Surf naar

WeMedia
Koen Denolf The Fat Lady

Koen Denolf: De Native Advertising Days in 3 stellingen

Begin november vonden in Berlijn de Native Advertising Days plaats. Zonder twijfel dé hoogmis voor native advertising in Europa met honderden deelnemers uit meer dan 30 landen. Koen Denolf, contentstrateeg bij The Fat Lady, was een van hen. Hij schrijft zijn bevindingen neer in 3 stellingen.

Native Advertising Days 2017“Tegen 2020 zal 40% van alle advertising native advertising zijn,’ kwam Jesper Laursen van het Native Advertising Institute vertellen op het Magnify17 congres. Deze maand onderstreepte hij nogmaals dat opmerkelijke cijfer uit het grootschalig onderzoek bij de belangrijkste Europese uitgevers, op de eigen Native Advertising Days in Berlijn.

40% is een pak en het risico is reëel dat daar veel kaf zal tussen zitten. Hoe kunnen contentmakers de kwaliteit hoog houden? Een paar interessante tips, opgepikt op Native Advertising Days 17.

Stop met snackable content

Jason Miller van LinkedIn doorprikte de mythe van de 8 seconden aandachtsspanne. Een mythe, want op niets gesteund, zo blijkt. De mens kan wel degelijk zijn aandacht langer vasthouden dan een goudvis, meer nog, alle onderzoek toont aan dat stukken van 2 à 3.000 woorden tot 3 keer meer gedeeld worden dan korte stukken. Bovendien zorgen ze voor een betere Google-positie. Content moet snackable zijn? Nee, dus.

Millers aanbeveling: breng het aantal posts terug naar één per week of wat je minimum moet doen om de aandacht te behouden. Zorg dat wat je maakt uitzonderlijk goed is.

Het beeld is de nieuwe headline

Miller spreekt van lange stukken, waar 2 maanden aan gewerkt is en die meer dan 30.000 shares halen. Daar stopt het niet. Met AB-testing wordt elke post geoptimaliseerd en nog verder geoptimaliseerd. Zijn bevindingen: een beeld met een gezicht: +160% CTR, een quote toevoegen aan het beeld: +30% CTR, tot en met het model op de foto dat kijkt naar de CTA: +89% CTR.

LinkedIn zet voor de eigen content in op long term keywords en probeert die domeinen te claimen. Tegen alle logica van digital in startte het onlangs met een printmagazine ‘The Sophisticated Marketer’. Want, onderstreepte Miller: “ Print is not dead”.

Waar zijn de agencies?

Opvallend op Native Advertising Days: de afwezigheid van agencies, zowel in het publiek, als op het podium. Hoe dat komt? Volgens Brendan Kennen van CNN worden agencies nog te weinig betrokken bij het proces van native advertising. Nochtans hebben ze wel een belangrijke rol te spelen. Zij kennen de klant en het merk beter dan de uitgever. Zij bewaken de cohesie en zorgen ervoor dat de content optimaal ingezet wordt.

Native advertising of content marketing wordt nog te veel gezien als een campagne. Native ads vervangen nu te veel de klassieke advertenties. Terwijl native advertising enkel goed kan werken als je het toepast op alle niveaus én kiest voor een langetermijnaanpak. Zorg dat je content niet bij één, maar bij meerdere uitgevers aanwezig is en doorgetrokken wordt naar alle eigen kanalen van het merk.

Er is nog veel werk, maar zoals Telenet al luidop zei: “ Het zijn fantastische tijden.”

Koen Denolf, The Fat Lady

GQ mannenblad

GQ voedt mannen op

Begonnen als vakblad, ‘geëindigd’ als stijlbijbel voor heel wat mannen. Samen met Esquire is GQ het oervoorbeeld van het mannenblad. Het voedt mannen op en dat misschien wat in tegenstelling tot die andere internationale kleppers Maxim en Playboy.

GQ

GQ

Apparel Arts. Onder die noemer werd GQ in 1931 in de Verenigde Staten opgericht. Niet als mannenblad, daarvoor was de tijd nog niet rijp. Apparel Arts was in eerste instantie een vakblad over de mode-industrie en richtte zich naar aankopers en retailers. Met de tips en trends uit het blad konden zij hun klanten beter bijstaan. In ‘57 werd het herdoopt tot een kwartaalblad wat is ’58 leidde tot de nieuwe naam: Gentlemen’s Quarterly ofte GQ.

In ’80 kwam het blad in de stal van Condé Nast terecht en begon het geleidelijkaan zijn veroveringstocht over de hele wereld. Intussen was GQ een maandblad geworden en was het inhoudelijk al grondig bijgestuurd: mode bleef centraal staan, maar lifestyle, cultuur, politiek, sport en seks kwamen het aanbod verruimen.

Naast de Verenigde Staten is GQ nog aanwezig in 21 landen. In een aantal daarvan vindt ook een van de paradepaardjes van het merk plaats: de verkiezing van Men of the Year. Het bezorgt GQ ook nu nog jaarlijks heel wat ‘free publicity’.

Een artikel over GQ is trouwens niet volledig als we het niet over de online initiatieven van het merk hebben. Die zijn immers talrijk. Website, Twitter, Facebook, Google+, Instagram, Pinterest, Tumblr, The Scene. You name it, GQ is er actief. Online spelen ze trouwens heel handig in op de buzz die er rond bepaalde celebrities heerst én hebben ze heel wat aandacht voor video, tot een aparte videowebsite toe. En met succes: de Facebookpagina telt meer dan 2 miljoen fans, de Twitterfeed bijna 1 miljoen volgers, iets meer dan er maandelijks exemplaren verkocht worden in de Verenigde Staten…

 

Case: Moto X


Hoezo, geen innovatie in magazine advertising? 

In januari 2014 lanceerde het magazine Wired een printadvertentie die meer interactiviteit leverde dan veel online banners…

 

Zoals de video hieronder uit de doeken doet, toont de fullpage-advertentie hoe je via buttons onderaan de kleur van de skin van de Motorola Moto X kan veranderen. De advertentie gebruikt daarbij specifieke inktcomponenten, leds én een batterij.

 

Een smartphonemerk dat dus zwaar inzette op het innovatieve karakter van magazinemedia voor de nieuwe Moto X.

 

Het merk Lexus deed vorig jaar iets gelijkaardigs met een printadvertentie in Wired, waarbij een Lexus-wagen de lichten liet branden en vooruit bewoog wanneer een iPad boven de pagina werd gehouden.