Surf naar

WeMedia
smartphone with Instagram app

Print vs Instagram: 1-0

Een van de snelst groeiende sociale media is Instagram. Het fotoplatform heeft de afgelopen jaren functies en mogelijkheden toegevoegd, zoals Instagram Stories, waardoor het een volwaardig alternatief is geworden voor onder andere Facebook. Met name influencers wisten Instagram al vroeg te vinden. Maar hoe geschikt is dit medium voor marketing? Een nieuw onderzoek in Duitsland vergeleek Instagram met printadvertenties in magazines. Conclusie? Print werkt beter.

Lees ook: Wat moet je m(w)eten van je influencer marketing?

Voor alle merken, van FMCG tot duurzame gebruiksgoederen, geldt dat in dit onderzoek magazineadvertenties in print op alle vlakken en bij alle doelgroepen beter presteerden. Instagram geldt als een medium dat vooral emotioneel waargenomen wordt (beeld). Op basis daarvan verwachtten de onderzoekers van AccessMM netwerk eigenlijk dat Instagram op zowel emotionele als cognitieve dimensies goed zou scoren, maar dat bleek in vergelijking met print tegen te vallen.

Bij alle leeftijdsgroepen bleek print beter te presteren en dat op alle gemeten dimensies. Dat bleek nog sterker op te gaan voor de dimensie aankoopintentie, waarop magazines steevast in alle studies goed scoren.

“Gebruikers van sociale media hebben een zekere scepsis ontwikkeld ten aanzien van informatie op sociale media”, vertelt Dr. Joachim Riedl, docent marketing management en bestuurslid van AccessMM. “Dat blijkt zowel uit de kwantitatieve onderzoeksdata als de antwoorden op open vragen. Een serieus printmedium daarentegen, heeft over de jaren geloofwaardigheid opgebouwd, die op de geadverteerde merken wordt overgedragen. Daarin ligt de kracht van print voor merken, zegt Riedl.

Beter in de mix

Een mix van klassieke printreclame en influencer marketing, zo blijkt uit deze studie, werkt het allerbeste, met name als het om aankoopintentie gaat. De kracht van sociale media ligt in het feit dat mensen sociale wezens zijn die heel ontvankelijk zijn voor (echte en virtuele) interactie met andere mensen, aldus de onderzoekers. Maar de overdaad aan online reclame en de twijfel aan de geloofwaardigheid ervan, maken het belang van consequente herhaling en consistente bevestiging via andere touchpoints almaar groter. Zo kan vertrouwen en geloof in de merkboodschap ontstaan.

Ook influencers halen hun inspiratie en informatie vaak uit magazines. Er ligt immers een grote druk bij hen om regelmatig nieuwe content te produceren. Anderzijds is het voor hun volgers vaak ook belangrijk dat ze thema’s en trends ook via andere touchpoints terugzien. Zo zijn ze ervan verzekerd dat ze ‘up to date’ zijn, iets wat vooral bij jongere doelgroepen erg speelt. Een opvallende bevinding uit het onderzoek is dat juist de jongere sociale media-gebruikers die meer tijd op Instagram doorbrengen, sceptischer zijn ten aanzien van reclame op het platform.

De onderzoekers concluderen dat het voor merken zeer belangrijk is om een breed spectrum van media te gebruiken in hun communicatie. “Een hele rij van studies heeft dit punt steeds inmiddels opnieuw gemaakt”, zegt Riedl. “Enkel sociale media inzetten en de geloofwaardige en vertrouwde klassieke media, zoals magazines, vergeten, zou een grote vergissing zijn.”

Bron: Editorial Media

Gerelateerde artikels:

Banner illustration Digiday

GAFA: wanneer krijgen ze de rekening gepresenteerd?

De grote digitale spelers onttrekken zoveel reclamegeld aan de markt (80-90%) dat er voor andere partijen (te) weinig overblijft om van te bestaan. Nu de nieuwe richtlijn voor auteursrecht door de EU is weggestemd (lees dit artikel hierover), moeten uitgevers nog wat langer toezien hoe Facebook en Google blijven ontkennen dat ze uitgevers zijn, onderwijl content van derden te gelde makend. Wat is de invloed op de rijkdom en diversiteit van ons medialandschap? Met die vraag komt een andere, nog fundamentelere discussie ter tafel: het belang van media voor onze maatschappij en voor de democratie.

Read this: Facebook is hitting publishers where it hurts: here’s what you can do

Goede journalistiek moet de vierde macht zijn, maar die kwaliteit kost geld, iets dat in de huidige markt onvoldoende door het advertentiemodel  gegenereerd kan worden. Bovendien moeten mensen de media dan ook nog vertrouwen en dat vertrouwen wordt door alle problemen met sociale media zeer sterk op de proef gesteld.

Bedreiging voor de democratie

De Edelman Trust Barometer 2017 toont aan dat zowel het vertrouwen in sociale media als in de mening van andere mensen wereldwijd een dieptepunt bereikt. Mensen stellen hun vertrouwen gelukkig wel meer in traditionele media en journalisten, zoals eind vorig jaar overigens ook al uit het Kantar onderzoek “Trust in News” bleek.

The Economist noemde sociale media zelfs een mogelijke bedreiging voor onze liberale democratie. De enorme invloed die de platformen hebben, de psychologie erachter en de verslavende werking ervan, maken het tot een instrument, een wapen misschien zelfs, in de internationale politiek. Het meest prominente voorbeeld is de inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. Geen wonder dat de Sillicon Valley-bazen hun kinderen niet op sociale media laten.

Lees ook: ‘Fake news’ is goed nieuws voor vertrouwen in traditionele media

Voor magazine-uitgevers lijkt de dominantie van de duopolie Facebook-Google de zoektocht naar andere inkomsten noodgedwongen in een stroomversnelling te brengen. Maar ze zitten in een lastig parket. Zoals Jeff Jarvis het uitdrukte: aan de ene kant een brandend huis, dat van print, waar de uitgevers nog in moeten wonen (lees: hun belangrijkste inkomstenbron). Aan de andere kant een huis dat nog in aanbouw is, dat van digitaal (met onvoldoende inkomsten). Waarin moeten ze investeren? Wat gaat op de lange termijn het voortbestaan verzekeren?

Zuckerbergs zwaard

Van de kant van Facebook hoeven uitgevers op dit moment geen steun te verwachten. Als reactie op alle fake news en veiligheidsproblemen heeft het platform in januari een aantal maatregelen doorgevoerd, die de media op verschillende manieren hard treffen. Door het algoritme te wijzigen zullen Facebookgebruikers wereldwijd namelijk veel minder posts te zien krijgen van media en merken. Posts van vrienden krijgen voorrang, volgens Mark Zuckerberg, om de gebruikservaring te verbeteren: ‘meer relevante content en betekenisvollere sociale interacties’. Mensen zullen minder, maar waardevollere tijd op Facebook besteden.

Daarnaast heeft de CEO van ’s werelds grootste sociale medium aangekondigd te gaan onderzoeken welke bronnen betrouwbaar zijn door de gebruikers ernaar te vragen. En dat terwijl 62% van de mensen aangeeft het verschil niet te zien tussen betrouwbare journalistiek en fake news (Edelman). Wie gaat trouwens de objectiviteit van de gebruikers beoordelen? Facebook wil blijkbaar externe experts buiten de deur houden (i.t.t. Google en Twitter).

“We have to ask ourselves; do we want Facebook (users) to be arbiters of truth?”

zei Rachel Botsman tijdens een World Economic Forum panel in Davos.

Zoals vakvereniging VDZ in Duitsland het uitdrukt: met een pennestreek ontzegt Zuckerberg uitgevers (en merken) het vrije toegangsrecht op een marktdominant platform met 2,07 miljard leden (waarvan meer dan 7 miljoen in België).

Kwetsbaardere uitgevers

Een onbedoeld negatief effect van deze ingrepen zou kunnen zijn dat het uitgevers kwetsbaarder maakt voor ad fraude, juist datgene wat alle partijen graag willen voorkomen. Met name kleinere uitgevers en degenen die sterk afhankelijk zijn van hun community (en organisch bereik) en doorverwijzingen van sociale media worden bedreigd in hun voortbestaan door de maatregelen. Sommige titels hebben hierdoor te maken met een engagementdaling van 60-80%.

Lees ook: Group M: adverteerders hebben magazines zwaar ondergewaardeerd

De verleiding om zogenaamde ‘traffic resellers’ in te schakelen die het verlies van zichtbaarheid en clicks compenseren wordt dan te groot, zeggen sommige experts. Over het algemeen gaat het daarbij namelijk om goedkope traffic van slechte kwaliteit. Zo lang hoge aantallen page views en clicks nog de enige of belangrijkste maatstaven zijn voor succes en daaraan gekoppelde inkomsten, blijft dit probleem bestaan.

Zijn uitgevers te afhankelijk van Facebook?

Overigens was er ook in 2017 al een duidelijk negatieve trend in de relatie tussen Facebook en uitgevers, minder dramatisch gebracht en daardoor ook minder opvallend. Maar door veranderingen in het Facebook-algoritme ten voordele van user generated content, daalde voor uitgevers het aandeel doorverwijzingen (referral rates) van Facebook afgelopen jaar al van 40% naar 26% (meer toelichting hier). Google steeg van 34% naar 44%. En Buzzfeed meldt dat ook Twitter zich een steeds belangrijkere rol voor uitgevers toe-eigent.

De grote vraag is of uitgevers te afhankelijk geworden zijn van Facebook. Dit is wellicht het moment om de focus te verleggen naar inkomsten uit de lezersmarkt en businessmodellen zonder (veel) advertentie-inkomsten. Nieuwe technologie zal op relatief korte termijn steeds meer mogelijk maken op dit gebied. De afgelopen jaren zijn uitgevers geobsedeerd geweest met het volgen van hun publiek naar nieuwe platformen en uitvinden hoe hen daar opnieuw te bereiken. Misschien zijn ze in de jacht op likes en clicks hun echte fans, die voor kwaliteit en voeding van hun passie willen betalen, zelfs een beetje uit het oog verloren?

Lees ook: Als reclame overbodig wordt…

Of schiet Facebook zijn doel voorbij?

Hoe afhankelijk is Facebook van de media? Schiet het zichzelf in de voet met dit algoritme door gebruikers minder kwaliteitscontent te brengen? De Zwitserse uitgever van Le Temps zei onlangs: “Facebook zal dit jaar extra inspanningen moeten leveren om kwaliteitscontent te valoriseren in zijn algoritmes. Daarvoor heeft de internet-mogol de media hard nodig, want adverteerders zijn niet bereid om veel geld te betalen voor Facebook-aanwezigheid om vervolgens in een ongunstige of schadelijke omgeving terecht te komen van fake news, animated gifs en kattenvideo’s. Dus hebben ze ons nodig en dat beginnen ze te beseffen.”

Voorlopig is daar echter weinig van te merken. We zullen moeten afwachten hoe Facebook-gebruikers reageren op het nieuwe algoritme en het ontbreken van journalistiek in hun newsfeed. In de tussentijd beschouwen magazine-uitgevers het hernieuwde vertrouwen van het publiek beter als een teken dat ze met betaalde kwaliteitscontent de juiste weg zijn ingeslagen.

Bronnen: Digiday, FIPP, WARC, The Guardian, VDZ, www.inaglobal.fr

Gerelateerde artikels:

Graph Social Network share of total magazine media

Meer engagement voor magazinemerken op sociale media

Magazinemerken blijken op 3 van de 4 sociale medianetwerken veel meer ‘engagement’ te genereren bij het publiek dan niet-magazinemerken: Facebook, Instagram en Pinterest. Dat is de conclusie uit het laatste Social Media Report (Q3 2017) van Magazine Media 360° in Amerika, waarin voor het eerst engagement op merkniveau werd opgenomen door de relatie tussen publieksreacties en content te meten. Magazine mediamerken zijn belangrijke social media influencer, zo blijkt ook uit nieuwe Nederlandse engagement-scores.

MPA, The Association of Magazine Media, doet sinds 2014 continu onderzoek (met maandelijkse rapportage) binnen het Magazine Media 360°-project naar magazinebereik op alle mediaplatformen. Onlangs rapporteerde MPA voor de 29ste maand op rij een stijgende interesse in magazinecontent en sinds het derde kwartaal wordt ook een engagementscore gerapporteerd. Op hetzelfde moment komt ook MMA in Nederland met engagementdata in hun Social Media Monitor.

Magazinemerken doen het in vergelijking met niet-magazinemerken vooral erg goed op Instagram en Facebook, waar bovendien de meeste acties plaatsvinden. Ook op Pinterest winnen magazinemerken het. Op Twitter zijn ze evenwaardig aan niet-magazinemerken.

De nieuwe ‘Social Media Engagement Factor’ bevestigt de band tussen magazine mediamerken en consumenten op sociale media en zet hen in de Verenigde Staten neer als vitale bereiksmedia, aldus MPA-president en CEO Linda Thomas Brooks. “We hebben bewezen dat magazines een enorm bereik hebben en nu kunnen we ook nog eens aantonen dat deze merken ook meer invloed hebben dan niet-magazinemerken op social media.”

Top 10 per netwerk

Table top 10 per platform

“Social media engagement varieert nogal per netwerk, content categorie en magazinemerk. Wat magazinemerken beter doen dan andere merken is de specifieke eigenschappen van elk netwerk benutten door content te maken die juist daarbinnen het best presteert. Dat maakt de band met hun publiek sterker en het is ook de kracht van magazine media in het algemeen,” aldus de research director van MPA.

Voor Nederland blijven de engagementcijfers voorlopig beperkt tot Facebook en Instagram. Interessant in deze cijfers is dat vooral special interestmagazines, jongeren- en opiniebladen een hoge engagementscore halen, maar ook Plus Magazine vinden we terug in de top 15 van Facebook!

De Social Media Engagement Factor maakt het voor uitgevers eenvoudiger om hun social media effectiviteit inzichtelijk te maken met degelijke cijfers die als een standaard kunnen fungeren. De factor wordt berekend door het aantal acties (likes, comments, favorites, retweets, repins, sharing, etc.) te vergelijken met het aantal posts (IPM-score = Interactions Per 1.000 Fans/Followers). Hieruit ontstaat een gemiddelde voor elk (niet-) magazinemerk op de vier sociale netwerken dat onderling vergelijkbaar is.

Bron: MPA

Meer over dit onderwerp:

graph disruptive online ads

In een onbetrouwbare wereld winnen betrouwbare media

De crisis rond fake news en ad fraude is wereldwijd voelbaar. Vertrouwen is dan ook het allerbelangrijkste dat merken en media van hun consumenten kunnen krijgen en hier falen digitale media en adverteerders zwaar. Alle digitale en mobiele reclamevormen worden minder dan 50% vertrouwd, met uitzondering van Search ads (61%). Dat maakt de vertrouwde, traditionele media en de gevestigde mediamerken opnieuw aantrekkelijk. In de eerste plaats voor consumenten, maar adverteerders volgen op de voet. Met 82% vertrouwen staan printadvertenties zeer sterk.

Graph type of ad

Soort reclame dat mensen vertrouwen (%)

Voor aankoopbeslissingen blijft print dus het grootste vertrouwen houden van consumenten, gevolgd door tv (80%), aldus deze wereldwijde studie uitgevoerd door Rakuten Marketing. Online advertising wordt daarentegen door 83% gezien als een storende ervaring (disruptive). Pop-ups blijven dan ook het meest verguisde, minst vertrouwde formaat. Het is er ook niet beter op geworden met de jaren, zegt 80% van de 2.500 respondenten, op geen enkel platform noch apparaat.

graph disruptive online ads

% consumenten dat online advertenties storend (disruptive) vindt

Relevante reclame

Wanneer advertenties aansluiten bij individuele interesses, niet overdadig getoond worden in een ‘fatsoenlijk’ format (b.v. native in plaats van pop-ups), vinden de meeste mensen (70%) ze prima en zelfs waardevol binnen hun online customer journey. 20% beweerde zelfs dat ze de overall shopping-ervaring kunnen verbeteren, mits ze bruikbaar zijn. Het favoriete digitale format? Coupon links, e-mail en social advertenties. Minst geliefd zijn pre-roll, pop-up en mobile push notifications.

Bron: Digiday


Meer lezen?

Wereldwijde mediaconsumptie verandert langzaam

Iedere nieuwe generatie heeft zijn eigen kenmerken en eigenaardigheden. In marketing ligt daarop vaak de nadruk. Maar zoals Zenith topman Tom Goodwin onlangs al zei: veel verandert ook niet. In elk geval niet zo drastisch als soms lijkt. Neem mediaconsumptie: nog steeds consumeren mensen van alle leeftijden voornamelijk video via hun televisie. Ook de jongste marketingdoelgroep, zo blijkt uit onderzoeken van Deloitte en GlobalWebIndex (in de VS en wereldwijd).

Generatie Z (14-19 jaar) wordt al de Netflix-generatie genoemd (in de VS kijkt 70% maandelijks, 25% wereldwijd). Van alle leeftijdsgroepen consumeren zij het meest video online (1 uur 11 min per dag), zo blijkt uit het onderzoek van Deloitte. En toch kijken ook zij nog altijd meer via het gewone tv-toestel (ruim1,5 uur).

Graph media consumption

Opvallend is dat Gen Z per dag ook iets meer tijd besteedt aan pers én aan online pers vergeleken met het globale gemiddelde. Radio luisteren ze offline iets minder dan gemiddeld en online ongeveer evenveel.

Binnen online blijven sociale media zeer belangrijk (en zullen dat ook in de toekomst blijven), zo blijkt uit dan weer uit onderzoek van GlobalWebIndex.

Dat rapporteert dat wereldwijd van elke 3 minuten die online besteed worden, er nu 1 naar networking en messaging gaat.

Voor de hele digitale populatie betekent dat gemiddeld per dag ongeveer 2 uur; voor 16-24 jarigen 2 uur 40. Bovendien heeft 94% van de bevolking minstens een sociale media account. De gemiddelde internetgebruiker heeft er zelfs 8 (vgl. met 3 in 2012).

Bij de jongste groep (16-24 jaar) is vrijetijdsbesteding de hoofdreden voor sociale media-gebruik. Sociale netwerken zijn de basismedia-activiteit voor deze leeftijdsgroep geworden.

d1

Bron: The Media Briefing

Graph source of news selection

Alle nieuws gaat via sociale media. Of niet?

Het korte antwoord? Nee. Dat geldt maar voor 4% van de wereldbevolking. Volgens het Reuters Digital News Report 2016 bereikt nieuws 38% van de mensen nooit en 18% vrijwel nooit via sociale media. Dat is dus nog altijd de meerderheid (56%).

Sociale media winnen wel degelijk aan belang. Voor 58% van de consumenten wereldwijd zijn sociale media inmiddels een bron van nieuws geworden. Minder dan een vijfde ontvangt ‘vaak’ nieuws via Facebook en co. en een kwart zegt dat dit ‘af en toe’ gebeurt. Voor de meeste mensen (52% gemiddeld in de 26 gemeten landen) die sociale media voor nieuws gebruiken, is het één van de kanalen, naast TV, radio, news en magazine media. Social media is voor 12% van de respondenten het belangrijkste kanaal in deze mix.Graph news selection

Voor België geeft Reuters overigens aan dat 23% van de bevolking een ad blocker gebruikt en 12% voor nieuws betaald. Het vertrouwen in mediamerken is relatief hoog in ons land, terwijl de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië wat dat betreft aanzienlijk zijn (lager in Wallonie).

Anekdotische bewijsvoering wordt op internet soms gebruikt om vooroordelen en overdrijving te voeden. Dat blijkt ook hier weer. In 2008 citeerde de New York Times een deelnemer aan een focusgroep: “Wanneer een bericht echt belangrijk is, zal het mij vinden.” Dat was zeker waar voor deze persoon, maar nog altijd zeer beperkt voor de rest van de wereld.

Enkele Belgische cijfers uit het rapport:

Ad blocker & social media use Belgium

Bron: Digital News Report, uitgegeven door het Reuters Institute for the Study of Journalism. De studie verschijnt jaarlijks sinds 2012 en omvat inmiddels 26 landen, waaronder België (ca. 2000 respondenten). Veldwerk wordt uitgevoerd door YouGov met steekproeven (18+) uit  zijn Online-Access-Panel. 

 

Meer lezen over social media?

Nigel Hollis portrait

Column: Moeten we massamedia opnieuw definiëren?

In zijn wekelijkse column bespreekt Nigel Hollis, de CEO van onderzoeksbureau Millward Brown, actuele onderwerpen uit de wereld van merken en media. Zijn statement dat ‘digital op dit moment nog geen massamedium’ is, roept discussie op over onze definitie van massamedia.

Wat is een massamedium? En welke media zijn dat niet? Wetende dat Facebook, Twitter en Snapchat miljoenen mensen wereldwijd bereiken, waarom noemen we deze platformen dan geen massamedia?

Nigel Hollis: “Dat is een heel legitieme vraag die me aan het denken zet. Lijd ik aan een ‘old school’ instelling wanneer ik zeg dat digital geen massamedium is? En gaat het alleen maar om het aantal mensen dat het medium gebruiken?

Als je het heel eenvoudig bekijkt, is het duidelijk dat internet een massacommunicatiekanaal is. Het bereikt grote aantallen mensen. Veel digitale platformen, zoals Facebook bijvoorbeeld, bereiken meer dan een miljard mensen per maand. Dus wat maakt dat ik hen toch niet als massamedia beschouw? Ik vermoed dat het gedeeltelijk mijn ouderwetse denkwijze is en deels het idee dat een massamedium grote aantallen mensen met een enkele advertentie moet kunnen bereiken.

The functions of mass communication can either be manifest or latent.Post the Second World War, there was widespread interest in trying to understand the impact of mass media messages on society

The functions of mass communication

In theorie is dat inderdaad mogelijk met Facebook, Twitter en Snapchat. In praktijk, zo blijkt uit Millward Brown’s CrossMedia studies, gebeurt dat nog niet. Binnen een specifieke campagne en land is het bereik van digitale reclame een pak lager dan dat van televisie en komt het nu pas in de buurt van magazines en radio.

De investeringen van grote adverteerders in digitale platformen zijn wellicht nog niet hoog genoeg om er substantieel bereik mee op te bouwen. Er gaapt een gat tussen de media-investeringen en de tijdbesteding waar het digitale media (vooral mobiel) betreft. Uit de merkenstudies van Millward Brown blijkt dan ook dat hun klanten, de grote merken, nog altijd ‘overbesteden’ in televisie; budget dat beter in andere media geïnvesteerd wordt. Mits dat even effectief is.

En ik denk dat dit mijn echte issue is: geloof ik echt dat digital advertising net zo effectief is als televisie? Technologie maakt het potentieel mogelijk om grote aantallen mensen te bereiken met een digitale campagne. Maar ik geloof toch nog steeds dat de kwaliteit van dat contact, die impressie anders is. Niet beter, gewoon anders. Wanneer je probeert een idee of indruk van je merk te verspreiden, dan geloof ik dat het belangrijk is om niet alleen de mensen te bereiken die al actief een aankoop in je productcategorie overwegen. Een passievere ‘mindset’ betekent dat mensen minder selectief zijn in de informatie en impressies die ze opnemen. Een actieve, eerder digitale mindset betekent meer focus op alleen op dat moment relevante zaken. Goed voor activatie, maar minder voor een brede verspreiding van de merkgedachte. (lees ook ons artikel over ‘How brands grow’ van Byron Sharp: een pleidooi voor traditionele media)

Mijn uiteindelijke conclusie is dat, juist nu digitaal bezig is om de massa te veroveren, televisie meer gefragmenteerd wordt. Dit stelt marketeers voor een grote uitdaging hoe hun merk te bouwen. Bovendien is het nog belangrijker om duidelijk te definiëren wat de betekenis van ieder kanaal voor de campagne is om succesvol te zijn.”

Meer info? Klik hier 

Lees ook: Merkstrategie: wees anders dan anderen!

Eerdere columns:

Glamour mag cover

Nieuwe sociale media laten magazinemerken groeien

Facebook Live en Instagram blijken interessante kanalen voor magazinemerken, die hun community nog veel dichter naar zich toehalen. Zo bleek al uit de stunt van Grazia om een ‘open redactie’ te voeren met de hulp van Facebook Live. En ook concurrerend modemagazine Glamour is op de kar gesprongen en wist in zes maanden tijd een half miljoen volgers toe te voegen op sociale media. De belangrijkste bijdragers aan dit succes? Facebook Live en Instagram.

Sociale media zijn een logisch verlengstuk van magazine media. Lezers maakt het niet zoveel via welk kanaal hun interesses gevoed worden, als de afzender maar betrouwbaar is en kwaliteitscontent brengt. Zo gaan magazines van ‘months to moments’ zoals een topman van Hearst het uitdrukt. Kennelijk is de stap naar sociale media (en daarmee video) voor mode/beauty-bladen gemakkelijker genomen dan voor veel andere magazinesectoren.

Glamour experimenteert met Facebook Live sinds begin 2016 en is nog volop bezig de strategie verder te ontwikkelen. Een mooi voorbeeld is de wekelijkse 50 minuten durende sessie van de Glamour beauty-redactrice via Facebook Live waarin schoonheids-, haar- en make-up-adviezen gegeven worden. Deze sessies trekken gemiddeld 25.000 kijkers die meer dan 20 minuten blijven kijken.

Glamour New Look Instagram

Een ander voorbeeld is de samenwerking met fashion retailer New Look. Voor de Lente/Zomer collectie gebruikte het merk Instagrambeelden van Glamour-redactrices in hun favoriete stukken uit de collectie. Dit werd gecombineerd met een instore event met Facebook Live streams.

Volgens Glamour is het succes vooral te danken aan de kwaliteit van de content en het feit dat voor elk platform exclusieve content geproduceerd wordt.  Voor hun jaarlijkse ‘Woman of the Year Award’ is Instagram de plaats waar je foto’s van de winnaars ziet, terwijl met Facebook Live verslag wordt uitgebracht van de rode loper.

Meer weten? Klik hier 

We are social! – Social media trends

29% van de wereldbevolking heeft een actief social media account. Dat zijn ruim 2 miljard mensen. En social networking is op dit moment de nummer 1 online activiteit in alle landen. Dit zijn enkele indrukwekkende feiten uit het tweede FIPP Special Report over social media en messaging apps, waarvan wij de meest relevante feiten voor u op een rijtje hebben gezet.

Enige tijd geleden brachten wij op deze website een samenvatting van het eerste FIPP Special Report over de wereldwijde videotrends. In de tussentijd heeft FIPP nog andere interessante rapporten in de reeks gepubliceerd. We zijn er u nog een paar schuldig (houd deze site in de gaten!).

In onderstaande grafiek een overzicht van het globale digitale landschap. Zoals reeds vermeld zijn ruim 2 miljard mensen actief op een of meerdere sociale netwerken en dat aantal groeit jaarlijks met 12%, oftewel 222 miljoen gebruikers.

Grafiek 1

Studies naar de herkomst van site-traffic (referrals), maar ook uitgevers zelf bevestigen dat er nu al meer traffic via social media naar hun websites komt dan via zoekmachines.

Social networking is dan ook de online activiteit nummer 1 in alle landen, gevolgd door micro-blogging en online pers lezen. Het zal niemand verbazen dat Facebook wereldwijd het nummer 1 sociale netwerk is (aantal leden en actieve gebruikers): 80% van de internetgebruikers heeft een account (wanneer China buiten beschouwing gelaten wordt).

Facebook heeft inmiddels te lijden onder de eigen populariteit: teveel vaders en moeders hebben het ontdekt, waardoor de jeugd zich er van afkeert en een volgende hype begint. Daardoor heeft het populaire netwerk het afgelopen jaar aandeel ingeleverd ten gunste van snel groeiende netwerken als Instagram, Tumblr en Pinterest. Twitter en YouTube zagen hun groei enigszins afvlakken, maar YouTube is er wel voor het eerst in geslaagd meer maandelijkse gebruikers aan zich te binden dan Facebook. Voor tieners is dat ook het meest ‘coole’ platform.

Tumblr, het multimedia microblogging en sociale media platform, kreeg er de meeste fans bij in de groep 25-64 jarigen. Bij de 25-34 jarigen was de groei al 100%, maar in het bovenste echelon, de 55-64 jarigen was dat zelfs 420%. Bij Pinterest verdubbelde het actieve gebruik in vrijwel alle leeftijdsgroepen. Ook Instagram kreeg te maken met groei in dubbele cijfers en vooral in de oudere groepen steeg het actieve gebruik enorm (150% bij 55-65 jaar).

De cijfers demonstreren vooral dat de jongere leeftijdsgroepen de early adopters zijn, zoals steeds bij digital media en dat de nieuwe sociale netwerken snel volwassen aan het worden zijn.

Top social platforms - growth active users

Millennials (17-31 jaar) besteden per dag 2 tot 3 uur aan hun smartphone met social networking als de nummer 1 activiteit.

Ontdek meer:

Het FIPP Special Report geeft tot slot een aantal tips voor uitgevers om een goede sociale media strategie op te zetten.

Download het volledige rapport hier 

* FIPP publiceert in 2015 een reeks interessante ‘Special Reports’ over de meest actuele trends in de globale mediawereld. Onderwerpen zijn:

  1. Video (deel 1 & deel 2)
  2. Social media
  3. Mobile
  4. Big data
  5. Digital Revenue
  6. Magazine media (multi-platform brands) (September 2015)
  7. Content (October 2015)
merkloyaliteit is te koop

Merkloyaliteit is te koop

likeVeel merken gebruiken social media om traffic te genereren naar hun eigen website. Facebook is daarvan een van de belangrijkste drijvers geworden. Maar vaak gaat het om vluchtig contact, drive-by traffic genoemd, dat niet tot echte aandacht, laat staan tot merkloyaliteit leidt.

Hoe kunnen merken dat verbeteren? De New York Times (NYT) is een interessant voorbeeld. Het mediamerk heeft zijn effectiviteit bij de verkoop van abonnementen, toch het summum van loyaliteit voor uitgevers, via de website flink verhoogd. Voor de NYT komt de helft van de omzet uit abonnementen, dus een goede strategie is voor hen van levensbelang.

Hoe hebben ze dat aangepakt? Middels Facebook en de startup Keywee. Keywee analyseert taalgebruik in artikelen om sleutelwoorden te vinden die relevant kunnen zijn voor potentiele abonnees. Vervolgens koopt het merk met deze sleutelwoorden traffic op specifieke doelgroepen. Hoe langer iemand op de site blijft en hoe vaker hij terugkeert, hoe groter de kans dat hij zich abonneert. Dus is het zaak om bezoekers van de site steeds nieuwe relevante artikelen aan te bieden en hen daarbij regelmatig te herinneren aan hun maximum aantal gratis artikelen per maand.

De New York Times zegt 150% return on investment te realiseren op ieder abonnement via Keywee. Daarenboven is de helft van de sitebezoekers die op deze manier worden aangetrokken nieuw en wordt het potentieel dus vergroot. “There’s still potential to find loyal subscribers, and Keywee has been one of the best ways we’ve found to leverage those users.”

Een andere tool die de NYT inzet is ‘Facebook interest targeting’, waarmee publishers hun redactionele content aan een specifieke groep geïnteresseerden kunnen aanbieden. Bijvoorbeeld fans van een Facebookpagina van een sporter of een tv-serie. Via Keywee wordt ook deze tool effectiever en efficiënter ingezet, omdat de gebruikte sleutelwoorden veel specifieker zijn dan voorheen. Bovendien is het niet nodig om de NYT al op Facebook te volgen om toch relevante artikels aangeboden te krijgen.

Keywee is juist geschikt voor achtergrondverhalen en artikels die langere relevant blijft. Voor actueel nieuws is het minder interessant. Content kan op deze manier na verloop van tijd ook opnieuw onder de aandacht gebracht worden, met andere sleutelwoorden bij andere doelgroepen, waardoor uitgevers er meer waarde uithalen.

Wat voor de New York Times geldt, geldt uiteraard voor alle merken met een contentstrategie: een betere ‘targeting’ van content op Facebook, kan leiden tot een grotere merkloyaliteit van consumenten.

Bron: Digiday