Surf naar

WeMedia
Digital Ad Trust Belgium logo

Eerste marktplaats voor DAT-labels in Google DV360

Digital Ad Trust logoDe eerste 11 Belgische nieuws-sites met het kwaliteitslabel Digital Ad Trust Belgium voor display zijn nu ook verzameld te koop op Google’s marketingplatform voor programmatische aankopen, de zogeheten Google DV360. Dat is het resultaat van een samenwerking met Google om deze sites te groeperen in een kwaliteitsvolle marktplaats.

Lees ook: DAT BELGIUM: start audits 2020

Sinds de federatie van Belgische uitgevers, WE MEDIA en de federatie van adverteerders, UBA, een jaar geleden de handen in elkaar sloegen voor Digital Ad Trust Belgium draait alles meer dan ooit om de kwaliteit en transparantie van de Belgische nieuwssites.

Google brengt perfomantie mee onder de aandacht

UBA en WE MEDIA Digital willen dat de gelabelde sites van Belgische uitgevers ook uitblinken in de programmatische aankopen. Ook Google wil die performantie mee onder de aandacht brengen door ze apart gegroepeerd te koop aan te bieden: “ Wij vinden het belangrijk dat de adverteerders op een gemakkelijk toegankelijke manier hun weg vinden naar de juiste omgeving waarin ze campagne willen voeren”, vertelt Katya Degrieck, Head of Publishers Revenue and News Northern Europe. Volgens Google gaat het om een bereik van 9,3 mio unieke users en 420 mio impressies.

WE MEDIA kijkt erg uit naar deze samenwerking met Google: “De Belgische uitgevers zijn tevreden dat hun inspanningen voor kwaliteit een duidelijk zichtbare vitrine krijgen op de markt.” Zegt Thierry Hugot, voorzitter van WE MEDIA Digital en commercieel en marketing directeur van de Groupe Rossel.

De eerste Belgische nieuwssites die investeerden in de nieuwe DAT-gelabelde marktplaats kregen na een streng auditproces het DAT kwaliteitslabel toegekend. Dat garandeert  een veilige, transparante en betrouwbare omgeving waarin respect en bescherming van consumenten en merken centraal staan.

“Dit is een belangrijke stap voor ons advertentielandschap” zegt Chris Van Roey, CEO van UBA.

“Het aspect vertrouwen en kwaliteit krijgt een prominente herkenbare plaats op de markt,” aldus de adverteerders.

De samenwerking tussen uitgevers, adverteerders, media agentschappen en (technologie)partners is cruciaal om het kwaliteitsvol ecosysteem onder auspiciën van Digital Ad Trust Belgium te laten evolueren tot een vaste waarde in het Belgische medialandschap.

Geïnteresseerden kunnen een aanvraag voor een volgende golf van audits voor klassieke display indienen via het formulier op de website (www.digitaladtrust.be) tot en met 22 mei 2020.

Binnenkort zal DAT Belgium ook een kwaliteitslabel voor video klaar hebben waar ook de federatie van de audiovisuele regies, VIA, zijn steun aan verleent om dit label te verkrijgen en mee in de markt te zetten.

Contact: Siska Truyman – st@siskatruyman.com

Gerelateerde artikels:

GAFA

De problematische relatie van uitgevers en platforms

Tijdens de MAGnify sofa sessie zei Harry Demey: “Google en Facebook die beschouwen ons niet als een partner” (in de video hier vanaf min. 35.05). Hij vervolgde dat de grote platforms het liefst zouden zien dat er geen lokale media meer zijn. “We moeten niet naïef zijn”. Maar klopt dat wel? Hoe ongemakkelijk en complex is de relatie tussen uitgevers en de techbedrijven met hun platforms?

Vrijanden?

Techbedrijven disrupteren de mediawereld en tonen tegelijkertijd om uiteenlopende redenen steeds meer belangstelling voor uitgevers en hun content. Ze willen geen uitgever genoemd worden, maar verdienen wel gretig aan gedeelde kwaliteitscontent. Inmiddels kopen sommigen, zoals Google, zelf mediabedrijven op, onder andere om te leren hoe ze content beter kunnen monetiseren (een recent voorbeeld hier).

Facebook aarzelde begin 2018 overigens niet om het algoritme zodanig in het nadeel van mediacontent (ten faveure van UCG) te wijzigen, dat het leidde tot het ter ziele gaan van mediamerken. Sinds vorige week lijkt het platform een poging te doen om de relatie met (nieuws)uitgevers te herstellen. Het lanceerde Facebook News, waarbij het bedrijf nieuwsuitgevers voor content betaalt, om de nieuwsfunctie van het sociale mediaplatform te herstellen.

Iedereen is voor reach gegaan

Anderzijds zijn uitgevers steeds naarstig op zoek naar nieuwe mogelijkheden om hun content en producten te monetiseren en komen ze in hun zoektocht naar bereik vanzelf bij de giganten van het internet uit. Zoals Eva Van Driessche in de sofa sessie zei: “Iedereen is voor reach gegaan” (kijk hier vanaf min. 27.09). Dat is niet zo verwonderlijk in een tijd dat nieuws- en magazine media bereik en reclame-inkomsten bleven verliezen aan Facebook, Google en consorten. (Overigens zijn de reclame-inkomsten altijd veel harder gedaald dan het bereik. Lees hierover ook dit artikel: Media Mix uit balans)

Wat heeft dit opgeleverd? Verlies van controle over de eigen content zonder dat daar veel financiële beloning tegenover staat. Het leidde wel tot verzwakking van de zo belangrijke band met het eigen publiek en grotere kwetsbaarheid van de merken (o.a. door fraude, privacy en brand safety issues), alsook tot een generatie lezers die gewend is geraakt aan gratis content (lees ook: Digital natives meest bereid te betalen voor online journalistiek). Die laatste tendens verandert weer met de opkomst van de deeleconomie waardoor de digital natives liever betalen voor toegang tot kwaliteit zonder reclame (Spotify, Netflix) dan voor bezit.

Platforms hebben kwaliteitscontent nodig

Gezien deze trend, de sterke opkomst van adblockers en de buitenproportioneel dalende reclame-inkomsten mag de koerswijziging van uitgevers van de afgelopen jaren naar consumenten geen verrassing zijn. Alle sterke internationale mediamerken hebben inmiddels op een of andere manier hun content achter een betaalmuur, abonnement of lidmaatschap gestoken. Maar alleen daarmee gaan de meeste media het niet redden om kwaliteitsjournalistiek te kunnen blijven produceren.

Het belang van de grote platforms bij kwaliteitscontent komt ondertussen tot uitdrukking in het ontstaan van verschillende initiatieven om uitgevers aan zich te binden: Apple News (Plus), Google AMP, Facebook Instant Articles, Facebook Live, Facebook News, Amazon Associates en de jongste loot aan de stam: Amazon’s Onsite Associates Program. Deze laatste heeft als doel om productreviews (lees ook: Fake reviews fataal voor omzet van merken) van gerenommeerde mediamerken te plaatsen op Amazon. De uitgevers delen in de verkoop van producten en verliezen daarmee onmiddellijk hun onafhankelijkheid en op termijn hun belangrijkste asset: geloofwaardigheid.

Verlies van controle, data en inkomsten

Het probleem met al deze initiatieven is dat uitgevers controle verliezen over hun content en nog erger: de data die daaruit gewonnen kan worden. Terwijl de druk op uitgevers om kwaliteit te produceren toeneemt, verdwijnen de daartoe benodigde middelen uit reclame en consumentenomzet alsmede de data op allerlei manieren richting de grote platforms. Facebook en Google halen nu al 80% van de online reclamemarkt binnen.

Hoewel de grote platforms niet de bron van alle kwaad zijn, uitgevers hebben zichzelf ook een en ander te verwijten, is de afhankelijkheid van met name nieuwsuitgevers van de wispelturigheid van algoritmen een groot probleem. Het lijkt welhaast een onstuitbare negatieve spiraal die uiteindelijk kan leiden tot het uitkomen van de uitspraak van Harry Demey: “Deep down zouden die het liefst geen lokale titels zien, geen media-agentschappen en geen creatieve bureaus”.

Zowel Apple, Google, als Facebook maken nu verzoenende geluiden en starten initiatieven (zoals Facebook News en Apple News Plus) die de verhouding met uitgevers verandert. Google is echter wel zo eerlijk om te bekennen dat ze geen altruïstische motieven hebben, terwijl Apple wederom vergaande eisen stelt (50% van abonnementeninkomsten). “We moeten waakzaam blijven”, waarschuwde Eva Van Driessche dan ook terecht. (bekijk de hele discussie hier).

Bronnen: Digiday, Digiday, NYTimes

Lees ook:

Banner illustration Digiday

GAFA: wanneer krijgen ze de rekening gepresenteerd?

De grote digitale spelers onttrekken zoveel reclamegeld aan de markt (80-90%) dat er voor andere partijen (te) weinig overblijft om van te bestaan. Nu de nieuwe richtlijn voor auteursrecht door de EU is weggestemd (lees dit artikel hierover), moeten uitgevers nog wat langer toezien hoe Facebook en Google blijven ontkennen dat ze uitgevers zijn, onderwijl content van derden te gelde makend. Wat is de invloed op de rijkdom en diversiteit van ons medialandschap? Met die vraag komt een andere, nog fundamentelere discussie ter tafel: het belang van media voor onze maatschappij en voor de democratie.

Read this: Facebook is hitting publishers where it hurts: here’s what you can do

Goede journalistiek moet de vierde macht zijn, maar die kwaliteit kost geld, iets dat in de huidige markt onvoldoende door het advertentiemodel  gegenereerd kan worden. Bovendien moeten mensen de media dan ook nog vertrouwen en dat vertrouwen wordt door alle problemen met sociale media zeer sterk op de proef gesteld.

Bedreiging voor de democratie

De Edelman Trust Barometer 2017 toont aan dat zowel het vertrouwen in sociale media als in de mening van andere mensen wereldwijd een dieptepunt bereikt. Mensen stellen hun vertrouwen gelukkig wel meer in traditionele media en journalisten, zoals eind vorig jaar overigens ook al uit het Kantar onderzoek “Trust in News” bleek.

The Economist noemde sociale media zelfs een mogelijke bedreiging voor onze liberale democratie. De enorme invloed die de platformen hebben, de psychologie erachter en de verslavende werking ervan, maken het tot een instrument, een wapen misschien zelfs, in de internationale politiek. Het meest prominente voorbeeld is de inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. Geen wonder dat de Sillicon Valley-bazen hun kinderen niet op sociale media laten.

Lees ook: ‘Fake news’ is goed nieuws voor vertrouwen in traditionele media

Voor magazine-uitgevers lijkt de dominantie van de duopolie Facebook-Google de zoektocht naar andere inkomsten noodgedwongen in een stroomversnelling te brengen. Maar ze zitten in een lastig parket. Zoals Jeff Jarvis het uitdrukte: aan de ene kant een brandend huis, dat van print, waar de uitgevers nog in moeten wonen (lees: hun belangrijkste inkomstenbron). Aan de andere kant een huis dat nog in aanbouw is, dat van digitaal (met onvoldoende inkomsten). Waarin moeten ze investeren? Wat gaat op de lange termijn het voortbestaan verzekeren?

Zuckerbergs zwaard

Van de kant van Facebook hoeven uitgevers op dit moment geen steun te verwachten. Als reactie op alle fake news en veiligheidsproblemen heeft het platform in januari een aantal maatregelen doorgevoerd, die de media op verschillende manieren hard treffen. Door het algoritme te wijzigen zullen Facebookgebruikers wereldwijd namelijk veel minder posts te zien krijgen van media en merken. Posts van vrienden krijgen voorrang, volgens Mark Zuckerberg, om de gebruikservaring te verbeteren: ‘meer relevante content en betekenisvollere sociale interacties’. Mensen zullen minder, maar waardevollere tijd op Facebook besteden.

Daarnaast heeft de CEO van ’s werelds grootste sociale medium aangekondigd te gaan onderzoeken welke bronnen betrouwbaar zijn door de gebruikers ernaar te vragen. En dat terwijl 62% van de mensen aangeeft het verschil niet te zien tussen betrouwbare journalistiek en fake news (Edelman). Wie gaat trouwens de objectiviteit van de gebruikers beoordelen? Facebook wil blijkbaar externe experts buiten de deur houden (i.t.t. Google en Twitter).

“We have to ask ourselves; do we want Facebook (users) to be arbiters of truth?”

zei Rachel Botsman tijdens een World Economic Forum panel in Davos.

Zoals vakvereniging VDZ in Duitsland het uitdrukt: met een pennestreek ontzegt Zuckerberg uitgevers (en merken) het vrije toegangsrecht op een marktdominant platform met 2,07 miljard leden (waarvan meer dan 7 miljoen in België).

Kwetsbaardere uitgevers

Een onbedoeld negatief effect van deze ingrepen zou kunnen zijn dat het uitgevers kwetsbaarder maakt voor ad fraude, juist datgene wat alle partijen graag willen voorkomen. Met name kleinere uitgevers en degenen die sterk afhankelijk zijn van hun community (en organisch bereik) en doorverwijzingen van sociale media worden bedreigd in hun voortbestaan door de maatregelen. Sommige titels hebben hierdoor te maken met een engagementdaling van 60-80%.

Lees ook: Group M: adverteerders hebben magazines zwaar ondergewaardeerd

De verleiding om zogenaamde ‘traffic resellers’ in te schakelen die het verlies van zichtbaarheid en clicks compenseren wordt dan te groot, zeggen sommige experts. Over het algemeen gaat het daarbij namelijk om goedkope traffic van slechte kwaliteit. Zo lang hoge aantallen page views en clicks nog de enige of belangrijkste maatstaven zijn voor succes en daaraan gekoppelde inkomsten, blijft dit probleem bestaan.

Zijn uitgevers te afhankelijk van Facebook?

Overigens was er ook in 2017 al een duidelijk negatieve trend in de relatie tussen Facebook en uitgevers, minder dramatisch gebracht en daardoor ook minder opvallend. Maar door veranderingen in het Facebook-algoritme ten voordele van user generated content, daalde voor uitgevers het aandeel doorverwijzingen (referral rates) van Facebook afgelopen jaar al van 40% naar 26% (meer toelichting hier). Google steeg van 34% naar 44%. En Buzzfeed meldt dat ook Twitter zich een steeds belangrijkere rol voor uitgevers toe-eigent.

De grote vraag is of uitgevers te afhankelijk geworden zijn van Facebook. Dit is wellicht het moment om de focus te verleggen naar inkomsten uit de lezersmarkt en businessmodellen zonder (veel) advertentie-inkomsten. Nieuwe technologie zal op relatief korte termijn steeds meer mogelijk maken op dit gebied. De afgelopen jaren zijn uitgevers geobsedeerd geweest met het volgen van hun publiek naar nieuwe platformen en uitvinden hoe hen daar opnieuw te bereiken. Misschien zijn ze in de jacht op likes en clicks hun echte fans, die voor kwaliteit en voeding van hun passie willen betalen, zelfs een beetje uit het oog verloren?

Lees ook: Als reclame overbodig wordt…

Of schiet Facebook zijn doel voorbij?

Hoe afhankelijk is Facebook van de media? Schiet het zichzelf in de voet met dit algoritme door gebruikers minder kwaliteitscontent te brengen? De Zwitserse uitgever van Le Temps zei onlangs: “Facebook zal dit jaar extra inspanningen moeten leveren om kwaliteitscontent te valoriseren in zijn algoritmes. Daarvoor heeft de internet-mogol de media hard nodig, want adverteerders zijn niet bereid om veel geld te betalen voor Facebook-aanwezigheid om vervolgens in een ongunstige of schadelijke omgeving terecht te komen van fake news, animated gifs en kattenvideo’s. Dus hebben ze ons nodig en dat beginnen ze te beseffen.”

Voorlopig is daar echter weinig van te merken. We zullen moeten afwachten hoe Facebook-gebruikers reageren op het nieuwe algoritme en het ontbreken van journalistiek in hun newsfeed. In de tussentijd beschouwen magazine-uitgevers het hernieuwde vertrouwen van het publiek beter als een teken dat ze met betaalde kwaliteitscontent de juiste weg zijn ingeslagen.

Bronnen: Digiday, FIPP, WARC, The Guardian, VDZ, www.inaglobal.fr

Gerelateerde artikels:

portrait Brice le Blévennec CEO Emakina

Euh… Visual search?

Tegenwoordig worden we overstelpt met nieuwe vaktermen, vaak gelinkt aan technologie. Maar waarvoor staan ze juist? En wat kunt u ermee? Magazine Media is graag uw gids en laat experts ter zake aan het woord. Zoals Brice le Blévennec, CEO van Emakina. Hij legt uit waarom visual search ineens ‘hot’ is.

Andere nieuwe vaktermen verklaard:
BlockchainArtificial IntelligenceFirst, second & third party dataBrand purpose, Voice first

Kunt u visual search kort omschrijven?

Visual search is het zoeken op basis van foto’s. Google biedt dit al pakweg tien jaar aan. Je kan er zoeken naar foto’s, maar ook foto’s met elkaar vergelijken. Weinig revolutionairs…

Waarom blijft het een trend in 2018?

Het wordt opnieuw een trend. Dat heeft alles te maken met de aankondiging van Google Lens, een app of ‘slimme camera’. Met je camera kan je een object detecteren, waarna Google je op basis van het beeld zoekresultaten geeft.

visual search

Waar voice in mijn ogen eerder niche zal blijven – iedereen hoort immers wat je zegt – denk ik dat de kansen van visual search groter zijn. Bijvoorbeeld bij kledij en mode. Wanneer je in de winkel een broek ziet, kan je ze fotograferen en kijken of je ze online goedkoper vindt…

Welke toepassingen met magazine media ziet u?

Die liggen in dezelfde lijn. Wanneer je een foto in een magazine ‘scant’, zou je meteen een link naar het product kunnen krijgen. In die zin zou visual search QR-codes kunnen vervangen. Dat hele gedoe is toch veel te complex, waardoor mensen afhaken. Bij visual search is de gebruikservaring veel natuurlijker.

Deze mogelijkheden zie ik bij magazines. Bij magazinesites heb je die troef natuurlijk niet nodig. Daar leg je gewoon een link.

Brice le Blévennec, CEO van Emakina

Meer lezen?

Facebook vs Google

Who is publishers’ best friend: Google or Facebook?

In January of this year it was Facebook, providing nearly 40% of external traffic for web publishers. Then they changed their algorithm to favour user generated content and referral rates dropped to 26%. Google started 2017 with a share of 34% and now generate 44% of publishers’ external traffic.

Parse.ly data (coming from 2,500 publishers worldwide using their analytics services) shows how fickle friendship from the internet giants is. Every small change may result in huge consequences for web publishers.

Graph Pageviews Google vs Facebook

What happened in 2017?

There are a few obvious reasons for the changes in external traffic share of the duopoly:

  1. As mentioned above Facebook is constantly updating its news feed algorithm and any changes to the way Facebook surfaces stories could have far-reaching effects on publishers.
  2. Facebook’s “Instant Articles” feature has declined in importance for external traffic
  3. There’s been a broad move toward publishing video directly on Facebook, which could affect how many links to web stories publishers put on their Facebook pages. Any algorithms on Facebook that prioritize native video over text links could have an effect, too.
  4. Google’s AMP — accelerated mobile pages — feature, which also hosts publishers’ content directly on Google’s servers, has become more important. AMP stories — typically from news publishers — are surfaced at the top of mobile search results as “Top Stories,” which drives clicks.

Graph Facebook IA vs Google AMP

Source: Recode

Facebook- Google logos

Duopolie Google-Facebook schiet in actie

Na alle commotie rond ad blockers, ad fraude en het logisch gevolg daarvan (verdwijnen digitale budgetten) komen de twee digitale reuzen, Google en Facebook, nu in actie. Google door een filter in te stellen op ‘irritante’ advertenties en Facebook door de kliks die per ongeluk gemaakt worden (fat finger), niet meer mee te tellen.

You’ve got mail. Van Google

Google is de zelfbenoemde held die vanaf volgend jaar irritante advertenties blokkeert in Chrome, de populaire internetbrowser. In aanloop daarnaartoe stuurt het bedrijf ongeveer 1.000 mails naar online uitgevers  met de waarschuwing dat ze “zeer irriterende, misleidende of beschadigende” advertenties tonen. Deze zijn in overtreding met ‘The Better Ads Standard’, een initiatief van de sector dat is voortgekomen uit de Coalition for Better Ads.

The Better Ads Standard

Deze Coalitie vroeg afgelopen maart aan 25.000 mensen in de Verenigde Staten en Europa om 104 verschillende reclame-ervaringen op desktop en mobile te beoordelen. Tot grote schrik van de leden bleken consumenten pop-ups, autoplay video’s met geluid, teveel advertenties tegelijk en andere onvriendelijke ervaringen niet te waarderen.

Google wijst uitgevers in de mail op zijn Ad Experience Report, waar zij hun websites kunnen testen en achterhalen welke advertenties verwijderd zouden moeten worden. Uitgevers krijgen in een video te zien wat hun overtredingen precies zijn. Google heeft inmiddels ongeveer 100.000 websites bekeken en minder dan 1% bleek niet aan de standaard te voldoen, waarvan 40% in Noord-Amerika en 60% in Europa. Vrijwel alle overtredingen op desktop hebben te maken met het gebruik van pop-up advertenties (97%, tegenover 54% op mobiele sites).

Facebook pakt dikke duimen aan

Facebook gaat ondertussen aan de slag met accidentele kliks en zal adverteerders in zijn Facebook Audience Network (FAN)* niet meer laten betalen voor kliks waar binnen 2 seconden op teruggekomen wordt. Dat is een duidelijk signaal dat de banner per ongeluk is aangeklikt, aldus Facebook zelf. Het sociale netwerk gaat ook nieuwe eisen stellen aan advertentieformats, zodat deze minder snel een klik registeren en mensen doorsturen naar een andere pagina.

Sommige uitgevers blijken doorklikken te gemakkelijk te maken. Meestal in de hoop om hun inkomsten van ‘pay-per-click’ te boosten. Een accidentele klik is snel gemaakt, vooral met een pop-up bij spelletjes die gespeeld worden door op het scherm te tikken. Kwalitatieve uitgevers richten zich inmiddels meer en meer naar andere resultaten, zoals sales downloads, store traffic, maar veel inkopers kijken toch nog altijd niet verder dan het aantal kliks en CPC. Ook gaat dat op langere termijn ten koste van de merken van hun opdrachtgevers.

Facebook heeft recentelijk veel kritiek gekregen dat het niet transparant genoeg is en dit lijkt dan ook vooral een eerste, imago-verbeterende actie. Eerder een afleidingsmanoeuvre van de echte problematiek rond de juiste metrics, volgens sommigen in de markt.

Google en Facebook maken deel uit van de Coalition for Better Ads; samen met o.a. Procter & Gamble, Unilever, The Washington Post, the Interactive Advertising Bureau, GroupM en de Association of National Advertisers.

Lees ook:

*FAN, is een advertentienetwerk dat gebruikt wordt door apps, games en uitgevers. Facebook verkoopt eigen inventory aan de leden, maar laat ze ook bereik genereren buiten het sociale network.  

 

Facebook print ad

To be more successful online, use print

Submitted by: Print Power 12/06/2017

Facebook print adPrint Power, the campaign that promotes the use of print in multi-channel marketing, continues to remind Europe’s top brands and agencies of its credibility and authenticity – not just for traditional companies, but increasingly for online brands.

This was seen most recently in a print advert placed in a number of daily newspapers by Facebook, offering tips on how to spot fake news.

The social media giant has been criticised for its role in the spread of false information and needed to reassure its users that it was taking action. But rather than use its own vast digital platform to inform people, it turned to print to give its message a vital degree of accuracy and trust.

This use of print by online and technology giants is now widespread, with many companies who have built their vast fortunes on digital using newspaper and magazine advertising, as well as direct mail, door drop, catalogues and outdoor, to give their brands a physical presence. Amazon, Google, Apple, LinkedIn, Expedia, and even Uber, have all used print to spread their marketing messages.

Some digital firms have gone further, publishing their own print magazines to reach an audience keen to sit back and consume the branded content at their own pace. The global room rental site Airbnb have recently partnered with Hearst Magazines to produce Airbnbmag, a travel magazine driven by trends and insights from the Airbnb community of hosts and travellers.

“Travellers around the world are constantly looking for new inspiration and insight,” said Brian Chesky, CEO of Airbnb. “Our community will provide the perfect lens for readers of Airbnbmag to discover the world, learn about new neighborhoods and hear great stories.”

There’s also a trend for successful websites and blogs to use their huge online presence to transfer into print success. In 2014, luxury fashion website Net a Porter launched Porter, a glossy magazine that now competes on the newsstand with Vogue and Elle with monthly sales of over 170,000. Meanwhile, Magnolia Market, a Texas farm shop featured on US reality show Fixer Upper, used their TV audience and 4.7 million Instagram followers to launch their own magazine, The Magnolia Journal, which now sells over a million copies per month.

Whether getting an important message across or using existing audiences to push their brands further, it’s clear that digital companies are understanding the power of print.

Fact: The Magnolia Journal sold 1,000,000 copies in one month.

Cover Magnolia magazine

Source: Print Power

Sony VR headset

VR: hype of money maker?

Volgens Mark Zuckerberg is Virtual Reality de grootste innovatie sinds het internet. Het zal gaming, sociale media en mediaconsumptie beïnvloeden. VR is de nieuwe hype, dat is duidelijk. Met de lancering van Sony’s PlayStation VR (oktober 2016) lijkt er aan consumentenkant ook een doorbraak te zijn, want de headset ging al bijna 1 miljoen keer over de toonbank en was overal meteen uitverkocht. En dat terwijl het nieuwe apparaat nog niet eens wereldwijd verkrijgbaar is. Voor mediaconsumptie en sociale media rijzen er inmiddels twijfels. Geld verdienen aan VR blijkt nog altijd zeer lastig.

Terwijl grote internationale uitgevers (o.a. Conde Nast, Time Inc., The New York Times) volop experimenteren met 360° video en VR, zeggen experts dat zij zich beter zouden focussen op AR, Augmented Reality. Virtual Reality is een hype en geen ‘money maker’ voor mediabedrijven. Het is gemakkelijk gezegd dat iedereen ‘maar 5$ verwijderd is van een Google Cardboard headset’, maar de realiteit is weerbarstiger. Het VR-publiek blijft voorlopig klein en content is prijzig om te produceren.

Virtual Reality te duur

“Je moet bijna een reclamecampagne opzetten, enkel en alleen om mensen te laten weten dat je Virtual Reality gebruikt,” zegt Jerry Daykin, global digital partner bij Carat UK.

Volgens Stephen Masiclat van The S.I. Newhouse School of Public Communication zijn er nog enorme barrières te overwinnen voordat het brede publiek VR adopteert als (social) mediaplatform. Een echte VR-ervaring (360° video) heeft namelijk enorme opslag- en processingcapaciteit nodig, wat voor vrijwel alle uitgevers een veel te grote investering vraagt. Daarnaast ziet Masiclat geen snelle adoptie van VR (behalve in gaming), omdat het gebruiksgemak en daarmee de gebruiksfrequentie niet voldoende is.

Veel VR-cases van uitgevers zijn samenwerkingen met grote merken (o.a. Google, Cadbury, Etihad), waarbij de kosten voor ontwikkeling van content bij het merk liggen. Uitgevers leveren vooral het publiek (en eventueel het distributiekanaal van de viewers), een vergelijkbaar scenario zoals bij native advertising en volgens Masiclat ook de enige juiste manier om op dit moment op VR in te zetten.

AR binnen bereik van uitgevers

Augmented Reality is daarentegen gemakkelijk in gebruik en relatief goedkoop te produceren, waardoor een groot publiek frequent bereikt kan worden (voorbeeld: Pokémon Go). Monetiseren van AR-content ligt dus wel binnen bereik van uitgevers. AR apps verzamelen bovendien waardevolle gebruikersdata (locatie, camera, gedrag, profiel, etc.).

Uitgevers kunnen daarmee een reëel consumentenprobleem oplossen: uit de enorme informatiestromen de actuele, relevante en nuttige content selecteren en die op het gewenste moment toegankelijk maken. Mediabedrijven zouden  dan ook beter investeren in cloud data storage en analytics tools dan in dure Virtual Reality-experimenten.

Bron: Pub Exec, Digiday

Meer lezen over VR en AR?

Data complexity

Top 3 data trends

Data is de nieuwe goudmijn in marketing en media. Ze verzamelen is geen probleem: er is eerder teveel dan te weinig voorhanden. Maar hoe doe je er iets zinnigs mee? Consumenten echt bereiken en engageren bijvoorbeeld, je strategie bijsturen, je dienst personaliseren of je (magazine)merk nog beter afstemmen op de wensen van de doelgroep. Dat is de uitdaging waar adverteerders, hun bureaus en de media wereldwijd voor staan.

De belangrijkste trends in data die effect hadden op marketing in 2016:

  1. The Consumer ID Movement

Het maakt niet meer uit hoe of waar de interacties met je merk plaatsvinden: van mobile tot winkelaankoop weten adverteerders nu welke actie door welke consument is uitgevoerd.

Het beste voorbeeld van deze trend is GroupM, dat in 2016 de hele WPP groep voorzag van toegang tot data van miljarden consumenten uit een groot aantal verschillende bronnen. Daarmee is het ‘cookie’-model ineens overbodig geworden. Dit legt de basis voor echte ‘people-based marketing’, één van de buzzwords van het moment.

Ook Dentsu Aegis zet stappen in deze richting: het kocht in 2016 Merkle, een bedrijf met veel ervaring in het bouwen van consumentendataprofielen voor cross-channel marketing. We kunnen in 2017 meer van deze acquisities en partnerships verwachten.

2. Data Sharing groeit

Facebook en Google laten zich nog altijd niet in de kaarten kijken als het om hun data gaat. Maar de discussie hierover werd in 2016 aangewakkerd door adverteerders en uitgevers, die toegang willen tot data die hun content/advertising genereert.

Telecombedrijven begeven zich ondertussen meer en meer op het pad van data-sharing met behulp van partnerships. Zij vergaren zelf enorm veel informatie, maar hebben de expertise van andere partijen nodig om dit om te zetten in inkomstenstromen.

Kredietkaart- en bankdata werden in 2016 toegankelijker voor marketeers ten gevolge van data-sharing partnerships, zoals die van Visa en Oracle. Deze samenwerking resulteerde o.a.  in nieuwe campagnemeetinstrumenten voor adverteerders.  Een ander bedrijf, Cardlytics, gebruikt nu anonieme aankoopdata van financiële instituten om insights voor partners te genereren.

3. Location Data Tracking

Allerlei locaties fungeren nu als data-verzamelpunten: winkels, restaurants, parken, luchthavens,  sportstadions, enz. Locatiesensoren (zoals een beacon) die met mobiele apparaten in de directe omgeving communiceren, zetten elke verplaatsing van consumenten in de fysieke wereld  om naar digitale data. Het aantal locatiedata-apparaten steeg in 2016 wereldwijd van 6,2 miljoen tot 11,8 miljoen.

Bron: AdAge

Meer lezen? A view of the post-cookie measurement battleground

Gerelateerde artikels:

Sir Martin Sorrell at DMEXCO 2016

Martin Sorrell Predicts The Ad Platforms To Rival Google & Facebook

WPP chief executive Sir Martin Sorrell was one of the key delegates at Dmexco 2016. In this video of The Drum, he shares his thoughts on some of the dynamics of the digital media sector. These include: Snapchat’s potential to break up the ‘duopoly’ of Google and Facebook the shifting spending patterns of WPP, and the pressing need for improved digital measurement.

WPP founder and chief executive Sir Martin Sorrell is the most prominent person in the advertising industry to urge caution over the increasing concentration of media investment within Facebook and Google (currently the two-biggest digital media owners by market share).

DMEXCO 2016 reported 50,000 delegates packed the Koelnmesse in Cologne, Germany, with those attending travelling from all over the world. Dmexco first earned its place at the top table of the conference circuit with those pushing programmatic advertising solutions in the advertising industry. It’s now attracting C-suite executives from some of the top names in the industry.

More information here