Surf naar

WeMedia

“Veel media kunnen zich geen journalistiek meer veroorloven die relevant is voor de democratie”

Media-econoom Christian-Mathias Wellbrock gooit de knuppel in het hoenderhok en stelt: de vraag van lezers en kijkers is nooit voldoende geweest om het maatschappelijk optimale niveau van journalistiek te financieren. Het geld van reclame heeft dit decennialang gemaskeerd. Faalt de markt? Een fundamentele discussie over de financiering van journalistiek in het tijdperk van digitalisering.

Lees ook: Een momentum voor lokale media?

Relevant voor de democratie

“Er moet meer geld in het systeem”, stelt de hoogleraar economie (Universiteit van Keulen). “Over het algemeen moet de samenleving ervoor zorgen dat haar journalistieke instelling behouden blijft en voldoende toegerust is voor haar taak”, zegt Wellbrock. Journalistiek creëert een beter geïnformeerde samenleving en dus een beter functionerende democratie. Simpelweg omdat de instelling van een vrije pers bestaat, gedragen de machtigen zich anders.

Hij stelt daarom voor om aanbieders van journalistieke inhoud die relevant is voor de democratie op andere manieren te financieren.

Zelfs sommige uitgevers zijn hierover sceptisch: welke inhoud is democratisch relevant en verdient financiering? En wie bepaalt dat? De media-econoom gelooft dat sommige van de financieringsideeën minder ten goede komen aan de grote uitgevers, maar eerder aan de kleinere spelers, wat de weerstand kan verklaren.

Positieve externe effecten blijven onder de radar

Wellbrock verwelkomt het feit dat digitalisering en de corona-advertentiecrisis nu eindelijk het “marktfalen” in de journalistiek blootleggen. Dan kan het worden tegengaan.

Mensen die geen journalistiek consumeren, laat staan ​​ervoor betalen, profiteren er net zo goed van, is zijn stelling. Journalistiek genereert dus significante positieve externe effecten die niet tot uiting komen in de particuliere vraag naar journalistiek. Volgens de micro-economische definitie leidt dit tot marktfalen, zegt Wellbrock en daar gaat het dan ook mis met de financiering.

Digitale media zijn clubartikelen

Nieuwsportalen en betaaltelevisie kunnen mensen uitsluiten die niet willen betalen, daarom zijn digitale media zogenaamde clubartikelen. Zij zien journalistiek in het algemeen – zelfs het privé-goed van drukwerk en pers – echter als een publiek goed, vergelijkbaar met het rechtssysteem of klimaatbescherming.

“In de praktijk is er waarschijnlijk helemaal geen enkel absoluut puur privé goed, zoals de economische theorie het definieert [Red.: in de zin dat alle producten externe effecten hebben waarvan mensen die niet direct betalen ook profiteren.]. Maar ik plaats democratie-relevante journalistiek veel dichter bij publieke goederen dan bijvoorbeeld voedsel. We zien dat overal waar geen vrije pers is, de democratie ook zeer snel wordt beschadigd”, zegt Wellbrock.

Wie bepaalt wat relevante media zijn?

Dus moet er meer geld aan het systeem worden toegevoegd, waarbij de belastingbetaler een stem krijgt in de verdeling. Wie bepaalt welke private media in aanmerking komen voor financiering, direct of indirect? Welke providers, titels, programma’s, portalen of inhoud zijn relevant voor de democratie? Dit zijn belangrijke en moeilijke praktische afbakeningsvragen die men moet en zeker kan oplossen. Dat is geen taak voor economen, maar voor experts uit andere wetenschappelijke disciplines en gebieden, denkt de media-econoom.

“Persoonlijk denk ik aan politieke journalistiek in de breedste zin van het woord, aan educatief werk dat veel meer is dan alleen inhoud.”

Reclame niet langer belangrijkste inkomstenbron

Volgens Wellbrock zal de cofinanciering van journalistieke media via advertenties niet geheel verdwijnen. Er zullen aanbieders blijven die zichzelf substantieel financieren via advertenties. Voor anderen wordt het een bijzaak. Maar voor de journalistiek in het algemeen zal reclame niet langer de belangrijkste bron van inkomsten zijn.

Belangrijk is dat politieke journalistiek niet meer afhangt van de vraag of, voor hoelang en welke bedrijven zich ermee willen sieren – of alleen met heel specifieke inhoud. Want feit blijft helaas dat de markt voor politieke content klein is. In ieder geval veel minder dan hun sociale opbrengst. De particuliere vraag naar journalistiek is beduidend lager dan de “maatschappelijke vraag”, ofwel de maatschappelijke baten van journalistiek.

Lezers associëren drukwerk met hogere waarde

Welk persvolume, hoeveel kranten, nieuwsportalen en nieuwskanalen zijn optimaal in termen van democratie en welzijn? En hoe weet je dat? Als je naar de regionale en lokale markten kijkt, is het niet de vraag of er vier of zeven kranten op het terrein zijn, maar één of geen. Gelukkig zijn daar digitale distributiekanalen voor, met veel lagere publicatiekosten. Dit kan ook de prijzen voor lezers verlagen.

De verschillende kostenstructuren hebben echter alleen te maken met het aanbod en niets met de vraag. Daarom leiden lagere abonnementsprijzen in de digitale wereld niet noodzakelijkerwijs tot een grotere vraag. De bereidheid om te betalen voor drukwerk is nog altijd hoger dan voor welke digitale pers dan ook, omdat lezers drukwerk associëren met een hogere waarde.

Christian-Mathias Wellbrock is hoogleraar media- en technologiemanagement aan de Universiteit van Keulen. Eind september publiceerde hij zijn boek “Money for Nothing and Content for Free? Betaalde inhoud, platforms en bereidheid om te betalen in digitale journalistiek ” (samen met Christopher Buschow).

Bron: Horizont 

Gerelateerde artikels:

Myth-Busting Stamp United Nations

6 aanbevelingen in de strijd tegen de ‘infodemic’

Het bestrijden van disinformatie, of ‘fake news’, is relevanter en urgenter dan ooit. De WHO heeft het over een ‘infodemic’: een potentieel dodelijke explosie van wereldwijde disinformatie. Influencers blijken soms een kwalijke rol te spelen. Voor journalisten en nieuwsmedia is een cruciale rol weggelegd om een baken van betrouwbaarheid te zijn.

Myth-Busting Stamp United Nations

Beroemdheden, acteurs en politici met veel volgers zijn belangrijke verspreiders van disinformatie over het coronavirus, schrijft The Guardian op basis van een recente studie. Het gaat niet enkel om Trump en Bolsonaro, want België heeft zijn eigen incidenten. (lees ook: Zendmast in Pelt in brand gestoken)

Voorbeeld uit de categorie Myth Busting, ‘official United Nations COVID-19 Response Creative Content Hub

Kleine groep influencers met grote engagement

Oxford’s Reuters Institute ontdekte dat prominente publieke figuren 20% van de valse claims produceren en dat deze verantwoordelijk zijn voor maar liefst 69% van het social media engagement.

Hoewel factcheckers en mainstream nieuwsmedia met grote inspanningen tegen deze sterke stroom in worstelen, realiseren ze vaak onvoldoende impact. Experimentele studies wijzen op een directe link tussen geloof in de valse claims en het negeren van de overheidsmaatregelen voor ‘social distancing’. Enkele sociale media platforms werken al aan snellere detectie van disinformatie over corona.

Verlies van vertrouwen in alle nieuwsbronnen

Een groot risico van deze ‘infodemic’ is dat groepen mensen hun vertrouwen in alle informatiebronnen verliezen, omdat ze steeds moeilijker onderscheid kunnen maken tussen feiten en fake nieuws, en tussen goed onderbouwde journalistiek en superpartijdige berichtgeving.

Op de schouders van serieuze nieuwsmedia, in alle vormen en formaten, rust dan ook een grote verantwoordelijkheid, waardoor ze zich geen uitschuivers kunnen veroorloven. Iedereen moet zich terdege bewust zijn van de gesofisticeerde disinformatietactieken vandaag, zoals valse denktanks, frauduleuze bronnen, onechte social-media-accounts, etc. Fact-checking, multi-sourcing en digitalmedia-alfabetisme zijn cruciaal.

Bescherming tegen disinformatie

Een Canadees overheidsproject over magazines en disinformatie geeft 6 aanbevelingen uit eigen onderzoek die uitgevers kunnen helpen zich te beschermen tegen disinformatie en geloofwaardige journalistiek verdedigen.

1. Promoot het begrip van de oorzaken en gevolgen van dit disinformatietijdperk: zorg voor fact-checking- en verificatievaardigheden in de digitale wereld

Behulpzame bronnen op dit punt:

2. Neem je publiek bij de hand: waarheid, vertrouwen en gezamenlijke strijd

De versmelting van feit en fictie ondermijnt het vertrouwen van het publiek in alle informatie, waardoor manipulatie door kwaadwillende partijen gemakkelijker wordt. Vooral uitgevers met een niche-publiek blijken doelwit voor verspreiders van desinformatie.

Specialistische kennis van journalisten is een krachtig wapen in deze strijd. Door je publiek te mobiliseren en hun loyaliteit te versterken (met lidmaatschappen, evenementen, … ) kan je hen betrekken bij de oplossing van het probleem. Het journalistieke platform De Correspondent werkt regelmatig samen met zijn leden om verschillende perspectieven te verzamelen en expertise van leden zelf te delen.

Behulpzame bronnen:

3. Breng zelf transparantie en accountability in praktijk

  • Wees transparant over journalistieke processen en laat je publiek achter de schermen meekijken.
  • Hanteer een duidelijke scheidingslijn tussen advertorial, sponsored en native content. Ga er niet mee schuiven voor korte termijn winst (lees ook: 4 factoren voor branded-content-succes).
  • Onderzoek hoe adverteerders werken om besmetting te voorkomen.

4. Bundel de krachten tegen verdeel-en-heers

Als uitgever alleen tegen disinformatie strijden is onmogelijk. Sectororganisaties en andere professionele samenwerkingen zijn cruciaal om de krachten te verenigen en succes te boeken. Disinformatie-partijen zijn zelf vaak goed georganiseerd en werken frequent samen.

Samenwerking tussen uitgevers op het gebied van training, tools, uitwisseling van kennis en ervaring is de enige manier om echt een vuist te kunnen maken. Leer van elkaars fouten en successen, investeer in onderzoek, lobbying en juridische middelen. Juist de kleinere uitgevers verdienen bescherming (bekijk hier de WE MEDIA activiteiten).

Behulpzame bronnen:

5. Bereid je voor op bedreigingen van de veiligheid

Online geweld tegen journalisten is inmiddels een bekend fenomeen. Directe aanvallen op journalisten online helpen om twijfel, verwarring en angst te zaaien. Vrouwelijke journalisten zijn hiervan vaker doelwit.

Uitgevers moeten zich op dit soort aanvallen en dreigingen voorbereiden met verhoogde veiligheidsmaatregelen, zowel online als offline. Journalisten moeten alle dreiging melden en voldoende psychologische ondersteuning, maar ook training en middelen voor de eigen verdediging ter beschikking krijgen.

Behulpzame bronnen:

6. Maak je niet schuldig aan struisvogelpolitiek

Geloof niet dat je publicatie te niche of je publiek te klein is om een doelwit te zijn van disinformatie-campagnes. Daarmee maak je jezelf juist kwetsbaar.

Bronnen: IJNet, The Guardian

Gerelateerde artikels:

robot hand and human hand touching

5 manieren waarop uitgevers AI nu al gebruiken

Vrijwel iedereen is het erover eens: automatisering, robots en artificial intelligence zullen snel een grotere rol gaan spelen in journalistiek en uitgevers zouden er best nu al meer in investeren (bron: Reuters Institute). Voor sommigen is automatisering al een realiteit, terwijl de technologie snel gemeengoed lijkt te worden. Maar op welke manier kan AI bijdragen aan de toekomst van de journalistiek? Vijf manieren waarop dit nu al gebeurt.

  1. Artikels schrijven

Content die in een formule past, rapporten, sportuitslagen en dergelijke, zijn eenvoudig te automatiseren. Het Noorse Nieuwsagentschap (NTB) kondigde in 2016 al aan dat ze door een robot geproduceerde wedstrijdverslagen binnen 30 seconden na het einde van de wedstrijd konden publiceren. Associated Press (AP) gebruikt al sinds 2014 algoritmen om winstcijfers van bedrijven publiek te maken en ook andere financiële content kan eenvoudig geautomatiseerd worden. Le Monde bracht op deze manier al verslag over verkiezingsuitslagen.

  1. Content en kopregels voorstellen

Contentmanagementsystemen kunnen onderwerpen suggereren voor journalisten en andere contentmakers, gebaseerd op eerdere input, alsook kopregels gebaseerd op beelden en het algemene sentiment van een artikel. Forbes test een tool die ruwe versies van artikels samenstelt, die tekstschrijvers vervolgens alleen maar hoeven bij te schaven.

  1. Personalisatie

Dit is de toepassing waarop de meeste hoop gevestigd is op het moment. Het beste voorbeeld hiervan is misschien wel Netflix. Zoals de manier waarop de service het getoonde grafisch design van het productaanbod personaliseert, gebaseerd op kijkgeschiedenis van de persoon. Denk bijvoorbeeld aan de keuze voor het afbeelden van een specifieke acteur: krijg je Uma Thurman of John Travolta te zien voor Pulp Fiction?

Maar Netflix gebruikt ook ‘machine learning’ voor het samenstellen van zijn catalogus aan films en series door te leren van eerdere succesvolle producten: wat maakte hen succesvol? Dat stuurt vervolgens ook wat de eigen studio van Netflix aan producties uitbrengt. Het Netflix aanbevelingenalgoritme is bovendien een belangrijk instrument in het behouden van abonnees op de lange termijn. Iets waar andere uitgevers nog van kunnen leren waarschijnlijk.

  1. Trends spotten

Welke content is trending en hoe vinden verschillende groepen mensen bepaalde content? Dat is kennis die onmisbaar is voor succesvolle online publishing en analytische tools zijn daarbij inmiddels al even onmisbaar. Deze kennis kan vervolgens ook toegepast worden op promoties op sociale media en om kopregels en specifieke landingspagina’s aan te passen. Bepaalde algoritmen kunnen zelfs trending stories identificeren vóórdat ze viraal gaan, zodat uitgevers niet achter de feiten aanlopen, maar steeds een stapje voor zijn.

  1. Feiten checken

AI kan gebruikt worden om trends te monitoren en te clusteren, wat ‘fact checkers’ meer tijd en ruimte geeft voor analyse, onderzoek en artikels schrijven die nieuws in context plaatsen en disinformatie bestrijden. Voor zaken als ‘deep fake’ video’s (gemanipuleerde video) zullen robots onmisbaar worden voor detectie, omdat deze voor mensen vrijwel onmogelijk te herkennen zijn.

Automatisering van bepaalde content maakt de handen van journalisten vrij voor ander werk, waar grote behoefte aan is, zoals kwalitatieve onderzoeksjournalistiek. Diepgaande analyses van datasets, gezichtsherkenning en automatische ondertiteling kunnen met behulp van machine learning en AI nu al automatisch gebeuren. Ook programmatic advertising is uiteraard een voorbeeld van de automatisering in media en AI-gestuurde interactie op websites.

Duidelijk is dat we nog maar aan het begin staan van het ontdekken van mogelijke toepassingen van AI en robots. En dat hier veel te winnen valt voor uitgevers die er op tijd in investeren.

Bron: What’s new in publising 

Andere interessante artikels:

Beobachter magazine cover

Beobachter, meer dan de Knack van Zwitserland

Wanneer op 12 mei de European Magazine Awards worden uitgereikt zal de Special Award naar Beobachter gaan. Dat is Duits voor observator en meteen ook de titel van Zwitserlands bekende algemene magazine. Met een oplage van bijna 300.000 exemplaren is het meteen een van Zwitserlands grootste.

Tweewekelijks verschijnt Beobachter. In 26 edities per jaar gaat het blad op zoek naar wat leeft bij de consument, op vlak van gezondheid en op vlak van politiek. Daarmee is het intussen een instituut in Zwitserland. Het blad werd in 1926 opgericht als Der Schweizerische Beobachter en haalde in 2017 een oplage van net geen 300.000 exemplaren. Opvallend: dat is iets meer dan enkele jaren eerder. Het bereik bedraagt zo’n 823.000 personen. Niet slecht in een land van 8 miljoen inwoners, waarvan 64% Duitstalig is.

Juridische bijstand

Uiteraard is Beobachter tegenwoordig een multimediaal merk (met eigen radio- en tv-programma’s), maar waar het het verschil maakt met bv. Knack, is in het uitgeven van boeken (het heeft er inmiddels meer dan 60 op zijn palmares), het aanbieden van verzekeringen en van juridische bijstand. Producten die telkens dicht bij het dna van het blad staan.

screenshot website Beobachter

Het beschermen van consumenten en meer bepaald minderheden zit van oudsher in het blad. Beobachter bekroont met zijn Prix Courage elk jaar de mooiste goede doelen in Zwitserland en heeft met SOS Beobachter een vereniging die zij die het het meest nodig hebben helpt.

Kinder der Landstrasse

Daarnaast is het blad ook inhoudelijk sterk gelinkt aan de democratie. Zo vecht het voor vrouwenrechten en werd het in de jaren ’70 wereldnieuws toen het het verhaal over de ‘Kinder der Landstrasse’ bekendmaakten, een schandaal in de eerste helft van de 20ste eeuw, waarbij 590 Jenische kinderen bij hun ouders werden weggehaald.

Begin april ontving Beobachter een «Special Award» als European Magazine of the Year (winnaar werd The Economist) en een «Award of Excellence» voor politieke en maatschappelijke journalistiek tijdens het European Publishing Congress.

Neem zelf eens een kijkje op de Beobachter-site

Andere interessante magazines:

Example Rezonence Freewall

Gaat dit advertentiemodel de vrije journalistiek redden?

Wat als je de enige advertentie op een website kunt zijn? Wat als je minder advertenties op je website toont en er toch meer geld aan overhoudt als uitgever? Dat klinkt toch ideaal? En misschien wel een tikkeltje ongeloofwaardig. Vier Britse magazinemerken van twee grote uitgevers gaan de komende tijd een nieuw advertentiemodel uittesten dat precies dat waarmaakt. Is dit de redding van vrij toegankelijke kwaliteitsjournalistiek?

We schreven er op deze website al enkele malen over dit jaar: mensen zijn het zat! Ze voelen zich gebombardeerd en ondergesneeuwd door de hoeveelheid, de constante herhaling en de opdringerigheid, met name online. Ze zien veel te vaak dezelfde advertenties en vindt targeting op basis van online gedrag niet OK. Adverteerders en uitgevers staan voor een nieuwe uitdaging.

Eén advertentie per week

Wellicht is dit advertentiemodel een stap in de juiste richting. Bezoekers van websites hoeven per week maar één advertentie te bekijken om volledige toegang te krijgen tot een website. Na twee paragrafen gelezen te hebben, komt de Rezonence FreeWall in beeld die de lezer vraagt om een advertentie te bekijken teneinde verder te lezen. Journalisten en uitgevers hebben dus twee paragrafen de tijd om lezers in het artikel ‘te trekken’. Het is dus meteen duidelijk of de content voldoende waarde biedt.

Rezonence Freewall in article example

Lezers krijgen vervolgens een vraag voorgeschoteld over het geadverteerde merk, om zo de make van engagement te registreren. Hoewel de deelnemende uitgevers alle andere advertenties uitzetten, houden ze er uiteindelijk meer geld aan over, omdat elke lezer zo meer opbrengt in vergelijking met pagina’s die vol staan met advertenties.

Voldoende vraag en aanbod

Tot dusver werd het advertentiemodel alleen gebruikt samen met andere modellen, zoals abonnee-paywalls en andere digitale advertising. Het gaat om grote uitgevers als o.a. Condé Nast, Haymarket, Hearst, Bauer, TI Media. Deze test is de eerste die het model als enige inkomstenbron van reclame voor magazinemerken inzet. Uiteraard moet er zowel voldoende vraag vanuit adverteerders (om inkomsten aan uitgevers te garanderen) als aanbod vanuit uitgevers zijn en dat ontbrak tot nu toe. Ook bleek het niet eenvoudig om mediabureaus mee aan boord te krijgen.

20% reclame

Het model betaalt 75% van de inkomsten aan uitgevers, omdat zij het zware werk doen met een kwalitatieve redactionele omgeving. Het gaat er namelijk juist om niet meer clickbait journalistiek te creeren, maar waarde voor de consument en engagement voor de adverteerders. Rezonence gaat het publiek ‘onderwijzen’ over hoe anders digitale journalistiek kan zijn, wanneer er niet alleen de keuze is tussen veel advertenties of paywalls. Het model moet een balans brengen tussen redactie en commercie die dichter bij die van televisie en radio ligt met 20% reclame op 80% content.

Wordt vervolgd…

Bron: The Drum

Gerelateerde artikels:

Been fooled by fake content? ad MPA

Geloof magazine media!

Onze Amerikaanse collega’s van MPA lanceerden onlangs een campagne voor magazine media die zeer goed inspeelt op de gebeurtenissen in het medialandschap. Met deze “Believe mag media” campagne geven zij hun leden de tools in handen om consumenten en adverteerders te tonen dat magazine media belangrijker en relevanter zijn dan ooit. In een tijd van fake news en een nogal leugenachtige regering is de waardering voor goede, geloofwaardige journalistiek en mediamerken flink toegenomen en zoals we hier al eerder noteerden, spelen magazine media hun rol als tegenstem met verve.

De Engelse magazine-organisatie, PPA, lanceerde recent haar eigen campagne over de kracht van magazine media en gooide het daarbij over een heel andere boeg: Press Pause, de pauzeknop van het leven. Bekijk die campagne hier.

Wat het Amerikaanse verhaal extra sterk maakt, is dat de MPA sinds 2014 een continu onderzoek heeft lopen naar het bereik van magazine media over alle platformen heen. Met hun Magazine Media 360º project kunnen zij de interesse voor magazine-content staven met robuuste cijfers (stijging gedurende 29 opeenvolgende maanden).

Magazine media does what no other media can. In a time when credible journalism is competing with fake news, magazine brands deliver content that’s more trusted, inspiring and motivating, with a depth of accredited, audited measurements unlike any other. 

Join these companies to spread the word that magazine media keeps it real. #BelieveMagMedia

Inmiddels hebben meer dan 120 Amerikaanse uitgevers en mediabedrijven zich bij het initiatief aangesloten.

 

Bron: believemagmedia.com

influencer image

Journalisten, influencers sinds jaren

Influencer marketing is in. Maar is het wel zo nieuw? Zijn journalisten niet van nature influencers? En hoe helpen social media die rol nog versterken?

Influencer marketing is dezer dagen hotter dan een Thais soepje dat je in de straten van Bangkok drinkt. En terecht. Niets is sterker dan wanneer je van invloedrijke personen ambassadeurs van je merk kan maken.

Influencers kunnen tal van achtergronden hebben. Tegenwoordig wordt vaak gekeken naar bloggers, vloggers of Instagramsterren. En opnieuw: terecht. Zij bereiken vaak tien- tot honderdduizenden mensen via hun eigen kanalen.

Daarnaast zijn er nog steeds de personen die er ‘offline’ in slagen om invloed uit te oefenen op aankoopbeslissingen van hun naasten. Bijvoorbeeld je schoonvader binnen de familie als het gaat om kennis over grasmaaiers.

Geloofwaardig medium achter zich

Even traditioneel zijn echter ook journalisten influencers. Wat zij schrijven of zeggen, beïnvloedt bewust of onbewust de lezers, luisteraars of kijkers. Dat is immers ook hun taak. Op basis van research en interviews verwachten we van journalisten dat ze waardevolle zaken highlighten, een standpunt innemen of fenomenen verklaren.

In tijden waarin het van het internet nog geen sprake was, waren journalisten zelfs de belangrijkste influencers. Naar de mening van wijlen Frans Verleyen, jarenlang hoofdredacteur bij Knack, of zijn opvolger Rik Van Cauwelaert, werd week na week uitgekeken. Nu slaagt Daan Killemaes (hoofdredacteur van Trends) er geregeld in het politieke bestel te beïnvloeden over socio-economische thema’s, net zo goed als dat naar de mening van André Lafère als hoofdredacteur van Feeling Wonen wordt uitgekeken eens de Interieurbeurs van Milaan achter de rug is.

Journalisten en social media gaan samen

Waarschijnlijk zijn journalisten tegenwoordig trouwens nog steeds influencers ‘par excellence’. Wat ze voorhebben op hun collega’s die (onder andere) op social media actief zijn, is dat ze telkens een geloofwaardig medium achter zich hebben, wat hun influencer-gehalte nog verhoogt.

Bovendien – en dat is niet verwonderlijk – slagen heel wat invloedrijke journalisten erin om die rol ook door te trekken op social media. Robin Wauters, in het verleden bekroond als meest invloedrijke Belgische journalist, heeft bv. 50.000 volgers op Twitter, terwijl NRC-hoofdredacteur (en Belg) Peter Vandermeersch er intussen zowat 90.000 heeft.

In het buitenland en steeds vaker in eigen land gebruiken ze social media trouwens om enerzijds de aandacht te trekken voor hun stukken (en dus invloedrijker te worden) en anderzijds om iets extra’s te bieden dat in hun eigen medium minder goed lukt. Denk bijvoorbeeld aan de modejournalist die via Twitter of Instagram een blik achter de schermen van een modeshow geeft.

De journalist, influencer door de jaren heen… Elke nieuwe technologie die hem op dat vlak verder kan helpen, zal hij opnieuw omarmen.

Alexander von Reibnitz, VDZ

Column: geloofwaardigheid en vertrouwen

“Een onafhankelijk mediasysteem is een van de hoekstenen van de democratie. Met hun kritiek- en controlefunctie bezetten journalisten een belangrijke functie in politiek, economie en maatschappij. Geloofwaardigheid is daarbij het hoogste goed van de media.” Zo klinkt het uit de mond van Alexander von Reibnitz, Directeur Print en Digitale Media bij onze Duitse collega’s van VDZ. Lees zijn column.

“Redactionele kwaliteit heeft haar prijs. Hoe belangrijk de investeringen in professionele journalistieke structuren en sterke mediamerken zijn, heeft de omvang en reikwijdte van ‘fake news’ in sociale netwerken onlangs wel duidelijk gemaakt. Als het om geloofwaardigheid gaat, leveren ‘Editorial Media’* met hun journalistieke content in print, online en mobiel, een bijdrage van betekenis in onze maatschappij.

Mensen zijn op zoek naar betrouwbare informatie en hebben groot vertrouwen in serieuze bronnen. Dat laat ook de representatieve enquête ‘Relevantie en geloofwaardigheid van de media’ zien, die door het ‘Institut für Demoskopie Allensbach’ in opdracht van de VDZ werd uitgevoerd. Meer dan twee derde van de circa 1500 ondervraagden gelooft eerder magazines en kranten dan sociale netwerken, wanneer ze tegenstrijdige berichten over hetzelfde onderwerp zien. In vergelijking met sociale netwerken vertrouwde 63% eerder televisie, terwijl 10% Facebook, Twitter & co. gelooft.

Grafiek geloofwaardigheid

Magazines en kranten overtuigen met zakelijke discussiecultuur

Mediagebruikers waarderen magazines en kranten niet alleen om de betrouwbaarheid van de berichtgeving. Ook wanneer het gaat om de discussiecultuur, die in een democratie van elementaire betekenis is, veroveren magazines en kranten de koppositie. Meer dan de helft van de bevolking (54%) is van mening dat de debatten over politiek hier het meest zakelijk en fatsoenlijk verlopen. Televisie komt hier met 45% op de tweede plaats en het internet bereikt op dit punt maar 4% instemming.

Kritiek is er vooral op de kwaliteit van de internetcommentaren. 43% van de ondervraagden die vaker commentaar op het internet gelezen hebben, ervaren deze als overwegend agressief, 28% vindt ze ongekwalificeerd en 22% als onzakelijk.

Commentaarfunctie internetbijdragen blijft veelal onbenut

Het negatieve beeld van de discussiecultuur op het internet heeft ook te maken met het feit dat voor de meerderheid het verkondigen van de eigen mening op sociale netwerken of online geen rol speelt. Meer dan driekwart vindt dat ‘niet zo belangrijk’ of ‘totaal niet belangrijk’. Slechts 10% van de bevolking heeft al meerdere keren een commentaar geschreven onder een artikel dat op een nieuwssite verschenen is. 84% heeft dat nog nooit gedaan.

Voor uitgeverijen betekenen de resultaten van de Allensbach-studie twee zaken. Enerzijds zijn ze een bevestiging van het werk dat journalisten in redacties dag in dag uit presteren. De grote meerderheid is zich van de waarde hiervan voor de maatschappij terdege bewust. Anderzijds zijn de uitkomsten een aansporing om op korte termijn in een degelijke journalistieke opleiding, professionele redactionele structuren (in print en digitaal) en in nieuwe mediamerken te investeren. Duitsland heeft wereldwijd het meest gedifferentieerde perslandschap. Het loont om dit kostbare bezit te beschermen.”

Alexander von Reibnitz, VDZ

* Editorial Media is professionele journalistiek op alle kanalen en in een hoogwaardige omgeving  voor merken. De uitgeverijen staan garant voor de hoge journalistieke kwaliteit.

 

Meer lezen?