Surf naar

WeMedia
NYT building

Uitgevers worden creatieve bureaus

De wereld staat op zijn kop: adverteerders worden uitgevers, reclamebureaus gaan content maken en uitgevers worden creatieve bureaus. Dat laatste bleef tot nu toe beperkt tot branded content en native advertising afdelingen. The New York Times gooit echter de knuppel in het hoenderhok en gaat nu ten volle de confrontatie met reclamebureaus aan, teneinde de directe relatie met adverteerders veilig te stellen.

Sebastian TomichDeze beweging moet helpen om tegen 2020 de digitale inkomsten te verdubbelen tot 800 miljoen dollar, waarvan de helft uit advertising. Sebastian Tomich is hoofd innovatie bij The NY Times en moet deze straffe ambities waarmaken. Nieuwe content en creatieve diensten zullen volgens hem zorgen voor een groot deel van de nieuwe inkomstenstromen en groeien nu al sneller dan de display business. The NY Times scoorde met zijn innovatieve native advertising oplossingen, zoals voor Netflix en Philips, maar de tijd van briljante eenlingen is nu definitief voorbij. Tomich is van plan om een gevreesde concurrent te worden van creatieve en mediabureaus met hun content-aspiraties.

Langlopende overeenkomsten met merken

Een belangrijk voordeel van deze aanpak is dat er langlopende overeenkomsten met merken aangegaan kunnen worden. Daarin verschilt de bureau-aanpak namelijk van hoe mediabedrijven het traditioneel aanpakken. Om het juiste talent aan te trekken dat merken op niveau kan bedienen, is dit een voorwaarde. Bovendien, zegt Tomich, is het voor mediabedrijven tijd, of eigenlijk onvermijdelijk, om geld te vragen voor de arbeidsintensieve campagnes die zij voor hun klanten uitdenken. Het huidige model, dat uitgaat van de verkoop van ‘platte’ mediaruimte/-tijd en waar bureaus tussenschakel zijn, is economisch onhoudbaar geworden.

Bij The NY Times zien ze zichzelf nog niet als erkend reclamebureau, maar ze ontwikkelen wel in die richting. Hun prioriteit is de relatie met marketingmensen bij merkproducenten te veranderen. Volgens Tomich zouden de ‘fancy creative directors’ de overstap moeten maken naar uitgevers en die laatsten moeten bereid zijn hen een aantrekkelijke werkomgeving en voorwaarden te bieden.

“We zijn er nog niet”, zegt Sebastian Tomich, maar zijn boodschap is duidelijk: “we komen eraan!”

Bron: M&M Global

merkloyaliteit is te koop

Merkloyaliteit is te koop

likeVeel merken gebruiken social media om traffic te genereren naar hun eigen website. Facebook is daarvan een van de belangrijkste drijvers geworden. Maar vaak gaat het om vluchtig contact, drive-by traffic genoemd, dat niet tot echte aandacht, laat staan tot merkloyaliteit leidt.

Hoe kunnen merken dat verbeteren? De New York Times (NYT) is een interessant voorbeeld. Het mediamerk heeft zijn effectiviteit bij de verkoop van abonnementen, toch het summum van loyaliteit voor uitgevers, via de website flink verhoogd. Voor de NYT komt de helft van de omzet uit abonnementen, dus een goede strategie is voor hen van levensbelang.

Hoe hebben ze dat aangepakt? Middels Facebook en de startup Keywee. Keywee analyseert taalgebruik in artikelen om sleutelwoorden te vinden die relevant kunnen zijn voor potentiele abonnees. Vervolgens koopt het merk met deze sleutelwoorden traffic op specifieke doelgroepen. Hoe langer iemand op de site blijft en hoe vaker hij terugkeert, hoe groter de kans dat hij zich abonneert. Dus is het zaak om bezoekers van de site steeds nieuwe relevante artikelen aan te bieden en hen daarbij regelmatig te herinneren aan hun maximum aantal gratis artikelen per maand.

De New York Times zegt 150% return on investment te realiseren op ieder abonnement via Keywee. Daarenboven is de helft van de sitebezoekers die op deze manier worden aangetrokken nieuw en wordt het potentieel dus vergroot. “There’s still potential to find loyal subscribers, and Keywee has been one of the best ways we’ve found to leverage those users.”

Een andere tool die de NYT inzet is ‘Facebook interest targeting’, waarmee publishers hun redactionele content aan een specifieke groep geïnteresseerden kunnen aanbieden. Bijvoorbeeld fans van een Facebookpagina van een sporter of een tv-serie. Via Keywee wordt ook deze tool effectiever en efficiënter ingezet, omdat de gebruikte sleutelwoorden veel specifieker zijn dan voorheen. Bovendien is het niet nodig om de NYT al op Facebook te volgen om toch relevante artikels aangeboden te krijgen.

Keywee is juist geschikt voor achtergrondverhalen en artikels die langere relevant blijft. Voor actueel nieuws is het minder interessant. Content kan op deze manier na verloop van tijd ook opnieuw onder de aandacht gebracht worden, met andere sleutelwoorden bij andere doelgroepen, waardoor uitgevers er meer waarde uithalen.

Wat voor de New York Times geldt, geldt uiteraard voor alle merken met een contentstrategie: een betere ‘targeting’ van content op Facebook, kan leiden tot een grotere merkloyaliteit van consumenten.

Bron: Digiday

Ook in 2015 vinden magazines zichzelf heruit

Wordt 2015 het jaar van ‘magazines new style’? Zo kondigt het zich op internationaal vlak alvast aan. Enkele gerenommeerde titels kiezen dit jaar voor een nieuwe aanpak, waarbij print en online een nieuw evenwicht vinden.

2015 kondigt zich aan als een veelbelovend jaar voor magazines. Zo pakte The New York Times Magazine, een klassieker binnen de magazinemarkt, vorige maand uit met een totaal vernieuwd blad én een complementair webluik. Dat bevat voor het eerst artikels en foto’s die enkel voor internet gemaakt worden. Dagelijks zal gemiddeld een drietal verhalen gepost worden op de de web- en mobiele sites van het magazine.

Het lijkt erop dat ook The New York Times Magazine de digitale wereld omarmt en tegelijkertijd trouw blijft aan zijn DNA. En dat wordt door de adverteerders gesmaakt: de eerste editie ‘new style’ telde 220 pagina’s, waaronder 121 advertenties. Daarmee wat het de dikste editie uit de geschiedenis van het blad! Adverteerders zijn blijkbaar helemaal mee met het vernieuwde concept en zelfs modemerken als Diesel waren van de partij.

Een ander opmerkelijk voorbeeld van een magazine dat succesvol het nieuwe tijdperk is binnengestapt, is TU. De naam doet wellicht geen belletje rinkelen, maar TU is hét vakblad voor technologie in Noorwegen. Het bestaat sinds 1854 (!), maar kende ironisch genoeg heel wat moeilijkheden met de overgang naar een multimediaal merk.

De jongste jaren maakte het echter de switch van ‘papieren magazine’ naar een merk, met plaats voor print, online en events. Opmerkelijk: ondanks het feit dat het aantal edities per jaar van 44 naar 18 daalde, steeg het aantal lezers. Het geeft volgens de uitgever aan dat de lezer nog steeds gek is op z’n blad. Een belangrijke stap die TU gemaakt heeft, is het gebruik van ‘big data’. Door zoektrends en gedrag nauwkeurig te volgen en te analyseren, kan de redactie heel goed voorspellen wat de lezersbehoeften zijn van het moment en daarop inspelen in de contentplanning.

Voor 2015 heeft TU alvast ambitieuze plannen om vooral de digitale groei te versnellen, onder andere door de lancering van een forum.

Lees het verhelderende interview met de uitgever van TU hier