Surf naar

WeMedia
Portret Danny Devriendt, IPG/Dynamic

Post truth: “Iedereen voelt dat het erover gaat, maar hoe trek je het recht?”

Voor het tweede jaar op rij sluit MAGnify af met een debat over een actueel onderwerp. Dit jaar staan fake news en aanverwanten centraal. Moderator van dienst is Danny Devriendt (IPG/Dynamic). Hij geeft in een preview zijn kijk op de zaak.

WEMEDIA_logo_MagnifyMeer over ‘post truth’? Kom op 3 oktober naar MAGnify 2019. Schrijf u in via MAGnify.be

“De wereld is plat” Dat is dit jaar het topic van de Sofa Session die MAGnify afsluit. Een hot topic met heel wat randfenomenen waarover een zorgvuldig geselecteerd panel van mediaspecialisten zich zal buigen.

Moderator van dienst is Danny Devriendt, Managing Director van IPG/Dynamic én een man met een brede kijk op de evoluties die ons vak kenmerken. Hij kadert de insteek van het rondetafelgesprek. “Je ziet een aantal trends opduiken die vragen oproepen. Hoe gaan we om met stemmingmakerij en fake news? An sich is er het recht op vrijemeningsuiting, maar soms zie je toch echt manipulatie en misleiding. Wat is de verantwoordelijkheid van de traditionele media hierin? En wat die van social media? Daarnaast zie je ook meer en meer ‘echt’ nieuws achter een paywall verdwijnen? Riskeer je dan niet dat nieuws enkel nog voor een elite is?”

Flat Earth Society

Heel wat vragen dus waar de Sofa Session antwoorden zal op proberen te geven. Het klopt inderdaad dat we in een paar jaar tijd in turbulente tijden zijn beland, waarbij de impact van media en communicatie zeer groot is. Toch is dit soort situaties volgens Devriendt van alle tijden. “Ik herinner me nog dat ik als jonge journalist tijdens het maken van een verslag van de gemeenteraad van Oostende steevast de hete adem van een motard in m’n nek voelde.”, zo zegt hij. “Die moest om 19u45 naar de Forelstraat in Gent kunnen rijden om de diskette met mijn stuk op de redactie van Het Volk te overhandigen. Ik heb moeten vechten om de hoofdredactie te overtuigen van de meerwaarde van digitalisering en van internet. Ook de komst van sociale media hebben voor een ommezwaai gezorgd: ineens konden consumenten hun mening ventileren voor een groot publiek en kregen goede doelen een stem.”

Toch maakt ook Devriendt zich zorgen: “De kracht en de macht van manipulatie zijn groot. In bepaalde gevallen is het niets meer of niets minder dan demagogie. Net omdat de manipulatie op zo’n grote schaal plaatsvindt. Zelf volg ik bijvoorbeeld de Facebookpagina van de ‘Flat Earth Society’. Je kan ermee lachen, maar de mensen die ermee bezig zijn, geloven er echt in. Ze menen het echt. Beangstigend.” De titel van de Sofa Session is meteen duidelijk…

Post truth

Voor de media betekent deze ‘post truth’-tijd een stevige uitdaging, beseft de Managing Director van IPG/Dynamic. “Iedereen voelt dat het er nu over gaat”, zo zegt hij. “Maar hoe trek je de situatie recht? Je kan als media aantonen dat een politicus 400 keer per dag liegt, maar dat is zijn goed recht natuurlijk. Toch voel je dat we worstelen met onze essentiële waarden. Maar eigenlijk is iedereen een stukje verantwoordelijk. Een van de boosdoeners van deze situatie is de stilzwijgende meerderheid. Als die zou opstaan, zou het probleem heel wat minder groot zijn. En dan heb ik het niet enkel over de stilzwijgende lezer, maar ook de stilzwijgende journalist én de stilzwijgende adverteerder.”

Kom op 3 oktober naar CC De Factorij in Zaventem voor MAGnify 2019
Meer informatie: www.magnify.be

Lees ook de MAGnify-interviews met:

Cover National Geographic Afghanistan

Borsten

Een goede titel trekt altijd de aandacht. Dat weet Danny Devriendt, Managing Director van IPG Dynamic, als de beste. Hij is immers een ‘die hard’ magazinefan. Lees zijn liefdesverhaal…

Ik word 50. Je hebt twee soorten mannen van 50. Mannen die hun eerste borsten zagen in Playboy, en mannen die hun eerste borsten zagen in National Geographic. Voor de jongeren onder ons: ik kom uit een tijd waar internet nog niet bestond.  Mijn Wikipedia woog een ton, bestond uit 27 delen (een per letter en een atlas) en troonde op de derde en vierde plankenrij van onze boekenkast. Ik heb er ooit uit een paar prentjes uit gecut en -paste  voor een spreekbeurt. Toen hadden we letterlijk een gat in onze opvoeding: op pagina 245. Op pagina 246 ook.

Maar ik dwaal af. Ik ging het over borsten hebben. Ik ben een NationalGeographicBloteBorsten-man. Magazine borsten, in stijlvol zwart wit, op glanzend papier. Ik was twaalf. Of dertien. Ik was blij voor de meisjes in mijn klas. Die hadden tenminste kleren aan. De meisjes en vrouwen in National Geographic hadden geen geld voor kleren. Of het was er te warm. In ieder geval was het voor hen ver stappen naar water. Sommigen hadden geen eten genoeg. Ze woonden in een hut, of een huis van karton en oud-ijzeren platen. De fotografen van National Geographic leerden me dat sterke vrouwen naakt konden dragen als een uniform, en dat waardigheid niets te maken had met de kleren om je lijf.

Ik werd voor het eerst echt verliefd in 1985. In juni. Ik was 16. Ze was vuil, groezelig. In tegenstelling tot Devin DeVasquez, (playmate juni 1985) had ze al haar kleren aan. Ik viel als een steen voor haar groene ogen, op de cover van National Geographic. Ik noemde haar “Het Afgaanse meisje”. Ik heb 17 jaar moeten wachten om te weten hoe ze heette: Sharbat Gula.

Cover National Geographic Afghanistan

Een venster op de wereld

National Geographic leerde me mensen en volkeren kennen, en dieren en hun habitat. Life Magazine gaf me een kijk op fotografie en storytelling. Time toonde me wat er in de wereld gebeurde, en Newsweek was het er nooit mee eens. Charlie Hebdo toonde me de kracht van een visie, en de dodelijkheid van een spotprent.  Sinds 1993 heb ik geen enkel issue van Wired gemist. Sinds 2000 kwam daar nog de New Yorker bij.

Magazines schetsten het wereldbeeld dat ik meedraag. Ze schaven het – week na week, maand na maand – nog altijd bij. Magazines lieten me reizen in mijn hoofd, en toonden me dat context, cultuur en duiding een zin aan dingen en mensen geven. Magazines toonden me het eerst de gebalde kracht van woord en beeld. Daar kiemde mijn passie voor het verhaal.

Virtueel maakt het niet minder echt

Ik hou nog altijd van de papieren magazines. Al ben ik ze ontrouw. Ik lees ze meestal op mijn tablet. Met evenveel aandacht als vroeger. Ze zijn een vaste afspraak. Een upgrade van mijn savoir. Ik voel me niet compleet vooraleer ik al die nieuwe kennis heb upgeload in mijn brein. In mijn hoofd staat alles netjes per maand, en per rubriek.

Ik geloof

Ik betrap er mezelf op dat ik, echte papenvreter, mijn magazines Bijbelse krachten toedicht. Ik citeer ze. Ik laat ze opdraven in mijn keynotes en mediapitches. Ik geloof ze. Wat in mijn magazines staat is echt.

Binnen 50 dagen wordt mijn dochtertje Tara drie. Ze krijgt van mij een abonnement op  Pomme d’Api. Dat wordt haar eerste magazine. Maar ze woont nu al in een burcht vol jaargangen. Ze stelt al de juiste vragen. Ze bladert nu al door een zee van kennis.

Morgen vertel ik haar over mijn eerste liefde. Het meisje met de groene ogen.

Danny Devriendt, Managing Director van IPG Dynamic

Lees ook andere meningen:

image tablet reading

Merkvoorkeur tot 50% hoger bij adverteren in vertrouwde omgeving

Nieuw onderzoek van IPG Mediabrands en Sanoma toont overtuigend aan dat reclame effectiever is, wanneer men deze in een vertrouwde omgeving ziet. Merken die adverteren op betrouwbare websites, blijken tot 50% hogere merkvoorkeur te genereren in vergelijking met reclame op minder betrouwbare sites. Mediavertrouwen dient een grotere rol in de mediakeuze te spelen, zo is de conclusie.

Lees ook: Mediacontext beïnvloedt merkvertrouwen 

Dit onderzoek bevestigt eerdere studies uit andere landen. Steeds opnieuw blijkt de context waarin merken adverteren van groot belang voor de effectiviteit van de campagne en met name gevestigde mediamerken hebben het vertrouwen van het publiek gehouden of herwonnen. Bij het beoordelen van een advertentie wegen consumenten hun vertrouwen in het platform mee, wat tot 50% hogere merkvoorkeur kan leiden. De onderzoekers adviseren daarom voortaan de perceptie van betrouwbaarheid van de mediaomgeving bij mediaplanning als factor mee te nemen.

IPG Mediabrands Marketing Sciences en Sanoma hebben in 2017 en 2018 een serie onderzoeken uitgevoerd naar vertrouwen in media. In de meest recente studie, uitgevoerd in samenwerking met neuromarketing onderzoeksbureau Alpha.One, bekeken de respondenten advertenties op verschillende websites, waarna hun onbewuste merkassociaties gemeten werden.

Media-omgeving belangrijk voor adverteerders

Het onderzoek vond geen verschil in reclame-effect tussen mensen die goed van vertrouwen of juist wantrouwend zijn. Ook de bezoekfrequentie van bezochte websites bleek niet van invloed.

Menno van der Steen (IPG Mediabrands): “Het afnemend vertrouwen in media, politiek en bedrijfsleven is een veelbesproken onderwerp in een wereld met fake news, Cambridge Analytica en Trump. Vandaar dat wij de invloed hiervan op de impact van reclame wilden meten zodat wij hiermee rekening kunnen gaan houden in campagne en mediastrategieën.”

Dennis Hoogervorst (Sanoma):

“Een vertrouwde media-omgeving is dus niet alleen van belang voor consumenten, maar ook voor adverteerders. Vertrouwen in het mediamerk straalt af op adverterende merken.”

Impliciete Associatietest

In het onderzoek kregen 2.398 respondenten, uit het panel van onderzoeksbureau Motivaction, advertenties van drie merken te zien op elf verschillende websites. Daarna voerden zij een ‘impliciete associatietest’ (IAT – in dit geval Harvard versie) uit om de onbewuste merkvoorkeur te meten van de geadverteerde merken in de verschillende omgevingen. Voorkeuren en opinies van mensen worden daarbij gemeten zonder dat zij zich daarvan bewust zijn.

Respondenten clusteren merkgerelateerde woorden of plaatjes bij ‘positieve’ of ‘negatieve’ woorden; hoe sneller men een merk categoriseert als positief, hoe hoger de voorkeur voor dat merk is. Aanvullend op de IAT kregen respondenten een vragenlijst voorgelegd, waarin onder andere gevraagd werd naar hun bezoekfrequentie, gepercipieerd vertrouwen in media en de mate waarin men in het algemeen goed van vertrouwen is.

Dr. Roeland Dietvorst (Alpha.One): “Het is niet langer een mythe dat een betrouwbare omgeving een positief effect heeft op de merkvoorkeur die je advertentie ontlokt. De grootte van de effecten overtrof onze verwachtingen.”

Bron: MMASanoma

Andere artikels over hetzelfde onderwerp:

Person reading magazine in hammock

Lezers hopen dat er altijd magazines zullen zijn

Lezers zien magazines, of tijdschriften zoals onze noorderburen liever zeggen, nog altijd als een ontspannen moment en een cadeautje voor zichzelf. Ruim 50% vindt magazines wél een medium van deze tijd (helemaal/enigszins mee eens) en slechts 14% is het hiermee (helemaal of enigszins) oneens. Ongeveer een derde van de lezers zegt de adverteerders in hun favoriete magazine te vertrouwen.

Een ruime meerderheid hoopt dat er altijd magazines zullen zijn (minder dan 10% is het daarmee oneens) en dat zijn vaker vrouwen dan mannen. Met name vrouwen in de leeftijd van 50-65 jaar (79%) willen magazines niet missen, maar 75% van de jonge vrouwen van 15-24 jaar is het daarmee eens.

Dit zijn resultaten van een onderzoek dat Sanoma in Nederland uitvoerde in samenwerking met IPG Mediabrands. Eerder dit jaar publiceerden beide partijen al hun ‘Vertrouwen in media’-onderzoek. Deze ondervraging van ruim 600 lezers van magazines naar hoe zij over het medium denken, is hierop een vervolg. Dat levert interessante feiten op over de waardering en het gebruik van magazines.

Enkele resultaten uit het onderzoek:

  • Bijna 60% van de ondervraagden vertrouwt wat hun magazine hen vertelt.
  • Ongeveer 40% vertrouwt zijn/haar favoriete magazine zelfs meer dan andere bronnen.
  • Ca. 45% van de respondenten ziet advertenties als logisch onderdeel van zijn favoriete magazine.
  • Ruim 30% geeft aan adverteerders te vertrouwen die in zijn favoriete magazine aanwezig is.
  • Lezers zien magazines als een waardevolle aanvulling op andere media (ruim 65%) en ontdekken in hun favoriete magazine leuke dingen die ze anders niet geweten hadden (ruim 70%).
  • Eén op de vijf magazine-lezers leest zijn/haar favoriete blad op zondag. Wat echter vaker voorkomt, is dat men geen vaste leesdag heeft (35%) of dit verspreidt over meerdere dagen (27%).
  • Vrouwen van 15-24 jaar scheuren, knippen of fotograferen (67%) het vaakst iets uit magazines. Mannen van die leeftijd doen dat veel minder (21%).

Bekijk de overige resultaten in onderstaande presentatie:

 

Zoals IPG Mediabrands en Sanoma met dit onderzoek aantonen, hebben magazines hun eigen rol te spelen in het digitale tijdperk en genieten ze het volle vertrouwen van de lezers. Dat is iets waar adverteerders van kunnen meeprofiteren, zoals ook andere onderzoeken uitwijzen.

Op zoek naar meer interessant mediaonderzoek?

Wat is haptic advertising eigenlijk?

Weet u wat haptic advertising is? Wij hebben het even opgezocht. Haptisch betekent: de tastzin betreffend. Het gaat dus over reclame die tastzin stimuleert. Niks nieuws voor magazines, het enige medium dat alle zintuigen prikkelt. Maar wel voor video, dat tot nu toe vooral ogen en oren aan het werk zette. Immersion, een technologiebedrijf gespecialiseerd in ‘touch feedback’, lanceerde vorig jaar zijn Haptic Ad Service, waarmee adverteerders tast-effecten aan hun video-advertenties kunnen toevoegen en deze ook real-time leveren.

Regelmatig duikt wetenschappelijk bewijs op dat onze tastzin een belangrijke rol speelt bij het verwerken van informatie in onze hersens. Lezen van papier leidt daarom tot betere verwerking en begrijpen van informatie dan lezen van een scherm. U print deze post dus beter even uit.

De TouchSense technology van Immersion maakt het mogelijk om video te verrijken met gevoel. Hoe werkt dat? Wanneer u een video bekijkt op uw mobiele apparaat, trilt het op specifieke momenten (indien telefoon niet in stille modus staat). Een voorbeeld-video is te bekijken en te voelen op de Immersion website (in Chrome browser op Android apparaat).

Volgens onderzoek van Immersion i.s.m. IPG Media Lab trekken TouchSense-advertenties beter de aandacht. Bovendien leiden ze tot een positievere merkervaring en verhoogd engagement (zie infographic). Trillende video’s zijn nieuw en zoals veel technologische innovaties in het begin ook interessant, denk maar aan de clickrates van de eerste internetadvertenties. Dat zal gedeeltelijk de zeer positieve onderzoeksresultaten verklaren. De vraag is wat er gebeurt wanneer het nieuwtje er af is: gaat het trillen irriteren (m.n. bij outstream video’s) en is het een reden om je telefoon juist op stil te zetten? Of draagt het bij aan een positievere reclame-ervaring? De tijd zal het leren.

Infographic Haptic advertising