Surf naar

WeMedia
Batibouw 2021 logo en data

Hoe spring je er als bouwmerk uit wanneer Batibouw virtueel gaat?

Batibouw 2021 goes online. De grootste bouwbeurs kiest dit jaar noodgedwongen voor een andere aanpak. Benieuwd hoe bouwadverteerders daarop reageren en hoe magazines een belangrijkere rol kunnen opnemen…

Lees ook: Een jaar zonder autosalon: hoe doe je dat?

Eind februari en begin maart is voor adverteerders uit de bouw- en verbouwsector wat januari is voor de auto-adverteerders. In tegenstelling tot het Autosalon dat dit jaar niet plaatsvond wegens de coronacrisis, gaat Batibouw, de belangrijkste beurs voor bouwers en verbouwers, wel door, al is het een virtuele editie geworden. Organisator Fisa biedt van zaterdag 27 februari tot en met zondag 7 maart bezoekers een online platform aan met 200 exposanten. Er worden 150.000 bezoekers verwacht.

Hoewel er online heel wat productinformatie, foto’s, video’s en prijzen te vinden zijn en de bezoeker via een chatbot geleid wordt naar de bedrijven en producten waar hij interesse in heeft, is deze ervaring niet te vergelijken met een ‘echt’ salon. Daar kunnen individuele chatsessies en live video calls met vertegenwoordigers van elke exposant weinig aan verhelpen.

Bekendste en grootste bouwbeurs

Dat betekent gelukkig niet dat alle adverteerders wegblijven. Reynaers Aluminium is bijvoorbeeld wel aanwezig. “Van alle verschillende beursinitiatieven die gelanceerd zijn de voorbije maanden, schreven we ons enkel in voor Batibouw 2021 Virtual Edition”, aldus Stephanie Gross, marketing & communication manager Belux bij Reynaers Aluminium. “Het is nog altijd de bekendste en grootste bouwbeurs en we konden ons wel vinden in hun lead generation aanpak. Onze voornaamste doelstelling is namelijk bouwers en verbouwers in contact brengen met onze dealers en ze naar hun showrooms leiden. Onze deelname aan Batibouw past in een grotere campagne die bestaat uit een uitgebreid online luik en een stukje magazines.”

Extra visibiliteit via print

‘Een grotere campagne’. Het hoge woord is gevallen. Waar grotere ‘bouwmerken’ al jaren Batibouw als centrale draaischijf in een bredere aanpak gebruiken, zetten steeds meer bedrijven dit jaar die stap. Kwestie van de awareness voldoende te behouden en de klassieke promoties via genoeg wegen bekend te maken.

Naast online zijn een evident extra kanaal de bouwbladen. Sinds de overname van het tweetalige magazine ‘Ik ga Bouwen’ in 2020 is DPG Media de enige die specifieke expertise heeft in de bouw- en verbouwsector. In zijn portfolio zit ook nog de gespecialiseerde website Livios.be. DPG Media is dan ook bezig om de twee merken onder de business unit ‘Livios’ te brengen om aldus een sterk online aanbod uit te bouwen.

Traditioneel geeft Ik ga bouwen in februari dankzij Batibouw zijn belangrijkste nummer van het jaar uit. Dat telt dit keer respectievelijk 204 pagina’s (NL) en 212 pagina’s (FR). Op het programma stonden 60 trends en nieuwigheden. Naast de special bij DPG Media speelt ook Roularta in op Batibouw met een speciaal dossier ‘Bouwen en Verbouwen’ bij Knack Extra, die op 24 februari verscheen.

Het evenwicht tussen print en online

Geen toeval dus dat Reynaers Aluminium samen met onder meer Facq, Wienerberger en X²O in het Batibouwnummer van Ik ga bouwen investeerde. “We hebben extra ingezet op naamsbekendheid, omdat we dit jaar als merk wat minder visibiliteit hebben vanwege de annulering van de fysieke beurs”, zegt Stephanie Gross. “Via onze gatefold advertentie in Ik ga bouwen proberen we dit te verhogen. In de advertentie sporen we de lezer aan om een gratis inspiratieboek te downloaden en de Batibouw voorwaarden te ontdekken. Daar kunnen we dan weer aan lead generation doen.”

Daarnaast focust Reynaers Aluminium sterk op online kanalen, ook weer voor lead generation. Benieuwd welke andere merken voor deze mix opteren… Of hoe ze het ontbreken van een ‘echt’ Batibouw opvangen… Het antwoord vindt u in de magazines, websites en andere media van eind februari tot pakweg midden maart…

Gerelateerde artikels:

Relevant blijven voor Millennials en Gen-Z: zo doe je dat!

Magazines met als primaire doelgroep Millennial- en Gen Z-vrouwen, ze bestaan. Sterker nog: sommige floreren! Magazinemerken zijn natuurlijk allang niet meer beperkt tot papier en inkt. De mogelijkheden om jonge doelgroepen voor zich te winnen zijn dan ook legio.

Lees ook: Wat is precies het verschil tussen Millennials en Gen Z?

Hoe houd je jezelf relevant als magazine voor jonge vrouwen? Hoe overleef je de concurrentie met sociale en digitale media? Kan een huishoudnaam een voordeel zijn, wanneer je een bekend merk bent, opgericht in 1886 (nee, dit is geen typefout)? Of juist niet?

Grootmoeders magazine, nog steeds relevant

In elk geval weten ze bij Cosmopolitan (sinds 1886) wel hoe je alle zeilen moet bijzetten om deze veeleisende, multimedia vretende doelgroep tevreden te stellen. Cosmopolitan is echt een gevestigde naam, dat is wel duidelijk. Dat zou ook een nadeel kunnen zijn, wanneer jonge, hippe, ambitieuze vrouwen je doelpubliek zijn: je overgrootmoeder las het al.

Cosmo early edition

Cosmo bewijst dat het kan. De strategie is erop gericht om haar publiek van Millennial- en Gen-Z-vrouwen te laten groeien door de e-commerce-activiteiten uit te breiden, aldus hoofdredacteur Jessica Pels van Hearst Magazines. En dat lijkt zijn vruchten af te werpen: tussen januari en oktober 2020 steeg het totale aantal verkochte producten via e-commerce met 254%.


«MAGnify : un œil sur l’avenir»

Commandez ici votre exemplaire gratuit de notre nouvelle édition «MAGnify : un œil sur l’avenir» ! 
Dans cette parution, nous laissons la parole à des experts belges et internationaux sur des sujets sensibles liés aux médias, d’aujourd’hui et de demain.


 

Nieuwe ervaringen en merkgroei

Veel van die stijging kan rechtstreeks worden toegeschreven aan productlanceringen en affiliate initiatieven die Cosmo dit najaar startte, zegt Hearst. De focus ligt nog altijd op de kernproducten: de website, het magazine en sociale media. 2020 ging voor Cosmo daarnaast over het bouwen van nieuwe ervaringen voor de lezers die groei beloven voor het merk.

In augustus 2019 lanceerde het merk ook al een parfum – Eau de Juice. Onder andere een nieuwe productlicentie van merkwijnen, een tweedaags winkelevenement gericht op de groei van affiliate activiteiten en de lancering van Cosmo’s merchandise-winkel met merk-t-shirts, puzzels en draagtassen werden ook gelanceerd.

36 miljoen glazen wijn per week

De Cosmo-wijn is ’s werelds grootste biologische merkextensie, simpelweg omdat de demografie van jonge vrouwelijke wijndrinkers enorm is, aldus de hoofdredacteur. Volgens onderzoek drinken Cosmo-lezeressen 36 miljoen glazen wijn per week en gaven ze de afgelopen 30 dagen $ 170 miljoen uit aan wijn. Aangezien de naam van het merk ook een populaire cocktail is, leek wijn een natuurlijke uitbreiding voor Cosmopolitan.

Afgezien van de productlicenties zijn de affiliate activiteiten van Cosmo ook in opkomst, met een stijging van 288% op jaarbasis tijdens de coronaviruscrisis. Daarmee werden affiliate-inkomsten van de feestdagen van 2019 overtroffen, volgens Digiday.

Internationale winkeldag

In de strijd met Amazon Prime Day en Black Friday organiseerde Cosmo in augustus dit jaar zijn eerste winkelevenement genaamd “Hauliday”. Het evenement duurde twee dagen en bood kortingen bij 100 verschillende retailers. De eventpartner, Klarna, heeft zich gezien het succes al aangemeld als sponsor van een uitgebreide Hauliday-winkelevenementenreeks.

Cosmo Hauliday bannerIn 2021 komt er een lente- en zomerversie van Hauliday die ook in Europa zal plaatsvinden onder de internationale edities van Cosmo. Een wereldwijde winkeldag was altijd onderdeel van de Cosmo-visie, zo laat Hearst weten.

Bron: Digiday

Lees ook:

Journalists on stage at Helsingin Sanomat Black Box event

Live journalistiek brengt nieuwe dynamiek voor magazines en kranten (en adverteerders)

Te midden van veel ‘hel en verdoemenis’-berichtgeving over de staat van de journalistiek (en de gevolgen voor de democratie) zijn er ook innovatieve en opbeurende verhalen. Zoals live journalistiek: topjournalisten die de theaters ingaan. In Helsinki levert dat al vier jaar uitverkochte zalen op. Is het tijd om een volledig Belgische post-coronaversie op te tuigen?

Lees ook: “Veel media kunnen zich geen journalistiek meer veroorloven die relevant is voor de democratie.”

Vorig jaar schreven we al eens over de innovatieve ideeën van magazines en dit jaar zagen we hoe magazines hun relevantie tijdens de lockdown in diverse landen verhoogden. Met in veel gevallen de stijgende oplagecijfers om het te bewijzen. Maar ook post-corona liggen er kansen voor uitgevers, zoals ‘stage journalism’, waar adverteerders natuurlijk ook van kunnen profiteren.

De Black Box van Sanoma

Helsingin Sanomat van Sanoma, de grootste krant in Finland, startte in 2016 met ‘Black Box’* (Musta laatikko) in het Fins Nationaal Theater. De Finnen zijn meesters in het adopteren en adapteren van goede ideeën uit het buitenland, in dit geval van een magazine uit Los Angeles: Pop-Up Magazine event was de inspiratie, evenals Live Magazine, dat ook in België voorstellingen organiseert.

De podiumvoorstelling moest sterk op de krant lijken, met dezelfde thema’s als op papier en op de website: echt nieuws op het podium dus (geen journalisten die over hun werk vertellen). In het voorjaar van 2016 plande ‘Black Box’ drie avondvoorstellingen als een soort van theater try-outs, met vallen en opstaan hun finale vorm zoekend. De tickets waren binnen een uur uitverkocht.

Journalistiek die ook 15-jarigen aantrekt

Inmiddels zijn er 15 voorstellingen geweest, verspreid over vier jaar en met meer dan 30.000 bezoekers in meerdere steden (Finland heeft 5,5 miljoen inwoners) waaraan circa 100 reporters en fotografen deelnamen. Nog eens tienduizenden abonnees van de krant bekeken de livestreams via de website. Black Box is nu een belangrijk onderdeel van de krant geworden. Uit onderzoek blijkt dat de revolutionaire, journalistieke events zelfs de moeilijk te bereiken groep jongeren (15 jaar) engageren.

Een van de initiatiefnemende journalisten, Jaakko Lyytinen, heeft de live journalistiek van o.a. Pop-Up Magazine volledig geanalyseerd (via Reuters Institute for the Study of Journalism, University of Oxford). Het rapport leest als een gids voor andere magazines en kranten die de sprong naar deze nieuwe vorm van journalistiek willen wagen, inclusief voorbeelden van adverteerders als Google.

My report is not an academic study. I am not a researcher; I am a journalist. I have relied on the traditional journalistic methods of observation and interview in compiling this account. I attempt to explain the appeal of live journalism through my own experience as a producer and viewer. I do not pretend to be an objective observer. I am instead a journalist that has made it my job to thoroughly examine this new form of journalism. I am eager to share my findings and what I’ve learned with anyone who is interested.” Jaakko Lyytinen

Bron: Reuters

* de naam black box is gekozen als referentie naar het theater en naar de missie van journalisten: om voor het publiek te ontcijferen wat er precies gebeurd is.

Lees ook:

View on Time Out Market Lisboa

Inspirerende innovatie? Die vind je bij magazinemerken

Het mooiste aan magazines in deze tijd is dat ze bruisen van de creativiteit en bol staan van de innovatie. De focus ligt bij veel merken minder op het massabereik en meer op het engagement van hun publiek. En daarvoor trekken de uitgevers alles uit de kast! Ter inspiratie een greep uit recente, niet zo voor de hand liggende initiatieven uit de hele wereld.

Marie Claire Edit

Het Franse magazinemerk lanceerde in het Verenigd Koninkrijk onlangs een eigen retailwebsite. Marie Claire-lezers kunnen op deze ene plek bij een hele reeks retailers tegelijk shoppen en in een moeite door de trends van moderedacteuren volgen. Doel is om meer e-commerce en affiliate marketingmogelijkheden te creëren voor Marie Claire, maar de site biedt ook native advertising-formats aan. Marie Claire Edit werkt samen met grote Britse retailpartners als Selfridges en Topshop, maar ook met Gucci, Prada en zelfs Net-a-Porter. Meer info hier

Screenshot Marie Claire Edit

Vogue Business

Condé Nast heeft een interessante manier gevonden om de enorme autoriteit van Vogue op het gebied van mode te gelde te maken. Vogue Business is een online B2B-titel die zich op modeprofessionals richt. En waarom ook niet? Als je geloofwaardigheid zo groot is, is de stap van consumenten naar professionals logisch. Vogue Business is in eerste instantie als een nieuwsbrief in de markt gezet en wordt voorlopig gratis aangeboden. De bedoeling is om later in het jaar over te gaan naar betaalde content. Meer info hier

Good Housekeeping Wellness Lab

Het magazinemerk Good Housekeeping van uitgever Hearst is een instituut in de Amerikaanse en Britse samenleving als het gaat om het huishouden. Het bijbehorende Good Housekeeping Institute test al producten sinds 1924 en hun goedkeuring telt zwaar. Niet nieuw dus, behalve dat er nu een Wellness Lab gestart is. Hier kunnen producten getest worden die in de breedste zin met gezond leven te maken hebben. Zoals yogamatten, die ze naar gebruikers sturen om ze in het echte leven te testen. Meer info hier

Time Out Market, Garden & Gun Club, Muchies Food Hall

Steeds meer magazinemerken organiseren events. Dat kan variëren van de live versie van het magazine (zoals Libelle Winterfair en Goed Gevoel-dag) tot een eenmalige samenwerking met een adverteerder. De volgende stap is een langdurige aanwezigheid van magazinemerken in het straatbeeld, zoals de Time Out Market in Lissabon (sinds 2014) waarvan er dit jaar nog vijf op andere locaties geopend worden. Dit is het ultieme contactmoment tussen magazine en lezer, waar een dieper engagement ontstaat. Een ander voorbeeld is de Garden & Gun Club (april 2018), een extensie van het Garden & Gun magazine in Atlanta: “a premier cocktail and social establishment that brings the defining Southern lifestyle brand to life”. En deze maand opent Vice Media’s Munchies zijn eigen Munchies Food Hall, volgens de uitgever niet alleen een belangrijke nieuwe inkomstenstroom, maar ook een manier om het merk bredere zichtbaarheid te geven. Meer info hier

View on Time Out Market Lisboa

Testkeukens

Magazines die met recepten werken, moeten deze testen. Vandaar de testkeukens. Nieuw is dat ook deze vaker ingezet worden om inkomsten te genereren. Door ze te verhuren als event locaties en productlanceringen bijvoorbeeld. Door ze te gebruiken voor video-opnames van eigen how-to video’s, maar ook voor adverteerders. Zo lanceerde Taste of Home magazine in de eigen testkeuken in Milwaukee onlangs een eigen koffiemerk (Taste of Home Roast) dat rechtstreeks aan consumenten verkocht wordt. Bon Appétit produceert dan weer alle video content in zijn keuken in het One World Trade Center. Meer info hier

Live journalistiek (à la Pop-Up)

We schreven hier al eerder over Pop-Up Magazine dat al sinds 2009 bestaat uit live journalistieke optredens. In België en Nederland zagen we dit enige tijd geleden in beperkte vorm terug via Facebook Live (bv. Flair op het strand). Deze vorm van magazine maken lijkt nu echt aan te slaan en dat is niet zo verwonderlijk in onze ervaringseconomie. Inmiddels is er Live Magazine in Parijs, Diario Vivo in Spanje en Zetland Live in Denemarken. Wij zien een Knack Live en een Humo Live ook wel zitten. Meer info hier

Lees ook: 

Pop-up magazine in action

Magazine in de Kijker: Pop-Up Magazine

Een magazine in de kijker dat geen magazine is? Anno 2018 is het mogelijk. Toch met Pop-Up Magazine, wat we het best als een live magazine kunnen omschrijven. Niet op papier, niet online, wel volledig live…

“Dit is waar ons verhaal begon. Een kleine groep besliste om een ‘live magazine’ te maken. Schrijvers, radio producers, fotografen, filmmakers en illustratoren zouden nieuwe verhalen brengen in een mix van media. Verhalen over wetenschap, politiek, popcultuur, sport, sociale problemen, muziek, business, kunst, criminaliteit, technologie, eten en nog zoveel meer. De nacht zou deze verhalen tot leven brengen, op de manier zoals een klassiek magazine dat doet, en eindigen bij de bar waar de ‘cast’ en het publiek elkaar beter kunnen leren kennen. Niets zou opgenomen worden. Om het te zien, zou je erbij geweest moeten zijn.”

Dit is hoe het team van Pop-Up Magazine het project omschrijft. Een project dat inmiddels succesvol is gebleken. Het was midden oktober immers aan zijn eerste ‘internationale stop’ toe, tien jaar na de start. Die eer was weggelegd voor Toronto, na eerdere passages van het Amerikaanse magazine in o.a. San Francisco, New York, Los Angeles, Washington DC, Atlanta, Austin, Boston, Chicago, Portland, Seattle en New Orleans. Zo’n voorstelling is dan telkens te vergelijken met een nieuwe editie van een magazine…

Van event naar print

“Onze voorstellingen komen tot leven met film, animatie en fotografie die geprojecteerd worden boven de scene, waar een band voor live muziek zorgt, bijgestaan door een journalist die zijn verhaal brengt”, aldus uitgever Chas Edwards. “Sommige van die verhalen lijken zo uit een klassiek magazine te komen, zoals een column, een redactionele cartoon of een how-to-rubriek.”

Echt geen papier dus. Of toch wel? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en sinds 2014 heeft Pop-Up Magazine ook The California Sunday Magazine. Dat brengt soortgelijke verhalen in artikels en fotografie. Het blad wordt meegestuurd met een selectie van de oplage van zondagsbladen Los Angeles Times en San Francisco Chronicle.

Van event naar print dus… Zo kan het ook.

Meer info: https://www.popupmagazine.com

Meer inspiratie? Dit zijn onze andere magazines in de kijker:

Feeling Forward event

Magazinemerken zetten in op kleinschalige events

Magazine media ontdekten een tiental jaar geleden events als extra touchpoint. Happenings als de Flair Shopping Day, de bekendmaking van de Trends Manager van het Jaar of de Nationale Nina-dag lokken duizenden mensen en zorgen ervoor dat magazinemerken en hun publiek live in contact komen. Kleinschalige events gaan nog een stapje verder: ze bieden door hun eigenheid een nauwer contact met de lezer. Iets wat ook een adverteerder weet te appreciëren.

Feeling Forward, zo heet het concept dat Feeling vorige maand lanceerde. Het is een evenementenprogramma “dat je rijker maakt in elk facet van je leven”. Het nieuwe concept omvat zowel breakfast sessions als cocktail events waar thema’s aan bod komen die variëren van een exclusieve parfumworkshop tot een uiteenzetting over ethisch beleggen of een work-out om elke dag energiek te beginnen. Inhoudelijk komen de Feeling-topics aan bod.

Waar bij grootschalige events vooral het gevoel van het magazine naar een live-omgeving wordt vertaald, worden bij kleinere events de inhoudelijke pijlers van het blad verder uitgediept.

Max 100 personen

Met Feeling Forward staat Sanoma voorlopig wat alleen in het Belgische magazinelandschap. Enkel Roularta onderneemt gelijkaardige initiatieven. “Wij organiseren af en toe master classes”, vertelt Philippe Belpaire, General Manager van Roularta Media. “Onze Weekend Knack en Weekend Le Vif Rendez-vous bieden onze lezers een extra beleving, maar we koppelen er ook partners aan. Een adverteerder kan er bijvoorbeeld een product voorstellen.”

Vaak zijn het natuurlijk de sprekers die de deelnemers naar de workshop lokken. Bij Feeling Forward gaat het bijvoorbeeld om namen als Pascale Naessens en Ianka Fleerackers. Telkens zijn maximum 100 lezers welkom. Een bewuste keuze om kwaliteit te kunnen bieden. En daar hangt trouwens een prijskaartje aan. Een event van Feeling Forward bijwonen kost 45 euro,  evenwel inclusief een hapje, drankje en goodiebag (vaak met een boek).

Sterk touchpoint voor adverteerders

Deze kleinschalige events zijn een logische stap voor magazinemerken. “Het maakt deel uit van de beleving van communities”, analyseert Philippe Belpaire. “Mensen lezen over een bepaald onderwerp, maar willen het ook live beleven.”

De events staan dus heel dicht bij de doelgroep en diens leefwereld. Mits ze een relevante boodschap te vertellen hebben, is het dan ook voor adverteerders een interessant touchpoint, met name wat betreft activeringsmogelijkheden…” Aan Feeling Forward linkten zich Omega en Deutsche Bank.

Welke adverteerders én magazinemerken volgen?

Katherine Keirens - portret

The Makers of magazines: Katherine Keirens

Goed Gevoel Ladies Fair“Events tonen het best de beleving rond je magazinemerk”

Magazine media zijn het resultaat van een redactie en een grafische afdeling, maar achter de schermen werken nog tientallen andere profielen mee om er een sterk en duurzaam product van te maken. Neem nu bijvoorbeeld Katherine Keirens, al meer dan 20 jaar actief bij De Persgroep Publishing (vaak voor magazines) en sinds een aantal jaren als Event Manager verantwoordelijk voor o.a. de Goed Gevoel Ladies Fair. “Ik werk voor alle media, maar ben altijd blij als ik een event voor magazines mag opzetten.”

Katherine Keirens merkt duidelijk dat de events die de bladen van de mediagroep opzetten, aan een echte nood beantwoorden. “Je brengt mensen samen in een wereld die steeds digitaler wordt en waarin alles steeds sneller moet gaan. Mensen willen ontsnappen uit hun comfort zone en zoiets samen beleven schept een band. Ik vind het steeds weer straf dat magazines daartoe in staat zijn.”

“Bovendien”, zo zegt ze, “prikkel je alle zintuigen van je lezers en dat lukt alleen met events.”

Standhouder verplicht om beleving te bieden

De Goed Gevoel Ladies Fair, die jaarlijks bij de start van de lente doorgaat in Flanders Expo, is het paradepaardje van de eventafdeling. “In 2016 trokken we zo’n 10.000 bezoekers”, vertelt Keirens. “Jaar na jaar gaan de bezoekersaantallen omhoog. We slagen er duidelijk in om onze ambitie om iedereen met een goed gevoel huiswaarts te sturen, te realiseren.”

De Ladies Fair is opgezet als ‘meer dan een beurs’. “We vertrekken vanuit de leefwereld van de vrouw, onze lezeres, en werken rond de pijlers van ons blad: beauty, culinair, wellness, gezondheid”, klinkt het bij Katherine Keirens. “We bieden de mogelijkheid tot shoppen, maar elke standhouder is verplicht om de bezoekster een beleving te bieden. Je kan er dus terecht voor tal van workshops en andere experiences. Wie niets wil opdoen, moet er ook een leuke dag kunnen beleven.” Toegang tot het event is trouwens betalend (lezeressen genieten van een kortingstarief).

Zelden met bureaus

De eventafdeling van De Persgroep Publishing werkt ook voor de kranten en websites van de groep en telt naast Katherine nog 3 medewerkers. Naast verantwoordelijke Stefan De Jonge zijn er nog twee medewerkers die instaan voor de coördinatie van alle gesponsorde events (denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van Humo op de festivals).

In totaal organiseert de cel zo’n 50 à 60 eigen events per jaar, van de Ladies Fair of de Story Awards tot teambuildings van teams van De Persgroep Publishing.  Opvallend: zelden werkt het samen met eventbureaus.“Ik mis bij hen kennis van het merk en de feeling ermee”, besluit Keirens. “Als je het zelf doet, kan je de identiteit van het merk veel beter bewaken.”

Lees ook de verhalen van andere magazine-makers terug:

IDG logos

Hoe de uitgever van Computerworld zowat alles juist doet

Het klinkt als een contradictio in terminis: een print magazine voor computernerds. En toch blaast Computerworld volgend jaar 50 (!) kaarsjes uit. Meer nog, moederhuis IDG is by far marktleider in IT-media. De reden? Ze doen zowat alles juist: van focussen op een segment, over het inzetten van technologie om je lezers steeds beter te leren kennen tot het uitbouwen van magazinetitels tot multimediale merken.

Computerworld is een begrip in kringen van ICT-geeks, veelal professionals, maar ook gewone enthousiastelingen. Ook in ons land kent het merk een rijke geschiedenis. Het werd een tijdje (louter online) uitgegeven door Best of Publishing, maar al enkele jaren linkt de url door IT Professional, een van de titels van Minoc Media Services. In Nederland heeft uitgever IDG een eigen afdeling en is het blad ook in print verkrijgbaar.

Om maar te zeggen, Computerworld is, net als vele andere titels van IDG, een internationale referentie. De groep is internationaal actief in maar liefst 97 landen. Dat niet alleen met een print magazine en websites, maar ook – en steeds meer – met onderzoeken in opdracht van merken en met eigen events. Een blik op de internationale site leert dat het er jaarlijkse tientallen internationale en vele honderden nationale zijn, verspreid over maar liefst 5 continenten.

IDG.tv is het meest recente paradepaardje van de uitgever van Computerworld. Hier wordt over de afzonderlijke titels heen alle videocontent verzameld.

Van maandblad tot tabloïd

Omdat ze ICT-professionals op zowat elke denkbare manier bereiken, zijn ze wereldwijd dé referentie voor informatie en insights over het thema geworden. De andere grote succesfactor is zonder twijfel hun focus op een specifiek segment, in hun geval ICT en daarbinnen de informatie naar professionals. Die focus levert hen enkele gespecialiseerde mediamerken op, die in elk land de markt op de best mogelijke manier mogen benaderen.

De ruimte voor lokale inbreng levert trouwens soms opvallende gevolgen op. Zo is Computer Sweden, de Zweedse editie van Computerworld, de grootste uitgave in Europa. Dat doet het niet met een maandblad, maar met een ochtendkrant op tabloïd die twee keer per week verspreid. Oplage: 40.000 exemplaren.

Wetenschap zelf gebruiken

Niet toevallig is de redactionele invulling van Computerworld en de andere IDG-titels voor een stuk gebaseerd op wetenschap. Met tal van analysetools wordt het gedrag van de doelgroep steeds gedetailleerder in kaart gebracht. Om zo binnen een internationale en multimerkencontext de juiste boodschap bij de juiste persoon te kunnen brengen. Informatie die uiteraard ook de adverteerders ten goede komt.

Om de cirkel helemaal volledig te maken is Computerworld-moeder IDG trouwens ook betrokken in IDG Ventures, een durfkapitaalfonds dat investeert in startende IT-ondernemingen én hen via advertenties in de bladen en op de website laat meegenieten van het gigantische bereik dat de titels van de groep hebben.

Hoewel computermagazines er uiteraard als de kippen bij waren om internet te omarmen en vele printmerken al snel zijn overgestapt naar digitaal, gebruikt IDG in zijn portfolio juist de kracht van alle platformen tezamen om de internationale referentie te zijn en te blijven. Duidelijk geen verkeerde beslissing.

Ciné-Télé-Revue

Ciné-Télé-Revue laat lezers winkelen met korting

Mode, magazines en shopping: ze horen bij elkaar als boter, kaas en eieren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat magazinemerken succesvolle events organiseren die deze drie elementen bijeenbrengen. Zo doet Ciné-Télé-Revue dat met zijn Journée du Shopping, in samenwerking met andere mediamerken als Nina en BelRTL (radio, web en TV).

De grote winkelactie onder de naam La Journée du Shopping geeft klanten interessante kortingen in tal van winkels. Uiteraard moeten ze daarvoor in het bezit zijn van de speciale shoppingkaart die via Ciné-Télé-Revue verspreid wordt.

Onderstaande presentatie geeft meer details. IP Media heeft ook een onderzoek gedaan onder de deelnemers aan de meest recente shoppingdag op 19 mei. De resultaten hiervan kunnen bij IP Media opgevraagd worden.

Event : Flair Shopping Day

Trend: events van magazinemerken

Magazinemerken organiseren al sinds jaar en dag evenementen voor hun lezers. Adverteerders kunnen zich simpelweg door sponsering aan een event verbinden. Een voorbeeld hiervan zijn trouwe sponsors Audi, ING en BDO van de verkiezing van de ‘Manager van het Jaar’ (Roularta).

Ondanks dat events van magazinemerken geen nieuw fenomeen zijn, zien we hier wel een echte trend in voor de komende jaren. Deze sluit namelijk aan bij de opmars van de zogenaamde ‘experience’-economie.

Eigen ervaring maakt altijd een veel diepere indruk dan welke andere communicatie ook. Merken ontdekken dat het oude adagio van Benjamin Franklin (“Tell me and I forget, … Involve me and I learn”) voor jongere generaties alleen maar meer waarheidsgehalte krijgt. In een steeds digitalere wereld worden menselijke contacten bovendien zeldzamer en dus kostbaarder. Consumenten zijn op zoek naar ‘echte’ en betekenisvolle ervaringen in hun vrije tijd. Media zijn in staat om die te bieden vanuit de unieke merkbeleving.

Het linken van een merk aan een ‘beleving’, dat is zonder twijfel dé troef van events. Consumenten stappen fysiek in de wereld van hun favoriete mediamerk en worden ondergedompeld in aangename ervaringen. Deze positieve associaties versterken en verrijken de relatie tussen merk en merkfan. Een adverteerder kan de wereld kiezen die het dichtst bij de eigen merkwaarden ligt, of dat nu Humo, Trends, Che of Libelle is.

De samenwerking kan dan ook veel verder gaan dan sponsoring, namelijk door de adverteerder te integreren in het event en zijn eigen content te laten brengen. Op de Libelle Winterfair bieden sponsors/ adverteerders workshops of infosessies. Ook bij de Persgroep Publishing gaat het die richting uit met deze dagen weer de Goed Gevoel Ladies Fair (15-17 april 2016).

“We gaan samen zoeken welke unieke belevenis we consumenten kunnen geven”,

zegt Nora Vanderschrick over deze manier van werken.

Wanneer het gaat om dit soort ‘beurzen’ is de adverteerder direct onderdeel van een belangrijke fase van het aankoopproces; dat alles binnen de belevingswereld van het mediamerk.

Een andere mogelijkheid is het organiseren van een event voor een specifieke adverteerder vanuit een magazine. Daarbij maakt een adverteerder gebruik van de vaste trouwe ‘community’ en de sterke band die lezers/bezoekers met hun favoriete magazinemerk hebben. Uiteraard is het hier voor alle partijen, adverteerder, magazine en lezer, van belang dat de merken bij elkaar passen en elkaar aanvullen. Het evenement moet de juiste kwaliteit en content bieden en de bezoekers met een tevreden gevoel weer huiswaarts laten gaan.

Meer lezen over trends in magazine media? Klik hier