Surf naar

WeMedia
EBU Trust in media 2020

Seen from Space: Belgen nogal gerust in hun media

[via MediaSpecs / Space] De traditionele media in België kunnen een heel goed rapport voorleggen. Dit blijkt uit de Trust in Media Barometer 2020 van de EBU (European Broadcasting Union). Van de ongeveer 1.000 personen die in het afgelopen najaar in ons land bevraagd werden, verklaart 30% een groot vertrouwen in de media in het algemeen, terwijl in de Europese Unie het gemiddelde op 19 ligt (de twee Europese landen waar dit vertrouwen is het laagst zijn het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, met respectievelijk 7 en 9%).

EBU Trust in media 2020

Omgekeerd verklaarde minder dan een op de vier Belgische respondenten dat ze erg op hun hoede waren voor de media, vergeleken met 40% in de Europese Unie. Het percentage van de Belgische bevolking die de media wantrouwen is redelijk stabiel in de tijd, is een van de laagste in Europa en leunt dicht aan bij dat van de Scandinavische landen. Als we kijken per medium, bevestigen de traditionele kanalen – radio op kop – van jaar tot jaar hoge vertrouwensindexen, aanzienlijk hoger dan die van andere Europese landen.

De Belgen geven daarentegen wel blijk van een groot wantrouwen tegenover sociale netwerken. Het internet (een te ruime benaming) wordt in verschillende mate vertrouwd/gewantrouwd, maar de score blijft toch duidelijk negatief, minder in België dan in de Unie. Aangezien de traditionele media duidelijk lokaal zijn, kan men hier een zekere tegenstelling zien tussen “de stemmen van hier” (tv, radio, pers) en diegene die al dan niet duidelijk van elders komen. Een andere mogelijke interpretatie: het verschil tussen journalistieke inhoud (ook al is de vraag algemeen en niet per se gericht op “nieuws”) en een minder gecureerde inhoud, zoals de sociale media of bepaalde onderdelen van het internet.

Helaas dateert het onderzoek van voor de coronacrisis en geeft het dus geen enkele indicatie over de huidige gemoedstoestand is. Om dit gebrek te verhelpen voegde de EBU gegevens van enkele externe bronnen toe aan zijn rapport. Voor de betrokken landen (waartoe België niet behoort), geven deze onderzoeken aan dat het meest betrouwbare nieuws over corona volgens de respondenten afkomstig is van nieuwsorganisaties (Reuters) of naargelang het land overheidsbronnen of televisienieuws (Global Web Index). Daarmee worden de eerder verzamelde gegevens dus niet tegengesproken.

Bron: MediaSpecs / Space

Lees ook:

Xavier Bouckaert, Roularta Media Group

Xavier Bouckaert: “daadkracht voor 2020”

[via WE MEDIA] “We staan voor een nieuwe wende, in jaartal toch. In onze business is de wende al lang ingezet en de gevolgen rollen als bij een tsunami doorheen elke industrie. Nu de politieke klasse nog. Wij als uitgevers en mediabedrijven kijken met hoge verwachtingen naar onze politieke leiders. Geef ons ruimte om voort te innoveren, maak de Gafa’s conform ons ecosysteem, geef de openbare omroepen hun juiste rol ten opzichte van de private markt en in de samenleving.  

De evoluties en veranderingen zullen in alle sectoren, en zeker in de media, ook in 2020 blijven voortrazen. Digitale productie, distributie en consumptie leiden de dans. Verdieping, specialisatie, merkversterking in functie van een betere klantenkennis en –service maar ook samenwerking binnen het media-ecosysteem zullen en moeten voort evolueren.

Op de lezersmarkt trekken abonnementen aan, ja ook de digitale ook al zijn ze nog niet winstgevend. De consument weet de weg naar onze kwaliteitsvolle producten meer en meer te vinden of beter nog, wij weten de aandacht van de mediagebruiker beter en beter te trekken met content van topkwaliteit en goede marketing. Uitgeven is ons vak en dat kunnen we als de besten.

Ook de adverteerders beginnen dat stilaan te beseffen. Toch blijven de advertentie-inkomsten zwaar onder druk staan ten nadele van de technologie-reuzen vooral Facebook en Google. Komt daarbij dat deze spelers zich nog steeds niet inpassen in ons eco-systeem. Wij als uitgevers hebben nood aan een daadkrachtige regering die de GAFA’s doet bijdragen tot het ecosysteem waarvan ze leven. Dat betekent in de eerste plaats dat ze betalen voor de content die ze van ons uitgevers gebruiken en dat ze evenzeer bijdragen aan de samenleving waarvan ze de vruchten plukken.  We verwachten ook van onze overheden dat ze op alle niveaus, van regionaal tot federaal en Europees, maatregelen nemen zodat dominante digitale spelers geen misbruik kunnen maken van hun machtspositie.

Tot slot kijken we ook uit naar de rol die de openbare omroepen voort zullen vervullen. Ook zij hebben een dominante rol in de mediasector. Het is belangrijk dat ze uit een slinkende advertentiemarkt slechts beperkte of geen commerciële middelen kunnen putten afhankelijk van het platform.

Voorts is het evident dat ze ook aanwezig zijn op het digitale terrein maar niet als concurrent van de private spelers. De openbare omroep ontstond als audiovisueel medium wegens schaarste aan distributie en het kan niet de bedoeling zijn dat ze nu elk privé-initiatief onmogelijk maken. Laat de openbare omroepen de promotor zijn van de private media in plaats van onze kwaliteitsvolle media te beconcurreren. De echte strijd woedt niet tussen onze Europese media. Als we overeind willen blijven, zullen we allen samen moeten strijden tegen de niet-Europese wereldspelers.”

Xavier Bouckaert, Roularta Media Group Xavier Bouckaert, Roularta Media Group

Lees ook deze artikels:

CommPass deelnemers

Hoe betrouwbaar was de kristallen bol in 2019? En wat zijn de voorspellingen 2020? (CommPass)

[via mediaspecs] Met 2020 hebben we een horizon bereikt, maar zijn eerdere mediavoorspellingen blijvend gebleken? En hoe zit het met de verwachtingen voor 2020?

Lees ook: Het jaar 2019 in quotes van Magazine Media

Tijdens de CommPass-sessie van 14 januari werden onder leiding van moderator Danny Devriendt (IPG Mediabrands) de kristallen bollen bovengehaald door Chris Van Roey (UBA) voor de adverteerders, door Sylvie Irzi (UMA) voor de mediabureaus, door Karen Corrigan (ACC) voor de communicatiebureaus, en door François le Hodey (IPM) voor de media.

Flashback naar een jaar geleden: de voorspellingen voor 2019

Als eerste stap van de avond evalueerde Danny Devriendt de pronostieken die in 2019 tijdens de eerste editie van The Year Ahead werden gemaakt. Wat zou 2019 volgens de toenmalige opinies in petto hebben gehad?

  1. Een grote doorbraak voor voice-technologie. “Iedereen heeft erover gehoord, een aantal mensen hebben het in hun auto en in hun huiskamer, maar op de business zelf is er nog weinig van te zien”, aldus Danny Devriendt.
  2. Video: “Het kan niet meer weggecijferd worden uit ons marketing- en communicatieverhaal, zowel op vlak van content als advertising.”
  3. Burgerbewegingen: “Als we kijken naar de actualiteit van het voorbije jaar, dan is ook die voorspelling vrij raak, hoewel die burgerbewegingen erg weinig invloed hadden op onze marketing en media business, op enkele uitschieters na.”
  4. Personalisatie van boodschappen: “Personalisatie is niet meer uit ons leven weg te denken, zowel negatief als positief. De juryleden van MM, PUB en MediaSpecs hebben deze trend unaniem naar voren geschoven als beste voorspelling van 2019.”

Voorspellingen voor 2020

François le Hodey: “Mijn grote frustratie is dat men er maar niet in slaagt om goed gebruik te maken van het publiek dat we voor de adverteerders hebben. Daarom moeten we ‘de media’ als merk extra in de verf zetten bij adverteerders. Onze lokale media zijn een sterk product waarvan we bureaus en adverteerders kunnen overtuigen.”

Lees alle voorspellingen 2020 hier op MediaSpecs

Lees ook:

Thierry Hugot, Rossel

Thierry Hugot: “We produceren, checken, verdelen en targeten. We moeten alles doen. Dat ons vak ontzettend veranderd is staat buiten kijf”

[via MediaSpecs] Met het eindejaar maken we van de gelegenheid gebruik om Marketing- en commercieel directeur Thierry Hugot te interviewen. Bij wijze van slot aan 2019 vormt dit het perfecte moment om de mediabalans op te maken van het afgelopen jaar en komende projecten te bespreken. En dat doet Thierry Hugot, maar niet zonder enige bedenkingen.

Hoe staat het ervoor met het Belgische medialandschap? Dat is niet om over naar huis te schrijven. Verre van. Erboven hangt een zwaard van GAFAcles. Enkele maanden geleden brak er zelfs een controverse uit, wat zeer veel reactie uitlokte van de kant van de media: Google weigerde om zich te schikken naar het ‘naburig recht’. Dat nieuwe mechanisme moet een betere verdeling van de inkomsten uit digitaal garanderen aan nieuwsproducenten. Wat Google toen deed stond gelijk aan een middelvinger: « c’est un bras d’honneur » klonk de verontwaardiging van Frans staatssecretaris Mounir Mahjoub. De nieuwe maatregel ging daarmee zomaar in rook op en draaide op een sisser uit: « pour l’instant ça fait pschitt ! », maakt Thierry Hugot zich druk.

Oproep tot samenwerking

De wurggreep van de GAFA op digitaal zet de mediaspelers vandaag de dag buitenspel. De internationale giganten hebben meer dan 75% van de digitale reclame-investeringen in handen. En het overblijvende percentage, daarover liggen de media met elkaar in de clinch. Daarvan valt je mond toch helemaal open: wat voor toekomst is er zo nog voor informatie, de media en originele content? Om zich te ontdoen van de macht van de GAFA roept de directeur van Rossel Advertising op tot samenwerking en gedeelde creativiteit. We moeten samen een specifiek aanbod en nieuwigheden creëren.

Behalve het hete hangijzer van de dubieuze GAFA binnen de Belgische markt, doet zich ook een conjunctuurprobleem voor. “Niet alleen het internet heeft eronder geleden in België. Het uitblijven van een regering en de nodige regulering zorgt voor een onduidelijke situatie.” Zonder regulering weet in feite niemand hoe de fiscale toekomst van de media eruit zal zien. “De mediamarkt is een trage markt met weinig herstelmaatregelen en consumptiestimulansen”, legt Thierry Hugot uit.

Bijkomstig probleem: de grote mediaspelers richten hun pijlen op het buitenland om hun investeringen te spreiden. “België is geen proefmarkt meer. In de ogen van internationale spelers is ons land op wereldschaal veel te klein geworden om als proefmarkt te dienen”, stelt Thierry Hugot vast.

Trends binnen het medialandschap

Zowel in België als daarbuiten nemen we trends waar. Na een lange aanloop is video voor de mediaspelers ondertussen een van hun stokpaardjes geworden, met een erg brede invloed op de reclame. “Dat is iets wat heel goed aanslaat”, gaat de directeur verder, en iedereen – van de uitgevers tot de adverteerders – investeert erin. De videoboost gaat verder ook nog genieten van de evolutie van de gesegmenteerde TV.

Met de videoplayer Digiteka zet ook de groep Rossel in op deze trend. Met Thierry Hugot als voorzitter (Rossel-Sipa Ouest) biedt dat bedrijf vernieuwende video-oplossingen die het mogelijk maken om “maandelijks meer dan 8.3 miljoen unieke desktopviewers te bereiken”.

 

Met de ‘e-read’ geeft Rossel ook een andere bestemming aan hun papieren reclame. De lancering staat gepland voor januari 2020 en het doel van de ‘e-read’ bestaat erin om alle papieren reclame in digitaal op te nemen. “Alle lees- en surfonderdelen op onze websites zullen geïntegreerd printreclame aanbieden die aangepast is aan digitaal. Maar het blijft wel dezelfde afbeelding”.

En welke toekomst voor brand safety in video? Voor volgend jaar is er een uitbreiding van het ‘Digital Ad Trust’-label voorzien, in samenwerking met VIA (de associatie voor audiovisuele media). Dat kwaliteitslabel werd in 2019 in België gelanceerd en garandeert de kwaliteit van digitale reclameruimte die aan adverteerders wordt aangeboden door regies, netwerken en uitgevers. In 2020 komt daar dus ook video bij.

Betalende digitale abonnementen in stijgende lijn

Dan is er nog de trend van de betalende abonnementen. “Die schieten al zo’n twee jaar fors de hoogte in”, stelt Thierry Hugot vast. De digitale verkoop is aan het ontploffen. Franse dagbladen zoals Le Monde en Le Figaro klokken af op tussen de 200.000 en 300.000 betalende digitale abonnees. “Bij ons is een op twee abonnementen een digitaal abonnement.”

En wat betreft de rentabiliteit? De marges zijn niet groter dan bij print. Digitaal, dat is een dure zaak, met veel investeringen in ontwikkeling en IT. “We besparen op papier en de verdeling ervan, maar kunnen aan de andere kant wel gemiddeld minder duur verkopen. Als je een vaste uitgave en het onderhoud ervan in beschouwing neemt, dan kost dat grofweg evenveel als de investering in een rotatiepers elke 20 jaar. IT zit aan minimum 15 à 20 miljoen per jaar”, berekent de directeur.

E-fluenz en het nieuwe marketing

In 2019 maakten influencers hun opwachting in het medialandschap. “Het is een nieuwe manier om reclame aan te bieden”. Rossel sprong op de kar van deze nieuwe trend en zette E-fluenz op, een bureau met als taak om influencers aan te werven. “Het is eenvoudig: we vragen u wat voor influencer u wil (B2B, food enz.), dan zien we erop toe dat die laatste goed uitvoert wat we van hen vragen en vervolgens werken we een reportage uit”, verduidelijkt Thierry Hugot. Een wedstrijd, een event of een productlancering? Thierry Hugot raadt aan gebruik te maken van een netwerk van influencers die het merk rechtstreeks onder de aandacht brengen. “Bij een campagne met influencers merken we zowel een groter aantal lezers als een langere leesduur”.

2019: het jaar van de data

Meer nog stond dit jaar internationaal in het teken van de toepassing van data. Die zijn na een trage start ondertussen onmisbaar geworden voor marketers in hun portfolio en hun klantenrelaties (CRM). Ze hebben data nodig. “Voor alleman is het een kopzorg geworden: van de adverteerders tot de bureaus enz.”, merkt de directeur op.

Audio en podcasts zetten ook hun eerste stappen, maar staan zowel publicitair als redactioneel nog helemaal in de kinderschoenen. “Podcasts zullen in 2020 nog geen fameuze boost kennen. Misschien binnen enkele jaren”, zegt Thierry Hugot nog.

De mediawereld is volop in beweging en geen van de mediaspelers kunnen eromheen. Marketers moeten zich in hun doelgroep verplaatsen, ze kloppen aan bij influencers om hun product beter te verkopen, met audio en video verspreiden ze hun merk, ze ontginnen data enz. “We moeten van alle markten thuis zijn: we zijn producenten, we checken de content, we verdelen en we targeten. Dat ons vak ontzettend veranderd is staat buiten kijf”.

Overgenomen van MediaSpecs

Lees ook:

MAGnify 2019 – Een magazine: van ruis naar rust (verslag MediaSpecs)

Communities Magazine Media

Magazines en communities: a match made in heaven

Ter gelegenheid van zijn 10de verjaardag organiseerde MediaSpecs een seminarie. Het thema: de communities van uitgevers. Wat blijkt? Magazines zijn ideaal om een community rond te bouwen. Hoe ze dat doen, bundelen we in 7 lessen.

 

  1. Wees empathisch

Wie een community wil laten ontstaan, moet zich goed kunnen inleven in de doelgroep. Waar zijn de verwachtingen? Welke nood is er? Soms is een dosis gut feeling nodig. Mike Koedinger (Maison Moderne – Luxemburg): “ Toen we voor de start polsten, zag niemand het nut in van een business club. Nu is de Paperjam Club goed voor 950 bedrijven die lid zijn.”

 

  1. Het helpt als de doelgroep duidelijk kan afgebakend worden

“ Een community opbouwen van mensen met bijvoorbeeld dezelfde job is gemakkelijk”, klinkt het bij Fernand Vanrie (Professional Media Group). “ Moeilijker wordt het als het gaat om mensen die met hetzelfde bezig zijn, maar die over sectoren heen zitten. Professionals die met motoren bezig zijn. Dan creëer je eerder subcommunities. Daarvoor is een papieren product weinig haalbaar. Online kan hier oplossing bieden.”

 

  1. De sleutel tot succes zit hem in het op elkaar inspelen van de touchpoints

Heel wat uitgevers proberen een community te bouwen door zoveel mogelijk relevante touchpoints met de doelgroep te creëren. Niet dat is de sleutel tot succes, wel hoe die touchpoints op elkaar inspelen. “ Onze business model draait door de interactie tussen print, digitaal, onze business club en B2B-oplossingen”, zegt Mike Koedinger erover.

 

  1. Lokale communities maken het gemakkelijker en moeilijker tegelijkertijd

Verenigingen hebben vaak lokale afdelingen, die al communities op zich zijn. Dat levert ontegensprekelijk voordelen op. De moeilijkheid is echter dat de band met de hoofdorganisatie moet blijven. Gezinsbond probeert hieraan te werken met de invoering van lokale mini-sites onder de grotere koepel. Op de mini-sites krijgen de lokale afdelingen de mogelijkheid zelf content toe te voegen en de interactie met de leden aan te gaan.

 

  1. Durf streng zijn

“ Je behoort tot de community of je behoort er niet toe. Er half toe behoren is geen optie.” Jos Grobben (Roularta) pleit voor een duidelijke afbakening. Bij Roularta zijn de abonnees lid van de community. Zij hebben voordelen, krijgen extra’s. Niet-abonnees krijgen die niet. Waardoor zij daar net meer de nood van inzien en een abonnement nemen.

 

  1. Mobiliseer de community

Een community bouwen is een, ze laten leven is iets anders. Het mobiliseren van de leden ervan kan daarbij helpen. Eos Magazine mobiliseert zijn commnunity bijvoorbeeld (via iedereenwetenschapper.be) voor ‘citizen science’, wetenschap die zich baseert op de grootte van het grote publiek om tot resultaten te komen (denk bijvoorbeeld aan de vogeltelling die elk jaar plaatsvindt).

 

  1. Maak van communities een inkomstenbron

Communities zijn goed omdat ze de trouw van lezers vergroten. Maar ze kunnen ook een bron van inkomsten zijn. Bij Trends en Trends-Tendances komt 30% van de inkomsten niet uit lezers- of advertentiemarkt, wel uit de communities: events, seminaries…

Adverteerder, u weet waarop u moet letten als u zich wil linken aan een goed draaiende community…

 

Zin in meer?