Surf naar

WeMedia
Visual-Mediabeleving-2020-III-1024x763

Kantar Mediabeleving 2020: traditionele media heroveren hun nieuwsrol

Traditionele media gebruiken we sinds enkele jaren steeds doelbewuster, zo blijkt uit het zesde Mediabeleving-onderzoek van Kantar in Nederland. Mensen ervaren sociale media daarentegen juist meer als tijdverdrijf. Reclame die de media-ervaring verstoort, vinden mediaconsumenten steeds irritanter.

Bekijk hier zelf het webinar van Kantar

Het Mediabelevingsonderzoek 2020, dat Kantar uitvoerde in opdracht van bvA (de Nederlandse UBA), Outreach, MMA (Magazine Media Associatie) en NDP Nieuwsmedia heeft als doel kwalitatieve informatie over de kracht van mediumtypen en unieke crossmedia-inzichten te leveren. De zesde editie van het onderzoek (5e editie in 2012) laat opvallende ontwikkelingen in media- en reclamebeleving zien.

Sociale media zijn tijdverdrijf, traditionele media zijn actualiteit

Een belangrijke verschuiving doet zich voor op de dimensie tijdverdrijf. Traditionele media zoals tv en print worden in de loop van de tijd steeds minder als tijdverdrijf geconsumeerd. Bij sociale media is die reden voor consumptie sinds 2012 juist toegenomen.
Graph traditionele media vs sociale media

Een omgekeerde trend is zichtbaar bij de beleving van actualiteit. Snel op de hoogte brengen is, opvallend genoeg, steeds meer een taak geworden van de traditionele media en hun online platforms. Het gebruik van sociale media voor deze behoefte daalt.

De onderzoekers concluderen dat mensen televisie en printmedia anno 2020 doelbewuster gebruiken. Consumptie van traditionele media is steeds meer gericht op het verkrijgen van informatie, op de hoogte te blijven, te ontspannen en ideeën op te doen.

Meer aandacht, betere reclamewerking

Deze verschuiving in mediabeleving heeft gevolgen voor de effectiviteit van reclame, aldus Kantar. Het louter vullen van een leeg moment, zoals nu bij sociale media gebeurt, biedt de adverteerder een weinig betrokken consument, wat de werking van reclame negatief beïnvloedt. De ‘high involvement‘ bij traditionele media betekent ook meer aandacht en meer betrokkenheid voor de reclame in deze media.

Graph mediumtypen rollen tov elkaar

Een korte schets van de uitkomsten van Mediabeleving 2020 per mediumtype:

Televisie Scoort door een verscheidenheid aan genres op geen van de gemeten dimensies een eerste plaats, maar neemt ook nergens een ondermaatse positie in.
Radio Heeft een sterke positie op transformatie (ontspanning).
Dagbladen Hebben ondanks de opkomst van nieuwssites en -apps al 25 jaar de koppositie op informatie. Ook gaan dagbladen aan kop op betrouwbaarheid en het leveren van gespreksstof.
HAH-kranten Hebben een positieve beleving van reclame die de lezers als nuttig en informatief ervaren.
Magazines Zijn sterk in de combinatie informatie/ontspanning. Magazines zijn koploper op innovatie, praktische bruikbaarheid en stimulans.
Nieuwssites/ -apps Zijn voor het eerst in de meting opgenomen. Zijn het sterkste mediakanaal op de factor actualiteit. Na dagbladen zijn de online nieuwsplatforms het meest vertrouwde mediumtype.
Streaming-diensten Sterk scorend op de dimensie stimulans die opgebouwd is uit factoren als opwindend, origineel, fascinerend en enthousiasmerend.
Social platforms Voorzien in sociale interactie (contact, delen, weten hoe het met anderen gaat) en empowerment (mening uiten, anderen helpen, beïnvloeden, respect krijgen).

Reclamebeleving

Reclame tijdens mediaconsumptie wekt in 2020 vaker irritatie op dan in eerdere metingen, zo blijkt uit het onderzoek. Daar zijn verschillende redenen voor, waarvan disruptie van de media-ervaring een belangrijke is, zoals o.a. blijkt uit de reactie op televisie- en YouTube-reclame. Mensen willen controle over de reclame die zij wel of niet zien en ervaren targeting op basis van hun zoekgedrag als zeer storend.

Een andere reden is dat reclames volgens consumenten niet passen in de context of een inbreuk vormen op de privacy. Door de jaren heen zijn steeds minder respondenten reclame als nuttig of geloofwaardig gaan bestempelen.

Reclametolerantie

“De reclametolerantie van mediaconsumenten is schokkend laag”, zegt Niels Bouwman van Kantar. Niet alle reclame ervaren zij echter als negatief of storend. Er zijn vier mediumtypen die duidelijk minder ergernis opwekken: dagbladen, magazines, HAH-bladen en OOH-reclame. Er is geen sprake van verstoring van de mediabeleving, omdat de gebruiker zelf bepaalt of hij een reclame-uiting bekijkt.

Printreclame vinden lezers doorgaans goed te verdragen en ze herinneren zich deze ook goed. Magazinereclame vindt men vaak binnen de context passend en relevant (sluit aan op persoonlijke interesses). Buitenreclame (OOH) onderscheidt zich door tolerantie én het niet-invasief trekken van aandacht. Keerzijde is dat mensen er vaak geen beleving bij hebben. Lezers van dagbladen en HAH-bladen beschouwen de advertenties daarnaast vaker als nuttig.

Graph advertising tolerance per mediumtype

In de irritatie-top drie van de ondervraagden staan: reclame bij streaming, op sociale media en in apps. Onderbreking van de mediaconsumptie tolereren de mediagebruikers behoorlijk slecht en bij de persoonlijkere en intiemere media neemt de irritatie alleen nog maar toe. Binnen sociale media zijn er wel verschillen: reclame op YouTube vinden mensen zeer storen, terwijl Instagram beter in staat is om een passende context te bieden voor reclame, waardoor de beleving veel positiever is.

Over Mediabeleving 2020

Kantar heeft het onderzoek Mediabeleving uitgevoerd in opdracht van Outreach, NDP Nieuwsmedia, MMA en bvA. Het is de zesde editie in 25 jaar wat mogelijkheden biedt om de beleving over langere tijd te volgen. Het veldwerk vond in februari 2020 plaats en werd afgerond vlak voor de uitbraak van de coronacrisis. In een representatieve steekproef zijn 1.615 Nederlanders (13+) over hun momenten van mediaconsumptie ondervraagd. Met behulp van een gevalideerd meetinstrument geven respondenten op 13 dimensies aan hoe zij die momenten hebben beleefd.

Bron: MMA, Kantar Nederland

Meer lezen over vergelijkbare onderwerpen:

thumb pointing down

Negatieve houding ten opzichte van reclame bereikt dieptepunt

Dat is de boodschap van een Amerikaans onderzoek in samenwerking met de Advertising Association en Unilever’s Keith Weed (lees ook: Keith Weed (Unilever) : « A brand without trust is just a product ») dat op 30 januari gepresenteerd werd. Mensen zijn steeds minder positief over de waarde van reclame. Ze voelen zich gebombardeerd en ondergesneeuwd door de hoeveelheid, de constante herhaling en de opdringerigheid, met name online.

De negatieve houding is historisch laag, aldus de onderzoekers. Terwijl in 1992 nog bijna de helft van de mensen positief was over reclame, is dat nu teruggelopen tot 25%. De volgens consumenten slechte kwaliteit van de creatieve uitvoering, de magere humor en gebruik van onrealistische beelden in reclame draagt hiertoe bij, maar ook de verdachte technieken van adverteerders, zoals reclame die niet als zodanig herkenbaar is (bv. influencer marketing). Er blijkt ook grote zorg te leven over het ontbreken van ethiek en waarden in reclame, met name het targetten van kwetsbare groepen, zoals kinderen, ouderen, armen en verslaafden.

Kritische consumenten

Consumenten zijn bijzonder kritisch ten aanzien van reclame en geloven bijvoorbeeld niet in vergissingen als het om ‘verkeerd’ geplaatste advertenties gaat. Sterker nog: ze zullen merken onverbiddelijk afstraffen wanneer deze hun merkveiligheid niet op orde hebben. Dat blijkt uit ander onderzoek van o.a. IPG Mediabrands, IPG Medialab en BMW. Ze gaan er automatisch van uit dat plaatsing naast negatieve of onbetamelijke content opzettelijk is en stellen hun mening over het betreffende merk onmiddellijk naar beneden bij.

Mensen die een negatieve ervaring hebben met een campagne, zijn bijna drie maal minder bereid om zich met het betreffende merk te associëren. Ook de aankoopbereidheid voor de toekomst daalt (bij tweederde). Ook als er geen opzet in het spel lijkt te zijn, zetten consumenten vraagtekens bij de betrouwbaarheid en reputatie van het merk. Ze vermoeden manipulatie en exploitatie van het schokeffect van negatieve content. Zelfs als de context niet negatief is, maar gewoon niet in overeenkomst met de merkwaarden, zagen de onderzoekers een 22% daling van vertrouwen en 19% verslechtering van de kwaliteitsperceptie en reputatie.

De Advertising Association heeft een ‘Trust’ werkgroep opgezet, waarin alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn (behalve de consument zelf klaarblijkelijk).

Bron: WARC

Lees meer over dit onderwerp:

 

Bruno Liesse

De column van Bruno

En als we het nu eens over reclame hadden?

Internet het meest effectieve medium ? Niet als het om reclame gaat, vindt Bruno Liesse, Senior Consultant bij Emakina/Insights & Consulting. Zijn opinie in een column.

Sinds het ontstaan van het CIM is de Persstudie, tot aan de opkomst van de Audimetrie en zelfs nog vele jaren daarna, op researchvlak een steunbeer voor de sector gebleken. De digitale golven – jawel, het waren er meerdere – hebben de kaarten herschud. Vandaag kan geen enkel medium of speler meer beweren dat het/hij het toneel overheerst, nadat allen een generatie lang onder de heerschappij van de televisie hebben geleefd. Zelfs de pure players van digital verdedigen hun respectievelijke deeltje, door wetten op slot gegooid, uitgedaagd door nieuwe concurrenten. Context en content zouden hoogst prioritair benaderd moeten worden, zonder dat bureaus of adverteerders noodzakelijkerwijs dat nieuwe principe kunnen toepassen.

Het is door specialisten genoegzaam aangestipt: de gebruiker is aan zet bij een mediakeuze die oneindig geworden is, ook in zijn consumptieplaatsen en -momenten. In dat wat chaotisch uitdijende universum zetten allerhande reclameboodschappen hun traditionele intrusie voort: de technologieën en de manieren mogen dan – versterkt door video en voice – een diepgaande verandering ondergaan hebben, de nieuwe vakmensen hebben de pushy en hardselling reflexen van de oude marketers overgenomen. Goeie en minder goeie advertenties verdringen elkaar in alle ecosystemen, met als dubbele schaal de relevantie en de formaten, in de brede zin van het woord.

Althans, als je de studies en peilingen ter zake moet geloven. Zoals de Ad-titude barometer, die recent door Welcome Media gelanceerd werd en kwantitatief de commerciële communicatie doorheen zijn talrijke touchpoints evalueert, op basis van criteria die in de kwalitatieve fase geïdentificeerd werden. De eerste golf werpt een verhelderend licht op de twee factoren die het meest inspelen op het storende karakter van reclame voor de doorsnee consument: het (al dan niet) intrusieve karakter en de overvloed, met respectievelijk 90 en 85 % van de bevolking die deze pijnpunten in het algemeen aanduiden. In de andere richting zijn ze slechts met 10 tot 15 % om te menen dat reclame op hun noden of interesses inspeelt.

Tegelijkertijd tracht de studie aan te tonen dat een belangrijk deel van die mensen meerdere middelen aanwendt om boodschappen te blokkeren of te vermijden. En hun aantal groeit. De meest irritante touchpoints zouden immers de recentste zijn, met een speciale vermelding voor pre-roll video’s en e-mails die door vakmensen zelf de toepasselijke naam ‘spam’ hebben meegekregen: om maar te zeggen (een spam is een fout of een fraudegeval, geen reclamemail).

Magazines – of liever: de reclameboodschappen die ze bevatten – lijken geen last te hebben van dat gevoel van afwijzing door lezers. Zo is dit medium het laatste waarin men “reclame zou willen zien verdwijnen” (5 % van de antwoorden). Minder dan 15 % van de respondenten vindt advertenties “intrusief of irritant” en meer dan 50 % stelt er zich graag aan bloot. De manier van raadplegen van het medium laat duidelijk een natuurlijke vermijding toe: je leest in alle vrijheid wat je wilt en bovendien zijn de onderwerpen doorgaans goed afgestemd en ontwikkeld. Ik hoor u al zeggen: “Als het op targeting en content aankomt, laat het Web veel beter en meer toe!” We hadden het echter over reclame. Dat ding net voor de landing page. In magazines is alles zoetzuurgewijs vermengd. En voor de lezers is dat prima zo.

Bruno Liesse Bruno Liesse, Senior Consultant bij Emakina/Insights & Consulting

Meer meningen? Lees ook:

Media richtingaanwijzer

Reclamebeleving: 67% negatief over mobiele reclame

De kracht van reclame in print is een vaste waarde in het medialandschap. Dat blijkt nog maar weer eens uit een nieuw onderzoek in Nederland naar de waardering van reclame in verschillende media. De meeste mensen staan positief (29%) of neutraal (55%) tegenover reclame in kranten of magazines en maar een klein deel negatief (14%). Dit ziet er bij de meeste andere media, met name internet en mobiel, heel anders uit!

Grafiek reclamebeleving

Over tv-reclame zijn bijna evenveel respondenten positief als negatief: 20% vs. 21,7 %. De opdrachtgever van het onderzoek, frank.news zegt hierover: “Dat valt enigszins mee, maar kan ook komen doordat men gewend is aan reclameblokken op tv en gewoon wegzapt.” Het klopt dat tv-reclame uit onderzoeken vaak als veel irritanter naar voren komt dan hier. Slecht 15,9 procent is echter positief over radioreclame, waar men ook aan gewend is, en bijna een kwart negatief. Dat kan ook aan de kwaliteit van het gebodene liggen, maar dat is niet onderzocht, aldus frank.news.

In deze tijd van fake news, ad fraude en clickbait zijn online en mobiele reclame een grote ergernis, volgens dit onderzoek. Toch blijkt een minderheid van de respondenten een adblocker te hebben geïnstalleerd en slechts 15% overweegt dit te doen. 62% heeft wel van adblockers gehoord, 22% maakt er gebruik van en 59% heeft er geen.

De redenen voor adblockers? Nummer 1 is irritatie over opdringerige reclame (59%), zoals ook uit andere onderzoeken steeds blijkt. Van de ondervraagden wil 17% niet dat adverteerders hen gaat volgen. Ongeveer een derde van de Nederlandse respondenten heeft het gevoel dat zijn/haar privacy steeds in gevaar is.

Bron: Frank.News

Meer lezen over reclamebeleving?