Surf naar

WeMedia
Bernard Cools en Bruno Liesse

MAGnify: “Alpha Index verfijnt onze kennis over aandacht voor reclameboodschappen”

Het blijft een van de belangrijkste vragen in communicatie: hoe doeltreffend zijn de verschillende media. Voortaan voegt de Alpha Index daar in ons land een dimensie aan toe. Bruno Liesse (Polaris) en Bernard Cools (Space) doen hun studie uit de doeken tijdens MAGnify. 

Watch and listen to Bernard Cools & Bruno Liesse here

“Aandacht is een van de cruciale elementen als het gaat om reclameboodschappen. Zeker in de huidige context. De digitale touchpoints beloven heel wat als het gaat om effectiviteit, maar hoewel er een sterke blootstelling is, is de meetbare impact vaak beperkt.”

Aan het woord is Bernard Cools, Chief Intelligence Officer van mediabureau Space. Samen met Bruno Liesse, Managing Director van Polaris, dat ook onderdeel van Space is, bedacht hij de Alpha Index, dat de markt een beter beeld biedt over de impact die de verschillende media hebben. Ze inspireerden ze daarbij op een gelijknamige studie van het Franse MY Media.

Lees ons artikel over de Alpha Index hier

Hoe zit het met de aandacht?

“Wij hebben geprobeerd om de ‘contact funnel’ nog iets duidelijker te maken”, zegt deze laatste. “De eerste stap is daarbij duidelijk: is een boodschap vertoond of uitgezonden? Dat noemen we de technische viewability. Dan volgt de effectieve viewability: heeft de consument de uitgezonden boodschap ook gezien. Die metrics zijn het werk van het CIM met de Opportunity To See (OTS) als currency.”

Na deze twee eerste etappes ontbrak er een stap. “Hoeveel mensen zien de boodschap ook echt en hebben er aandacht voor?”, was de vraag die Cools en Liesse zich stelden. Bruno Liesse: “Die vraag komt voordat je mensen bevraagt over welke reclameboodschappen van welk merk ze zich een dag later nog herinneren. Die wordt beantwoord door de Bèta Index van Morgensztern.”

Dagblad- en magazinepers scoren goed

De Alpha Index zorgt voor een ander inzicht in de doeltreffendheid van de verschillende media, en misschien op termijn zelfs een andere berekeningswijze van het tarief: van kost per duizend (GRP) naar een manier als ‘qualitative reach point’.

Het betekent verder ook dat de machtsverhoudingen tussen de verschillende media verschuiven. De gedetailleerde resultaten hoort u tijdens MAGnify, maar Bernard Cools geeft alvast mee de traditionele media veel beter scoren dan digitale media (in tegenstelling tot wat de perceptie is) en dat lokale media het beter doen dan internationale media. “Die resultaten zien we trouwens ook in andere landen, al werkt iedereen vanuit zijn eigen methodologie.”, aldus Cools. “Vooral de dagblad- en de magazinepers doen het goed. Waar ze in de mediaplannen niet in de top 10 staan, zijn ze nummer 1 en 2 als je rekening houdt met de aandacht.”

Deze resultaten hoeven an sich niet te verrassen. Ook de Ebiquity-studie die VIA vorig jaar voorstelde, ging al in die richting.

Nog een weg te gaan

Toch willen Bernard Cools en Bruno Liesse het vel niet verkopen voor de beer geschoten is. De studie omvat voorlopig desk research en een declaratieve studie bij zo’n 2000 mensen. Een neuromarketingonderzoek zou voor een dubbelcheck van de resultaten moeten zorgen.

“Daarvoor proberen we nu de markt warm te maken”, aldus Cools. Bruno Liesse voegt toe: “En verder is die natuurlijk geen officiële studie van de tripartite en hangt de effectiviteit van het medium natuurlijk ook af van de strategie van het merk dat er gebruik van maakt en van de creatie. Maar het geeft toch een bijkomende dimensie die meer zicht geeft op de gemiddelde doeltreffendheid van de media. Bij Space hebben we het alvast in onze Pulstar-tool geïntegreerd.”

Bernard Cools en Bruno Liesse

Benieuwd naar alle details en resultaten van de Alpha Index? Bernard Cools en Bruno Liesse leggen ze uit tijdens MAGnify.

Kijk al eens terug op MAGnify 2019:

 

Interviews:

AMMAAwards_Blockchain

Roularta, ENGIE, Space: Silver AMMA award voor de eerste blockchain-case

Logo AMMA awards ENGIE, Roularta, Space & Rebel AI (USA) bundelden vorig jaar hun krachten rond Blockchain en wonnen een Silver AMMA Award in de categorie Innovation en Development of the Year 2020.

Lees ook: Eerste marktplaats voor DAT-labels in Google DV360

Samen met haar klant ENGIE, experimenteerde Space in 2019 met Blockchain-technologie op inventory van Roularta. Op die manier kunnen ze 100% gevalideerde impressies en een maximale transparantie van online reclame verwezenlijken. De resultaten mogen er zijn: het experiment was succesvol en toonde een reële impact aan op de delivery van de campagne. Ongeveer 7% onduidelijke ad delivery werd geblokkeerd.

De Blockchain-technologie van Rebel AI is een referentie in de VS om online traffic te valideren. Een stukje code is geïmplementeerd op de pagina’s van de websites. Wanneer dit herkend wordt, laat het de impressie toe. Wanneer de coderingssleutel niet kan worden geverifieerd, wordt de impressie geblokkeerd. Zo kan het 100% gevalideerde inventory garanderen.


François Chaudoir, Ceo Space: “Wij weten dat fraude een grote zorg is voor adverteerders. Daarom hebben we ENGIE voorgesteld om deel te nemen aan de première in ons land”.

Gaetano Palermo, advertising manager voor ENGIE België: “Onze digitale investeringen groeien: de kwaliteit en de efficiëntie van onze inventories staan centraal. Aangezien technologie in het DNA van ons bedrijf zit, was deze première een fluitje van een cent voor ons”.

Philippe Belpaire, van Roularta: “Digitale reclamefraude kost de industrie miljarden. Blockchain biedt de mogelijkheid om domein spoofing, een frauduleuze praktijk waarbij nepwebsites zich voordoen als een legitieme uitgever en reclame-inkomsten stelen, op te sporen en te elimineren. Roularta is er trots op zijn adverteerders 100% gevalideerde impressies te kunnen garanderen, gebruikmakend van de Blockchain-technologie”.

Gerelateerde artikels:

EBU Trust in media 2020

Seen from Space: Belgen nogal gerust in hun media

[via MediaSpecs / Space] De traditionele media in België kunnen een heel goed rapport voorleggen. Dit blijkt uit de Trust in Media Barometer 2020 van de EBU (European Broadcasting Union). Van de ongeveer 1.000 personen die in het afgelopen najaar in ons land bevraagd werden, verklaart 30% een groot vertrouwen in de media in het algemeen, terwijl in de Europese Unie het gemiddelde op 19 ligt (de twee Europese landen waar dit vertrouwen is het laagst zijn het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, met respectievelijk 7 en 9%).

EBU Trust in media 2020

Omgekeerd verklaarde minder dan een op de vier Belgische respondenten dat ze erg op hun hoede waren voor de media, vergeleken met 40% in de Europese Unie. Het percentage van de Belgische bevolking die de media wantrouwen is redelijk stabiel in de tijd, is een van de laagste in Europa en leunt dicht aan bij dat van de Scandinavische landen. Als we kijken per medium, bevestigen de traditionele kanalen – radio op kop – van jaar tot jaar hoge vertrouwensindexen, aanzienlijk hoger dan die van andere Europese landen.

De Belgen geven daarentegen wel blijk van een groot wantrouwen tegenover sociale netwerken. Het internet (een te ruime benaming) wordt in verschillende mate vertrouwd/gewantrouwd, maar de score blijft toch duidelijk negatief, minder in België dan in de Unie. Aangezien de traditionele media duidelijk lokaal zijn, kan men hier een zekere tegenstelling zien tussen “de stemmen van hier” (tv, radio, pers) en diegene die al dan niet duidelijk van elders komen. Een andere mogelijke interpretatie: het verschil tussen journalistieke inhoud (ook al is de vraag algemeen en niet per se gericht op “nieuws”) en een minder gecureerde inhoud, zoals de sociale media of bepaalde onderdelen van het internet.

Helaas dateert het onderzoek van voor de coronacrisis en geeft het dus geen enkele indicatie over de huidige gemoedstoestand is. Om dit gebrek te verhelpen voegde de EBU gegevens van enkele externe bronnen toe aan zijn rapport. Voor de betrokken landen (waartoe België niet behoort), geven deze onderzoeken aan dat het meest betrouwbare nieuws over corona volgens de respondenten afkomstig is van nieuwsorganisaties (Reuters) of naargelang het land overheidsbronnen of televisienieuws (Global Web Index). Daarmee worden de eerder verzamelde gegevens dus niet tegengesproken.

Bron: MediaSpecs / Space

Lees ook:

vrouwenhanden met koffie en magazine

Media-campagnes onmisbaar voor influencer marketing

Door wie laat u zich het meest beïnvloeden bij uw aankopen? Blijkbaar niet door beroemdheden. Want zoals Katia Pallini van InSites Consulting al aangaf tijdens MAGnify (lees hier meer), is de ‘bubbel van celebrities’ doorprikt en zoeken millennials naar echtheid. Space bevestigt op basis van resultaten uit de eigen Pulsar-studie, dat aanbevelingen door mensen die op jou lijken – echte mensen zoals bekenden en familie – het meest effectief zijn.

De sprekers van MAGnify 2019 zijn bekend!
Klik hier voor meer informatie en inschrijven

MAGnify 2018 logo

Influencer marketing is volwassen geworden. Dat mag je concluderen wanneer de ‘Association of Communication Companies’ (ACC), de Jury voor Ethische Praktijken in de Reclame (JEP) en de Raad voor Reclame, er een gedragscode voor opstellen (oktober 2018). Een andere belangrijke aanwijzing is misschien wel dat Space er op basis van de eigen Pulsar-studie een hele nieuwsbrief aan besteedt.

Paid media noodzakelijk

Space concludeert uit de eigen studie in combinatie met werk van InSites, maar ook van Peter Field en Les Binet (lees hier meer): “Het lijkt schier onmogelijk voor gevestigde merken om hun marketing enkel op aanbevelingen te laten steunen. Gesprekken over merken worden immers vaak gestart of gevoed door de aanwezigheid van merkenadvertenties in de media, die vandaag nog steeds als enige de garantie bieden op een brede zichtbaarheid.”

Pulsar bevestigt dat de zichtbaarheid voor merken in alle gevallen groter zal zijn in de massamedia dan via de kanalen voor aanbevelingen en invloedmarketing. Gemiddeld bereiken de betaalde media elke dag één consument op vijf terwijl de slagkracht van de aanbevelingskanalen veel beperkter is. Alleen aanbevelingen op websites voor e-commerce komen in de buurt van de gemiddelde scores van ‘paid media’, maar we hebben hierboven gezien dat dit kanaal veel minder efficiënt is dan de andere ‘touchpoints’ voor aanbeveling.

Vrienden en familie

Pulsar onderzoekt influencer marketing niet specifiek, maar de studie bevat voldoende informatie over product- en merkaanbevelingen met een vergelijkbaar beïnvloedingsproces, aldus Space, om hierover uitspraken te kunnen doen.  Vijf typen aanbevelingen zijn in het onderzoek bevraagd: vrienden, familie, collega’s; beroemdheden; deskundigen; consumenten; gepersonaliseerd door website o.b.v. eerdere zoekopdrachten.

Graph Pulsar - recommendation channels vs declared interests

Space onderzocht zowel de aandacht voor als het vertrouwen in de verschillende typen aanbevelingen. Doorheen demografische groepen blijken mensen unaniem het meeste waardering te hebben voor de aanbevelingen van familie en vrienden en in mindere mate van deskundigen. E-commerce websites scoren alleen bij de jongste leeftijdsgroepen beter dan deskundigen. Beroemdheden zijn waarschijnlijk minder geloofwaardig, omdat duidelijk is dat hun aanbevelingen gekocht zijn.

Persoonlijke interesses leveren overigens wel wat verschillen op in belang van de aanbevelingsbron en dit kan voor merken een goed aanknopingspunt zijn in de keuze van influencerkanaal. Niet verrassend staan mensen die geïnteresseerd zijn in het leven van beroemde mensen, meer open voor ‘celebrity’ influencers.

Meer informatie in de Space Essentials nieuwsbrief (bijgevoegd)

Gerelateerde artikels:

Portrait Luc Gueury - Space

Media-expert over magazine media in België: Luc Gueury

Hoe kijken media-experts naar de evoluties in het Belgische magazine medialandschap? En waaraan hebben ze nood? We vroegen het aan een reeks experts binnen de mediabureaus. Deze keer aan de beurt: Luc Gueury, Print & Cinema Director bij Space.

Hoe evalueert u de inspanningen van de uitgevers van magazine media in het Belgische medialandschap?

Magazine media is een van de media die het hardst lijden door de komst van het digitale. De inspanningen van de uitgevers (o.a. overnames) hebben ervoor gezorgd dat er weinig titels zijn verdwenen. Maar waar ik het meest perplex van sta, is dat de kwaliteit van het journalistieke werk sterk achteruitgegaan is. Daar moeten ze volgens mij veel meer in investeren.

Adverteerders zoeken nog altijd de waarden van magazines op, maar ze vinden geen kwaliteit meer. En natuurlijk speelt ook het element dat magazines vooral op lange termijn werken en er nu vooral oplossingen voor de korte termijn worden gezocht. Maar magazines hebben intussen voldoende aangetoond dat reclameruimte erin nemen resultaat oplevert.

Op welk vlak zouden uitgevers extra moeten investeren?

Ze moeten meer samenwerken. Magazine Media is een zeer mooi voorbeeld. Enkel door samen te werken, kan je de krachten bundelen tegen andere media. De Big Wraps (een package over uitgevers heen, nvdr.) was nog zo’n goed idee, maar jammer genoeg is het geen succes geworden. Ik vrees dat sommige magazineregies het zelf als concurrentie zagen…

Samenwerking kan er ook op technologisch vlak. Bijvoorbeeld door een gemeenschappelijk online betaalsysteem te ontwikkelen, door te komen met een gemeenschappelijke AR-oplossing,…

Daarnaast moeten ze meer doen dan papier. Met online initiatieven moeten ze hun moderniteit tonen.

Wat doen de Belgische uitgevers al goed?

Ik ben fan van events zoals de Libelle Winterfair of de Goed Gevoel Ladies Fair. Ze zijn interessant om de band met de lezers aan te halen én zijn ook interessant voor adverteerders. Misschien kunnen verschillende titels hier ook gaan samenwerken en er zo nog meer in investeren…

Kunnen ze inspiratie vinden in het buitenland?

Je ziet dat investeren in kwaliteit in het buitenland loont. Ik denk dan bv. aan L’Equipe en Le Monde in de Franse krantenwereld. Ook magabooks zoals Idéat of The Good Life zetten de inhoud centraal.  In Engeland is Monocle een vergelijkbare ‘success story’.

Vindt u dat het marktaandeel van magazine media in de totale mediamix terecht is?

Er zijn alleszins redenen waarom het blijft dalen. Bij affichage zie je bijvoorbeeld heel wat initiatieven en digitale ontwikkelingen. Bij magazine media ontbreken die of wordt er alleszins niet genoeg over gepraat.

Magazines moeten hun intrinsieke kwaliteiten van cognitieve doeltreffendheid en hun capaciteit om interessante communities van lezers te engageren, blijven in de verf zetten. Het touchpoint ‘magazine’ blijft kwalitatief en weinig irritant voor de consument. Via deze basics kunnen magazines opnieuw een schappelijk marktaandeel bereiken.

Er zijn nu minder groepen, wat het gemakkelijker zou moeten maken om met initiatieven te komen, maar bovenal moeten er marketinginitiatieven komen. Zo krijgen wij nog bitter weinig bezoek van regies die over hun merken komen praten, laat staan dat je met journalisten kan praten over hoe zijn hun blad maken.

Al vond ik het ‘Pretty in ink’-initiatief van Roularta geweldig: zij geven onze digitale planners een abonnement op een aantal magazines. Iets waarvoor die planners sterk openstaan!

Portrait Luc Gueury - Space Luc Gueury, Print & Cinema Director bij Space

Lees ook andere meningen:

 

 

 

 

 

 

Bernard Cools

“TV en magazines zijn misschien wel het advertentiemedium bij uitstek”

Een opmerkelijke conclusie van Bernard Cools, Deputy General Manager Space Belgium. Hij baseert zich hiervoor op de nieuwe eigen studie Pulsar 2.a. Sanoma ging het gesprek met hem aan en maakte er deze verhelderende video over:

Pulsar 2.a, goed voor een Silver FIPP Insight Award, gaat dieper in op de touchpoints en hun doelstellingen. Bovendien is de dimensie “aandacht voor reclame” aan het onderzoek toegevoegd.

Zoals uit de vorige versie van Pulsar ook al bleek, zijn magazineadvertenties bij uitstek geschikt om nieuwe producten of diensten bekendheid te geven. Daarnaast verhogen zij het engagement ten opzicht van merken: ze hebben een positieve invloed op de merkevaluatie door de consument en zijn in staat een mentale openheid te creëren ten aanzien van een merk.

Redactionele inhoud of branded content in magazines zorgt voor een hoger engagement tegenover merken. Branded content kan ook meer dan alle andere touchpoints – directe interactie genereren tussen merken en consumenten.

In de video onderstreept Cools dat magazine- en TV-reclame voor consumenten heel dicht bij elkaar liggen, zowel in de attentiewaarde als in doelstellingen. Beide reclamevormen zijn in staat om een merkimago te versterken, emoties op te roepen en de bereidheid van de consument om het merk te leren kennen te verhogen. Hij wijst er vervolgens op dat de media-investeringen in Belgie en Europa, met stijgende TV- en dalende magazine-budgetten tegen deze conclusies van Pulsar 2.a ingaan.

Bron: Sanoma Belgium

 

“ De USP van magazines: specifieke interesses die een community van lezers boeien”

Benieuwd naar de mening van François Chaudoir en Luc Gueury, respectievelijk CEO en Print & Cinema Director van Space? In dit interview hebben ze het o.a. over de sterktes van programmatic buying en de toekomst van magazine media.

Welke evolutie van de magazine media heeft jullie aangenaam verrast?

Wij waren aangenaam verrast en zelfs gerustgesteld om de belangrijkste regies zich te zien verenigen rond een gezamenlijk aanbod, vergelijkbaar met de NP van de dagbladpers. Het werd tijd dat de magazines gezien worden als media die niet enkel gecibleerd zijn door hun inhoud, maar ook door het feit dat ze een eenheid vormen die reach aan affiniteit koppelt en dat met een redelijke instapdrempel en met manier van aankopen die minder ” chirurgisch” is dan vroeger. De Big Wraps bieden gecibleerde packages aan concurrentiële voorwaarden: een interessant initiatief in onze markt.

We vinden het wel een beetje jammer dat het gaat om een aanbod dat beperkt is in de tijd en tot bepaalde sectoren. Zo kan het geen referentie worden zoals de NP. Voor een medium dat een revolutie doormaakt moeten ook structurele en eenvoudige antwoorden kunnen geboden worden

Het marktaandeel van de dagbladpers bleef hoog dankzij de NP Deals. Wat is voor een mediabureau de sterkte van een dergelijk aanbod?

Ze bundelen de krachten, bieden een eenvoudige manier van aankopen en mooie performanties en dat gelukkig aan een competitieve prijs/kwaliteit verhouding. Een sterk medium neemt het op tegen een multitude van complementaire titels… De kracht van ” allemaal samen” haalt het dan, al zijn afzonderlijke titels nog steeds interessant voor bepaalde adverteerders met minder ” mainstream” problematieken.

Hoe denkt u over programmatic buying voor magazines?

” Programmatic” biedt twee troeven. Enerzijds is er de vereenvoudiging van de aankoop, niet onbelangrijk in tijden waarin bureaus aan productiviteit willen winnen. Anderzijds biedt het de mogelijkheid om de aankoop te segmenteren, al geldt dat niet voor magazines op papier.

Bij Space zijn we vragende partij voor oplossingen die ons tijd doen winnen zonder aan toegevoegde waarde tijdens het proces in te boeten en waardoor we ons kunnen focussen op de creatie van waarde. Wij zijn dus fan van initiatieven als dat van Sanoma op dit vlak en hopen dat vele andere regies volgen.

Hoe kunnen magazine media ook in de toekomst relevant blijven voor adverteerders?

We zien drie elementen. Ten eerste moeten ze een kwaliteitsvolle, lokale en onderscheidende inhoud blijven bieden en zich blijven richten tot alle doelgroepen en alle interesses. Het einde van bepaalde titels zal niet te vermijden zijn, maar wij geloven in de toekomst van kwaliteitsvolle, gerichte titels zoals bijvoorbeeld upscale modebladen. Ten tweede moet het multiregie aanbod geïnstitutionaliseerd worden voor generalistische titels. Ten derde moet de digitale expansie onderzocht worden. Zelfs al zal papier blijven bestaan, het zal maar een fractie zijn van wat de lezer tot zich neemt. Digitale en mobiele platformen bieden lezers de kans op een ervaring die los staat van het gekende verschijningsmoment en die frequenter en sterker kan zijn… Magazines kunnen in een zeer concurrentiële digitale omgeving (alle media gaan de digitale richting uit) zeker hun plaats veroveren door de focussen op hun USP: specifieke interesses die een community van lezers boeien.

François Chaudoir & Luc Gueury, Space

‘Going mobile’: 30% Belgisch internetverkeer niet via PC

De september nieuwsbrief van Mediabureau Space is volledig gewijd aan ‘going mobile’ en wat dat voor adverteerders betekent. Uit de CIM internetstudie blijkt dat internetgebruik ook  in Belgie inmiddels 30% niet via de PC plaatsvindt. Deze razendsnelle evolutie is voor adverteerders èn media van het hoogste belang.

“In zeven maanden tijd is het computergebruik er met bijna vier punten op achteruitgegaan, van 72,5 % volume-aandeel in januari naar 68,6 % in juli 2015 (nationale gegevens). De evolutie is het meest ingrijpend in het Zuiden.

Het internet ‘buiten pc’ verspreidt zich in de gebruiksmodi. En daar komt niet meteen een einde aan: GfK wijst op een terugloop van de tabletverkoop in België, maar over heel 2015 7 zouden in België 3 miljoen smartphones over de toonbank moeten gaan, waarvan vele met grotere schermen. ‘Niet pc’ dreigt op het vlak van internettoegang niet meteen de dienst uit te maken, maar verovert wel een significant aandeel.

70 % van het internetraadplegingsvolume via pc, dat geldt voor het geheel van de internetconsumptie van Belgische sites. De situatie kan echter verschillen van de ene categorie tot de andere. Zo scoren sportsites en de categorie ‘culture & entertainment’ merkelijk lager: respectievelijk 62 en 67 %. Sport blijkt trouwens bijzonder verslavend te zijn, met een kwart van het raadplegingsvolume dat door smartphones opgeëist wordt.”

Volume shares & content categories internet - Space newsletter

Meer lezen? Bekijk de Space nieuwsbrief hier

Space goed voor een Silver op FIPP Insight Awards

Vorige week werden in Amsterdam de FIPP Insight Awards uitgereikt. Bij de prijzen voor beste studies om het gebruik van magazine media als een advertentiemedium te promoten ook een Belgisch onderzoek: Space won een Silver met zijn Pulsar 2.a.

Bij de winnaars gerenommeerde publishers als Condé Nast en Axel Springer, maar ook de magazine media verenigingen uit Duitsland, Spanje en Indië. En een Belgisch mediabureau: Space.

“€œDeze studie was zeer informatief, niet in het minst omdat ze aantoont hoe een mediabureau naar magazines en diens plaats tussen de andere media kijkt.”€ Aan het woord is Guy Consterdine, FIPP’s insight consultant. “€œPulsar 2.a verdeelt de ‘consumer journey’ in drie etappes: ‘discover’, ‘engage’ en ‘act’. Uit de resultaten blijkt dat magazine media een waardevolle rol in elk van deze drie etappes spelen en dat vind ik een bemoedigende vaststelling, zeker omdat ze niet van een uitgever komt.”

Verder onthield Consterdine uit de winnende cases dat de bekende sterktes van print magazines nog altijd buiten kijf staan in digitale tijden, dat de merkwaarden van magazines ook op hun digitale platformen worden doorgetrokken en dat de journalistiek op content websites garant staat voor impact. “De combinatie van de journalistieke troeven, de overgedragen merkwaarden en het engagement zorgt ervoor dat de websites van magazine-uitgevers het meest waardevol zijn van alle media volgens de consument. Dat zorgt voor een grote effectiviteit voor adverteerders”€, besluit hij.

Meer info hier

 

 

 

FIPP Insight Awards 2016

Who won the FIPP Insight Awards 2015?

Yesterday evening FIPP organised the Insight/Research Awards ceremony for the 6th time. The objectives of the Awards are to publicly acknowledge outstanding research, to spread knowledge about successful studies, and to stimulate ideas for further projects. Space Belgium went home with a Silver Award for their Pulsar 2.a study.research awards logo-01GOLD AWARDS

  • Conde Nast Spain: ‘The Q Factor’
  • VDZ Germany: ‘Digital Editorial Media’
  • GIK Germany: ‘Best For Planning’
  • ARI Spain: ‘Magazine websites: usage & perception’

SILVER AWARDS

  • Space Belgium: ‘Pulsar 2.a: Strategicic Value Of Magazine Advertising’
  • Association of Indian Magazines: ‘Engagement Index For Media’
  • Immediate Media UK: ‘Generation Wealth’
  • Axel Springer Germany: ‘Auto Bild Tablet Study’

Magazine Media will discuss some of these studies in more detail on this website soon.

Congratulations to Space Belgium from all of us at Magazine Media!!

More information about the Awards: click here