Surf naar

WeMedia
Pay Keyboard Enter Online Buy Button Shop Www

Digital natives meest bereid te betalen voor online journalistiek

Het zijn niet de 30-, 40- en 50-plussers met voldoende koopkracht die als eerste de portemonnee opentrekken voor online journalistiek. Nee, juist de zogenaamde ‘digital natives’ blijken bereid te betalen voor kwaliteitscontent online. 39% van 18-29-jarigen heeft al eens geld neergeteld voor online media, zegt PwC op basis van eigen onderzoek in Duitsland.

Zahlungsbereitschaft-online-medien_groß

Er blijken serieus grote verschillen te bestaan in betalingsbereidheid tussen leeftijden, zo maakt de grafiek al wel duidelijk. Van mensen boven de 40 verwachten we wellicht meer waardering voor kwaliteitsjournalistiek, maar dat geldt zeker niet voor online. De onderzoekers verklaren dit door te wijzen op het feit dat juist de oudere groepen de afgelopen twee decennia gewend geraakt zijn aan gratis online content, terwijl de ‘Netflix-Spotify’-generatie veel meer gewend is aan ‘paid content’-modellen.

Potentieel voor paywalls

Duidelijk is dan ook dat het potentieel voor ‘paywalls’ groter is bij de jongere leeftijdsgroepen. Ze zijn er al aan gewend en kunnen zich binnenkort ook meer betaalde media veroorloven. Zeer interessant voor uitgevers om juist te kijken waarmee ze de harten en hoofden van deze jonge mensen kunnen veroveren.

De belangrijkste redenen die mensen aanvoeren om voor media te betalen zijn bescherming van persoonlijke data, exclusieve content, toegang tot kwaliteitscontent / serieuze content (behoeden voor fake news) en geen reclame meer zien. Alleen onlinecontentaanbieders die aan de hoge eisen van de gebruikers kunnen voldoen, kunnen zich veroorloven een paywall te installeren.

Bron: VDZ

Andere artikels over dit onderwerp:

Content Marketing

Print en digitale magazines beste contentmarketingplatformen

Print en digitale magazines blijken de voorkeur te genieten boven andere contentmarketingplatformen in zowel de Verenigde Staten als Canada, de landen die op dit vlak vooroplopen. Dat staat in “The 2017 State of the Creator Economy Study” (i.o.v. IZEA, content en influencer marketing services bureau), een doorlopend onderzoek naar perceptie en gebruik van content en influencer marketing door consumenten en professionals.

De meest effectieve vorm van content marketing is in de Verenigde Staten geschreven reviews of artikels op consumentenwebsites, gevolgd door gesponsorde artikels in online magazines, kranten en print magazines. In Canada staan magazines en kranten (papier en digitaal) helemaal bovenaan.

Effectiveness of content marketing platforms

Het vertrouwen in magazine media maakt het een gerespecteerd platform om consumenten te bereiken. Op basis van magazinecontent zijn zij ook eerder geneigd tot actie over te gaan en zich verder in merken te verdiepen (vergeleken met video, merkwebsites, infographics en sociale media), aldus het onderzoek.

In het algemeen is de waardering voor de meer traditionele reclamevormen lager dan voor content en influencer marketing. De effectiviteit van deze nieuwere marketingmethoden hangt veel af van de geloofwaardigheid en expertise van de afzender en bijvoorbeeld of men het idee heeft dat een influencer zelf echt ervaring heeft opgedaan met het product. De populariteit (het aantal volgers) vinden consumenten van ondergeschikt belang. Vertrouwen blijkt in de huidige tijd ook hier het hoogste goed.

Content marketing: credibility expertise respect

Bron: MagsCanada

The Pitchfork Review Magazine

Van digitaal naar print: de toekomst zit ‘m in de niche

The Pitchfork Review coverNet zoals steeds meer e-commerce spelers de stap zetten naar fysieke winkels, zo kiezen steeds meer digitale uitgevers voor een verlengstuk van hun online merk in print. Omdat er steeds meer voorbeelden bij komen, gaan we er graag wat dieper op in. Vooral omdat de succesingrediënten steeds duidelijker worden…

Porter van webshop Net-a-porter, Allrecipes.com dat een volwaardig kookmagazine op de markt brengt of Pineapple dat door Airbnb in het leven is geroepen… (lees hier meer) Het waren voorlopers van een beweging van online spelers die de stap naar ‘old school’ papier zetten.

Ze worden daarin steeds mee gevolgd door andere succesvolle websites en blogs. Zo is CNET,  de online community voor consumententechnologie, met een eigen magazine gestart. Ook de politieke site Politico en muziekblog Pitchfork sloegen dezelfde weg in.

Opvallend daarbij is de relatief lage oplage van deze magazines. Pitchfork liet slechts 10.000 exemplaren van zijn winternummer drukken, bij Politico gaat het om 40.000 exemplaren. De lage oplage moet zorgen dat het magazine meteen premium en exclusief gepositioneerd wordt. Dat karakter wordt nog eens benadrukt door het hoge aantal pagina’s dat de magazines tellen en door het beperkt aantal nummers dat in een jaar wordt gemaakt: vaak gaat het om tweemaandelijkse of zelfs halfjaarlijkse uitgaven.

Politico coverEn een premium positionering vereist ook een premium verkoopprijs. The Pitchfork Review,  dat elk kwartaal verschijnt, vraagt bijvoorbeeld 50 dollar per jaar of 20 dollar per nummer. Bij kwartaalblad CNET Magazine kost een jaarabonnement ‘slechts’ 35 dollar.

Politico mikt dan weer op ‘controlled circulation’ om extra reclame-inkomsten binnen te halen. Want adverteerders hebben duidelijk interesse in deze producten – ze willen zich graag koppelen aan sterke merken en dat met inlassingen in het medium die deze sterk tot hun recht laat komen. The Pitchfork Review werd het eerste jaar trouwens gefinancierd door de steun van Converse.

Puur economisch is het model dus zeer eenvoudig: een ‘duur’ product waarvan weinig exemplaren moeten verkocht worden om rendabel te zijn. Wij hebben slechts twee vragen. Gaat het werken? De meeste iniatieven zijn immers nog te recent om daarover uitspraak te doen. En wanneer verschijnt het eerste voorbeeld van deze trend in België? In een klein land als het onze zijn de zogenaamd ‘beperkte’ oplages van de bovenstaande titels namelijk eerder regel dan uitzondering voor maandbladen.

Meer weten? Lees verder op Digiday of deze blog

Meer voorbeelden van online publishers die de stap naar print zetten?

 

Allrecipes

Allrecipes, van online naar multimediaal

Allrecipes websiteWanneer het gaat over online merken die de stap naar print zetten, wordt vaak gerefereerd aan Porter van Net-A-Porter of Pineapple van Airbnb. Maar het meest succesvolle ‘online merk in print’ is zonder twijfel Allrecipes. Ontdek waarom.

Sinds de receptensite Allrecipes.com in 2012 werd overgenomen door Meredith Corporation gaat het snel. Het startte een magazine dat intussen een oplage van 1,1 miljoen exemplaren heeft, een mobile app die 23 miljoen keer gedownload is en de website haalt zelf 1,4 miljard bezoeken (in 2014). Wereldwijd zijn er trouwens 19 sites van het merk, die in totaal 24 landen bedienen.

“Ons ‘omgekeerd’ business model toont aan hoe sterk de link tussen ons digitale merk en de consument is”, zegt Stan Pavlovsky, voorzitter van Allrecipes. “Onze harde kern van bezoekers wil content in elk formaat en via elk kanaal. In het magazine kunnen we het visuele aspect sterker benadrukken en extra content – die verder gaat dan recepten – bieden.”

Ook op business vlak biedt de combinatie online-offline voordelen. “De website isAllrecipes video het belangrijkste kanaal om abonnementen te werven”, zegt Pavlovsky hierover. “Het gaat om het converteren van consumenten die digitaal ervaringen hebben met het merk en nu bereid zijn om te betalen voor kwalitatieve content op papier én op een continue basis.”

Toch houdt elk kanaal z’n eigenheden. Pavlovksy: “Het magazine reflecteert de merkessentie van de site, maar verrijkt dat met de ervaring van print: professionele fotografie, het testen van recepten, gecureerde content … We realiseren ons dat een consument de website bezoekt voor zeer specifieke noden en verwachte resultaten. Het magazine biedt een lange termijnzicht en stimuleert de lezers met redactionele content, beelden en recepten die ze nooit op de site zouden vinden. We noemen dat ‘hidden gems’.”

Allrecipes Pinterest apps Allrecipes apps

Je magazine digitaal verspreiden voor je printversie: een goed idee?

Hoe verhouden print en digitaal zich tot elkaar? Een vraag die heel wat uitgevers bezighoudt en waarop zowel Roularta als Sanoma een interessant antwoord bieden. Zowel Humo als de wekelijkse Roularta-titels bieden hun blad immers al digitaal aan vóór het op papier te verkrijgen is. Welke troeven biedt het de uitgevers en abonnees? En worden deze digitale edities veel gelezen voor het ‘blad’ in de winkel ligt? Tekst en uitleg door de twee mediahuizen.

“Voor een evaluatie van de digitale Humo is het nog te vroeg”, steekt Humo-Uitgever Chantal Janssens van wal. “Het initiatief is dan ook erg pril. Pas sinds 24 januari bieden we het blad digitaal aan op zaterdag terwijl het de dinsdag erop gedrukt te verkrijgen is. We zijn dus nog maar drie Humo’s ver en zijn nog volop bezig met het uitzetten van proefabonnementen. De hamvraag is natuurlijk hoe die zullen converteren naar volwaardige lange termijn betalende abonnees.”

De demarche van Humo is alleszins opvallend. Het blad gebruikt digitale platformen om het moment van verschijning te vervroegen. “Het is te gek voor woorden om een blad dat af is nog 3 dagen achter te houden voor de consument”, zegt Chantal Janssens hierover. “Daarnaast doen we dit omdat we onze abonnees (ook abonnees met een winkelabonnement) voordelen willen bieden. We weten dat onze abonnees het appreciëren om Humo (op elk device behalve papier) te kunnen lezen op het moment dat het hen het beste uitkomt, en dat is nu eenmaal in het weekend.”

Bij Roularta is er heel wat minder tijdsverschil tussen de ‘lancering’ van de digitale en de papieren versie. Philippe Belpaire, General Manager van Roularta Media: “Onze magazines zijn de dag voor verschijning om 21u beschikbaar in hun digitale versie, als service naar de abonnee. Sneller kan niet omdat de periode tussen het afsluiten van een nummer door de redactie en het drukken en verspreiden minimaal is, om zo dicht mogelijk op de actualiteit te zitten.”

Deze korte tussentijd zorgt ervoor dat de Roularta-titels de meeste digitale lezers pas optekenen op de dag van verschijning zelf . “Afhankelijk van de titel gaat het om 25 à 28 % van het aantal gebruikers op weekbasis”, onthult Belpaire. “De dag voor verschijning en de dag erna zitten op ongeveer hetzelfde niveau: zo’n 17 %.” Er wordt met andere woorden gebruikgemaakt van de service om de dag voor verschijning van de print digitaal al te kunnen lezen. Maar echt ‘boomen’ doen de cijfers niet.

Dat is bij Humo – althans na drie nummers – wel even anders. Absolute cijfers kan Chantal Janssens niet geven, maar ze geeft wel enkele opvallende resultaten mee: “We merken een verdubbeling van het aantal downloads (van de tablet optimised Humo) sinds de start van ons initiatief. En 60% van de downloads – en van de lectuur – per editie vindt plaats in het weekend voorafgaand aan de papieren verschijning op dinsdag.”

Zoals eerder aangegeven is het te vroeg om grote conclusies te trekken, maar dat deze techniek heel wat mogelijkheden biedt voor magazines die voor of in het weekend naar de drukker gaan, is wel duidelijk. Al is veel natuurlijk afhankelijk van de aard van het beestje. Zo is het waarschijnlijk geen toeval dat een bv-blad als Story pas de nacht voor het verspreid wordt, online te vinden is…