Surf naar

WeMedia
Marie-Laure Cliquennois

De column van Marie-Laure

DE NGO, een merk als een ander?

Marie-Laure Cliquennois (TBWA) kunnen we gerust een expert in ngo-communicatie noemen. Ontelbaar zijn o.a. de campagnes die ze bij Air voor Amnesty International maakt. Benieuwd hoe ze naar deze wereld kijkt.

71 % van de jongeren van de generatie Y wensen dat bedrijven zich sterker zouden inzetten voor de bescherming van het milieu. 91 % van de Millennials zouden zelfs bereid zijn om hun  huidige merk te verlaten voor een ander merk dat strijdt voor een zaak die hen na aan het hart ligt. (Bron: Infopresse.) Welkom in het tijdperk van het sociaal bewuste merk!

Het komt er voor merken dus niet zozeer meer op aan zich af te vragen of ze zich moeten engageren, maar wel hoe. De markt van de ngo’s en verenigingen zit even dicht als eender welke andere markt. De concurrentie is er dus onverbiddelijk en het lijkt erop dat bedrijven en ngo’s alles hebben om het met elkaar te kunnen vinden.

Van hun kant zoeken ngo’s nog steeds hun plaats tussen informatie en marketing, journalistiek en reclame. Nochtans treden zij vandaag, door te vechten om marktaandelen te veroveren, in werkelijkheid net zo op als eender welk merk. Waarom zouden zij zich het vakmanschap, de marketingtools en alle huidige communicatiemiddelen ontzeggen die andere sectoren aanwenden, of nog financiële steun van de bedrijfswereld weigeren? Zolang de bedrijven in kwestie natuurlijk ethisch compatibel zijn en er geen belangenconflict optreedt.

Sensibiliseren om een krijgskas aan te leggen en tot actie over te gaan

Meer dan andere merken die communiceren om ons producten of diensten te verkopen, moeten ngo’s in hun strijd engagement en zingeving scheppen. Zij moeten de burgers uitleg verschaffen of overtuigen omtrent thema’s die soms ingewikkeld kunnen zijn. Tenslotte zijn zij verplicht met hun gemeenschap een waarachtige band te smeden en te onderhouden. Dat is voor een ngo de enige manier om steun en geld te krijgen en zich de middelen te geven om concreet op te treden. Uiteraard is digital dan ook de meest voor de hand liggende weg om onder zoveel mogelijk mensen een boodschap te verspreiden en giften in te zamelen. Digital laat een exponentiële verspreiding aan een lagere kost toe. Dat is bijzonder interessant voor ngo’s, die slechts over een beperkt communicatiebudget beschikken.

De communicatie van ngo’s volgt dus logischerwijze de evolutie van de reclamecommunicatie van eender welk merk. Vandaag wordt er onophoudelijk op gehamerd dat alles media is.  De communicatie van ngo’s is dus voortaan omnichannel. Elk medium speelt zijn rol en komt de positionering en content van de ngo versterken: digital zorgt voor real-time informatie, sociale media vormen gemeenschappen, ‘live’ ervaringen en street marketing zetten tot deelname aan, en laten we het magazine niet vergeten, dat de kans biedt om imago en vertrouwen op te bouwen.

Zoals steeds komt het erop aan de burger te raken in zijn directe omgeving en op het juiste moment: op sociale media, op de site van zijn lievelingsserie, bij de kapper of de dokter, of op het moment waar hij er juist niet op bedacht is. Het enige dat je nooit mag vergeten, is: wees relevant en populair en zorg voor betrokkenheid.

Magazinecommunicatie wordt zeldzaam, dat is de tendens. Jawel, maar tegelijk worden magazinemedia kwalitatiever en wekken ze dus meer vertrouwen. Wat rest er van de honderden posts en banners die we elke dag onder ogen krijgen? Een gedrukte advertentie heeft tenminste één kwaliteit: ze is wel degelijk reëel.

Marie-Laure Cliquennois, Creative Director/Art Director TBWA

Lees ook onze andere columnisten:

Davy Caluwaerts

De column van Davy: Gazellen in rust

IMG_5564Op zondagmiddag is Davy Caluwaerts een graag geziene gast bij z’n ouders. Ongetwijfeld omdat ze blij zijn dat hun zoon langskomt, maar ook omdat hij telkens een nieuwe lading magazines meebrengt. Het doet de Managing Director van ZenithOptimedia Belgium beseffen dat ‘boekskes’ voor rust zorgen en tot volle aandacht dwingen, een zeldzaamheid in digitale tijden.

“Heb je boekskes mee?” Het is de gretigheid in de ogen die het zo aandoenlijk maakt. En elke keer glimlach ik, veins ik suspense en steek ik ze triomfantelijk op. Ik ben magazine-hofleverancier ten huize Caluwaerts. Elke zondag als ik bij ma en pa langsga, doe ik een gulle donatie van magazines die ik in de week toekrijg. Nadat ik ze zelf eerst allemaal heb gescand, uiteraard, want ik heb het van geen vreemden.

De boekskes hebben hun eigen moment. Zondagnamiddag. De rest van de week is voor herlectuur. De boekskes hebben een volgorde. Eerst de weekbladen, dan de maandbladen. De boekskes, daar hoort ook koffie (melk én suiker) bij, appeltaart en gekruiste benen in trainingsbroek. Ik vraag me soms af of ik de laatste generatie ben die gekriebeld wordt door die nostalgie. Ik voel werkelijk mijn pupillen verwijden als ik de International Magazine Store kom binnengewandeld. Gespeeld casual, maar onverstopbaar verleid door de kleuren, maten en glanzende covers. Als een kind in een snoepwinkel graaien naar letters.

Maart is een topmaand voor magazines: alle modespecials zijn uit en roepen mijn naam in verschillende talen. Maar het hoeft geen maart te zijn om extra magazines te kopen. Soms liggen ze er een week, ongelezen. Als decoratie op de salontafel, maar vooral wachtend op een perfect leesmoment. Wat belangrijk is, is dat ík de eerste ben die het eerste blad van een nieuw tijdschrift omsla. En dat er geen vettige vingers plakken op de glanzende cover (dus geen chips!). Het is iets speciaals, dat papier. En vooral: het heeft een moment. Ik ben er zeker van dat ik niet de enige ben.

Digitalisering heeft ons literaire gazellen gemaakt. We sprinten snel en gezwind door vele, en voornamelijk beknopte, informatie. We werken snel en efficiënt. Alleen merk ik dat mijn aandachtsspanne minder lang is dan de kooktijd van een zachtgekookt ei. Een artikel van een aantal bladzijden lang is een sportieve inspanning. En da’s nog niet eens een boek. Daarvoor alleen al rem ik graag af in een magazine. Het geluid van omdraaiend papier, maar vooral de geruisloosheid waarmee mijn ogen verdwalen tussen de letters. Voor minstens een uur. De perfecte work-out voor mijn brein. Rust. De gazellen in mijn hoofd gaan liggen in het hoge gras, met hun snoet in de zon.

Ik geloof heel erg in zo’n aandachtstraining. Dus ja, ik geloof in een toekomst voor papieren tekst. Uiteraard denk ik dat het magazinelandschap moet en zal rationaliseren. Maar in die rationalisatie zullen we een herwaardering vinden van het métier van redactie. Het geheim van de sterkhouders is een duurzame bladformule, een goeie pen en oog voor maatschappelijke relevantie. Bereik wordt kwaliteit.

Kijk maar naar de exponentiële groei en professionalisering van native. Goed gemaakte content heeft weer een markt en prijs, online en op papier. Een prijs die ikzelf alvast bereid ben om te betalen. Alleen al voor het moment waarop gazellen geïnspireerd  grazen, de horizon in zich opnemen en geconcentreerd het blad omdraaien.

Davy Caluwaerts 

 

 

 

Davy Caluwaerts, Managing Director ZenithOptimedia Belgium

@mediagast

Lees ook onze andere columns:

De column van Bruno: De papieren tablets van b2b

Zo blijkt duidelijk dat, naast de jonge, tot de tanden uitgeruste ‘millennials’, de kaderleden die andere freaks zijn van permanente en universele technologieën en connectiviteit, maar dan voor het werk! Hoewel… de goed georganiseerde baas is ook diegene die best in staat is zich te ‘ontkoppelen’… Qua uitrusting valt natuurlijk de laptop op, maar ook de tablets, om zich toegang te verschaffen tot ‘de pers,’ (‘digitale magazines, kranten die door vrijwel de helft van hen geconsulteerd worden). En daar waar 90 % van hen om professionele redenen naar websites surfen, leest niet minder dan driekwart om dezelfde redenen gedrukte magazines en kranten.

De studie onthult voorts de ranking van de titels, die logisch lijkt en afsteekt tegen die van het bereik over alle doelgroepen heen. Ook het profiel van de kaderleden wordt uit de doeken gedaan en de studie levert een uiterst interessante schat aan informatie voor de marketingkant van de b2b-specialisten. In elk geval blijkt – en vele andere bronnen en experten bevestigen het – dat digitaal zich bij de andere informatiebronnen geschaard heeft…Echter, zonder ze te vervangen. In een relatief beperkte mate hebben de beslissiers zich tot digitale devices gewend als toegang tot content, , MAAR voor de essentie geven ze nog steeds blijk van gehechtheid aan hun ‘fysieke dragers’. En dat valt best te begrijpen, ook uit een praktisch oogpunt: kan het eenvoudiger – en aangenamer – dan een blad te doorbladeren, van voor naar achter en van achter naar voor, zonder te moeten wachten op de vaak tijdrovende ‘responsivity’ van een protocol? Papieren tablets, nog geen ‘click away’…

Bruno Liesse, Managing Director.

Zin om de vorige column van Bruno Liesse te lezen? Klik HIER.

De column van Bruno: Zeg me wat je leest…

… en ik zal je zeggen wie je bent. Dat is natuurlijk een wat al te makkelijke uitspraak, maar waar het tijdschriften betreft, ligt er wel een heel concrete waarheid in verweven.  De door het CIM geauthentificeerde verspreiding betreft meer dan 300 publicaties, waar nog een groot aantal dragers bijgerekend moeten worden waarvan het verkochte volume te ‘doelgericht’is. Hoe het ook zij, ze worden gelezen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor vakbladen of sommige gratis bijlagen. We staan dus ver van het aanbod van de andere media, dat veel geconcentreerder oogt, met uitzondering, natuurlijk, van het internet. En dan nog: als je er de belangrijkste bereikcijfers op naslaat, blijkt dat de 20/80 regel van toepassing is en dat een handvol sites zich het grootste volume toe-eigenen, waarbij de rest verdeeld wordt onder een waanzinnig aantal url’s. Magazines spelen dus titel per titel in op de uiteenlopende noden van de verschillene segmenten van individuen.

“Magazines zijn in zekere zin de Direct Marketing van de massamedia”: die uitspraak komt van mij en stoelt op de profielen die per titel verschillen, waardoor aan heel zinvolle targeting gedaan kan worden – ofwel gericht, ofwel breed. Alle thema’s komen erin aan bod, alle behoeften vinden er zich in terug, en in sommige gevallen staat het u zelfs vrij om toegang te hebben tot een deel van de abonnementen- of distributiedatabase. Of om synergieën tot stand te brengen, zoals bij creatieve, partner- of ‘content’-acties met de verschillende platformen van een titel. Uiteraard zitten we hier eerder in een kwalitatieve, ‘focus’-gerichte logica, aan een hoge kost per contact maar met een even hoge verwachte efficiëntie. Omgekeerd kan je met een volledige selectie van bijbehorende titels brede segmenten, zoals de hogere sociale groepen of de vrouwen, in de armen sluiten: het bereik zal niet moeten onderdoen voor dat van andere media en de betrokkenheid bij het lezen, de memorisatie en de toekenning liggen zelfs hoger dan de benchmarks. Kwali en kwanti spreken elkaar niet tegen.

Bruno Liesse, Managing Director.

Zin om de vorige column van Bruno Liesse te lezen? Klik HIER.