Surf naar

WeMedia
Batibouw 2021 logo en data

Hoe spring je er als bouwmerk uit wanneer Batibouw virtueel gaat?

Batibouw 2021 goes online. De grootste bouwbeurs kiest dit jaar noodgedwongen voor een andere aanpak. Benieuwd hoe bouwadverteerders daarop reageren en hoe magazines een belangrijkere rol kunnen opnemen…

Lees ook: Een jaar zonder autosalon: hoe doe je dat?

Eind februari en begin maart is voor adverteerders uit de bouw- en verbouwsector wat januari is voor de auto-adverteerders. In tegenstelling tot het Autosalon dat dit jaar niet plaatsvond wegens de coronacrisis, gaat Batibouw, de belangrijkste beurs voor bouwers en verbouwers, wel door, al is het een virtuele editie geworden. Organisator Fisa biedt van zaterdag 27 februari tot en met zondag 7 maart bezoekers een online platform aan met 200 exposanten. Er worden 150.000 bezoekers verwacht.

Hoewel er online heel wat productinformatie, foto’s, video’s en prijzen te vinden zijn en de bezoeker via een chatbot geleid wordt naar de bedrijven en producten waar hij interesse in heeft, is deze ervaring niet te vergelijken met een ‘echt’ salon. Daar kunnen individuele chatsessies en live video calls met vertegenwoordigers van elke exposant weinig aan verhelpen.

Bekendste en grootste bouwbeurs

Dat betekent gelukkig niet dat alle adverteerders wegblijven. Reynaers Aluminium is bijvoorbeeld wel aanwezig. “Van alle verschillende beursinitiatieven die gelanceerd zijn de voorbije maanden, schreven we ons enkel in voor Batibouw 2021 Virtual Edition”, aldus Stephanie Gross, marketing & communication manager Belux bij Reynaers Aluminium. “Het is nog altijd de bekendste en grootste bouwbeurs en we konden ons wel vinden in hun lead generation aanpak. Onze voornaamste doelstelling is namelijk bouwers en verbouwers in contact brengen met onze dealers en ze naar hun showrooms leiden. Onze deelname aan Batibouw past in een grotere campagne die bestaat uit een uitgebreid online luik en een stukje magazines.”

Extra visibiliteit via print

‘Een grotere campagne’. Het hoge woord is gevallen. Waar grotere ‘bouwmerken’ al jaren Batibouw als centrale draaischijf in een bredere aanpak gebruiken, zetten steeds meer bedrijven dit jaar die stap. Kwestie van de awareness voldoende te behouden en de klassieke promoties via genoeg wegen bekend te maken.

Naast online zijn een evident extra kanaal de bouwbladen. Sinds de overname van het tweetalige magazine ‘Ik ga Bouwen’ in 2020 is DPG Media de enige die specifieke expertise heeft in de bouw- en verbouwsector. In zijn portfolio zit ook nog de gespecialiseerde website Livios.be. DPG Media is dan ook bezig om de twee merken onder de business unit ‘Livios’ te brengen om aldus een sterk online aanbod uit te bouwen.

Traditioneel geeft Ik ga bouwen in februari dankzij Batibouw zijn belangrijkste nummer van het jaar uit. Dat telt dit keer respectievelijk 204 pagina’s (NL) en 212 pagina’s (FR). Op het programma stonden 60 trends en nieuwigheden. Naast de special bij DPG Media speelt ook Roularta in op Batibouw met een speciaal dossier ‘Bouwen en Verbouwen’ bij Knack Extra, die op 24 februari verscheen.

Het evenwicht tussen print en online

Geen toeval dus dat Reynaers Aluminium samen met onder meer Facq, Wienerberger en X²O in het Batibouwnummer van Ik ga bouwen investeerde. “We hebben extra ingezet op naamsbekendheid, omdat we dit jaar als merk wat minder visibiliteit hebben vanwege de annulering van de fysieke beurs”, zegt Stephanie Gross. “Via onze gatefold advertentie in Ik ga bouwen proberen we dit te verhogen. In de advertentie sporen we de lezer aan om een gratis inspiratieboek te downloaden en de Batibouw voorwaarden te ontdekken. Daar kunnen we dan weer aan lead generation doen.”

Daarnaast focust Reynaers Aluminium sterk op online kanalen, ook weer voor lead generation. Benieuwd welke andere merken voor deze mix opteren… Of hoe ze het ontbreken van een ‘echt’ Batibouw opvangen… Het antwoord vindt u in de magazines, websites en andere media van eind februari tot pakweg midden maart…

Gerelateerde artikels:

Bram Tack, portret

The Makers of Magazines: Bram Tack, fotograaf

“Magazines bieden me de mogelijkheid mijn werk nog eens terug te zien”

Achter één magazine zitten tientallen mensen. Sommigen, zoals de hoofdredacteur, genieten wat zichtbaarheid, anderen doen hun werk eerder in de schaduw. Zoals de fotograaf, wiens werk essentieel is om van een magazine te kunnen spreken. Ontdek het verhaal van freelance fotograaf Bram Tack.

“80 tot 90% van mijn werk zie ik nooit omdat het voor intern gebruik is. Bij magazines zie ik het wel terug en dat vind ik geweldig.” Bram Tack is freelance fotograaf en werken voor magazines springt er voor hem uit. Regelmatig zijn zijn reportages te bewonderen in Ik ga bouwen & renoveren en voor Humo doet hij af en toe assistentiewerk bij de covershoots.

Bram Tack is dan ook uitstekend geplaatst om zijn mening te geven over hoe foto’s in magazines aan bod komen. Hij vindt het alleszins een goede zaak dat beelden de afgelopen twintig jaar veel aan belang hebben gewonnen binnen lay-outs. “Voor mij is dat logisch”, verduidelijkt hij. “Een magazine moet een meerwaarde hebben, zeker sinds de komst van internet. Dat laatste is nog sterk op tekst gefocust en door hun focus op sterke beelden maken magazines het verschil. Ze zijn een eyecatcher, ook in de krantenwinkel om mensen te overtuigen een nummer te kopen. Magazines staan toch echt voor kwaliteit.”

Foto sneller dan video

Toch ziet hij nog vaak fouten in het gebruik van de beelden. “Mij stoort het als er budget is besteed aan een fotoreportage en die dan wordt aangevuld met enkele ‘slechte’ beelden die van internet zijn geplukt”, zegt hij. “En soms worden foto’s bijgesneden om in de lay-out te passen, maar gaat zo de compositie verloren. Maar misschien vallen die zaken enkel mij op…”

Een magazine met enkel foto’s zou Bram Tack toejuichen. “Dit af en toe doen lijkt me leuk als afwisseling”, klinkt het. “De Standaard deed het ooit en de editie van die krant kreeg toch heel wat aandacht. Enkel nummers met enkel foto’s lijken me dan weer geen goed plan. Te veel mensen houden van een goed artikel, een goede tekst.”

En video? Online wint bewegend beeld steeds meer  terrein. Het verbaast niet dat Bram Tack resoluut voor foto’s kiest:

“Foto’s zijn toch toegankelijker dan video, zeker op mobiele apparaten. Bovendien is de combinatie tekst-beeld een winnende combinatie. En je neemt een foto sneller in je op dan een video!”

Magazine-artikels ‘on demand’

Over de toekomst van magazines is het voor hem tasten in het duister. “Het mediagebruik wordt vluchtiger”, zegt hij. “Ik denk dus dat het aantal abonnementen zal teruglopen. Maar dat kan opgevangen worden door online artikels ‘on demand’ en tegen betaling aan te bieden, via Blendle bijvoorbeeld. Online hebben magazine-uitgevers trouwens nog wel wat stappen te zetten om de online en offline beleving mooi op elkaar te laten aansluiten.”

Zijn honger voor magazines zal het alvast niet aantasten. “Zelf verzamel ik magazines doorheen het jaar. Tijdens de vakantie haal ik mijn achterstand dan in.” Topper is en blijft Humo. “Omdat er zoveel verschillende zaken in staan. Je vindt altijd wel iets leuks of iets dat je interesseert. En ze besteden heel wat aandacht aan fotografie.”

Bram Tack, fotograaf

Bram Tack, portret

Lees ook de verhalen van andere magazine-makers terug:

Chief Editor’s Words: Eric Cloes (Beter Bouwen & Verbouwen, Ik ga Bouwen en Renoveren)

Via allerlei omzwervingen ben ik bij Ik ga Bouwen & Renoveren beland. Toen ik er aankwam in 2006, was er op de redactie niemand met kennis van en ervaring in de bouw. De kennis die ik als architect en bij bouwondernemingen had opgedaan, heeft enorm geholpen in het kiezen voor een duidelijke positionering. Van de directie kreeg ik carte blanche en dat heb ik enorm geapprecieerd. Het heeft ongetwijfeld mijn goesting aangewakkerd.

In maart 2014 kreeg die een extra boost. Toen kocht Roularta immers het concurrerende blad Beter bouwen & verbouwen. Waar velen dachten dat we deze titel zouden afbouwen en alles zouden inzetten op Ik ga Bouwen & Renoveren, hebben we net de omgekeerde beweging gemaakt. We hebben namelijk ook hier sterk gewerkt op de positionering, die nu zeer complementair is aan die van Ik ga Bouwen & Renoveren. Dat richt zich ook naar architecten en andere professionals en is zo dus zowel een B2B- als B2C-magazine. Onze aanwinst brengt net meer praktische info en is gericht naar mensen die een deel van een bouw of verbouwing zelf doen.

Een titel waar ik naar opkijk is Nest. Ik vind dat zij het heel slim gespeeld hebben. Hun fusie van Spijs & Drank met het blad van de Boerenbond heeft hen een zeer trouw lezerspubliek opgeleverd. Ze bouwen aan een sterk nichemagazine. Ik droom van hetzelfde traject. Vaak zijn er in het bouwproces problemen tussen de klanten en de professionals. Die vallen vaak terug te brengen tot communicatieproblemen. Ik zou onze twee magazines graag uitbouwen tot communicatieplatformen die ervoor zorgen dat iedereen (zowel bouwheer als aannemer) dezelfde taal spreekt.

In het buitenland spreekt Idéat me enorm aan. Het heeft een hele sterke positionering met een focus op kwalitatieve architectuur en design. Ik ga Bouwen & Renoveren zal zeker in deze richting evolueren. Ook het digitale is iets waaraan we steeds meer aandacht schenken. Op dit moment is er bij onze redactie tussen het magazine en de website een zeer gelukkig huwelijk. Onze website is het verlengstuk van de magazines: we bieden er extra foto’s van reportages, nieuws, een agenda, nieuwe producten … Maar de website refereert ook naar de magazines en doet aan abonnementenwerving. Het is een zeer mooie complementariteit en deze zorgt ervoor dat ik totaal geen schrik heb voor digitale media. Integendeel, hoe beter de site, hoe beter het blad.

Eigenlijk draait het allemaal rond het consequent bouwen van een merk. Slaag je er als magazine niet in om een merk te worden, dan ben je een wit product en is je enige manier om te overleven een lage prijs. Een mooi voorbeeld van dit merkdenken is de naam Beter bouwen en verbouwen. Hoewel beide namen erg op elkaar lijken, hebben we beslist om hem te behouden. Hij staat immers ergens voor, terwijl je met een nieuwe naam van nul moet herbeginnen.

De toekomst? Die zie ik vol vertrouwen tegemoet voor nichemagezines. Ze duiken immers diep in de materie en zijn zo complementair met het internet waar je meestal korte teksten vindt. Online lees je alleen, terwijl je een huis als koppel bouwt of verbouwt. Je moet kunnen discussiëren, delen, samen zaken bekijken en daarvoor is een magazine ideaal.

Eric Cloes, hoofdredacteur Ik ga bouwen & Renoveren en Beter bouwen & verbouwen

Ik grijp op het schap altijd naar … architectuurboeken, hoofdzakelijk hedendaagse architectuur, maar zeker ook Art Nouveau en Art Déco.

Ik luister naar … veel Bluesmuziek tijdens de lange uren die ik op de baan rijd.

Ik ben jaloers op … niets. Het is mijn temperament niet; wat ik wens probeer ik te realiseren.

Het verrast me dat … onze maatschappij nog altijd niet beter leert van haar verleden.

Zin om meer interviews van hoofdredacteurs te lezen?

Kristine De Vriese (Royals)

Anne Vanderdonckt (Plus Magazine)

Frederik De Swaef (Story)

Famke Robberechts (Goed Gevoel)

Alain Devos (Autowereld)

Ingrid Fallay (Ciné-Télé-Revue)

Jacques Sys (Sport Magazine)

Danny Ilegems (Humo)

Mia Van der Auwera (Libelle)

Greg Lievens (TV Familie & Blik)