich inmiddels meer en meer naar andere resultaten, zoals sales downloads, store traffic, maar veel inkopers kijken toch nog altijd niet verder dan het aantal kliks en CPC. Ook gaat dat op langere termijn ten koste van de merken van hun opdrachtgevers.

Facebook heeft recentelijk veel kritiek gekregen dat het niet transparant genoeg is en dit lijkt dan ook vooral een eerste, imago-verbeterende actie. Eerder een afleidingsmanoeuvre van de echte problematiek rond de juiste metrics, volgens sommigen in de markt.

Google en Facebook maken deel uit van de Coalition for Better Ads; samen met o.a. Procter & Gamble, Unilever, The Washington Post, the Interactive Advertising Bureau, GroupM en de Association of National Advertisers.

Lees ook:

*FAN, is een advertentienetwerk dat gebruikt wordt door apps, games en uitgevers. Facebook verkoopt eigen inventory aan de leden, maar laat ze ook bereik genereren buiten het sociale network.  

 

research (text)

“Uitgevers moeten meer onderzoek doen naar native advertising”

In de Verenigde Staten bieden drie op vier online uitgevers inmiddels native advertising mogelijkheden aan en daarmee loopt de Amerikaanse uitgeefsector voorop. Logisch dus dat marketing- en communicatiewetenschappers in de VS zich ook al meer verdiepen in deze materie. En kritische vragen stellen bij de praktijk, zoals: “Is native advertising de redding van media of vergooien uitgevers het vertrouwen van hun publiek?”

Veel consumenten maken de switch van papier naar online lezen. Mediamerken spelen daarbij een grote rol, omdat het online veel moeilijker is het verschil te maken tussen goede redactionele (en dus betrouwbare) content en zogenaamde ‘clickbait’ en ‘fake news’. Zoals een onderzoeker van de Boston University het verwoordt: “Hoewel het [online lezen] erg handig is, is het moeilijker om te bepalen welke verhalen echt voorpaginanieuws zijn, want er is geen voorpagina meer. [..] En het is lastiger om het onderscheid te maken tussen nieuwscontent en andere… zoals reclame.”

Volgens sommige voorstanders van native advertising is dat helemaal geen probleem: betaalde content die er uitziet als redactionele, trekt meer aandacht en engagement en lezers hebben er geen moeite mee. Dat laatste blijkt toch iets genuanceerder te liggen, zo blijkt uit eigen onderzoek van de Boston University.

Veel mensen blijken betaalde content helemaal niet als zodanig te herkennen wanneer een duidelijk label of waarschuwing afwezig is. Minder dan 20% van de mensen identificeerde content als native advertising. Opvallend genoeg was in dat geval het label ‘sponsored content’ gebruikt (zie ook ons artikel o.b.v recent Duits onderzoek). De helft van de respondenten in het onderzoek wist overigens ook niet welke uitgever of mediamerk het gelezen artikel gepubliceerd had.

Het lijkt erop dat vooral de online-uitgevers (‘digital-born’) zich zorgen moeten maken over hun reputatie, wanneer ze native advertising toelaten. De mediabedrijven die naam gemaakt hebben in offline, print media (legacy publishers), blijken beter bestand tegen reputatieschade, maar hebben meestal ook meer te verliezen, namelijk het vertrouwen van hun merkfans.

De veranderde situatie leidt ertoe dat mensen onverschilliger worden ten aanzien van de bronnen van hun informatie online en dat zou elke uitgever moeten verontrusten. De wetenschappers adviseren dan ook om eerst meer onderzoek te doen naar de effecten (bv. vervreemden van lezers) op en reacties van het publiek vs de inkomsten van native advertising, alvorens zich volop in dit nieuwe avontuur te storten.

Content zou op zijn minst volledig transparant moeten zijn met een label dat consumenten duidelijk maakt dat het hier over reclame gaat. En dat geldt voor elk platform: desktop, mobiel, social. Daar gaat de originele afzender vaak verloren, zodat onduidelijk wordt of het om redactionele of commerciële content gaat.

Bron: The Media Briefing 

Meer lezen?