Surf naar

WeMedia
Jan Bamelis

“Om diversificatie te doen slagen is elke schakel in de organisatie even belangrijk”

Het vraagt vele schakels om een magazine of een magazinewebsite uit te geven: journalisten, grafici, commerciële en marketingprofielen, … Zonder natuurlijk de Director te vergeten. In het geval van Roularta HealthCare: Jan Bamelis. Hij vertelt over zijn rol in het raderwerk.

 MAGnify 2020: bekijk hier de presentaties van onze sprekers

Zo’n twee jaar is Jan Bamelis intussen Director van Roularta HealthCare, na een carrière van zo’n 20 jaar ‘in de farma’. “Toen ik begon waren we vooral een uitgever van vakbladen in de healthcare-sector. We maakten bladen, websites en newsletters voor artsen, apothekers, ziekenhuisdirecties, … Actualiteit en informatie naar onze lezers brengen, blijft het kloppend hart, maar stilaan worden we ook de one-stop-shop communicatiepartner van onze klanten. We gaan na wat hun communicatiedoelstelling is, voor welke doelgroepen, en adviseren hen hoe we met de Roularta-portefeuille kunnen helpen.”

De nieuwe website www.roulartahealthcare.be kent 3 pijlers: naast informatie (het pure contentgedeelte) zijn dat communicatie (de commerciële informatie) en ‘events & education’. Dat laatste biedt een hele waaier aan virtuele mogelijkheden aan, van e-congressen tot e-learnings en debatten, via livestreaming of on-demand. “We hadden al een studio in onze gebouwen in Zellik”, zegt Jan. “Sinds Corona hebben we daar nog een pop-up publieksstudio aan toegevoegd. Dit jaar staan er nog zo’n 50 à 60 events op de planning, vooral op basis van commerciële partnerships.”

Meeste inkomsten uit adverteerdersmarkt

“Die strategisch-commerciële ontwikkelingen vormen de kern van mijn job”, klinkt het bij Jan Bamelis. “Dat betekent nadenken over hoe we het businessmodel van de verschillende titels en van onze activiteiten futureproof kunnen maken. Daarbij heb ik geleerd dat het redactionele de verantwoordelijkheid van de redactie is. Daar moei ik me niet mee, wat me echter niet belet te kijken hoe we bijvoorbeeld native advertising meer kunnen inzetten zonder de redactionele onafhankelijkheid aan te tasten, want dat blijft bij ons de basis: de onovertrefbare kwaliteit van de redacties.”

Opmerkelijk is natuurlijk het feit dat de inkomsten voor het grootste deel van adverteerders komen. “De meeste van onze titels zijn gratis voor onze lezers”, klinkt het bij Jan. “Al hebben we wel 4000 betalende abonnees van Artsenkrant. Uiteraard onderzoeken we hoe we voor onze abonnees voor een meerwaarde kunnen zorgen zodat het businessmodel kan evolueren.”

Team Events & Education uitgebreid

Jan Bamelis kan terugvallen op een team van zo’n 30 personen. Zowat de helft daarvan is actief op de Nederlandstalige of Franstalige redactie of in het grafisch team, de andere helft heeft meer commerciële taken.

“Dat aantal is ongeveer gelijk met toen ik hier twee jaar geleden aankwam”, aldus Jan. “Er werken wat minder mensen binnen de commerciële poot, maar dat wordt gecompenseerd binnen ‘events & education’.” Die twee zijn trouwens heel complementair, vindt Jan: “Toen ik hier startte, voelde ik dat er een strijd heerste tussen print en educatie. De redenering was dat een klant maar een keer z’n euro kon uitgeven. Ik ben er echter van overtuigd dat educatie print positief kan beïnvloeden: er moet immers over het event gecommuniceerd worden. Niet alleen de aankondiging zelf, maar de hele content die uit zo’n virtueel event of uit een e-learning voortkomt, is voor een klant van onschatbare waarde, en ook daar moet hij weer over communiceren.”

Hij benadrukt dat de diversificatie van de activiteiten enkel mogelijk is dankzij de ijzersterke redactie. “Die zorgt voor je credibiliteit, je netwerk, al 40 jaar lang als we naar de Artsenkrant kijken. Als je belt in naam van Artsenkrant dan gaan er redelijk snel deuren open die anders dicht blijven.”

Een voordeel deel uit te maken van een grote groep

Ook B2C-titels worden ingezet om farmaspelers te helpen bij het realiseren van hun communicatiedoelstellingen. “Onze klanten willen de beïnvloeders – de Health Care Professionals – aanspreken in de B2B, maar ook de eindbeslissers – de consumenten. Ze willen weten hoe de eindbeslisser denkt. Daarom is de database van onze women-bladen goud waard: doe bij hen een onderzoek en je weet het meteen.”

De B2C-poot is een van de grote troeven van deel uit te maken van een grotere groep. Maar niet de enige. Jan Bamelis haalt ook de korte belissingslijnen, de ruimte voor investeringen, het vooruitdenken en de wendbaarheid aan. “In volle Corona-crisis heeft geen enkele titel een nummer overgeslagen. En dat voor een grote groep met meer dan 1000 medewerkers. Er is steeds meer samenwerking over de departementen heen. Eens dat op kruissnelheid komt, zijn we een tank die heel moeilijk te stoppen zal zijn.”

Zowel digital als print hebben mooie toekomst voor zich

Over de toekomst van magazine media is hij positief. “Je zal nog heel wat evoluties zien en hybride wordt daarbij het codewoord. In de week is het vaak digitaal, in het weekend blijft het print. Print zal misschien in een bepaalde vakpers met kleinere doelgroepen verminderen, maar voor Artsenkrant is dat moment nog niet voor snel. Als we erin slagen om bepaalde elementen uit het digitale in print te verwerken, dan is zelfs een nieuwe boost mogelijk.” En het digitale biedt ook nieuwe mogelijkheden voor de vakpers. Waar een papieren product voor een te kleine doelgroep niet rendabel is, kan een digitaal product dat misschien sneller zijn.

Een zaak blijft voor Jan Bamelis echter primordiaal: “Zorg dat je weet wat er bij je doelgroep leeft, wat hij wil. En zorg ervoor dat je daar het antwoord op kan bieden. En die doelgroep voor ons, dat zijn zowel langs de investeringskant de industrie en de professionele organisaties en associaties, als aan de andere kant onze grote schare lezers Health Care Professionals, die ons al zeer vele jaren trouw zijn.”

Jan Bamelis Jan Bamelis, Director Roularta HealthCare

MAGnify 2020: watch Part II now with Deniz Sariyildiz

Andere opinies op deze site:

Wim Hox, DPG Media

Wim Hox (DPG Media): “Retentie is het nieuwe groeien”

Achter elk magazine en elke magazinesite gaan vaak tientallen medewerkers en haast evenveel verschillende functies schuil. Wie binnen die keten zijn belang de afgelopen jaren zag toenemen, is de verantwoordelijke voor de abonnementenwerving. Abonnementen zijn essentieel geworden. Dat merkt ook Wim Hox, Directeur Sales & Retentie bij DPG Media.

Lees ook: 2020: ziet de toekomst van onze mediabedrijven er zo uit?

Laten we dit artikel beginnen met een vaststelling. De afgelopen maanden waren een opportuniteit voor magazineabonnementen. Mensen zaten meer thuis, hadden weinig om handen en konden moeilijker naar een krantenwinkel.

Ook bij DPG Media promootten ze hun abonnementsformules. “We hebben dat gedaan zoals we altijd doen”, zegt Wim Hox. “Door in te zetten op de unieke proposities die elk van onze titels hebben. Mensen informeren en entertainen is onze core business. Aan beide elementen was er de afgelopen tijd nood. De onzekerheid die gepaard ging met het ongekende virus wakkerde de honger voor meer duiding aan. De verveling die toesloeg tijdens de wekenlange lockdown deed dan weer de vraag naar afleiding en entertainment toenemen. “

Hox geeft toe dat het ritme in die weken ongezien was. “In piekweken lag de verkoop voor abonnementen een veelvoud hoger dan anders.”

Groei digitale abonnementen versnelt

De tijd is ook voorbij dat abonnementen vooral slaan op papieren producten. Vooral digitale abonnementen deden het goed. En daar zijn ze bij DPG Media blij om. “De advertentie-inkomsten voor publishers wereldwijd staan onder druk. Ook wij gaan op zoek naar nieuwe inkomsten en digitale abonnementen spelen daar een voorname rol in. Hoe snel de digitale abonnementenverkoop zal groeien, valt moeilijk te voorspellen. Vast staat wel dat de betaalbereidheid van lezers voor digitale abonnementen is toegenomen in recente jaren. Met corona zien we dat de adoptie van betaald digitaal lezen opnieuw een versnelling hoger is geschakeld.”

Een mooi voorbeeld daarvan is Humo. “Begin van dit jaar hebben we voor HUMO een nieuw online platform gelanceerd”, zegt Wim Hox. “De digitale editie van het magazine maakt handig gebruik van de bestaande technische mogelijkheden om een straffe interactieve gebruikservaring te creëren. Deze interactieve vormgeving in combinatie met een digitaal abonnement voor €5/maand en een eenvoudig te navigeren betaalmuur, hebben HUMO een boost gegeven. Vandaag staat de teller op meer dan 5.000 digitale abonnees. De toekomst van magazines ligt in die interactieve content beleving. In de eerste plaats via sites en apps. In een volgend stadium zal de ‘big shift’ mogelijk die naar gaming zijn – het interactieve platform bij uitstek.”

Retentie

We zouden het haast vergeten, maar even belangrijk als het binnenhalen van nieuwe abonnees is voor een mediagroep ook het behoud van de huidige abonnees. “Retentie is het nieuwe groeien”, verwoordt Wim Hox het mooi.

Als Directeur Sales en Retentie staat hij voor beide in: het werven van nieuwe abonnementen voor de kranten en magazine van DPG Media, net als het engageren en behouden van bestaande abonnees. “Mijn team maakt deel uit van de divisie B2C waarin alle commerciële activiteiten zijn gebundeld die zich richten op de lezersmarkt”, voegt hij toe. “Het Sales & Retentie Team bestaat hoofdzakelijk uit digitale marketing profielen met een breed spectrum aan vaardigheden. Zo kunnen we de digitale klantenervaring van A tot Z vormgeven. Wij zijn een team in uitbouw gezien het groeiende belang van abonnementen binnen DPG Media.”

Vooral de focus op de digitale profielen is interessant om te onderlijnen. Logisch voor digitale abonnementen, verrassend is het om printabonnementen vooral via de digitale weg aan de man te brengen. Het geeft aan hoe abonnementswerving er anno 2020 aan toe gaat…

Wim Hox, DPG Media Wim Hox, Directeur Sales & Retentie bij DPG Media

Benieuwd naar andere ‘magazinesmakers’? 

 

Steven Vandenabeele, Roularta

The Makers of Magazines : Steve Vandenabeele

Magazine media zijn het resultaat van een redactie en een grafische afdeling, maar achter de schermen werken nog tientallen andere profielen mee om er een sterk en duurzaam product van te maken. En dat begint bij een warm onthaal… Wie kent er niet Steve Vandenabeele, maître d’hôtel en nachtwaker bij Roularta in Zellik?

Een duivel-doet-al. Dat is wellicht de beste omschrijving van Steve Vandenabeele, die al meer dan 25 jaar bij Roularta werkt. Hij zorgt ’s middags als maître d’hôtel dat de catering bij de business lunches, bij vergaderingen en bij evenementen vlot verloopt. En ’s avonds verzekert hij de permanentie, zowel aan de telefoon als aan het onthaal.

“’s Avonds zijn er in dit gebouw heel wat opleidingen en vergaderingen”, zegt hij zelf. “Ook hier zorg ik voor de catering: koffie, water, softdrinks, sandwiches of slaatjes. En als er technische problemen zijn, ben ik stand-by om die op te lossen.”

Mr. Hulpvaardigheid himself

Kortom, het is Steves taak om de beste omstandigheden te creëren voor al wie bij Roularta in Zellik een vergadering of opleiding bijwoont. En daar lijkt hij voor gemaakt. Wie hem ooit ontmoet heeft, vergeet zijn hulpvaardigheid niet.

De verschillende ‘petten’ die hij op heeft, zorgen ervoor dat Steve Vandenabeele ook tot twee verschillende teams hoort. Hij maakt zowel deel uit van het onthaalteam als van het keukenpersoneel. Dat zijn in Zellik acht personen in totaal.

Kwarteeuw

Zijn rollen vervult Steve intussen al welgeteld 26 jaar. Meer dan een kwarteeuw dus. Hij startte dus in het jaar dat Roularta het gratis lifestylemagazine Steps uit Mechelen overnam en uitrolde in heel Vlaanderen, dat Télépro werd overgenomen… en dat de eerste cd-rom door de uitgever werd geproduceerd.

Om maar aan te geven: Steve Vandenabeele heeft veel zien veranderen in de Belgische mediawereld waar zijn werkgever al die tijd een prominente rol speelde. “Ik heb het gevoel dat Roularta heel aandachtig blijft voor nieuwe technologische evoluties en dat het bedrijf zich continu aanpast om beter en sneller te evolueren”, zegt hij er zelf over.

Heel wat volk nodig

In deze digitale tijden ziet hij papier evenwel niet verdwijnen. “De digitale revolutie is nu al vele jaren aan de gang”, klinkt het, “maar ik zie papier niet verdwijnen. Zowel magazines als websites zullen blijven evolueren, maar ze zullen daarbij aan elkaar gelinkt blijven. Het ene kan niet zonder het andere.”

Die wereld van magazines blijft voor Steve ook na 26 jaar nog zeer fascinerend. “Geweldig welke inhoud en informatie je er allemaal in vindt en hoe speciaal het tactiele blijft… maar het meest bijzondere vind ik toch hoeveel passie van heel wat mensen er nodig is om ze levendig te houden. Dat is het meest onderschatte element van kwaliteitsmagazines.”

Steven Vandenabeele, Roularta Steve Vandenabeele, Roularta

Ontdek nog meer makers en opinies:

Laurent Fulster, Ciné Télé Revue

Laurent Fulster: “Wie niet meet kan zich niet verbeteren…”

De digitale poot van magazines wordt steeds belangrijker. Bij Ciné Télé Revue is het Laurent Fulster die hiervoor verantwoordelijk is. Hij gunt ons een blik achter de schermen.

Digital Marketing Experts worden bij de vleet gezocht en zijn zo allicht een van de grootste knelpuntberoepen in ons land. Ciné Télé Revue heeft er een gevonden in de persoon van Laurent Fulster. Hij goochelt dan ook met termen als SEO, DMP (data management platform) en marketing automation. Maar hoe zet hij die technieken in voor een magazineuitgever (Editions Télé Revue is sinds eind vorig jaar in handen van Rossel)?

Het antwoord blijkt ‘m in de grote diversiteit te zitten. “Ik hou me bezig met alles wat met de site cinetélérevue.be te maken heeft”, omschrijft Fulster het zelf. “Dat gaat van de grafische kant, over de creatie van landing pages, de ontwikkeling van databases, het creëren van links, analyses van zoekresultaten en frequentie tot de ontwikkeling van newsletters, tot het implementeren van marketingacties.”

Bordjes in de lucht houden

In het team van 15 personen is Laurent de enige die volledig op ‘digital’ focust en dat doet hij ondertussen meer dan een jaar (terwijl hij al 9 jaar in magazineland werkt). “Net omdat ik alleen ben, kan ik natuurlijk onmogelijk alles doen”, zegt hij zelf. Daarom werkt hij ook samen met SEO-experts, ontwikkelaars, een activatieplatform, communicatiebureaus en de regie Rossel Advertising.

Het is dus vooral de taak van een Digital Marketing Expert om alle bordjes in de lucht te houden en te zorgen dat iedereen z’n job doet, al is Laurent Fulster ook nog sterk operationeel bezig. “Ik had het geluk dat ik op een ‘print’ team kon rekenen, die hielpen bij de ontwikkelingen op vlak van ‘digital’.”

Inbound marketing

Met zijn profiel is Fulster natuurlijk de geknipte persoon om te reageren op de kritiek die vaak komt, namelijk dat magazines er niet in slagen om de omslag naar het digitale te maken. “Dat klopt”, zo zegt hij, maar meteen volgt een nuancering: “tenminste voor zij die zich richten op het digitale businessmodel van de kranten en die steeds hot news willen aanbieden. Door daarop te focussen verliezen ze de diensten en waarden uit het oog die in print voor succes gezorgd hebben.

Daarnaast moet je ook oog hebben voor de online reclamemarkt. Je moet zorgen voor complementaire content (die deze markt interesseert) en voor een visie op korte en middellange termijn. Bij programmatic (dat steeds populairder wordt) staat de CPM sterk onder druk. Je moet dus nadenken over een andere manier om reclamebudgetten aan te trekken.”

Volgens Fulster kan inbound marketing een alternatief zijn. “Je kan zo abonnees werven, maar ook bepaalde dossiers via zogenaamde Topic Clusters aan elkaar linken en zo presenteren. Hierdoor lijkt me de kans om je magazine succesvol te ‘digitaliseren’ veel groter. Maar je kan er ook leads mee genereren, of gebruikers van bepaalde diensten.”

Marathon en geen sprint

Ondertussen is een nieuwe digitale revolutie zich aan het voltrekken. Die waarbij data centraal staan. Dat is ook Laurent Fulster niet ontgaan. “Het gaat om meten, begrijpen, aanpassen en zo je business doen groeien”, zegt hij erover.

“Wie niet meet kan zich niet verbeteren…”

Maar data leiden ook naar remarketing, naar programmatic advertising en naar personalisering. Stuk voor stuk domeinen waar magazines nog kwantumstappen kunnen zetten om zichzelf te verbeteren.

En dat is nodig, vindt hij zelf. “Tegenover mijn eerste stappen 9 jaar geleden heb ik de indruk dat magazines op digitaal vlak niet echt geëvolueerd zijn. Het ging steeds om heel veel productie om zo de CIM-cijfers te boosten. De actoren die in de toekomst succes zullen boeken, zijn diegene die effectief tonen dat ze leader willen zijn. Zij zullen tot de groep behoren die toegang heeft tot tools als een DMP. En uiteraard zetten zij de klanten (lezers, surfers én adverteerders) steeds centraal bij wat ze doen.”

Volgens Fulster is een focus op de gidsfunctie van de lezer/surfer daarbij cruciaal. “En daardoor is de SEO-strategie bij magazines een marathon en geen sprint, in tegenstelling tot bij de kranten.” Duidelijk een voorbeeld om te volgen, www.cinetélérevue.be.

Meningen van makers en vakmensen:

Portret Steve Desmet

The makers of magazines: Steve Desmet

Achter elk magazine en elke magazinesite gaan vaak tientallen medewerkers en haast evenveel verschillende functies schuil. Wist u bijvoorbeeld wat een Sales Manager Losse Verkoop doet? We vroegen het aan Steve Desmet.

Lees ook: De column van Bart: Wat cadeautjes en magazines met elkaar gemeen hebben

Wat is de rol van een Sales Manager Losse Verkoop?

Mijn rol binnen DPG Media ligt binnen het luik Losse Verkoop: elke krant of magazine die verkocht wordt in een persverkooppunt. Samen met mijn vierkoppig team staan wij dagdagelijks de persverkopers met raad en daad bij, gaande van bijleveringen van onze titels tot het plaatsen van promotie materialen. Verder is het de taak van mijn team en mezelf om intern snel en frequent te briefen wat er in the field leeft. Wij zijn als het ware de schakel tussen marketing, distributie en de persverkooppunten. Tot slot zorgen wij ook voor het opzetten van commerciële projecten, zoals kranten- en magazineacties en doorleveringen, ter ondersteuning van de losse verkoop.

Hoe voelt het om in een bolwerk van losse verkoop als DPG Media hiermee bezig te zijn?

Ondanks dat losse verkoop fel onder druk staat, is het een leuke uitdaging om binnen die tak actief te zijn. Een uitdaging die ik tot op vandaag als aangenaam ervaar. Ik doe het ondertussen reeds 15 jaar en ben ooit begonnen als commercieel project manager. Dat helpt me tot op vandaag nog steeds om het standpunt van een persverkoper beter te (leren) begrijpen.

Hoe evolueert jouw rol nu de krantenwinkel minder belangrijk wordt in het leven van de Belg? 

Ik spreek liever over een persverkooppunt dan een krantenwinkel. Het is een feit dat we de krantenwinkel pur sang zien dalen in aantal. Naast de krantenwinkel hebben we echter ook nog de retail en petrols (benzinestations). Die blijven in omvang en volume ook nog zeer belangrijk voor ons. Daarnaast zijn er nog steeds voldoende krantenwinkels die vooruit willen. Daarin ligt een belangrijke rol voor mijn team en mezelf om met die mensen te kijken hoe we deze kunnen laten groeien.

Hoe belangrijk is losse verkoop nog bij DPG Media? En hoe belangrijk zal het binnen 5 jaar zijn?

DPG Media ondersteunt nog steeds losse verkoop. We zijn natuurlijk niet blind voor de dalende markt. Daar proberen we creatief mee om te gaan door bv. krantenwinkels zich te laten engageren om door te leveren aan de andere punten. De omzetgroei van die winkels bewijst dat het loont.

Binnen 5 jaar zal er ongetwijfeld nog losse verkoop zijn. Bij kranten zie ik daar wel sneller dan bij magazines een verschuiving komen naar (nog meer) digitaal lezen. Voor de weekendkrant geloof ik dan weer meer in het blijven van een papieren krant. Mensen hebben nu eenmaal meer tijd in het weekend om de krant te lezen.

Hoe zie je het landschap van magazines en hun websites en apps evolueren?

Voor de magazines is het vinden van een digitale oplossing zeker een must. Mensen worden nu eenmaal meer digitaal en dan moet je mee bewegen in die richting. Daarbij komt ook nog dat onze magazines vaak ook impulsaankopen zijn. Niet voor niets staan we aan de kassa’s van de meeste supermarkten. In dat perspectief is losse verkoop van de magazines zeker geen einde verhaal.

Waarom vind je het zo geweldig om voor een (onder andere) magazine-uitgever te werken? 

Media in zijn geheel is een heel boeiende branche. Pers verkopen is een complex gegeven als je dat gaat vergelijken met andere producten. Net die complexiteit maakt het geweldig om met magazines (en kranten) aan de slag te gaan.

En laat ons niet vergeten dat het toch ook allemaal de hard runners – titels die het goed doen en voorop staan –  zijn die tot de portefeuille van DPG Media behoren. Dat zorgt er uiteraard ook wel voor dat het plezant werken is met die merken.

Welk aspect van magazines wordt steeds onderschat?

Zonder twijfel: het maken van… Ik zit op het einde van de ketting. Wij zorgen voor de aanwezigheid en de promotie van onze magazines. Ik zie de magazines zoals de lezer ze ziet. Het verhaal dat daaraan voorafgaat is echter een ongelooflijk onderschat aspect. Daar komt zo veel meer bij kijken dan dat de lezer denkt.

Portret Steve Desmet Steve Desmet, Sales Manager Losse Verkoop, DPG Media

Ontdek ook de andere magazinemakers:

Magazine Media Lara Chammah

“Ik heb gekozen voor een magazineregie omwille van de kwaliteit van de databases hier”

Achter elk magazine en elke magazinesite gaan vaak tientallen medewerkers en haast evenveel verschillende functies schuil. Door de evolutie van het aanbod van digitale reclame is een Programmatic Expert een nieuwe rol. Lara Chammah vervult ‘m bij Roularta Media.

Haar cv leest als de geschiedenis van het Belgische landschap van (internet)regies. Lara Chammah werkte onder andere bij Beweb, Produpress, IP en sinds kort voor Roularta Media. Telkens gespecialiseerd in internetreclame, en de laatste jaren uitsluitend op programmatic, manieren die toelaten om volledig automatisch digitale reclameruimte aan te kopen. “Bij Beweb heb ik het zelf opgestart”, vertelt ze. “Maar het voordeel van ervaringen bij IP en Produpress was dat ik ook print, tv en radio als medium leerde kennen.”

Het werd een belangrijk element bij de keuze van haar meest recente werkgever. Lara Chammah: “Ik heb gekozen voor een magazineregie omdat er een goede database is. We weten wie er achter de content zit, wie die consumeert, en zo kunnen we 360°-oplossingen aanbieden. Er valt hier nog veel te realiseren.”

Link tussen regie en Digital Hub

Lara Chammah maakt deel uit van de internetafdeling van Roularta Media. Ze is zowat de draaischijf voor alles wat programmatic aangaat: enerzijds probeert ze bureaus en adverteerders van de mogelijkheden ervan te overtuigen, anderzijds werkt ze nauw samen met de technische teams van Roularta Digital Hub voor de technische en de datakant. En ze heeft natuurlijk kennis nodig over de Adtech-tools die voorhanden zijn. “Wij proberen uit wat goede technologieën zijn en implementeren ze vervolgens”, klinkt het. “Ad Ops-competenties heb ik niet echt, maar natuurlijk leer ik veel van het samenwerken met die specialisten.”

Binnen de internetcel van de regie is Lara Chammah de enige die zich op programmatic focust, maar natuurlijk zijn er in de cel nog andere specialisten: Ad Ops, sales, personen die verantwoordelijk zijn voor lead generation…

Programmatic on the rise

Voor alle duidelijkheid: het programmatic aanbod van Roularta omvat momenteel enkel de internetinventaris. Print wordt niet op deze manier aangeboden, alhoewel het technisch wel zou kunnen. “Voorlopig focussen we op digital”, zegt Lara Chammah hierover. “Maar we houden wel in het oog hoe print evolueert.” Ook niet alle digitale reclameproducten worden trouwens via programmatic aangeboden. “Bij native is dat niet mogelijk”, zegt Chammah. “Dit is echt maatwerk.”

Dat neemt niet weg dat Lara Chammah in enkele jaren tijd de impact van programmatic heeft zien toenemen. “Vroeger ging het om kleine budgetten, alsof merken en bureaus eerst wilden proberen wat het opleverde. Die worden nu steeds groter.”

31, maar nota’s op papier

Ondanks haar digitale job gelooft Lara Chammah nog altijd sterk in de kracht van papier. “Het digitale aanbod zal nog sterk evolueren”, zegt ze, “maar het zal in mijn ogen nooit de printmarkt overnemen als het om magazines gaat. Ik ben 31, maar ik vind het belangrijk om mijn nota’s tijdens vergaderingen neer te schrijven. Ik hou nog van het lezen van een magazine, van het uitscheuren van een pagina om die hierna aan iemand door te geven.”

Wel beseft ze dat de printmarkt het niet gemakkelijk heeft. “De echte reach is moeilijk te berekenen en daardoor wordt print onderschat. Het blijft een belangrijke taak van een magazineregie om dat verhaal te vertellen. De nieuwe generaties moeten daarin meegenomen worden. Maar evengoed moeten we programmatic nog meer vulgariseren. Dat is dan weer mijn taak…”

Lara Chammah, Programmatic Expert bij Roularta Media

Gerelateerde artikels:

Portrait Edmond Arnoys

Edmond Arnoys: “De verhouding tussen journalisten en reclamemakers is sterk gekalmeerd”

Het vak van Edmond Arnoys speelt zich af achter de schermen van de geschreven pers. Maar zijn functie is even onmisbaar als discreet en niet iedereen zal zich bij het zien van de krant realiseren hoe belangrijk ze is. Tekst en uitleg over de taak van de Print Planning Ad Operations Manager, de job die Edmond al een twintigtal jaar uitoefent bij IPM.

Bekijk hier de video en foto’s van MAGnify 2019

Met de mengeling van bescheidenheid, toewijding en realisme die hem kenmerkt, zal Edmond Arnoys het uiteindelijk halvelings toegeven: “Mijn taak speelt zich af in de schaduw, tussen de wereld van de reclame en die van de journalisten, met wensen die niet altijd makkelijk te verzoenen zijn. En vaak, als alles goed gaat, is dat dankzij de anderen. En als er problemen zijn, komt het door onze kleine dienst. Maar ik heb me erbij neergelegd. Ondertussen ben ik tegen dat soort stress bestand.”

Maar wat omvat deze functie met haar op zijn zachtst gezegd complexe benaming dan precies? “Ik behoor tot het team dat tussen de redactie en de sales werkt voor La Libre Belgique et la Dernière Heure. Ik houd me enkel bezig met advertenties, niet met native content of andere vormen van advertorials. We zetten de paginering van de kranten op papier en coördineren de reclame die rechtstreeks van onze sales komt, net zoals die van de bureaus en de redactionele ruimte. Vervolgens laten we de bureaus hun deel valideren. Als het nodig is, gaan we ook het materiaal halen bij de adverteerders. Voor kleinere klanten die meestal over minder aangepast materiaal beschikken, zorgen wij zelf voor de lay-out en leggen de proeven dan voor akkoord voor. In een ander register staan wij ook in voor de registratie van de reclame op nationaal niveau. Zo voorkomen en vermijden we dat twee advertenties elkaar bijvoorbeeld zouden overlappen.”

Gewoonten en behoeften kennen

Edmond Arnoys kent ook de gewoonten en behoeften van alle partijen, wat misschien nog veel belangrijker is om de lieve vrede te bewaren en niet per ongeluk inbreuk te plegen op onaantastbare zones. “We controleren inderdaad ook of de gekozen plaatsing voor een advertentie aanvaard en aanvaardbaar is. Zo mag pagina 3 van La DH niet verkocht worden, omdat het meestal de ‘dagverse’ pagina is. In La Libre mogen we wel pagina 3 maar niet pagina 5 verkopen, omdat het de cover van een onderdeel is. Die moet op haar duidelijk geïdentificeerde plaats blijven en redactionele content bieden. Je moet de specificiteit van je media kennen, zo kun je veel problemen vermijden. Ik wil erbij zeggen dat de relaties tussen iedereen heel constructief geworden zijn.”

Want ook al is de evenwichtsoefening niet elke dag gemakkelijk, Arnoys heeft de afgelopen jaren toch een aanzienlijke mentaliteitsverandering vastgesteld. “We worden veel beter dan vroeger ontvangen op de redacties. Vroeger stond er soms een heuse muur tussen de reclame en de journalisten, maar vandaag zijn de verhoudingen veel opener en soepeler. Iedereen wil een oplossing vinden”, preciseert de man die in 1982 bij IPM begon en geleidelijk naar zijn huidige post toegroeide. Die bezet hij nu zo’n twintig jaar. “Als ik terugblik op al die jaren, denk ik dat de grootste evolutie in mijn job te maken heeft met het feit dat ik van het trio potlood-lat-gum overgeschakeld ben op de computer.”

Digital zal print nooit helemaal vervangen

En hoe kijkt deze ervaren waarnemer naar informatica en de pers in het algemeen? Wat denkt hij van de verdwijning van print die sommigen al zo lang voorspellen? “Ik denk niet dat digital print ooit helemaal zal vervangen. De verkoop zal dalen, ja, maar de kranten zullen nooit verdwijnen. Als ik een artikel van twee of drie pagina’s lees in La Libre, is papier toch comfortabeler. En misschien zet de papieren krant toch meer aan tot ontdekking. Als je op het scherm leest, kies je de rubrieken die je interesseren en mis je misschien de opening naar iets anders. Op papier kun je fladderen tussen de dingen die je wilt lezen en de ontdekkingen die je doet bij het omslaan van elke pagina”, besluit Arnoys. Hij wordt bijna lyrisch als het gaat over de papieren media die hem zo na aan het hart liggen en waaraan hij zijn hele carrière gewijd heeft.

Portrait Edmond Arnoys Edmond Arnoys, Print Planning Ad Operations Manager, IPM

Lees ook deze meningen: 

portrait Alain Dermonde - Rossel

Alain Dermonde, Rossel: “Drukken wordt steeds ecologischer. Wij hebben sinds kort het PEFC-label”

Achter elk magazine en elke magazinesite gaan vaak tientallen medewerkers en haast evenveel verschillende functies schuil. Weet u bijvoorbeeld wat een Supply Paper Manager doet? Wij vroegen het aan Alain Dermonde, die deze functie vervult bij Rossel.

“Intermediair, facilitator of printambassadeur”, antwoordt Alain Dermonde als we hem vragen om zijn job in een woord te omschrijven. Wij houden het zelf op ‘Mister Print’. Dermonde is immers de schakel tussen de drukkerijen (die van Rossel, maar ook externe) en de andere afdelingen van de groep, waaronder de regie.

‘Papyvoor’

Dit jaar heeft hij 30 jaar op de teller bij dagblad en magazinespeler Rossel. In dit tijd heeft hij zowat alles gedaan wat er bij een uitgever te doen valt: redactioneel medewerker, graficus, commercieel medewerker, noem maar op… “In mijn begindagen moest ik nog op zaterdagochtend komen werken”, klinkt het. “We hadden zoveel advertenties en zoekertjes dat we niet iedereen een plaats konden geven. Op zaterdagochtend moesten we dan diegenen opbellen die de weekendkrant niet gehaald hadden met de boodschap dat ze er enkele dagen later zouden instaan. Wij beslisten dus wie wanneer in de krant verscheen. Dat is nu wel even anders.”

Na 30 jaar noemt hij de uitgeefwereld dan ook z’n tweede leven. Met een voorliefde voor papier. “Ook boeken lees ik steevast op papier. Noem me gerust een ‘papyvoor’.” Naast de eigen bladen van de groep horen daar ook heel wat andere nationale titels bij. Dermonde: “Ik heb een abonnement op Le Vif, maar lees zowat elke titel die ik tegenkom, ook Nederlandstalige. Toen ik laatste bij MAG Advertising – de regie die ook Soir Mag commercialiseert – een display met magazines zag staan, heb ik trouwens het wielermagazine Bahamontes ontdekt. Prachtig gemaakt!”

Alain Dermonde dicht magazines nog een mooie toekomst toe en heeft daarvoor een verrassend argument: “Voor een abonnement op een krant betaal je jaarlijks al gauw 300 euro, bij een weekblad zit je aan niet meer dan 70 of 80 euro. Dat doet mensen nadenken…”

50.000 ton papier per jaar

Terug naar de job. De laatste acht jaar is Dermonde verantwoordelijk voor de link tussen bv. de commerciële afdeling en de interne en externe drukkerijen. Zelf heeft Rossel er in België twee: een heatset drukkerij in Beauraing waar de magazines gedrukt worden, en een coldset drukkerij in Nijvel. Daar rollen elke nacht de kranten van de persen. In Frankrijk heeft Rossel tot slot 3 drukkerijen. Zij zorgen voor de lokale kranten die eigendom zijn van de groep. Allemaal samen zijn ze goed voor maar liefst 50.000 ton papier per jaar…

Die rol heeft als voordeel dat hij alle technische snufjes heel goed kent. De digitalisering heeft de mogelijkheden en de automatisering ook in deze branche de afgelopen jaren sterk doen toenemen, maar de belangrijkste trend in printing noemt Dermonde toch de focus op ecologie. “Rossel is sinds kort PEFC-gecertifieerd”, weet hij. “Dat betekent dat we steeds meer inkt op plantaardige basis gebruiken en dat water oplosmiddelen vervangt.”

En dat wordt door adverteerders geapprecieerd. Die blijven papier inzetten en zoeken daarbij steeds creatievere oplossingen. “Het lijkt erop dat een advertentie niet meer volstaat. Ze vragen aparte bijlagen, triptieken of een keerdruk. Tijdens het Autosalon dat net gestart is, brengen we elke dag wel zo’n speciaal formaat.” ‘Mister Print’ zit dus nog wel even gebeiteld…

portrait Alain Dermonde - Rossel Alain Dermonde, Supply Paper Manager, Rossel

Maak ook kennis met andere ‘Makers of Magazines’:

Liesbeth Van Cauwenbergh portrait

“Mensen onderschatten hoeveel werk en aandacht er in elke pagina kruipt”

Achter elk magazine en elke magazinesite gaan vaak tientallen medewerkers en haast evenveel verschillende functies schuil. Kent u bijvoorbeeld de Chef Redactie? Wij gingen praten met Liesbeth Van Cauwenbergh, die deze rol voor NINA en Goed Gevoel verzorgt.

Chef Redactie. Dat staat er op het visitekaartje van Liesbeth Van Cauwenbergh. Door haar vertaald naar: “Ik ben verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van NINA en Goed Gevoel. Ik leid de brainstorms, hou de inhoudelijke mix, de kwaliteit van de content en het werkingsbudget in de gaten.”

Dat zorgt dag in dag uit voor het beantwoorden van 101 vragen over inhoud en beeld, meetings met de collega’s van marketing en sales, … de eerder praktische kant dus. Is dat dan het verschil met een hoofdredacteur? Liesbeth Van Cauwenbergh verklaart: “De hoofdredacteurs – An Meskens en Klaus Van Isacker – bepalen de overkoepelende strategie, zowel in print als digitaal, en houden de vinger aan de pols met wat er in de rest van onze grote mediagroep gebeurt. Ik zit gewoon elke dag op de redactie en werk op de vooruitgang van de bladen.”

Twee aspecten van dezelfde vrouw

Opvallend is ook dat Liesbeth Van Cauwenbergh zowel aan de nummers van NINA als van die van Goed Gevoel werkt. Dat blijkt geen toeval te zijn. “We hebben samen met de hoofdredactie een nieuwe strategie ontwikkeld, die tegelijk een soort redactioneel ‘kompas’ is”, zegt ze. “We hebben met beide bladen eigenlijk dezelfde vrouw voor ogen, maar spreken per titel een ander aspect van die vrouw aan. NINA is naar buiten gericht, het venster op de wereld: welke trends, ideeën, mensen kunnen me inspireren om mijn leven leuker, interessanter te maken. Goed Gevoel is eerder naar binnen gericht: mijn lichaam, mijn hoofd, mijn gezin, mijn relatie, mijn werk… Welke ideeën en mensen kunnen me inspireren om mijn leven van elke dag makkelijker, gezonder, efficiënter, en evenwichtiger te maken? Voor mij is dit een heel helder beeld, en ik vind het dus absoluut niet moeilijk om te switchen.”

“Ik bedenk en maak graag dingen”

Liesbeth Van Cauwenbergh is nog een ‘magazinemedame pur sang’. Ze werkte lang voor Flair, maar ook bij Sqills (van Sanoma) en BrandTales (van De Persgroep Advertising), twee regie-afdelingen die zich focussen op creatieve (magazine-)oplossingen voor merken.

“Ik bedenk en maak graag dingen”, zegt ze zelf over haar voorliefde. “Ik vind het nog altijd zalig om een idee dat op een bepaald moment door je hoofd schiet, een paar weken later in een mooi magazine te zien staan. Ik hou ook van de sfeer van een redactie en van het soort mensen dat er rondloopt. Aan elke redactie waar ik gewerkt heb, hou ik goeie vrienden over.”

Het is dan ook weinig verrassend dat ze blijft geloven in print. Van Cauwenbergh: “Ik denk zelfs dat de overload aan digitale prikkels en de vaak zeer dubieuze kwaliteit van online content ons daarbij een handje toesteekt. Ik denk dat mensen opnieuw behoefte zullen krijgen aan geloofwaardige, onderbouwde en goed gefilterde informatie. Maar niet los van online natuurlijk. Een sterke online propositie mag niet ontbreken.”

In die evolutie merkt ze op dat alles opschuift naar visual storytelling en video. “Op dit moment is video nog een duur medium voor een redactie”, klinkt het. “Er is dan ook een grote nood  aan mensen die heel visueel kunnen werken, en goed overweg kunnen met video, photoshop en alle snufjes van social media. Die profielen komen nu wel op de markt, maar ik zie ze nog te weinig hun weg vinden naar onze redacties.”

Verslingerd aan Wienerin

Voor iemand die zo intens bezig is met magazines, is het soms frustrerend hoe ‘licht’ mensen over magazines gaan. Ze vindt dat vaak onderschat wordt hoeveel werk en aandacht er in elke pagina kruipt. Net als het cruciale belang dat elk onderdeel van het redactioneel proces heeft: invalshoek, tekst, beeld, lay-out… Als er één schakel niet goed zit, zakt het geheel in elkaar.”

Dat merkt ze ook bij de talloze bladen die ze leest. Maar bij haar favorieten, daar zit het steevast goed: “Ik heb er veel en er komen er regelmatig bij. Ik hou van de Britse Elle en de Britse Elle Decoration omdat ze altijd voorop zijn met alles: fotografie, invalshoeken, lay-out. Ik hou ook van de Franse Elle, omdat die erin slagen om elke week een heel kwalitatief, stijlvol én toegankelijk magazine af te leveren. Stern maakt inhoudelijk heel sterke bladen; NIDO, een spin off magazine voor ouders, en NEON voor jongeren vond ik destijds heel journalistiek en goed gemaakt. Op dit moment ben ik verslingerd aan Wienerin, een Oostenrijks lifestylemagazine. Niche, maar zo goed gemaakt: inhoudelijk, vormelijk, alles is topkwaliteit!”

Liesbeth Van Cauwenbergh portrait Liesbeth Van Cauwenbergh

Maak kennis met andere magazinemakers:

portrait Thierry Hottat

The Makers of Magazines: Thierry Hottat, Produpress

De stille kracht van magazines zit ‘m in de serendipiteit

Achter elk magazine en elke magazinesite gaan vaak tientallen medewerkers en haast evenveel verschillende functies schuil. Binnen de regie is er bijvoorbeeld vaak een marketingverantwoordelijke. Bij ProduPress is dat Thierry Hottat, al bijna 20 jaar een magazineman in hart en nieren.

“Papier is een magnifiek product! Denk maar aan de geschiedenis ervan, aan het productieproces van het maken van magazines: journalistiek, lay-out en dan het drukken.” Thierry Hottat is duidelijk een grote fan van het product dat hij mee in de markt zet. “En neem daar nog de unieke functie van magazines bij: ontspanning, amusement, maar informerend en inspirerend”, voegt hij eraan toe. “De stille kracht van magazines zit ‘m volgens mij in de serendipiteit: het ontdekken van zaken waar je niet noodzakelijk naar op zoek bent. Dat heb ik de hele tijd bij magazines: in een reismagazine vind je een bestemming waar je nooit aan had gedacht, in een vrouwenblad nieuwe tips om met een beauty issue om te gaan.”

Hij maakt meteen de link met geautomatiseerd news en predictive targeting, waarbij je op basis van algoritmes het nieuws of de reclame krijgt die je waarschijnlijk zal interesseren. Met als gevolg dat je minder ‘ontdekkingen’ doet… De heisa rond brand safety en fake news noemt hij meteen een van de grote voordelen van het medium in een advertentiecontext. “In een magazine is het nieuws per definitie gecheckt door een professional en een veiligere merkomgeving vind je waarschijnlijk niet”, zegt Hottat. “Advertenties maken inherent deel uit van de leesbeleving.”

De kracht van magazines benadrukken

De man – die fan is van Idéat, Trends-Tendances en MM en Pub – is intussen 7 jaar verantwoordelijke voor de marketing naar de adverentiemarkt bij ProduPress, na passages bij de Persgroep en Sanoma. Zijn belangrijkste taak? De kracht van magazines in een mediaplan benadrukken. “Ik heb nog de tijd gekend dat er 5 media waren. Nu is het aanbod gigantisch en moeten we jonge adverteerders en planners overtuigen van de voordelen van print. Want die zijn er nog steeds, als je kijkt naar het CIM-bereik of naar de CPM.”

“Eigenlijk moet een marketing manager vooral het antwoord zoeken op de vraag wat de adverteerder zoekt”, klinkt het bij Thierry Hottat. “Daarom zijn studies zo nuttig. We hebben net ons ‘Car Buyers’-studie uitgebracht en die bij adverteerders en mediabureaus voorstellen bied je de kans om zeer interessante discussies te hebben over inzchten, trends… Ik moet vooral luisteren en begrijpen. En dan de juiste oplossing bedenken.”

Evolueren naar merk

En die oplossing, die ligt vaak in het merkdenken dat magazines steeds meer doen. Zo ook bij ProduPress. “Online mag zeker geen kopie zijn van wat je op papier doet”, doet Thierry Hottat de filosofie uit de doeken. “Waar papier inspiratie biedt, moet het web meer diepgang geven en vooral focussen op praktische informatie. Maar van een magazine naar een merk gaan, is meer dan een internetsite lanceren. Ook events horen erbij. Omdat ze zo het dichtst bij je publiek komt. Wij zullen eind september voor het eerst een event organiseren waarbij onze lezers SUV’s van meerdere merken kunnen testen. Onze journalisten zullen er uiteenzettingen geven. En zo vervullen we onze rol – mensen de juiste autokeuze te helpen maken – nu ook op een gloednieuw terrein…”

portrait Thierry Hottat Thierry Hottat, Marketing Manager, Produpress

Leer ook de andere magazine makers kennen: