Surf naar

WeMedia

Mensen zoeken betrouwbaar nieuws: kan dat gratis?

Een gefragmenteerd mediapubliek, een wildgroei aan desinformatie, een gebrek aan vermogen om echt van nep te beoordelen en media die het moeilijk hebben en financieel falen. Dat is het sombere  beeld dat uit het IPSOS onderzoek Trust Misplaced* naar voren komt. Maar er zijn altijd lichtpunten. De belangrijkste is dat de meeste mensen wel op zoek zijn naar betrouwbaar nieuws.   

Lees ook: “Veel media kunnen zich geen journalistiek meer veroorloven die relevant is voor de democratie”

Meeste mensen krijgen nieuws uit één medium

De overgrote meerderheid van de mensen krijgt regelmatig nieuws uit één medium. Daarmee is de kans groter dat ze een meer coherent beeld voorgeschoteld krijgen van het nieuws en de wereld.

Graph - frequency of media usage - Ipsos Trust Misplaced

Een groot aantal krijgt echter ook nieuws uit meerdere media. De onderdelen die het meest groeien, zoals sociale media, zijn de onderdelen die het meest gefragmenteerd zijn. Het probleem daarbij is dat het moeilijker is om samenhang te hebben als er zoveel stemmen zijn, aldus het rapport.

Mensen overschatten hun mediawijsheid

Tegenwoordig is het een belangrijk onderdeel van mediawijsheid om echt van nep te kunnen onderscheiden. Mensen overschatten zichzelf en hebben ongeveer twee keer zoveel vertrouwen in hun eigen vermogen om echt van nep te herkennen (59%) dan in anderen in hun eigen land (30%),

Graph - recognizing fake news - Ipsos Trust Misplaced

Dit overmatige zelfvertrouwen in combinatie met een gebrek aan vertrouwen in anderen is een giftige combinatie, verklaart het rapport. Het kan er toe leiden dat mensen nieuws dat wordt gedeeld door mensen die ze minder vertrouwen als “waarschijnlijk nep” beoordelen en het afwijzen, zelfs als het feitelijk is.

Tegelijkertijd kan het ertoe leiden dat mensen minder kritisch naar nieuws kijken als het afkomstig is van vertrouwde bronnen of wanneer het op sociale media gedeeld is door mensen die ze vertrouwen.

Gratis nieuws meest gelezen

Ongeveer twee op de drie mensen zijn het eens met de stelling dat “ik alleen nieuws lees waartoe ik gratis toegang heb”. België ligt dichtbij het gemiddelde, zo blijkt (zie grafiek). Twee derde van de ondervraagden gelooft dat ze “gemakkelijk toegang hebben tot nieuws van bronnen die ze vertrouwen”.

Graph - read only news free - Ipsos Trust misplaced

De kosten van betaalde nieuwsbronnen zijn waarschijnlijk een deel van het probleem. In een tijd waarin zo velen in zoveel delen van de wereld worstelen om de rekeningen te betalen, lijkt het misschien een extravagantie om iets te kopen dat je ogenschijnlijk ook gratis kunt krijgen.

Ongeveer drie op de tien zeggen bereid te zijn voor nieuws te betalen. Algemeen gesteld zijn dat de mensen die daarvoor ook de middelen hebben. De meerderheid ziet dus niet de noodzaak om te betalen voor nieuws, zo blijkt en dat is een groot probleem voor het aanbod van kwaliteit.

Gratis nieuws vult de leegte die kwaliteitsnieuws achterlaat

Het probleem is dat nieuws van lage kwaliteit bijna altijd gratis is. Er is zeker betrouwbaar nieuws van hoge kwaliteit gratis beschikbaar. Zelfs sites met paywalls bieden vaak toegang tot sommige verhalen per maand zonder abonnement. Blogs met complottheorieën en sites met meningen in plaats van nieuws zijn echter vrijwel altijd direct beschikbaar en bijna nooit verstopt achter een betaalmuur.

Dus als mensen niet bereid zijn, of het gevoel hebben dat ze niet in staat zijn om voor kwaliteitsnieuws te betalen, zal veel daarvan verdwijnen. De gratis inhoud van mindere kwaliteit zal er altijd zijn om de leegte op te vullen.

Mensen zoeken de waarheid

Zoeken mensen actief de waarheid? Het antwoord lijkt een overweldigend ja te zijn. In de meeste landen checken mensen regelmatig dat het nieuws dat ze lezen, bekijken of beluisteren afkomstig is van betrouwbare bronnen.

Graph - frequency of checking truthfulness of news - Ipsos Trust Misplaced

België zit ook hier in de middenmoot. Zijn wij minder achterdochtig ten aanzien van media dan andere landen? Dat zou heel goed kunnen. Het vertrouwen in media is in België nog altijd relatief hoog. Waarschijnlijk ook terecht, gezien de manier waarop onze media gereguleerd en gecontroleerd worden, wat overigens voor veel West-Europese landen geldt.

Het is van menselijke aard dat mensen inhoud vertrouwen waarvan ze denken dat deze waar is, maar in veel gevallen geloven ze dat deze waar is omdat het hun wereldbeeld versterkt. Dat levert wel een probleem op in minder gereguleerde landen, waar de staat de media controleert of nieuwsmedia neutraliteit ontberen.

Over Trust Misplaced: Dit rapport is een samenwerking tussen Ipsos en The Trust Project, een in de VS gevestigd internationaal non-profit consortium van nieuwsorganisaties die standaarden voor transparantie opbouwen. Haar missie is om “de toewijding van de journalistiek aan transparantie, nauwkeurigheid, inclusie en eerlijkheid te versterken, zodat het publiek geïnformeerde nieuwskeuzes kan maken.” De “vertrouwensindicatoren” die het heeft ontwikkeld, worden gebruikt door Google, Facebook en Bing om betrouwbare inhoud naar voren te brengen in zoekopdrachten en sociale media. Het onderzoek is (na een kwalitatieve fase onder leden van het Trust Project) onder bijna 19.000 respondenten in 27 landen uitgevoerd door Ipsos.

Bron: IPSOS 

Lees ook:

 

Myth-Busting Stamp United Nations

6 aanbevelingen in de strijd tegen de ‘infodemic’

Het bestrijden van disinformatie, of ‘fake news’, is relevanter en urgenter dan ooit. De WHO heeft het over een ‘infodemic’: een potentieel dodelijke explosie van wereldwijde disinformatie. Influencers blijken soms een kwalijke rol te spelen. Voor journalisten en nieuwsmedia is een cruciale rol weggelegd om een baken van betrouwbaarheid te zijn.

Myth-Busting Stamp United Nations

Beroemdheden, acteurs en politici met veel volgers zijn belangrijke verspreiders van disinformatie over het coronavirus, schrijft The Guardian op basis van een recente studie. Het gaat niet enkel om Trump en Bolsonaro, want België heeft zijn eigen incidenten. (lees ook: Zendmast in Pelt in brand gestoken)

Voorbeeld uit de categorie Myth Busting, ‘official United Nations COVID-19 Response Creative Content Hub

Kleine groep influencers met grote engagement

Oxford’s Reuters Institute ontdekte dat prominente publieke figuren 20% van de valse claims produceren en dat deze verantwoordelijk zijn voor maar liefst 69% van het social media engagement.

Hoewel factcheckers en mainstream nieuwsmedia met grote inspanningen tegen deze sterke stroom in worstelen, realiseren ze vaak onvoldoende impact. Experimentele studies wijzen op een directe link tussen geloof in de valse claims en het negeren van de overheidsmaatregelen voor ‘social distancing’. Enkele sociale media platforms werken al aan snellere detectie van disinformatie over corona.

Verlies van vertrouwen in alle nieuwsbronnen

Een groot risico van deze ‘infodemic’ is dat groepen mensen hun vertrouwen in alle informatiebronnen verliezen, omdat ze steeds moeilijker onderscheid kunnen maken tussen feiten en fake nieuws, en tussen goed onderbouwde journalistiek en superpartijdige berichtgeving.

Op de schouders van serieuze nieuwsmedia, in alle vormen en formaten, rust dan ook een grote verantwoordelijkheid, waardoor ze zich geen uitschuivers kunnen veroorloven. Iedereen moet zich terdege bewust zijn van de gesofisticeerde disinformatietactieken vandaag, zoals valse denktanks, frauduleuze bronnen, onechte social-media-accounts, etc. Fact-checking, multi-sourcing en digitalmedia-alfabetisme zijn cruciaal.

Bescherming tegen disinformatie

Een Canadees overheidsproject over magazines en disinformatie geeft 6 aanbevelingen uit eigen onderzoek die uitgevers kunnen helpen zich te beschermen tegen disinformatie en geloofwaardige journalistiek verdedigen.

1. Promoot het begrip van de oorzaken en gevolgen van dit disinformatietijdperk: zorg voor fact-checking- en verificatievaardigheden in de digitale wereld

Behulpzame bronnen op dit punt:

2. Neem je publiek bij de hand: waarheid, vertrouwen en gezamenlijke strijd

De versmelting van feit en fictie ondermijnt het vertrouwen van het publiek in alle informatie, waardoor manipulatie door kwaadwillende partijen gemakkelijker wordt. Vooral uitgevers met een niche-publiek blijken doelwit voor verspreiders van desinformatie.

Specialistische kennis van journalisten is een krachtig wapen in deze strijd. Door je publiek te mobiliseren en hun loyaliteit te versterken (met lidmaatschappen, evenementen, … ) kan je hen betrekken bij de oplossing van het probleem. Het journalistieke platform De Correspondent werkt regelmatig samen met zijn leden om verschillende perspectieven te verzamelen en expertise van leden zelf te delen.

Behulpzame bronnen:

3. Breng zelf transparantie en accountability in praktijk

  • Wees transparant over journalistieke processen en laat je publiek achter de schermen meekijken.
  • Hanteer een duidelijke scheidingslijn tussen advertorial, sponsored en native content. Ga er niet mee schuiven voor korte termijn winst (lees ook: 4 factoren voor branded-content-succes).
  • Onderzoek hoe adverteerders werken om besmetting te voorkomen.

4. Bundel de krachten tegen verdeel-en-heers

Als uitgever alleen tegen disinformatie strijden is onmogelijk. Sectororganisaties en andere professionele samenwerkingen zijn cruciaal om de krachten te verenigen en succes te boeken. Disinformatie-partijen zijn zelf vaak goed georganiseerd en werken frequent samen.

Samenwerking tussen uitgevers op het gebied van training, tools, uitwisseling van kennis en ervaring is de enige manier om echt een vuist te kunnen maken. Leer van elkaars fouten en successen, investeer in onderzoek, lobbying en juridische middelen. Juist de kleinere uitgevers verdienen bescherming (bekijk hier de WE MEDIA activiteiten).

Behulpzame bronnen:

5. Bereid je voor op bedreigingen van de veiligheid

Online geweld tegen journalisten is inmiddels een bekend fenomeen. Directe aanvallen op journalisten online helpen om twijfel, verwarring en angst te zaaien. Vrouwelijke journalisten zijn hiervan vaker doelwit.

Uitgevers moeten zich op dit soort aanvallen en dreigingen voorbereiden met verhoogde veiligheidsmaatregelen, zowel online als offline. Journalisten moeten alle dreiging melden en voldoende psychologische ondersteuning, maar ook training en middelen voor de eigen verdediging ter beschikking krijgen.

Behulpzame bronnen:

6. Maak je niet schuldig aan struisvogelpolitiek

Geloof niet dat je publicatie te niche of je publiek te klein is om een doelwit te zijn van disinformatie-campagnes. Daarmee maak je jezelf juist kwetsbaar.

Bronnen: IJNet, The Guardian

Gerelateerde artikels:

tablet reading

Digitaal (= diagonaal) lezen verandert ons brein

Zoals ons brein zich ooit, 6.000 jaar geleden, moest aanpassen aan nieuwe communicatievormen (schrift vergt immers complexe decodering), zo is het nu bezig aan een volgende transformatie om optimaal digitaal te lezen. Digitaal staat eigenlijk gelijk aan diagonaal of oppervlakkig lezen: we scannen teksten en ‘browsen’ er doorheen. Zo zijn we in staat om een dagelijkse portie van 34 GB data te verteren. Het gevaar bestaat echter dat we zo belangrijke capaciteiten verliezen die gelinkt zijn aan lezen op papier: een dieper begrip van betekenis, kritische analyse van de inhoud en inlevingsvermogen.

Lees ook: Uw goede voornemen voor 2019: regelmatig een digitale detox

Studies in verschillende landen komen tot dezelfde conclusie: tekst lezen op papier vergt van onze hersens iets totaal anders dan lezen op een scherm. En ook hier geldt: ‘use it or lose it’ (gebruik het of verlies het). De studenten van vandaag blijken al meer moeite te hebben met het ‘diep lezen’ van teksten met als gevolg minder begrip en empathie, slechtere herinnering en het verlies van hun vermogen tot kritische analyse. Ze vermijden liever complexe materie en zijn zo ook gevoeliger voor disinformatie en fake news.

Het bi-laterale brein

Met het enorme aanbod aan informatie in allerlei verschillende formats (video, audio, beeld, tekst) en via een waaier aan kanalen is het gewoon een noodzaak voor ons brein om informatie anders te verwerken. Het is dus niet een kwestie van ‘terug naar het oude’, maar eerder een uitdaging hoe we nieuwe vaardigheden, zoals diagonaal lezen, aan ons brein toevoegen zonder de waardevolle oude te verliezen. Wanneer studenten alle teksten gaan vermijden die ingewikkeld lijken of moeilijk te begrijpen, hebben we als maatschappij een groot probleem…

“ We zitten op een kantelpunt tussen een print en een digitale cultuur”, zegt Maryanne Wolf, auteur van het boek ‘Reader Come Home: The Reading Brain in a Digital World’. “ We moeten uitvinden welke belangrijke vaardigheden onze kinderen niet meer ontwikkelen en wat we daaraan kunnen doen.” Een aantal studies toont dat van papier lezen het begrip, de analyse en de herinnering verbetert. Bovendien helpt het de lezer empathie te ontwikkelen voor onderwerpen en personen. Volgens Wolf is het daarom belangrijk dat jonge kinderen in eerste instantie met printmateriaal onderwezen worden, waar pas later digitale technologie aan toegevoegd wordt.

Bronnen: Two Sides, The Guardian

Gerelateerde artikels:

 

Digital disinformation - fake news report - Auxipresse

Trends in fake news (of beter: digitale disinformatie)

Het lijkt wel of fake news een recente uitvinding is, maar roddel, achterklap en propaganda (want daar hebben we het in essentie over) zijn van alle tijden. De snelle en massale verspreiding via digitale media maakt het echter wel een grotere bedreiging voor onze maatschappij en manier van leven dan ooit tevoren. En het is de hoogste tijd dat er serieus aandacht komt voor tegenmaatregelen en ‘tegengif’ voor fake news, ook al omdat het een grote impact heeft op reclame en media. Een Amerikaanse expert heeft het inmiddels over de naderende ‘infocalypse’.

Lees ook: Juan Señor: “ Fake news zal de journalistiek redden”

Meer kennis over het fenomeen en de trends is een goed begin, dus doken we in enkele recente onderzoeken. Eerst het goede nieuws: gelukkig vertrouwen in ons land de meeste mensen de media nog wel: 78% van de Vlamingen en 64% van de Franstalige landgenoten, waarbij klassieke media significant beter uit de bus komen dan sociale media. Dat laatste komt overigens goed overeen met resultaten uit andere landen. Het onderzoek dat Kantar TNS op vraag van Trustmedia voerde bij 5.000 Belgen toont echter ook dat de angst voor fake news groeit. Dat beïnvloedt volgens 70% van de respondenten de publieke opinie op internationaal niveau; volgens 68% geldt dat ook in België.

Overigens zouden we de term ‘fake news’ beter vervangen door digitale disinformatie, omdat de term sinds de Amerikaanse verkiezingen van 2016 zo vaak, zo verkeerd gebruikt is, dat de echte betekenis verwaterd is. (Volgens de Collins Dictionary: “false information, often sensational, spread under cover of reporting”.)

Invloed op verkiezingen?

Sociale netwerken spelen een belangrijke rol bij disinformatie met Facebook op de eerste plaats, gevolgd door Twitter. Zij hebben er als bedrijf ook het meeste bij te winnen: hoe meer clicks en interactie, des te meer reclame-inkomsten Facebook en Google krijgen. Je zou bijna kunnen denken dat dit een goede reden is om niet te snel met tegenmaatregelen te komen…

Een onderzoek van het gerenommeerde instituut M.I.T. naar Twitter concludeerde dat de verbreiding ervan juist op vlak van politiek erg sterk is. Misschien terecht dus dat in België tweederde van de mensen voor een impact op de verkiezingsresultaten vreest, hoewel 62% er wel van overtuigd is dat ze het onderscheid tussen feiten en fake wel kunnen zien (Kantar TNS).

In een onderzoek van Auxipress vonden we enkele specifieke resultaten voor de Belgische markt, waaronder de bevestiging dat disinformatie bij ons op dit moment nog vooral een politiek fenomeen is. Donald Trump wordt er het meest mee geassocieerd, maar in ons land kwam in 2017 de N-VA in de top 20 van ‘fake news’-gerelateerde topics. De MR krijgt in 2018, een verkiezingsjaar, ook een plaats op deze lijst.

Fake news 6 x sneller verspreid

M.I.T. vond ook dat disinformatie zich 6 maal sneller verspreidt dan solide informatie en dat niet robots, maar mensen hiervoor grotendeels verantwoordelijk zijn. Het is zelfs zo dat disinformatie 70% meer kans heeft om geretweet te worden. Nieuwe, verrassende en shockerende zaken activeren bij mensen een retweet-reflex. Wie niet wil bijdragen aan disinformatie, telt dus beter eerst tot tien.

Disinformatie heeft in België in 2016, het jaar van de aanslagen in Brussel en Zaventem, veel aandacht gekregen in relatie tot veiligheid en terrorisme en is in 2017 en 2018 iets minder prominent aanwezig (ca. 9% van mediacontent). De aandacht verschuift dan ook meer naar maatschappelijke onderwerpen als religie (2017) en immigratie (2018).

Brand safety waarborgen

Bedrijven worden in toenemende mate ook getroffen door de verspreiding van disinformatie, vond het Auxipress onderzoek: van 12% in 2016 naar 14% in 2018. Waakzaamheid en maatregelen zijn dus zeker ook bij ons geboden om brand safety te waarborgen en de impact van valse informatie op merk- en bedrijfsimago’s en -reputaties in te perken. Om nog maar te zwijgen van al het weggegooide geld aan door robots gegenereerde kliks.

Wat staat ons als reclame- en mediawereld te doen? Het Auxipress-rapport suggereert de volgende ‘damage controls’:

  1. Fact checking
  2. Professionele journalistiek
  3. Labelling van informatiebronnen
  4. Maatregelen door social media platforms zelf afdwingen
  5. Regelgeving

Meer weten? Het volledige rapport in het Engels is hier bijgevoegd

Bron: « Fake News » Digital disinformation by Lucille Fitch Auxipress: Study Facts & Figures, MM news, Kantar TNS

Andere interessante artikels: