Surf naar

WeMedia
SMI Barometer cover

Instagram haalt Facebook definitief in als jongerenmedium

Eindelijk is Instagram het grootste sociale mediaplatform onder Vlaamse jongeren (16-24 jaar): 70% gebruikt het medium meerdere keren per dag. Facebook (inclusief Messenger!) blijft een tweede plaats innemen (64,5%), gevolgd door Snapchat (42,5%) op de derde plaats.

Lees ook: “Bij 1 op 4 jongeren beïnvloeden influencers hun aankoopgedrag”

Hoe ervaren Vlaamse jongeren branding en influencermarketing via sociale media? Dat is de centrale vraag van de Social Media Impact Barometer (SMI-Barometer) van de Arteveldehogeschool die vanaf nu jaarlijks herhaald zal worden. Het onderzoek bevat de 9 sociale media die het meest door Vlaamse jongeren gebruikt wordt.

Jeroen Naudts, onderzoeksleider en MAGnify-keynote spreker in 2019 presenteerde samen met twee collega’s de resultaten van drie jaar onderzoek tijdens een webinar op 28 mei 2020. Dit waren de 5 belangrijkste lessen voor marketing en reclame.

Les 1: Instagram is de nieuwe nummer 1 

In 2017 had Facebook nog altijd het grootste bereik bij jongeren. In 2020 is Instagram het meest populair in gebruik bij Vlaamse jongeren (16 – 24 jaar). Eindelijk nummer 1. Het lijkt haast een verzuchting van de onderzoekers van de Arteveldehogeschool, omdat ze de daling van Facebook al langer voorspeld en verwacht hadden.

Graph gebruik sociale media onder jongeren

Er zijn wel verschillen tussen mannen en vrouwen in social mediagebruik. Niet als het gaat om Facebook en Twitter overigens, maar vrouwen gebruiken vaker sociale media als Instagram, Snapchat, Pinterest en TikTok. Mannen daarentegen gebruiken vaker YouTube, LinkedIn en Twitch. Ook per leeftijdsgroep zijn er verschillen.

Graph verschillen in leeftijdsgroepen

Graph mannen vs vrouwen social mediagebruik

TikTok is nog relatief klein (ca. 13% wekelijks) en eerder gericht op jongere groepen dan in dit onderzoek zijn meegenomen, maar blijkt als influencerkanaal voor de gebruikers wel belangrijk: 80% van hen komt via TikTok met influencers in aanraking.

Ook bij de marketing- en communicatiemanagers van (retail)merken bleek Instagram aan een verdere opmars bezig. Toch mogen (retail)merken zich in hun communicatiemix niet enkel beperken tot Instagram, zo blijkt uit de cijfers.

Les 2: Verschillen tussen Facebook en Instagram

Een belangrijk verschil in gebruik van Facebook en Instagram door jongeren? Instagram draait om de inspirerende content en blijkt een veel persoonlijker medium, waar jongeren hun eigen verhaal delen. “Ze vinden een event op Facebook en doen er vervolgens verslag van op Instagram”, zo verwoordden de onderzoekers dit. In de jongste groep (16-18 jaar) bleek Facebook zelfs weerstand op te roepen.

Merken kunnen Facebook best inzetten op de manier waarop dit kanaal momenteel door jongeren wordt gebruikt: met name als event- en activiteitenplanner. Zo kunnen merken via Facebook speciale ac­ties of events promoten. Bij Instagram moet de focus vanuit het merk meer op content en inspiratie liggen.

Les 3: Vergeet YouTube niet!

YouTube neemt een koppositie in naast Instagram en Facebook op basis van wekelijks gebruik. Hoewel de frequentie lager is, moeten we het videoplatform als marketinginstrument serieus nemen, aldus de onderzoekers.

Retailmerken zetten YouTube niet altijd even intensief in. Vaak is het enkel een kanaal om video’s te verzamelen en te archiveren. Uit de SMI-Barometer 2020 blijkt echter dat YouTube meer potentieel heeft: wie voor dit kanaal een goede (con­tent)strategie heeft, kan meer jongeren aan zijn merk binden.

Les 4: Elke sector een eigen social medium

Instagram is niet het belangrijkste kanaal voor elke sector als het om merkcommunicatie gaat (in het grote geheel wel). In sommige sectoren duiken soms onverwachte namen op. Vooral Pinterest (voor de interieur- en doe-het-zelfsector) en in mindere mate Twitch (elektro en games) zijn revelaties.

Graph contact merkcommunicatie per medium

De SMI-barometer toont welk medium in welke sector het grootste bereik heeft en waar de opportuniteiten per sector liggen.

Graph favoriete sociale medium per retailsector voor jongeren

Les 5: Influencer marketing heeft de voorkeur

Alle retailmerken die in het onderzoek gevraagd zijn, gebruiken betalende advertenties om jongeren te bereiken via sociale media. Ondanks de aantoonbare effectiviteit (conversie en verkoop) is het maar de vraag of dat een goede strategie is op lange termijn. Jongeren blijken namelijk een lichte tot uitgesproken aversie tegenover advertenties via sociale media te hebben. Dat is wel minder wanneer ze een merk zelf zijn gaan volgen.

Veel positiever staan ze tegenover promotie van een product via influencers of via giveaways van merken. Maar er zijn ook kritische geluiden ten aanzien van dit laatste: de kans op winst moet men als realistisch inschatten en wedstrijden moeten echt eerlijk zijn om geen schade aan het merk te doen.

Toch is de interactie van jongeren met merken via sociale media vrij beperkt en gedragen jongeren zich eerder als ‘lurkers’ (dit wil zeggen: bekijken van posts, zonder actief te reageren).

Lees ook: Nieuws: post-millennials nemen wel, maar geven weinig

In 2019 publiceerde Arteveldehogeschool een onderzoek naar influencermarketing (lees hier meer). Op basis van de SMI-Barometer 2020 blijkt dat de impact van influencermarketing op vlak van bereik bij jongeren en conversie (aangaan tot aankoop) nog altijd groot is. 20% van de jongeren volgt géén influencers, opvallend genoeg, maar gemiddeld genomen volgen jongeren zo’n 33 influencers. Instagram is hét sociale medium bij uitstek hiervoor: ca. driekwart geeft aan daar minimaal wekelijks met influencers in contact te komen.

Graph contact met influencers per social medium

 

Lees ook: Hoe ver reikt de invloed van de influencer?

Transparantie over een samenwerking tussen de influencer en het merk is voor de jongere een voorwaarde: ca. 62% vindt dit (erg) belangrijk. De kracht van influencers is volgens de jongeren zonder enige twijfel de leuke/originele content die deze influencers produceren. Ook interessant voor merken is dat influencers gevolgd worden vanwege de leuke merken en als derde argument: omdat de influencer veelal een rolmodel is voor de jongere.

Bron: SMI-barometer Artveldehogeschool

Gerelateerde artikels:

TikTok logo

Magazines en TikTok: 5 geslaagde huwelijken

Socialemediakanalen realiseren een belangrijk extra bereik voor magazinemerken en hun adverteerders en zijn voor lezers een onmisbaar middel om hun favoriete magazines te volgen. Magazines zetten ze op uiteenlopende manieren in en elk platform heeft een eigen functie. Deze keer: magazines die mee zijn met de TikTok-hype.

Lees ook: TikTok’s Mayer pledges fake news fight in call with EU’s Breton

Wired

Het Amerikaanse magazine Wired, dat maandelijks verschijnt, heeft het gebruik van TikTok in de vingers. Niet meer dan logisch dat het magazine gebruik maakt van alle soorten sociale media want Wired focust op de invloed van technologie op (onder meer) cultuur. De filmpjes op het TikTok-kanaal houden dan ook nauw verband met technologie. In 15 seconden kunt u meer vertellen dan u denkt, bijvoorbeeld hoe u veilig foto’s kan posten of hoe u magnetische velden kunt gebruiken om elektrische stromen op te sporen.

Seventeen

Tienermagazines doen het goed op TikTok. En dat bewijst ook het Amerikaanse magazine Seventeen. Make-up, kledij, leuke recepten, beroemdheden, … allemaal komen ze aan bod op het TikTok kanaal van het magazine voor de hedendaagse puber. Bij ons is de app nu pas echt aan het boomen, maar het aantal volgers van het TikTok-account van Seventeen toont mooi aan hoe succesvol het bij jongeren kan zijn: meer dan 3 miljoen volgers!

Men’s Health Magazine

Dit magazine is misschien wel de vreemde eend in de bijt. Maar TikTok is wel meer dan enkel leuke dansvideo’s of recepten. Het is enorm gebruiksvriendelijk en laat toe om verschillende soorten video’s te ‘monteren’. Men’s Health Magazine houdt zich voornamelijk bezig met het posten van originele work-out filmpjes. Maar uit deze account wordt ook duidelijk dat de combinatie tussen magazines en TikTok nog niet volledig is doorgebroken, of dat is toch het geval bij Men’s Health. Slechts iets meer dan 600 volgers en geen dagelijkse posts. To be continued…

College Magazine

Een magazine door en voor studenten, dat is precies wat het Amerikaanse College Magazine is. Het magazine heeft TikTok volledig in de vingers. Filmpjes over hoe het eraan toe gaat op de redactie van het magazine, typische studentenmopjes en de afgelopen weken heel wat corona video’s die enige humor brengen in de benarde situatie waar studenten zich momenteel in bevinden. Het magazine vond haar oorsprong op de universiteit van Maryland en heeft ondertussen een lezerspubliek van meer dan 120.000 studenten. In het magazine kunnen studenten terecht voor advies over de befaamde ‘student loans’, welke master ze het beste kiezen en nog veel meer.

Meiden magazine

Nog een magazine dat TikTok helemaal onder de knie heeft, is het Nederlandse Meiden magazine. De naam zegt het zelf al: dit magazine is een must have voor puberende tieners. TikTok, als nieuwste social media hype bij jongeren, past dan ook perfect bij dit magazine: leuke dansjes en originele video’s alom. De video’s gebruiken ze hoofdzakelijk om hun nieuwste magazine of leuke extraatjes te promoten. Maar ook recepten en tutorials komen er aan bod. Ook zie je er heel vaak dezelfde gezichten terugkomen, wat een nauwere band creëert met de doelgroep van het magazine.

Veelgelezen artikels:

banner Click20

Click20: hoe jongeren te bereiken via sociale media

Op 28 mei van 10u tot 11u organiseert de Arteveldehogeschool een gratis webinar voor mediaprofessionals, marketeers en social media managers. Tijdens het webinar presenteert Jeroen Naudts, onderzoeker aan de Arteveldehogeschool en MAGnify-keynote spreker in 2o19, de resultaten van nieuw eigen onderzoek.

banner_click20_grotereversie

In welke mate staan jongeren (16 – 24 jaar) open voor ‘digital branding’ van retailmerken via sociale media? Hoe kunnen merken via sociale media hun merk versterken bij jongeren? Wat is de impact van influencers?  Wat zijn de nieuwe trends op vlak van digitale marketing? Dat zijn de basisvragen die het onderzoek beantwoordt. Het is in feite een vervolg op het onderzoek dat Jeroen vorig jaar presenteerd op MAGnify: Vlaamse media & influencers: de hype voorbij? (download hier)

Begin 2020 deed de Arteveldehogeschool hierover een onderzoek bij meer dan 1.500 Vlaamse jongeren. Nog even wachten, maar op 28 mei krijg je de resultaten te horen!

Na het onderzoek volgt een interessante praktijkcase van Zeb. Zij delen hun ervaringen met het bereiken van jongeren via sociale media en influencermarketing.

Programma

09:45 Check-in webinar
10:00 Wat leren de cijfers van de SMI-barometer ons over het bereiken van Vlaamse jongeren als mediamerk?
10:40 Nathalie Van Schelvergem (Eyeworks) vertelt hoe zij sociale media en influencermarketing ingezet hebben om de jeugdserie ‘Instaverliefd’ te promoten bij jongeren.
10:50 Q & A: mogelijkheid tot vragen stellen over het onderzoek en de ervaringen van Eyeworks en VRT.
11:00 Einde webinar

Meer informatie over Click20 vindt u hier

Direct inschrijven doet u hier

N.B. Arteveldehogschool organiseert een tweede webinar op dezelfde dag (start 13.30) voor communicatieprofessionals: Wat leren de cijfers van de SMI-barometer ons over het bereiken van Vlaamse jongeren als retailmerk? Meer informatie vindt u hier

Graph Percentage likely to share news on social media

Nieuws: post-millennials nemen wel, maar geven weinig

Het gebruik van sociale media en zoekmachines voor nieuwsconsumptie neemt almaar toe, vooral bij de jongere generaties. Maar juist deze Gen Z blijkt zelf steeds minder geneigd om nieuws te delen.

Lees ook: Euh … Gen Z?

In vergelijking met Millennials vertoont de jongere generatie duidelijk minder engagement als het om nieuws gaat. Onderzoek in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk laten zeer vergelijkbare resultaten zien: waar bijna een kwart van de Millennials nog wel nieuws via sociale media deelde, is dat bij Gen Z afgenomen tot maar 16%. Liever bespreken ze nieuws offline met vrienden.

Graph How different generations share news

Ondertussen geloven veel mensen wel dat media hen nu beter op de hoogte houden (62%) en ook beter helpen het nieuws te begrijpen (51%). Bijna een derde zegt overigens het nieuws helemaal te mijden vanwege de negatieve invloed op hun humeur (58%) en het machteloze gevoel dat het hen geeft (40%).

Ook bij ons: gebruik neemt toe, vertrouwen af

Belgische nieuwsmedia mogen zich verheugen in een stabiel blijvend, hoog consumentenvertrouwen (50%) vergeleken met de meeste andere landen (gemiddeld 42%), zo bleek onlangs weer uit onderzoek. Maar de regionale verschillen zijn groot, ook binnen ons land: in Vlaanderen is het vertrouwen zelfs 61%. (Een mogelijke verklaring zou het kleine, van internationale concurrentie afgeschermde taalgebied kunnen zijn en de relatief conservatieve nieuwsgebruiker die zijn gevestigde nieuwsmerken trouw is.)

Het gebruik van zoekmachines, sociale media en verzamelsites voor het vinden en consumeren van nieuws is ook bij ons sterk toegenomen. Paradoxaal genoeg blijkt het vertrouwen in deze platformen juist zeer laag: 17%/18% vergeleken met 23% wereldwijd. Belgische Millennials en Gen Z tonen dus ook duidelijk voorkeur voor deze manier van nieuwsgaring, maar, verontrustender, hun vertrouwen in nieuwsmerken is wel beduidend lager dan bij andere groepen (38% in Vlaanderen).

De uitdaging die Gen Z stelt

Voor nieuwsbedrijven en adverteerders, die hun businessmodellen gebouwd hebben op social sharing, heeft dit de nodige consequenties. Ze zullen nieuwe manieren moeten zien te vinden om Gen Z deel te laten nemen aan conversaties en co-creatie, maar dan op hun voorwaarden. Wellicht in de vorm van events, exclusieve groepen op sociale media of chat-sessies met redacteuren.

De uitdaging ligt in het verkrijgen van de loyaliteit van jongeren. Zij kiezen namelijk niet zozeer voor een nieuwsmerk als wel voor een apparaat. In bijna alle gevallen is dat hun smartphone of tablet, maar ook desktop blijkt nog een rol te spelen: ruim 66% van Gen Z (en 78% van Gen X) leest nieuws op hun desktop en dit is de afgelopen jaren zelfs iets gestegen.

Is er wel een digitale generatie?

Mobiel blijkt Gen Z blijkt vooral de standaard news-apps op hun telefoon te gebruiken (ca. twee derde vs. 53% van Millennials). Het is voor ruim een derde zelfs de belangrijkste bron van nieuws. Apple News maakte onlangs bekend dat het inmiddels meer dan 85 miljoen gebruikers in de Verenigde Staten en Australië tezamen heeft. Zoals de afgelopen tijd al op allerlei manieren duidelijk gemaakt is, moeten de grote platformen hun verantwoordelijkheid als medium dringend serieus gaan nemen.

De grote vraag, zo zeggen ook de SMIT-onderzoekers in Brussel, is of we echt te maken hebben met een digitale generatie. Deze lijkt sociale media en zoekmachines weliswaar met de nodige voorzichtigheid te benaderen, maar gebruikt ze desondanks als primaire nieuwsbron. Of is er sprake van een jonge generatie wiens nieuwsconsumptie zich verder ontwikkelt en op den duur eveneens een breder scala aan bronnen raadpleegt?

Gen Z is nog jong en bezig hun gewoonten verder te ontwikkelen. Bovendien zijn ze geboren in een tijd met meer media- en platformkeuzes dan de oudere generaties. Ze lijken ook veel meer op hun hoede en terughoudend om gebrandmerkt te worden door de content die ze delen. Wellicht leren ze van de fouten die Millennials op dat vlak gemaakt hebben en gaan ze zorgvuldiger om met hun digitale personas.

Bronnen: comScore, EBU Trust in media 2019

Gerelateerde artikels:

Banner illustration Digiday

GAFA: wanneer krijgen ze de rekening gepresenteerd?

De grote digitale spelers onttrekken zoveel reclamegeld aan de markt (80-90%) dat er voor andere partijen (te) weinig overblijft om van te bestaan. Nu de nieuwe richtlijn voor auteursrecht door de EU is weggestemd (lees dit artikel hierover), moeten uitgevers nog wat langer toezien hoe Facebook en Google blijven ontkennen dat ze uitgevers zijn, onderwijl content van derden te gelde makend. Wat is de invloed op de rijkdom en diversiteit van ons medialandschap? Met die vraag komt een andere, nog fundamentelere discussie ter tafel: het belang van media voor onze maatschappij en voor de democratie.

Read this: Facebook is hitting publishers where it hurts: here’s what you can do

Goede journalistiek moet de vierde macht zijn, maar die kwaliteit kost geld, iets dat in de huidige markt onvoldoende door het advertentiemodel  gegenereerd kan worden. Bovendien moeten mensen de media dan ook nog vertrouwen en dat vertrouwen wordt door alle problemen met sociale media zeer sterk op de proef gesteld.

Bedreiging voor de democratie

De Edelman Trust Barometer 2017 toont aan dat zowel het vertrouwen in sociale media als in de mening van andere mensen wereldwijd een dieptepunt bereikt. Mensen stellen hun vertrouwen gelukkig wel meer in traditionele media en journalisten, zoals eind vorig jaar overigens ook al uit het Kantar onderzoek “Trust in News” bleek.

The Economist noemde sociale media zelfs een mogelijke bedreiging voor onze liberale democratie. De enorme invloed die de platformen hebben, de psychologie erachter en de verslavende werking ervan, maken het tot een instrument, een wapen misschien zelfs, in de internationale politiek. Het meest prominente voorbeeld is de inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. Geen wonder dat de Sillicon Valley-bazen hun kinderen niet op sociale media laten.

Lees ook: ‘Fake news’ is goed nieuws voor vertrouwen in traditionele media

Voor magazine-uitgevers lijkt de dominantie van de duopolie Facebook-Google de zoektocht naar andere inkomsten noodgedwongen in een stroomversnelling te brengen. Maar ze zitten in een lastig parket. Zoals Jeff Jarvis het uitdrukte: aan de ene kant een brandend huis, dat van print, waar de uitgevers nog in moeten wonen (lees: hun belangrijkste inkomstenbron). Aan de andere kant een huis dat nog in aanbouw is, dat van digitaal (met onvoldoende inkomsten). Waarin moeten ze investeren? Wat gaat op de lange termijn het voortbestaan verzekeren?

Zuckerbergs zwaard

Van de kant van Facebook hoeven uitgevers op dit moment geen steun te verwachten. Als reactie op alle fake news en veiligheidsproblemen heeft het platform in januari een aantal maatregelen doorgevoerd, die de media op verschillende manieren hard treffen. Door het algoritme te wijzigen zullen Facebookgebruikers wereldwijd namelijk veel minder posts te zien krijgen van media en merken. Posts van vrienden krijgen voorrang, volgens Mark Zuckerberg, om de gebruikservaring te verbeteren: ‘meer relevante content en betekenisvollere sociale interacties’. Mensen zullen minder, maar waardevollere tijd op Facebook besteden.

Daarnaast heeft de CEO van ’s werelds grootste sociale medium aangekondigd te gaan onderzoeken welke bronnen betrouwbaar zijn door de gebruikers ernaar te vragen. En dat terwijl 62% van de mensen aangeeft het verschil niet te zien tussen betrouwbare journalistiek en fake news (Edelman). Wie gaat trouwens de objectiviteit van de gebruikers beoordelen? Facebook wil blijkbaar externe experts buiten de deur houden (i.t.t. Google en Twitter).

“We have to ask ourselves; do we want Facebook (users) to be arbiters of truth?”

zei Rachel Botsman tijdens een World Economic Forum panel in Davos.

Zoals vakvereniging VDZ in Duitsland het uitdrukt: met een pennestreek ontzegt Zuckerberg uitgevers (en merken) het vrije toegangsrecht op een marktdominant platform met 2,07 miljard leden (waarvan meer dan 7 miljoen in België).

Kwetsbaardere uitgevers

Een onbedoeld negatief effect van deze ingrepen zou kunnen zijn dat het uitgevers kwetsbaarder maakt voor ad fraude, juist datgene wat alle partijen graag willen voorkomen. Met name kleinere uitgevers en degenen die sterk afhankelijk zijn van hun community (en organisch bereik) en doorverwijzingen van sociale media worden bedreigd in hun voortbestaan door de maatregelen. Sommige titels hebben hierdoor te maken met een engagementdaling van 60-80%.

Lees ook: Group M: adverteerders hebben magazines zwaar ondergewaardeerd

De verleiding om zogenaamde ‘traffic resellers’ in te schakelen die het verlies van zichtbaarheid en clicks compenseren wordt dan te groot, zeggen sommige experts. Over het algemeen gaat het daarbij namelijk om goedkope traffic van slechte kwaliteit. Zo lang hoge aantallen page views en clicks nog de enige of belangrijkste maatstaven zijn voor succes en daaraan gekoppelde inkomsten, blijft dit probleem bestaan.

Zijn uitgevers te afhankelijk van Facebook?

Overigens was er ook in 2017 al een duidelijk negatieve trend in de relatie tussen Facebook en uitgevers, minder dramatisch gebracht en daardoor ook minder opvallend. Maar door veranderingen in het Facebook-algoritme ten voordele van user generated content, daalde voor uitgevers het aandeel doorverwijzingen (referral rates) van Facebook afgelopen jaar al van 40% naar 26% (meer toelichting hier). Google steeg van 34% naar 44%. En Buzzfeed meldt dat ook Twitter zich een steeds belangrijkere rol voor uitgevers toe-eigent.

De grote vraag is of uitgevers te afhankelijk geworden zijn van Facebook. Dit is wellicht het moment om de focus te verleggen naar inkomsten uit de lezersmarkt en businessmodellen zonder (veel) advertentie-inkomsten. Nieuwe technologie zal op relatief korte termijn steeds meer mogelijk maken op dit gebied. De afgelopen jaren zijn uitgevers geobsedeerd geweest met het volgen van hun publiek naar nieuwe platformen en uitvinden hoe hen daar opnieuw te bereiken. Misschien zijn ze in de jacht op likes en clicks hun echte fans, die voor kwaliteit en voeding van hun passie willen betalen, zelfs een beetje uit het oog verloren?

Lees ook: Als reclame overbodig wordt…

Of schiet Facebook zijn doel voorbij?

Hoe afhankelijk is Facebook van de media? Schiet het zichzelf in de voet met dit algoritme door gebruikers minder kwaliteitscontent te brengen? De Zwitserse uitgever van Le Temps zei onlangs: “Facebook zal dit jaar extra inspanningen moeten leveren om kwaliteitscontent te valoriseren in zijn algoritmes. Daarvoor heeft de internet-mogol de media hard nodig, want adverteerders zijn niet bereid om veel geld te betalen voor Facebook-aanwezigheid om vervolgens in een ongunstige of schadelijke omgeving terecht te komen van fake news, animated gifs en kattenvideo’s. Dus hebben ze ons nodig en dat beginnen ze te beseffen.”

Voorlopig is daar echter weinig van te merken. We zullen moeten afwachten hoe Facebook-gebruikers reageren op het nieuwe algoritme en het ontbreken van journalistiek in hun newsfeed. In de tussentijd beschouwen magazine-uitgevers het hernieuwde vertrouwen van het publiek beter als een teken dat ze met betaalde kwaliteitscontent de juiste weg zijn ingeslagen.

Bronnen: Digiday, FIPP, WARC, The Guardian, VDZ, www.inaglobal.fr

Gerelateerde artikels:

Graph Social Network share of total magazine media

Meer engagement voor magazinemerken op sociale media

Magazinemerken blijken op 3 van de 4 sociale medianetwerken veel meer ‘engagement’ te genereren bij het publiek dan niet-magazinemerken: Facebook, Instagram en Pinterest. Dat is de conclusie uit het laatste Social Media Report (Q3 2017) van Magazine Media 360° in Amerika, waarin voor het eerst engagement op merkniveau werd opgenomen door de relatie tussen publieksreacties en content te meten. Magazine mediamerken zijn belangrijke social media influencer, zo blijkt ook uit nieuwe Nederlandse engagement-scores.

MPA, The Association of Magazine Media, doet sinds 2014 continu onderzoek (met maandelijkse rapportage) binnen het Magazine Media 360°-project naar magazinebereik op alle mediaplatformen. Onlangs rapporteerde MPA voor de 29ste maand op rij een stijgende interesse in magazinecontent en sinds het derde kwartaal wordt ook een engagementscore gerapporteerd. Op hetzelfde moment komt ook MMA in Nederland met engagementdata in hun Social Media Monitor.

Magazinemerken doen het in vergelijking met niet-magazinemerken vooral erg goed op Instagram en Facebook, waar bovendien de meeste acties plaatsvinden. Ook op Pinterest winnen magazinemerken het. Op Twitter zijn ze evenwaardig aan niet-magazinemerken.

De nieuwe ‘Social Media Engagement Factor’ bevestigt de band tussen magazine mediamerken en consumenten op sociale media en zet hen in de Verenigde Staten neer als vitale bereiksmedia, aldus MPA-president en CEO Linda Thomas Brooks. “We hebben bewezen dat magazines een enorm bereik hebben en nu kunnen we ook nog eens aantonen dat deze merken ook meer invloed hebben dan niet-magazinemerken op social media.”

Top 10 per netwerk

Table top 10 per platform

“Social media engagement varieert nogal per netwerk, content categorie en magazinemerk. Wat magazinemerken beter doen dan andere merken is de specifieke eigenschappen van elk netwerk benutten door content te maken die juist daarbinnen het best presteert. Dat maakt de band met hun publiek sterker en het is ook de kracht van magazine media in het algemeen,” aldus de research director van MPA.

Voor Nederland blijven de engagementcijfers voorlopig beperkt tot Facebook en Instagram. Interessant in deze cijfers is dat vooral special interestmagazines, jongeren- en opiniebladen een hoge engagementscore halen, maar ook Plus Magazine vinden we terug in de top 15 van Facebook!

De Social Media Engagement Factor maakt het voor uitgevers eenvoudiger om hun social media effectiviteit inzichtelijk te maken met degelijke cijfers die als een standaard kunnen fungeren. De factor wordt berekend door het aantal acties (likes, comments, favorites, retweets, repins, sharing, etc.) te vergelijken met het aantal posts (IPM-score = Interactions Per 1.000 Fans/Followers). Hieruit ontstaat een gemiddelde voor elk (niet-) magazinemerk op de vier sociale netwerken dat onderling vergelijkbaar is.

Bron: MPA

Meer over dit onderwerp:

Belgie

Belgen zijn traditionele mediaconsumenten

De manier waarop Belgen zichzelf informeren is behoorlijk traditioneel in vergelijking met andere landen in de wereld. Dat kunnen we afleiden uit de studie “Digital News Report 2016” van Reuters. Het gebruik van sociale media voor nieuwsgaring blijft achter bij de meeste andere landen (in totaal waren er 26) in het onderzoek, alsook de populariteit van mobiele apparaten t.o.v. desktopcomputers.

Slechts 46% van de Belgen informeert zich onder andere via sociale media, met Facebook op kop. Radio en pers bevinden zich op hetzelfde niveau en televisie gaat met 75% aan kop. Vergeleken met de andere 25 landen die werden onderzocht (ruim 50.000 respondenten) is dat een zeer traditioneel mediaprofiel: gemiddeld gebruikt 51% sociale media.

Doordat geen van de grote internationale ‘pure players’ de Belgische markt betreden hebben, blijven de traditionele nieuwsmerken (tv en pers) een sterke positie behouden. Wellicht is daar ook een verklaring te vinden voor het blijvend hoge vertrouwen van de Belgen in informatiebronnen en nieuwsmerken. Dat ligt namelijk 10 punten hoger dan gemiddeld (inclusief de jongste leeftijdsgroepen).

Video is in België nog niet zo’n populaire vorm van nieuwsconsumptie in vergelijking met de andere landen. Over het algemeen groeit videoconsumptie in de hele wereld trouwens veel minder snel dan verwacht.

Ook als het gaat om betalen voor digitale informatie (12%) en gebruik van ad blockers (25%), lopen Belgen niet voorop, hoewel het percentage van dat laatste element bij de jongste leeftijdsgroep (18-24 jr) al bijna dubbel zo hoog is.

Enkele cijfers over social mediagebruik in België (Global WebIndex):

  • De tijd die Belgen aan sociale media besteden is afgelopen jaar niet gegroeid. Gemiddeld ligt dit op 1,24 uur per dag. In de andere landen is dit gemiddeld 1,85 uur
  • 16-64 jarigen zijn actief op 4,4 sociale media. Globaal is dat 6,8.
  • 89% is op minstens 1 social mediaplatform aanwezig.
  • Facebook blijft met een aandeel van 80% het voorkeursmedium. Dat is wereldwijd ook zo. Het gebruik van de andere media, zoals YouTube, Twitter, Whatsapp en Instagram blijft echter sterk achter.
  • Engagement en contributie in de afgelopen maand (zelfverklaard) is het hoogste op Facebook, YouTube en LinkedIn.
  • Passief netwerken is in België belangrijker dan in de andere landen. De drie belangrijkste redenen voor social mediagebruik zijn dan ook: in contact blijven met vrienden (44%), tijdverdrijf (40%), op de hoogte blijven van actualiteit of events (31%).

Bron : Xavier Degraux 1, Xavier Degraux 2

 

Snapchat goes print

Garage cover with SnapchatQR, RFID, NFC… Stuk voor stuk toepassingen die de link tussen print en online leggen. Telkens heeft de gebruiker echter een nieuwe app nodig. Waarom geen bestaande tool gebruiken, dachten ze bij het magazine Garage. Voortaan kan Snapchat ingezet worden om beelden te animeren.

Snapchat heeft de stap naar print gezet. Dat heeft het te danken aan het nieuwste nummer van Garage, een kunstzinnig magazine uit de Vice-stal. Wie de app van Garage downloadt en de cover van het septembernummer scant, ziet die geanimeerd worden met behulp van een Snapchat-filter. Snapchat treedt hiermee in de voetsporen van QR-code, RFID-toepassingen en NFC-tags.

Pierce Gibson, de designer die bij creatief bureau The Mill verantwoordelijk is voor het project, vertelt:

“Dit is een unieke kans voor de evolutie van print. Ze speelt in op een verwachting die steeds sterker wordt bij jongeren: de vervaging van de grens tussen on- en offline. Het was de bedoeling een beleving te creëren die naadloos zou overgaan van het papieren voorwerp naar de magazine-app en de Snapchat-filters om zo een volledig concept te scheppen.”

Op de cover staan of Willow Smith of Kendall Jenner en beide jongedames komen tot leven met behulp van de Garage-app en Snapchat. Lezers komen zo in een geanimeerde droomwereld terecht. Het concept word ook doorgetrokken in de reclame in het blad. Zowel de coveradvertentie van Burberry als de Dior-advertentie geven toegang tot een animatie van de foto’s van Pierre Debusschere. Bewegend beeld en print komen hierbij steeds dichter bij elkaar.

Bekijk de casemovie:

GARAGE Issue Nº11 Interactive Snapchat Cover from The Mill on Vimeo.

Bron: MM

 

High-value app users by category

Waardevolle app-gebruikers goed voor 85% omzet

De ene app-gebruiker is de andere niet. Een betrekkelijk kleine groep van waardevolle gebruikers is namelijk goed voor 85% van de in-app omzet (aankopen en advertenties). Zij zijn daarmee 4x meer waard dan gemiddeld.

Graph Share of App revenue

Tot die conclusie komt technologiebedrijf RadiumOne in het onderzoeksrapport ‘State of Mobile Acquisition’, waarvoor de data van meer dan honderd miljoen apparaten zijn verzameld. Het bedrijf noemt de waarde van een gebruiker hoog als die persoon gedurende de onderzoeksperiode van dertig dagen via een in-app aankoop voor omzet zorgde. Ook de gebruikers die via de in-app advertenties bijdroegen aan de omzet behoren tot die groep.

In de categorieën ‘muziek’ en ‘boeken’ zorgen de waardevolle gebruikers voor maar liefst 99% van de omzet. Het gaat meestal om twintig procent van de ‘userbase’ van een app. Bij sportapps ligt dat percentage iets hoger op bijna dertig procent.High-value app users by category

Maar wie is de ‘high-value’ gebruiker? Hoe herkent u die?

Allereerst  vertoont hij gemiddeld genomen vier keer meer ‘engagement’ dan anderen. Hij opent de apps dus vaker of is actiever in gebruik. Bij communicatieapps, een chatapp bijvoorbeeld, zorgt hij voor vijf keer meer sessies.

Bij retailapps is er nog iets bijzonders aan de hand: gemiddeld gebruiken mensen er drie, maar de meest waardevolle gebruikers installeren er maar zijn één. Een groot verschil met sportliefhebbers:  de groep die daar voor de grootste omzet zorgt, gebruikt juist méér apps dan de gemiddelde gebruiker.

Het winkelende publiek heeft wel weer 45% meer lifestyle-apps geïnstalleerd dan anderen, voor algemeen en dagelijks gebruik (dating, het weer, emojis, openbaar vervoer en navigatie).

De onderzoekers schatten dat de groep waardevolle gebruikers nog kan groeien. Nu behoort zo’n 18% daartoe, dat kan groeien tot 28 procent.

Het advies is om de betrokkenheid onder gebruikers die nu weinig tot niets opleveren te vergroten. Met pushberichten, retargeting door middel van advertenties of een loyaliteitsprogramma.

Start met in-app analytics om achter de kenmerken van de meest loyale gebruikers te komen. Let daarnaast op data uit het volledige ‘ecosysteem’, apps van andere uitgevers en websites om erachter te komen hoe de gebruikers zich ‘in het wild’ gedragen. De data zorgen voor een nauwkeuriger beeld van verschillende soorten gebruikers en bijdrage aan de omzet.

Grazia maakt nummer met Facebookfans

Grazia coverFacebook Live biedt merken en media sinds een paar maanden nieuwe mogelijkheden op het sociale netwerk. Maar wat kan je ermee als magazine-uitgever? Grazia UK neemt de handschoen op en maakt samen met de Facebookfans een ‘community issue’.

Het Grazia UK-nummer van 21 juni wordt een primeur. Het wordt namelijk gemaakt in samenspraak met de Facebookfans van de titel. Die zullen de ontwikkelingen via Facebook Live kunnen volgen tussen 13 en 17 juni. In die periode zal de redactie van Grazia (Bauer Media Group) zijn tenten opslaan in het hoofdkwartier van Facebook.

Waar andere magazines Facebook Live al gebruikten voor een ‘behind the scenes’ zal Grazia haar volgers de wekelijke redactievergadering op maandag laten meevolgen. Lezeressen zullen ook kunnen bijdragen aan vaste rubrieken als 10 Hot Stories, Chart of Lust en You the Fashion Jury. “En we geven hen de kans om te helpen bij de kledingkeuze van ons covermodel”, voegt uitgever Natasha Pearlman toe.

Met dit ‘community issue’ toont Grazia zich van zijn meest innovatieve kant. Lezeressen die de Facebookpagina bezoeken, bouwen meteen een zeer nauwe band op met het blad. Enerzijds omdat ze live kunnen volgen hoe hun lievelingsblad vorm krijgt, anderzijds omdat ze er zelf aan kunnen bijdragen.

Grazia en Facebook zien dit experiment trouwens als onderdeel van een breder kader. Zo komen er op Facebook Live ook events en sessies over o.a. de steun aan vrouwelijke ondernemers en kleine ondernemingen.

Meer horen van Natasha Pearlman, uitgever van Grazia in het VK?

En wat Grazia leerde over video uit deze ervaring met Facebook Live, kunt u hier lezen