Surf naar

WeMedia
cookie monster

Is het einde van third-party cookies de grootste kans voor uitgevers in 2020?

Browsers blokkeren op dit moment reeds 40% van uitgever-traffic en dat zal zeker niet minderen in 2020, rapporteert een recente whitepaper van Digiday. Het goede nieuws is dat het einde van de third-party cookie in zicht is. De kans voor uitgevers ligt in het benutten van hun unieke directe relatie met het publiek. First-party data (en de juiste tools) zo snel mogelijk in handen krijgen, is het devies voor 2020. First-party is de nieuwe currency.

Lees ook: Euh… first, second en third party data

Data was hét buzz-woord van 2019 voor uitgevers. De invoering van strengere regulering, zoals GDPR, privacy-bewustwording van het publiek en anti-tracking maatregelen van browsers kondigde de dood van third-party cookies aan. Dat kan in het voordeel van uitgevers werken, mits zij snel op de first-party-trein weten te springen, schrijft What’s New in Publishing in hun Media Moments 2019-rapport.

Third-party was altijd al onzin

Het afgelopen decennium vormden third-party cookies het middelpunt van de digitale reclame-economie. Providers verpakten en verkochten data van uitgevers aan adverteerders, waardoor de uitgevers de teugels uit handen gaven van hun inkomstenstromen. Niet in eigen voordeel. Bovendien, zo zegt Josh Peters van BuzzFeed, was targeting op basis hiervan eigenlijk altijd onzin, omdat consumenten gewoon in zoveel mogelijk ‘buckets’ gestopt werden.

Hoewel Google met een 67% marktaandeel tot dusver nog geen anti-tracking in Chrome heeft geïnstalleerd, zal de situatie in 2020 zeker helemaal anders worden. De directe relatie van uitgevers met consumenten opent de deur naar een opportuniteit die alleen in de Verenigde Staten al op 91 miljard dollar geschat is.

Pro-actieve first-party-strategie

Sommige uitgevers, zoals Hearst, Forbes en de New York Times bouwen hun business pro-actief op rond first-party data en installeren registratiemuren op hun websites: in de meest simpele vorm verruilen consumenten hun emailadres voor toegang tot artikelen. Uitgevers met een abonnementenstrategie profiteren extra van de registratiemuur: conversie zou tot tien keer hoger liggen.

Lees ook: Hoe trekt je lezers de engagement-ladder omhoog?

Een deel van de uitgevers hanteert eerder de struisvogelpolitiek in afwachting van mogelijke ID-oplossingen. Of gaat daar zelf actief mee aan de slag, zoals NewsCorp (o.a. The Wall Street Journal), dat wereldwijd al 590 miljoen anonieme gebruiker-ID’s aanmaakte.

Uitgevers smeden allianties

De allianties die ontstaan tussen uitgevers zijn nog een andere reactie op deze situatie. Veel uitgevers ontbreekt het aan de schaal om succesvol first-party data te kunnen exploiteren en ze komen zeker niet in de buurt van het publiek dat Facebook en Google aan kunnen bieden. In samenwerkingen als het Britse Ozone (o.a. The Guardian), maar ook over landsgrenzen heen (bv. Zwitserland en Finland) bundelen de uitgevers de krachten om een sterk data- en advertentieplatform te kunnen bieden.

Een interessant voorbeeld is de Europese NetID Foundation. Dit is een gezamenlijke login service in Duitsland, gecreëerd door RTL Group, ProSiebenSat.1 Media SE en United Internet. Meer dan 70 bedrijven gebruiken deze NetID login al, nog 25 andere zijn bezig met implementatie en NetID is van plan in 2020 internationaal uit te breiden. Het plan is om dan ook gezamenlijke GDPR-toestemming mogelijk te maken. Naar schatting heeft NetID in Duitsland alleen al 38 miljoen potentiële gebruikers.

Er liggen nog grote uitdagingen in het verschiet voor deze coöperaties. Technisch, juridisch en niet in de laatste plaats de reactie van de duopoly, wanneer hun, nu nog oppermachtige, positie deukjes dreigt op te lopen. Dat laatste kan twee kanten op: join them or destroy them.

Wat mogen we verwachten van de toekomst?

Veel uitgevers hebben als doelstelling om volledig onafhankelijk te worden van third-party cookies. Dat vergt een sterke strategie gebaseerd op een langere termijn visie. Op korte termijn is dit zeker een pijnlijke aderlating (Permutive schat een verlies tot 52% van programmatic ad inkomsten) die niet iedereen zich kan veroorloven. Uitgevers zullen hun eersterangspositie bij het publiek echter ten volle kunnen benutten eens first-party data de standaard is.

Aan de andere kant lijkt er een terugkeer te zijn naar contextgedreven reclame en people-based targeting. Niet toevallig ontdekten we de afgelopen maanden het ene onderzoek na het andere hierover (Lees ook: Zonder context heeft content geen betekenis). Adverteerders erkennen steeds meer dat context en gedrag van gebruikers een belangrijke factor is voor het succes van campagnes.

Bureaus moeten inhaalslag maken

Inkopers lopen op dit moment achter op de feiten: bureaus baseren veel reclame-inkoop nog op third-party cookies en tonen weinig begrip voor de grotere waarde van first-party data. Daar ligt nog een grote uitdaging voor de markt om achterhaalde gewoontes om te buigen. Voor kleinere uitgevers zal 2020 belangrijk blijken om grip te krijgen op de eigen datapijplijnen en vaardigheden te verwerven om de data te beheren.

Bron: What’s New in Publishing, Media Moments 2019

Gerelateerde artikels:

Marijke Haccour - Zigt

Media-expert over magazine media in België: Marijke Haccour

Hoe kijken media-experts naar de evoluties in het Belgische magazine medialandschap? En waaraan hebben ze nood? We vroegen het aan een reeks experts binnen de mediabureaus. Deze keer aan de beurt: Marijke Haccour, Media Consultant bij ZIGT Media.

Hoe evalueert u de inspanningen van de uitgevers van magazine media in het Belgische medialandschap?

Ik vertel geen geheimen als ik zeg dat de markt de afgelopen jaren onder druk stond. Het waren zware jaren, zeker voor de printedities. Sommige uitgevers zijn daar beter meer omgesprongen dan andere. Sanoma heeft ons bijvoorbeeld altijd positief verrast met hun aanpak: zij waren bereid om verder te denken dan het verkopen van pagina’s, probeerden native advertising te integreren…

Bij de overname door Roularta is die manier van werken een beetje zoek gegaan, waar we ook alle begrip voor kunnen opbrengen. We zijn dus benieuwd om te zien hoe Roularta de manier van werken van Sanoma omarmt en integreert.

Hoe schat u de situatie voor de uitgevers op dit moment in?

Kwaliteit is duidelijk opnieuw een hot topic bij de adverteerder. Hij wil niet enkel reach, hij wil bovenal de juiste context. Hier zijn magazine media natuurlijk in het voordeel. Hun kwaliteit staat als een paal boven water. 2019 zou dus wel eens een belangrijk jaar voor de magazine-uitgevers kunnen worden, zeker in het licht van de debatten rond ad fraud, viewability en brand safety. Misschien vestigen ze daar zelfs te weinig de nadruk op.

Uitgevers benadrukken te weinig hun troeven. Wanneer je als magazine-uitgever met packs met kortingen komt aandraven, speel je toch niet in op de kwaliteit van je medium?

Vindt u dat het marktaandeel van magazine media in de totale mediamix terecht is?

Ja en neen. Het marktaandeel is de laatste jaren gedaald en dat was misschien niet terecht. Maar anderzijds is het ook het gevolg van hoe de uitgevers zich de afgelopen jaren gedragen hebben.

Op welk vlak zouden uitgevers extra moeten investeren?

Het gedrag van de consument is de afgelopen jaren veranderd: hij kiest wanneer hij welke content tot zich neemt en via welk kanaal. Magazine media moeten dus nog meer voor de multiplatform approach kiezen. Print, online, social en events moeten op elkaar afgestemd zijn. In Nederland zie je sterk de opkomst van podcasts. Waarom zou je in ons land niet een interview in een printmagazine kunnen brengen, maar voor een volledige versie verwijzen naar een podcast?

Met de Libelle Winterfair en de Goed Gevoel Ladies Fair tonen onze bladen aan dat ze een community kunnen activeren. Maar die community wordt nog te weinig als een ambassadeur, als een influencer gezien. De invloed verschuift van merken naar mensen. Magazine media zou dus meer moeten samenwerken met influencers. In Nederland heeft influencer Chantal Janzen met &C net haar eigen magazine uit de grond gestampt. Ook het magazine van Linda De Mol is al jaren een van de sterkste groeiers bij onze noorderburen. En het is niet dat print in Nederland niet onder druk staat…

In België waren initiatieven als Goedele niet echt succesvol.

Dat klopt, maar volgens mij zat de timing daar verkeerd. De lancering van Goedele dateert van meer dan 10 jaar geleden. Toen waren influencers nog niet zo belangrijk. En misschien was het blad ook gewoon wat te niche…

 

Marijke Haccour - Zigt Marijke Haccour, Media Consultant Zigt Media

Lees ook wat andere media-experts te zeggen hebben:

Sophie Van Laer, Initiative

Sophie Van Laer: “We moeten magazinemerken matchen met adverteerdersmerken op een duurzame en socio-relevante manier”

Hoe kijken media-experts naar de evoluties in het Belgische magazine medialandschap? En waaraan hebben ze nood? Deze vragen leidden tot een reeks interviews met experts binnen de mediabureaus. Deze keer de mening van Sophie Van Laer, Strategy Director bij Initiative.

MAGnify 2018 logo

Hoe evalueert u de inspanningen van de uitgevers van magazine media in het Belgisch medialandschap?

Vroeger waren magazines dé gatekeepers om specifieke doelgroepen te bereiken. Die tijd is door de digitalisering voorbij. Veel uitgevers en magazinemerken hebben, soms wat laat, de inhaalbeweging gemaakt  op het vlak van digital en zijn hun content ook beginnen aanbieden via online platformen, apps en social media. Maar ik betwijfel of dit voldoende is en het tij zal doen keren.

Op welk vlak zouden ze extra moeten investeren?

Uitgevers zouden naar mijn bescheiden mening meer moeten investeren in het (uit)bouwen van sterke merken, in de marketing ervan en het zoeken naar de juiste manieren om duurzaam te connecteren met het publiek dat ze voor ogen hebben. Magazines moeten meer zijn dan titels of de naam van het ‘blad’ dat via papier of digitale kanalen content verspreidt. Bij sterke magazinemerken is het distributiekanaal van de content eigenlijk secundair. Maar dat impliceert natuurlijk langetermijndenken. Met de druk die de sector al voelt en de resultaten die er moeten liggen op korte termijn is dat geen evidentie …

Content blijft uiteraard de ruggengraat van magazines en moet het verschil maken, maar die content is vandaag al zeer toegangelijk via allerhande kanalen en platformen. Bovendien merk ik ook veel inwisselbare content. Iedereen is vandaag uitgever. Als je bijvoorbeeld inspiratie wil opdoen voor je volgende reis, je interieur, wat dan ook … dan krijg je via Pinterest, blogs en retargeting bijna meer info en inspiratie dan je kan verwerken.

Misschien hebben magazines naast uitstekende content ook nog wat meer ‘smoel’ en brand purpose nodig? De Bihor Couture-campagne van Beau Monde toont dat magazines relevanter kunnen worden door ergens voor te staan en een rol op zich te nemen. Ook de Indie magazines in de UK, niche ‘offline’ magazines die duidelijk ergens voor staan, doen het erg goed. Ze blijven eerder niche, zullen nooit een gigantische verspreiding hebben, maar zijn voor het grootste gedeelte subscription based en door te werken met freelance redacteurs zijn de bladen meer dan rendabel. Misschien heeft het ook te maken met de slow journalism trend, voor sommigen een antistof tegen oppervlakkige en vluchtige wegwerpmedia.

Als die echte connectie met het publiek er is, wordt het voor ‘adverteerders’ des te interessanter en biedt het gewoon veel meer mogelijkheden.

Hoewel een advertententiepagina in een magazine meestal niet als intrusief wordt beschouwd, kan het naar mijn gevoel ook snel ‘opvulling’ worden. Daarom voel ik veel meer voor strategiche en creatieve partnerships.

Of dat nu in de vorm van native advertising is, co-creatie, co-productie van line extensions, of creatief gebruik van het medium zelf zoals bij de recent bekroonde  Portrait Mode Covers-campagne van iPhone.

Welke initiatieven op online vlak missen nog?

We zien al partnerships met bloggers, guest-editorships, integratie van e-commerceplatformen binnen een merkbeleving zoals bij VT Wonen… Dat zijn super initiatieven. Misschien kunnen magazinemerken nog meer een faciliterende rol spelen? Neem bijvoorbeeld Design(er) @ Home, een gesloten Facebookgroep met een flink aantal volgers dat onderling graag advies krijgt/geeft van passiegenoten. Verder denk ik ook dat sommige magazines de switch naar digitaal kunnen maken met periodieke papieren uitgaven die eerder bedoeld zijn als collector’s item, naar het voorbeeld van CharlieMag, dat twee keer per jaar zijn bookzine uitbrengt.

Vindt u dat het marktaandeel van magazine media in de totale mediamix correct is?

Ik heb thuis verschillende hoge stapels magazines (sommige exemplaren dateren van 1998) en uitgescheurde katernen liggen waar ik maar geen afstand van kan doen. Ik ben en blijf fan van de tactiele ervaring die magazines en boeken opleveren, dus ik ben wellicht niet de meest neutrale persoon om hierop te antwoorden.

Maar we redeneren nu erg vanuit reach, cost/grp en duurtijd om bereik op te bouwen. En dan worden vaak andere mediakeuzes gemaakt. Als we met sterke magazinemerken meer gaan redeneren vanuit kwaliteit en bekijken hoe we magazinemerken kunnen matchen met adverteerdersmerken op een duurzame en cultureel-relevante manier, dan wordt het een ander verhaal. Met kwaliteit als insteek kan je via allerlei social kanalen de reach en kwantiteit alsnog sterk uitbouwen.

Sophie Van Laer, Initiative Sophie Van Laer, Strategy Director, Initiative

Lees ook wat andere media-experts te zeggen hebben:

Portret Britt Luyten, Maxus

Media-experts over magazine media in België: Britt Luyten

Hoe kijken media-experts naar de evoluties in het Belgische magazine medialandschap? En waaraan hebben ze nood? We vroegen het aan een reeks experts binnen de mediabureaus. Zoals Britt Luyten, Chief Client Officer van Maxus.

Hoe evalueert u de inspanningen van de Belgische uitgevers van magazine media?

Printregies en -uitgevers hebben het duidelijk erg moeilijk. Ik merk twee manieren om daarmee om te gaan. Enerzijds heb je de regies die heel erg hun best doen om langs te komen bij ons, visibel te zijn en te proberen zoveel mogelijk te weten te komen over onze klanten om zo een antwoord op maat te geven. Anderzijds heb je de regies waarvan we zelf het gevoel hebben dat ze de handdoek reeds in de ring hebben gegooid. We horen of zien hen amper en ze komen ook niet met nieuwe dingen op de proppen.

Waarop moeten de uitgevers meer inzetten?

Op het digitale. Ik denk dat de uitgevers daar nog stappen kunnen zetten, maar ik vind dat ze sowieso erg laat op de boot zijn gesprongen. Ze moeten al een halve zee overzwemmen om de kloof nog te dichten.

Ik merk dat Sanoma bijvoorbeeld gaat samenwerken met illustratrice Chrostin. Lijkt me een zeer goede zet: ze is een getalenteerde studente met de vinger aan de pols van een groot deel van de doelgroep van Sanoma. Ze heeft ondertussen al 56.100 volgers en haar boek wordt gelanceerd in New York. Maar opnieuw komen ze er erg laat mee aandraven. Bovendien heeft het nieuws me bereikt via de instastory van Chrostin zelf en dus niet via de regie.

Kranten, die oorspronkelijk met dezelfde problematiek worstelden, zijn veel sneller met relevante en innovatieve oplossingen naar ons en onze adverteerders gekomen. Ik denk aan Mediahuis met op maat gemaakte rapportages of AR experiences, of Metro dat print linkt aan experiences en activaties. Maar ze hebben ook bijna allemaal een superrelevante online of mobile equivalent van de papieren versie van de krant.

Wat raadt u magazinespelers aan?

Als we naar de consument kijken, dan zien we dat die niet zo sterk veranderd is in wat hij/zij leuk vindt als content. Wat wel sterk veranderd is, is hoe hij content consumeert, waar en waneer hij op zoek gaat naar info etc.

En hetzelfde geldt voor de nieuwe generatie Communicatie Planners. Dat zijn allemaal digital natives. Ze zijn het gewoon om geïntegreerd te werken en zien online dus al lang niet meer als een on-top medium. Ze krijgen bovendien alle info, heel de tijd vanuit al de hoeken van het medialandschap en zijn zelf vaak geen grote gebruikers van print magazines meer.

Als magazines dan op de radar willen blijven van deze planners moeten ze zich meer opdringen, de voordelen van hun magazines uitleggen en inspelen op noden of interesses van de consumenten. Want uiteraard kunnen magazines absoluut nog relevant zijn in bepaalde strategieen en dat geldt wat mij betreft over alle doelgroepen heen. Of kunnen ze aangeven wat hen wel relevant lijkt.

Momenteel is het aandeel van magazines in de mediamix van Maxus eerder beperkt. Maar ik merk dat het aandeel dat we in magazines investeren wel in lijn ligt met andere landen in Europa zoals Nederland, iets lager dan Frankrijk, maar hoger dan in UK bijvoorbeeld.

Ik denk dat er opnieuw groei op zou kunnen zitten als de regies het gat opvullen dat er momenteel toch nog steeds is met betrekking tot native content, relevante blogs, DIY filmpjes, … In andere landen (zoals Nederland) is het zeer populair, terwijl het in België nog zeer beperkt is. De magazines hebben er alvast de juiste content voor.

Lees ook andere opinies:

Portrait Vanessa Sanctorum

Vanessa Sanctorum, Havas Media: “Iedere media-expert beseft dat magazines enorme sterktes hebben”

Hoe kijken media-experts naar de evoluties in het Belgische magazine medialandschap? En waaraan hebben ze nood? Deze vragen leidden tot een reeks interviews met experts binnen de mediabureaus met als eerste in de rij Vanessa Sanctorum, Head of Consumer Science & Analytics bij Havas Media.

Op 4 oktober te Zaventem vindt MAGnify 2018 plaats.
Laatste kans om in te schrijven op www.magnify.beMAGnify 2018 logo

Hoe evalueert u de inspanningen van de Belgische uitgevers van magazine media?

Samen met mijn collega’s ervaar ik grote verschillen tussen de regies. Roularta is sterk aanwezig en zeer flexibel, terwijl we bijvoorbeeld Sanoma de afgelopen jaren nauwelijks hoorden of zagen. Ik vermoed dat de regies sterk kijken naar de portfolio aan merken die je als mediabureau hebt en dat vind ik spijtig. Je krijgt immers een nieuwe generatie planners die minder ‘magazineminded’ zijn en die de sterktes van het medium onvoldoende kennen.

Die dalende investering in communicatie merk ik trouwens ook op consumentenvlak. Voor bepaalde bladen wordt bitter weinig promotie gevoerd en ook campagnes om het magazine als merk in de markt te zetten, zijn een zeldzaamheid geworden. Zo verdwijnt voor een stuk ook het fenomeen dat een marketeer met zijn merk in een blad wil staan omdat zijn vrouw het leest…

Waarop moeten de uitgevers meer inzetten?

Puur op aanwezigheid. Andere media zijn dynamischer en agressiever. Ze sturen newsletters, komen met presentaties, voeren studies en communiceren daarover… Iedere media-expert beseft dat magazines enorme sterktes hebben: ze zijn lean back, je hebt geen multitasking… Dat zou meer onderbouwd en herinnerd moeten worden. Binnen de mediabureaus zijn er de laatste jaren bovendien minder specialisten per medium. Daardoor is de nood nog groter.

Welke initiatieven op online vlak missen?

Ik vrees dat magazinespelers te laat de stap naar online gezet hebben. Elle heeft een mooie site en was snel op Facebook, maar het blijft een uitzondering. Met als gevolg dat ‘digital natives’ een deel van de koek hebben ingepikt.

Magazines moeten hun sterktes doortrekken naar online en daarin consequent zijn. Femmes d’Aujourd’hui heeft dat bijvoorbeeld goed begrepen. Zij focussen ook online op recepten,  korte inhoud en praktische tips.

Hoe zit het in het buitenland? Waar kunnen Belgische magazine-uitgevers de mosterd nog halen?

Vergelijken is geen goed idee. De markten zijn totaal anders. In landen als Frankrijk wordt meer gelezen, in één taal, waardoor de situatie op advertentievlak ook totaal anders is.

Hoe evalueert u het huidig marktaandeel van magazine media in de mediamix?

Het marktaandeel van magazine media in de portefeuille van Havas Media ligt wat lager dan gemiddeld, maar het blijft wel stabiel. Wij hebben een aantal klanten die er sterk in geloven, omwille van het hoger publiek dat ze aanspreken, omwille van de moeilijke boodschappen die je zo kan communiceren, omwille van de volle aandacht van je publiek…

Het grote voordeel van magazine media is natuurlijk ook een groot nadeel. Je consumeert het wanneer je wil, waardoor ook de traffic naar het winkelpunt trager op gang komt en je die moeilijker aan de advertentie kan linken.

Wat zeker een applaus waard is, is het feit dat we met allemaal lokale spelers en lokale merken zitten. Misschien wordt dat in de toekomst wel een belangrijke troef…

Vanessa Sanctorum, Head of Consumer Science & Analytics bij Havas Media

MAGnify 2018

MAGnify sprekers en panel

Op 4 oktober te Zaventem vindt MAGnify 2018 plaats.
Laatste kans om in te schrijven op www.magnify.be

 

Gerelateerde artikels:

Trends 2017

10 mediatrends voor 2017 volgens topman Zenith

De wereld om ons heen verandert razendsnel, maar toch blijft er heel veel nog hetzelfde, zoals een pintje bestellen in je stamcafe. Daar komt nog weinig technologie aan te pas en volgens Zenith topman Tom Goodwin (Executive VP Innovation USA) is het belangrijk om goed te kijken naar wat er precies verandert en wat niet. Tijdens de Changing Media Summit van The Guardian voorspelde hij 10 mediatrends voor 2017 en verder.

  1. Overvloed
    Er is een overvloed aan content en het zal alleen maar meer worden. Dat is niet bepaald een ‘sustainable future’, zegt Goodwin. Media en reclame wordt altijd gemaakt met het idee dat mensen tijd en aandacht te over hebben, terwijl dit duidelijk niet het geval is. De strijd om de aandacht zal dus alleen nog maar agressiever worden.
  1. Digitaal verdwijnt
    We moeten stoppen met denken over online, social en digital als activiteiten en bezigheden. Dat is volgens Goodwin taalgebruik van mensen die niet zijn opgegroeid met technologie. Hoe jonger je bent, hoe vreemder het concept van ‘tijd online besteden’ is. Dat zou namelijk betekenen dat er ook zoiets is als ‘offline’ zijn, maar voor een 14-jarige is online zijn een gegeven. De scheidslijnen vervagen ook zeer snel met het ‘internet of things’ en nieuwe toepassingen als Google Home.
  1. Horizontale media
    Nog een verouderd concept – en een die innovatie afremt – is het idee van verticale mediakanalen: tv, radio, internet, mobile, magazines. Een smartphone kan alles zijn: tv, radio, internet, magazine. Smart-tv’s komen daar ook al dicht in de buurt. Schermen zullen overal aanwezig zijn en de smartphone blijft voorlopig waarschijnlijk wel de belangrijkste, aldus Goodwin.
  1. Vervaagde grenzen tussen media
    In het verlengde daarvan ligt de vraag: wat is televisie eigenlijk? Het grote scherm in de woonkamer? De programma’s die je kijkt? En hetzelfde geldt voor radio. Het is veel logischer om over video en radio content te spreken. En wat is een magazine tegenwoordig? Wij spreken niet voor niks over magazine media en magazinemerken, want in welke categorie valt anders een Vogue videoverslag van de Fashion Week catwalks?
  1. Meer kleine data
    De smartphone is zeer persoonlijk en intiem en dat geldt ook voor de data die ermee vergaard kan worden. Personalisatie van content en boodschappen op basis van ‘small data’ in plaats van ‘big data’ zou in 2017 een trend worden.
  1. Nieuwe realiteiten
    VR en AR zijn nieuwe realiteiten en voor uitgevers en adverteerders een nieuw canvas om op te werken. Deze technologieën maken een volledig andere manier van denken over reclame noodzakelijk. Volgens Goodwin is het ergste wat we kunnen doen, onze huidige werkwijze toepassen op de nieuwe realiteiten.
  1. Het voorspellende web
    Internet zal steeds meer voorspellen wat we willen en nodig hebben en waar we naar toe willen. In plaats van zelf iets opzoeken, biedt het nieuwe voorspellende internet ons vanalles aan. Dat betekent ook de juiste boodschap voor jou op de juiste tijd en de juiste plaats.
  1. Het verschil tussen ‘shoppen’ en ‘kopen’
    “Maak dingen eenvoudig of mooi – als het geen van beiden is, heeft het geen plaats in de toekomst”, voorspelt Goodwin. Want er ontstaat een scheiding tussen shoppen en kopen, waarbij de aankoop supersimpel wordt (swipe) en het shoppen draait om ervaringen, thema’s, content marketing en meer plezier aan het aankoopproces toevoegen.
  1. Weg van het scherm
    Aan de ene kant de trend van schermen overal, aan de andere kant ook het verdwijnen van de interface. Navigatie zonder scherm steekt de kop op, met bijvoorbeeld Alexa en wearables.
  1. AI
    Dat AI een trend is, moge duidelijk zijn. Maar Tom Goodwin focust vooral op het feit dat de mediawereld de technologie echt centraal moet zetten en niet dezelfde ‘rearview mirror’ aanpak gebruiken zoals internet.

Bedrijven die het potentieel van nieuwe technologieën begrijpen (zoals AI centraal zetten), die vooruitkijken, horizontaal in plaats van verticaal denken en vooral digitaal bloed in de aderen hebben stromen, zijn volgens de Executive VP Innovation van Zenith de winnaars van de toekomst.

Bron: The Media Briefing