Surf naar

WeMedia

Uitgevers moeten op loyaliteit abonnees focussen voor reclame-omzet

De belangrijkste focus van (digitale) uitgevers moet vandaag liggen bij het behouden van abonnees. Daardoor krijgen zij de handen vrij om betere data te verzamelen die adverteerders, en dus de reclame-omzet van uitgevers, ten goede komt. Zo kan de shift van impressies naar impact gemaakt worden.

Watch MAGnify 2020 Part I (Bruno Liesse/Bernard Cools), Part II (Deniz Sariyildiz) and Part III (Roger Verdurmen) now!

Bijna de helft van de uitgevers zet op dit moment in op inkomsten van lezers, waarbij de helft (50%) zegt dat dit in de toekomst hun belangrijkste inkomstenstroom zal zijn. Ongeveer een derde (35%) denkt dat reclame- en lezersinkomsten even belangrijk zullen zijn, terwijl slechts een op de zeven (14%) de hoop alleen op reclame vestigt.

Hybride businessmodel meest realistisch

De discussie over wat de belangrijkste inkomstenstroom van uitgevers zal worden, is duidelijk nog niet beslecht. Dat de dalende reclame-inkomsten niet volledig gecompenseerd worden door betalend publiek, lijkt wel zeker. Inzetten op een hybride model met reclame zou realistischer zijn. Anderzijds dreigt daarbij een prikkelmoeheid bij de gebruikers, bij wie de aanbiedingen van zowel adverteerders als uitgevers hen op alle platforms om de oren vliegen.

Meer websites zullen dit jaar registratiegegevens vragen in ruil voor inhoud. Het verzamelen van ‘first party data’ wordt een belangrijk aandachtspunt voor uitgevers, na verminderde cookie-ondersteuning van toonaangevende browsers en de aanscherping van privacyregels.

Lees ook: Hoe overleven media in de relatie-economie?

Duurzame abonnees leiden tot betere advertenties

De oplossing kan zijn dat uitgevers hun inspanningen richten op duurzame abonnees, in plaats van steeds nieuw betalend publiek te moeten werven. Trouwe, betrokken gebruikers leveren ook nog eens interessantere data voor adverteerders. Gerichtere en relevantere advertenties zijn vervolgens weer in het voordeel van site- en app-bezoekers.

Het sleutelwoord dat hier keer op keer naar voren komt, is betrokkenheid (engagement). FT (Financial Times) geeft nu drie keer meer uit aan engagement dan aan acquisitie. Dit betekent een verschuiving van de focus van het vergroten van het bereik naar het betrekken van loyale lezers. Een onderzoek uit 2019 identificeerde daarnaast het gebruik van unieke lokale inhoud als een sleutelfactor voor het behoud van abonnees.

Focus op behoud van abonnees

Een zeer betrokken publiek is inherent waardevol voor merken. Dit geldt met name in vergelijking met risicovolle advertentieplaatsingen op sociale media, die naast nepnieuws kunnen eindigen, of erger. Dit internationale, overspoelde publiek heeft veel meer gespecialiseerde en contextuele advertenties nodig om langdurige relaties met vertrouwde merken op te bouwen.

Innovation Media spreekt dan ook van een toenemende focus op het verminderen van churn – dat wil zeggen abonnees die niet verlengen – in plaats van op het aantrekken van nieuwe abonnees. Volgens de Axel Springer enquête over strategieën voor betaalde inhoud van begin 2019 stond ‘churnpreventie’ op de tweede plaats op de lijst van prioriteiten voor het succes van betaalde inhoud, terwijl het vorig jaar op de vierde plaats stond.

Lees ook: Is contextual targeting de oplossing voor het veranderende privacy-landschap?

AI steeds belangrijker

De verwachting is dat met name nieuwsorganisaties in dat kader voorpagina’s gaan personaliseren en andere vormen van geautomatiseerde aanbevelingen in zullen zetten voor  een sterker engagement. Uit een onderzoek onder uitgevers zegt meer dan de helft (52%) dat dit soort AI-gestuurde initiatieven dit jaar erg belangrijk zullen zijn. Daarnaast zal de uitrol van 5G-netwerken in steden over de hele wereld bijdragen aan toegang tot multimedia-inhoud onderweg, wat deze ontwikkelingen in een stroomversnelling kan brengen.

Bronnen: Digital Context NextDigital News Report, Innovation Media

Lees ook:

#kooplokaal – laatste kans!

Wij verdubbelen jouw ruimte! Deze #kooplokaal actie loopt nog tot 16 juni 2020

Shop dichtbij en van Belgische makelij – #kooplokaal

De Belgische magazine-uitgevers en hun regies ondersteunen Belgische adverteerders in deze moeilijke tijden en helpen hen om hun stem te laten horen door hen extra reclameruimte aan te bieden. Blijven bouwen aan je merk in deze huidige tijden is cruciaal. Een duwtje in de rug ook.

150 magazinetitels helpen adverteerders.

Voor alle nieuwe inlassingen in de periode van 1 april tot 15 juni 2020 wordt de aangekochte ruimte verdubbeld. Koop je dus een inlassing van 1 pagina dan maken wij er 2 pagina’s van!

Dit aanbod is geldig voor de klassieke pagina’s en ook voor native campagnes, niet voor covers, creatieve en technische formules.

Deelnemende magazinemerken zijn

  • DPG Media: Dag Allemaal, Story, TV Familie, Humo, TeveBlad, Primo, Nina, De Morgen Magazine, Goed Gevoel
  • Roularta: Knack/LeVif, Weekend Knack/Le Vif, Focus Knack/Le Vif, Trends/Trends Tendances, Trends Style N/F, Libelle/Femmes d’Aujourd’hui, Libelle Lekker/Les Délices de Femmes d’Aujourd’hui, Libelle Nest/Femmes d’Aujourd’hui Nest, Feeling/GAEL, Flair N/F, Plus Magazine N/F, Krant van West-Vlaanderen, Steps, Sport Voetbalmagazine/Sport Footmagazine, DataNews, Bodytalk, De Zondag, De Streekkrant
  • MagAdvertising: Ciné-Télé-Revue, Moustique, Deuzio, SoirMag, TéléPocket, Top Santé, Télépro, Télé Star, Touring Magazine, Waw, Vital, Vital Food, Dr Good, TV News/Maxx
  • Mediahuis: Het Nieuwsblad Magazine, Citta, Sjiek, Goesting, De Standaard Magazine, De Standaard Weekblad
  • Edition Ventures: Elle, Elle Décoration/Elle Decoration, Elle A table/Elle Eten, Marie Claire, L’Officiel, Psychologies, Actief Wonen/Déco Idées
  • Rossel: SoSoir
  • Publicarto: MT Magazine, De Bond, Ondernemen, Le Ligueur
  • GUIDOOH: Guido Magazine
  • Target Advertising: UCM Magazine, Dynamisme, Mouvement Communal, Traint d’Union, Les Carnets du Préventeur/Codenaam Preventie, Wilfried
  • Produpress: Autogids, Autowereld, Le Moniteur Automobile
  • VVJ: De Journalist
  • Bizzy: Bizzy
  • PMG: Aannemer/Entrepreneur, Argus, Bags, Bakery, Carfix, Chocolaterie, Cooltechnics, Decoratie/Decoration, Delicatesse, Dobbit, Elektricien/Electricien, Floortech, Food Process, Foodservices, Gardenpro, Infrastructure, Kboetiek/Kboutique, Kiosk, Lubritechnics, Metallerie België/Belgique, Mobility Business Solutions, Motion Control, NPT Procestechnologie, Power Technics, Professional, Projecto, Pump Technics, Rendevenement, Retail, Rooftech, Sanilec, Schrijnwerk/Menuiserie, Script, Shoes, TIM
  • EBP: Bouwkroniek, La Chronique
  • IPM: Paris Match
  • 18 Editions: ONE, Colman
  • EMG: Food Industry, Food&Meat, Restaurant Business, Café&Bistro, Catering&Grootkeuken/Catering&Grandes Cuisines, Frituur&Snack/Friteries&Snack
  • DINGO: Woef
  • PUB: PUB Magazine
  • GM Group: Newsweek
  • Alligators: Le Grand Journal du Droit, Het Groot Rechtenjournaal, Das Grosse Rechtsjournal
  • Pollen: Pollen Magazine
  • Impuls Media: Impuls, ’t Gazetje, Aankondigingsblad, Etalage 1.0, Etalage 2.0
  • Together Media: Together Magazine
  • Bode van Schoten: Bode van Schoten

Contacteer je vast aanspreekpunt bij de verschillende regies voor meer info en reservatie.

Myth-Busting Stamp United Nations

6 aanbevelingen in de strijd tegen de ‘infodemic’

Het bestrijden van disinformatie, of ‘fake news’, is relevanter en urgenter dan ooit. De WHO heeft het over een ‘infodemic’: een potentieel dodelijke explosie van wereldwijde disinformatie. Influencers blijken soms een kwalijke rol te spelen. Voor journalisten en nieuwsmedia is een cruciale rol weggelegd om een baken van betrouwbaarheid te zijn.

Myth-Busting Stamp United Nations

Beroemdheden, acteurs en politici met veel volgers zijn belangrijke verspreiders van disinformatie over het coronavirus, schrijft The Guardian op basis van een recente studie. Het gaat niet enkel om Trump en Bolsonaro, want België heeft zijn eigen incidenten. (lees ook: Zendmast in Pelt in brand gestoken)

Voorbeeld uit de categorie Myth Busting, ‘official United Nations COVID-19 Response Creative Content Hub

Kleine groep influencers met grote engagement

Oxford’s Reuters Institute ontdekte dat prominente publieke figuren 20% van de valse claims produceren en dat deze verantwoordelijk zijn voor maar liefst 69% van het social media engagement.

Hoewel factcheckers en mainstream nieuwsmedia met grote inspanningen tegen deze sterke stroom in worstelen, realiseren ze vaak onvoldoende impact. Experimentele studies wijzen op een directe link tussen geloof in de valse claims en het negeren van de overheidsmaatregelen voor ‘social distancing’. Enkele sociale media platforms werken al aan snellere detectie van disinformatie over corona.

Verlies van vertrouwen in alle nieuwsbronnen

Een groot risico van deze ‘infodemic’ is dat groepen mensen hun vertrouwen in alle informatiebronnen verliezen, omdat ze steeds moeilijker onderscheid kunnen maken tussen feiten en fake nieuws, en tussen goed onderbouwde journalistiek en superpartijdige berichtgeving.

Op de schouders van serieuze nieuwsmedia, in alle vormen en formaten, rust dan ook een grote verantwoordelijkheid, waardoor ze zich geen uitschuivers kunnen veroorloven. Iedereen moet zich terdege bewust zijn van de gesofisticeerde disinformatietactieken vandaag, zoals valse denktanks, frauduleuze bronnen, onechte social-media-accounts, etc. Fact-checking, multi-sourcing en digitalmedia-alfabetisme zijn cruciaal.

Bescherming tegen disinformatie

Een Canadees overheidsproject over magazines en disinformatie geeft 6 aanbevelingen uit eigen onderzoek die uitgevers kunnen helpen zich te beschermen tegen disinformatie en geloofwaardige journalistiek verdedigen.

1. Promoot het begrip van de oorzaken en gevolgen van dit disinformatietijdperk: zorg voor fact-checking- en verificatievaardigheden in de digitale wereld

Behulpzame bronnen op dit punt:

2. Neem je publiek bij de hand: waarheid, vertrouwen en gezamenlijke strijd

De versmelting van feit en fictie ondermijnt het vertrouwen van het publiek in alle informatie, waardoor manipulatie door kwaadwillende partijen gemakkelijker wordt. Vooral uitgevers met een niche-publiek blijken doelwit voor verspreiders van desinformatie.

Specialistische kennis van journalisten is een krachtig wapen in deze strijd. Door je publiek te mobiliseren en hun loyaliteit te versterken (met lidmaatschappen, evenementen, … ) kan je hen betrekken bij de oplossing van het probleem. Het journalistieke platform De Correspondent werkt regelmatig samen met zijn leden om verschillende perspectieven te verzamelen en expertise van leden zelf te delen.

Behulpzame bronnen:

3. Breng zelf transparantie en accountability in praktijk

  • Wees transparant over journalistieke processen en laat je publiek achter de schermen meekijken.
  • Hanteer een duidelijke scheidingslijn tussen advertorial, sponsored en native content. Ga er niet mee schuiven voor korte termijn winst (lees ook: 4 factoren voor branded-content-succes).
  • Onderzoek hoe adverteerders werken om besmetting te voorkomen.

4. Bundel de krachten tegen verdeel-en-heers

Als uitgever alleen tegen disinformatie strijden is onmogelijk. Sectororganisaties en andere professionele samenwerkingen zijn cruciaal om de krachten te verenigen en succes te boeken. Disinformatie-partijen zijn zelf vaak goed georganiseerd en werken frequent samen.

Samenwerking tussen uitgevers op het gebied van training, tools, uitwisseling van kennis en ervaring is de enige manier om echt een vuist te kunnen maken. Leer van elkaars fouten en successen, investeer in onderzoek, lobbying en juridische middelen. Juist de kleinere uitgevers verdienen bescherming (bekijk hier de WE MEDIA activiteiten).

Behulpzame bronnen:

5. Bereid je voor op bedreigingen van de veiligheid

Online geweld tegen journalisten is inmiddels een bekend fenomeen. Directe aanvallen op journalisten online helpen om twijfel, verwarring en angst te zaaien. Vrouwelijke journalisten zijn hiervan vaker doelwit.

Uitgevers moeten zich op dit soort aanvallen en dreigingen voorbereiden met verhoogde veiligheidsmaatregelen, zowel online als offline. Journalisten moeten alle dreiging melden en voldoende psychologische ondersteuning, maar ook training en middelen voor de eigen verdediging ter beschikking krijgen.

Behulpzame bronnen:

6. Maak je niet schuldig aan struisvogelpolitiek

Geloof niet dat je publicatie te niche of je publiek te klein is om een doelwit te zijn van disinformatie-campagnes. Daarmee maak je jezelf juist kwetsbaar.

Bronnen: IJNet, The Guardian

Gerelateerde artikels:

Campagne Belgische uitgevers corona virus

Belgische uitgevers starten campagne: Blijf in uw kot. Houd afstand. Red levens.

[Persbericht WE MEDIA]

Vandaag hebben uitgevers van kranten en magazines beslist om al hun krachten te bundelen om de berichten van overheden en gezondheidswerkers nog te versterken en om te zetten in daadkrachtige verandering van het gedrag van elke burger. De actie is meteen ook een applaus aan het adres van de hele gezondheidssector in deze crisis.

Blijf in uw kot. Houd afstand. Red levens.

Die heldere sensibiliserende boodschap publiceren de uitgevers vanaf woensdag.

Samen met het bureau Bonjour willen uitgevers van kranten en magazines het medische personeel en alle gezondheidswerkers ook een hart onder de riem steken voor hun tomeloze inzet, vaak op risico van hun eigen gezondheid.

Nu de gezondheid van de bevolking op het spel staat, vervullen de onafhankelijke uitgevers meer dan ooit hun informatieve rol  in het belang van onze samenleving. Op de redacties is het alle hens aan dek om onophoudelijk nieuws te maken voor hun nieuwsbrieven, sites of gedrukte pagina’s, ook om te strijden tegen elke mogelijke desinformatie.

Vorige week nog erkende ook de overheid de essentiële rol van de media in deze crisis. De krantenwinkels mochten weer open en de media zijn erkend als essentieel bedrijf.

 

Campagne Belgische uitgevers corona virus

 

Zin om meer te lezen?

GAFA

De problematische relatie van uitgevers en platforms

Tijdens de MAGnify sofa sessie zei Harry Demey: “Google en Facebook die beschouwen ons niet als een partner” (in de video hier vanaf min. 35.05). Hij vervolgde dat de grote platforms het liefst zouden zien dat er geen lokale media meer zijn. “We moeten niet naïef zijn”. Maar klopt dat wel? Hoe ongemakkelijk en complex is de relatie tussen uitgevers en de techbedrijven met hun platforms?

Vrijanden?

Techbedrijven disrupteren de mediawereld en tonen tegelijkertijd om uiteenlopende redenen steeds meer belangstelling voor uitgevers en hun content. Ze willen geen uitgever genoemd worden, maar verdienen wel gretig aan gedeelde kwaliteitscontent. Inmiddels kopen sommigen, zoals Google, zelf mediabedrijven op, onder andere om te leren hoe ze content beter kunnen monetiseren (een recent voorbeeld hier).

Facebook aarzelde begin 2018 overigens niet om het algoritme zodanig in het nadeel van mediacontent (ten faveure van UCG) te wijzigen, dat het leidde tot het ter ziele gaan van mediamerken. Sinds vorige week lijkt het platform een poging te doen om de relatie met (nieuws)uitgevers te herstellen. Het lanceerde Facebook News, waarbij het bedrijf nieuwsuitgevers voor content betaalt, om de nieuwsfunctie van het sociale mediaplatform te herstellen.

Iedereen is voor reach gegaan

Anderzijds zijn uitgevers steeds naarstig op zoek naar nieuwe mogelijkheden om hun content en producten te monetiseren en komen ze in hun zoektocht naar bereik vanzelf bij de giganten van het internet uit. Zoals Eva Van Driessche in de sofa sessie zei: “Iedereen is voor reach gegaan” (kijk hier vanaf min. 27.09). Dat is niet zo verwonderlijk in een tijd dat nieuws- en magazine media bereik en reclame-inkomsten bleven verliezen aan Facebook, Google en consorten. (Overigens zijn de reclame-inkomsten altijd veel harder gedaald dan het bereik. Lees hierover ook dit artikel: Media Mix uit balans)

Wat heeft dit opgeleverd? Verlies van controle over de eigen content zonder dat daar veel financiële beloning tegenover staat. Het leidde wel tot verzwakking van de zo belangrijke band met het eigen publiek en grotere kwetsbaarheid van de merken (o.a. door fraude, privacy en brand safety issues), alsook tot een generatie lezers die gewend is geraakt aan gratis content (lees ook: Digital natives meest bereid te betalen voor online journalistiek). Die laatste tendens verandert weer met de opkomst van de deeleconomie waardoor de digital natives liever betalen voor toegang tot kwaliteit zonder reclame (Spotify, Netflix) dan voor bezit.

Platforms hebben kwaliteitscontent nodig

Gezien deze trend, de sterke opkomst van adblockers en de buitenproportioneel dalende reclame-inkomsten mag de koerswijziging van uitgevers van de afgelopen jaren naar consumenten geen verrassing zijn. Alle sterke internationale mediamerken hebben inmiddels op een of andere manier hun content achter een betaalmuur, abonnement of lidmaatschap gestoken. Maar alleen daarmee gaan de meeste media het niet redden om kwaliteitsjournalistiek te kunnen blijven produceren.

Het belang van de grote platforms bij kwaliteitscontent komt ondertussen tot uitdrukking in het ontstaan van verschillende initiatieven om uitgevers aan zich te binden: Apple News (Plus), Google AMP, Facebook Instant Articles, Facebook Live, Facebook News, Amazon Associates en de jongste loot aan de stam: Amazon’s Onsite Associates Program. Deze laatste heeft als doel om productreviews (lees ook: Fake reviews fataal voor omzet van merken) van gerenommeerde mediamerken te plaatsen op Amazon. De uitgevers delen in de verkoop van producten en verliezen daarmee onmiddellijk hun onafhankelijkheid en op termijn hun belangrijkste asset: geloofwaardigheid.

Verlies van controle, data en inkomsten

Het probleem met al deze initiatieven is dat uitgevers controle verliezen over hun content en nog erger: de data die daaruit gewonnen kan worden. Terwijl de druk op uitgevers om kwaliteit te produceren toeneemt, verdwijnen de daartoe benodigde middelen uit reclame en consumentenomzet alsmede de data op allerlei manieren richting de grote platforms. Facebook en Google halen nu al 80% van de online reclamemarkt binnen.

Hoewel de grote platforms niet de bron van alle kwaad zijn, uitgevers hebben zichzelf ook een en ander te verwijten, is de afhankelijkheid van met name nieuwsuitgevers van de wispelturigheid van algoritmen een groot probleem. Het lijkt welhaast een onstuitbare negatieve spiraal die uiteindelijk kan leiden tot het uitkomen van de uitspraak van Harry Demey: “Deep down zouden die het liefst geen lokale titels zien, geen media-agentschappen en geen creatieve bureaus”.

Zowel Apple, Google, als Facebook maken nu verzoenende geluiden en starten initiatieven (zoals Facebook News en Apple News Plus) die de verhouding met uitgevers verandert. Google is echter wel zo eerlijk om te bekennen dat ze geen altruïstische motieven hebben, terwijl Apple wederom vergaande eisen stelt (50% van abonnementeninkomsten). “We moeten waakzaam blijven”, waarschuwde Eva Van Driessche dan ook terecht. (bekijk de hele discussie hier).

Bronnen: Digiday, Digiday, NYTimes

Lees ook:

Thierry Hottat en Philippe Belpaire

“Live journalistiek biedt mogelijkheden”: Belgische uitgevers inspireren zich op hun buitenlandse collega’s

Recent brachten we op deze site een overzicht van vernieuwende initiatieven uit het buitenland. Maar wat denken onze eigen uitgevers ervan? We stelden hen de vraag.

Lees ook Inspirerende innovatie? Die vind je bij magazinemerken

“Live journalistiek”, antwoordt Philippe Belpaire, Algemeen Directeur van Roularta Media meteen als we hem vragen welke trend uit het buitenland hem inspireert. “Het is een mogelijkheid om nog sneller interactie te hebben met je community waarmee je al dagelijks of wekelijks contact hebt.”

Voor Belpaire zijn er zowel redactionele als commerciële manieren om hiertoe te komen. “Naar het voorbeeld van De Standaard of de VRT zouden we onze journalisten voor een publiek kunnen brengen rond een bepaald thema, maar even goed integreren we hier een commerciële partner in. In samenwerking met Renault Espace hebben we in 2017 een avond georganiseerd waarbij mensen als Jean-Paul Van Bendeghem en Jeff Neve over hun passie kwamen praten.”

In de praktijk

Ook Thierry Hottat, Marketing Manager Advertising bij Produpress, noemt live journalistiek een belangrijke inspiratiebron, al trekt hij het meteen breder. “Leven geven aan je titels en met je lezers in contact treden, daar gaat het om.”

“Door een plaats of een sfeer te koppelen aan je merk, krijg je er als lezer een ander gevoel bij”, gaat hij verder. “En bovendien leert het jou heel veel over je lezer. Zelf doen we tweejaarlijks een studie naar de mening van onze lezers en surfers. Ook daar leren we veel van.”

Ook Produpress zette de stap naar wat we live journalistiek zouden kunnen noemen. “In september 2018 organiseerden we voor het eerst de SUV Days”, legt Hottat uit. “Mensen konden er tijdens een weekend 39 modellen van 15 merken uittesten. Zo’n 90% van onze 1800 bezoekers gaf aan dat ze op deze manier nieuwe modellen ontdekt hadden. Bovendien hadden we ook ‘labo’s’ voorzien met onze jounalisten. Lezers konden leren hoe ze een Park Assist konden gebruiken, bijvoorbeeld. Ook hier komen lezers in contact met onze journalisten en leren die laatste veel over het gedrag en de mening van onze lezers.”

What’s next?

Events zijn dus een uitstekende manier om live journalistiek in de praktijk te brengen. Bovendien biedt het de mogelijkheid om ook andere experiences aan te bieden. Je hoeft je niet tot journalistiek te beperken.

What’s next? Wat is de volgende trend die Belgische uitgevers naar ons land zien komen? Betalen voor online content halen onze twee gesprekspartners aan. “We zijn ervan overtuigd dat het mogelijk is om online content beter te monetiseren”, klinkt het bij Thierry Hottat. “Daarvoor heb je natuurlijk technische capaciteiten nodig want je moet ervoor zorgen dat het voor je lezer super eenvoudig is om te betalen. Het mag geen drempel zijn.”

Hottat haalt het voorbeeld aan van The Guardian, de Engelse krant waar je in plaats van een abonnement te nemen, ook een donatie kan doen. Thierry Belpaire en de zijnen namen recent een ander initiatief: abonnees van een van de Roularta-titels krijgen sinds kort ook toegang tot de online content van de andere titels van de groep. “In ruil voor een paar euro’s meer word je abonnement veel interessanter”, zegt hij. “We merkten immers weinig overlap in ons abonnementenbestand. De boost in bezoekers op de verschillende websites kunnen we trouwens ook aanbieden aan adverteerders.”

Het is wachten op de eerste Belgische magazinesite met de mogelijkheid om een gift te doen…

Meer lezen?

 

 

Paywall visual

Paid content in Europa: wie betaalt wat?

Betaalde content zou weleens het businessmodel van de toekomst kunnen zijn, want, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, blijken lezers wél bereid te betalen voor kwaliteit. Zijn zij wellicht wakker geschud door ‘fake news’-debacles en clickbait-teleurstellingen? 66% van de kranten en 71% van weekkranten en -magazines bieden inmiddels op een of andere manier betaalde content aan, zo blijkt uit een Reuters-studie in zes Europese landen. De (lokale en internationale) uitgevers die alleen digitaal publiceren, bieden daarentegen 97% gratis aan.

Reuters Digital News Report 2017De studie onder 171 Europese mediahuizen (kranten, magazines, digital, TV) ontdekte dat gemiddeld 13,64 euro per maand betaald wordt voor content. De twee meest gebruikte modellen zijn: het ‘freemium’-model waarbij sommige content gratis is en premium content betalend; en het ‘meter’-model waarbij lezers beperkt een aantal artikels per maand gratis krijgen en meer-consumptie betalend is. Freemium is van deze twee het meest gebruikelijk.

Grote verschillen

De variatie in bedragen is enorm: maandabonnementen van 2,10 euro in Polen tot 54,27 euro in Groot-Brittannië. Niet verrassend is de betalingsbereidheid voor economische, zakelijke content het hoogste (gemiddeld 25,67 euro). Uiteraard zijn de verschillen in lokale markten debet aan de prijsverschillen, maar het aanbod per uitgever kan ook nog anders zijn, variërend van digitale content tot toegang tot digitale edities in PDF, archieven en mobiele apps.

Monthly payments for content in EuropeOok op andere vlakken zijn er grote verschillen tussen de zes onderzochte landen. Het ‘paid content model’ is in Finland, Polen en Frankijk al sterk doorgevoerd en betreft 87-95% van het aanbod. Daarentegen bieden uitgevers in Duitsland 48% van hun content gratis aan, terwijl in Italië (60% gratis) en Groot-Brittannië (67%) zelfs het grootste deel nog gratis is. Volgens Reuters zijn de laatste drie genoemde landen markten met een zeer sterke mediaconcurrentie, waarbij zelfs sterke mediamerken bang moeten zijn voor hun marktaandeel wanneer ze een paywall invoeren.

Minder reclame?

Reuters concludeert dat de meeste nieuwsmedia de afhankelijkheid van een businessmodel dat gebaseerd is op reclame, afbouwen. In plaats daarvan komen hun inkomsten uit verschillende betaalmodellen, native advertising, e-commerce, events etc. Anderzijds blijven veel aanbieders, met name degenen met hun wortels in digitaal, publieke en commerciële televisie en kleinere kranten, doorgaan met het advertentiemodel (of overheidsgeld) met gratis toegang tot hun content.

In een aantal gevallen blijkt content toch niet volledig gratis en moeten lezers zich bijvoorbeeld registreren of reclame accepteren om toegang tot de content te krijgen.

Een interessante ontwikkeling die de acceptatie van betalen voor content zeker zal helpen, is de aangekondigde afschaffing door Google van het ‘first-click-free’ principe. (Meer info hier) Uitgevers kunnen vanaf nu dus zelf bepalen hoeveel content ze gratis geven en dat kan zelfs helemaal niks zijn. Dit heeft vanaf dat moment geen consequenties meer voor de search-resultaten. Tot nu toe eiste Google dat de eerste drie artikels gratis moesten zijn.

Bron: Reuters Digital News Report

Meer over dit onderwerp:

 

Dirk Rasschaert

The Makers of Magazines: Dirk Rasschaert

“Native advertising staat of valt met de kwaliteit van de content”

Achter een magazine schuilen tientallen bekende en minder bekende medewerkers. Van journalist, over marketeer tot drukker. En ook profielen die zich focussen op het maken van native advertising die in de bladen en op de site verschijnt. Zoals Dirk Rasschaert, hoofdredacteur van Roularta Custom Media. Hij zag het aandeel van native advertising dat van customer magazines in sneltreinvaart voorbijsteken.

Roularta Custom Media is binnen de mediagroep verantwoordelijk voor de realisatie van customer magazines, native advertising en publireportages. Daarvoor staat een vast team van 12 personen in, dat samenwerkt met tal van journalisten/copywriters, fotografen, designers… Het team is daarbij de draaischijf, draagt de inhoudelijke en vormelijke verantwoordelijkheid en zorgt voor de projectbegeleiding.

Daarbinnen is Dirk Rasschaert hoofdredacteur, ontegensprekelijk een centrale spil in het raderwerk. Hij zet de verhaallijnen uit, geeft redactionele sturing en verzorgt daarnaast de algemene coördinatie en het overleg met de klanten, journalisten en fotografen, de eigen regie en het ontwerpbureau.

Dirk Rasschaert is blij met de invulling van zijn job. “Elke opdracht is anders en dat zorgt automatisch voor een dosis creativiteit en dynamisme”, zo zegt hij. “Daarnaast komen er steeds meer nieuwe media. Het is leuk om out-of-the box te moeten denken en nieuwe mengvormen te bedenken. Het is trouwens een voorrecht dit bij een uitgever als Roularta te mogen doen. Die beschikt immers automatisch over een sterk distributienetwerk, waardoor je realisaties bij veel mensen terechtkomen. Dat is niet altijd het geval bij branded content.”

After the hype

Vanuit zijn rol en ervaring is hij goed geplaatst om de evolutie van native advertising te becommentariëren. “Wij zijn er in 2015 mee van start gegaan”, vertelt hij. “Het begon met print, maar al snel hebben we ook online geïntegreerd en sinds dat moment stimuleren we consequent een crossmediale aanpak.”

In zo’n tweeëneenhalf jaar kende native advertising een echte ‘boom’. Dirk Rasschaert: “Intussen is het aandeel gegroeid tot meer dan de helft van alle opdrachten.” Al is hij wel zo eerlijk om erbij te vermelden dat dit ook het gevolg is van het terugvallend aandeel customer magazines, qua periodiciteit en titelaanbod.

Wanneer we naar de reden van het succes polsen, blijkt het kwalitatieve aspect doorslaggevend. “Native advertising staat of valt met de kwaliteit van de content”, klinkt het. “Net zoals het beeld over de Roularta-bladen staat of valt met de kwaliteit van de redactionele invulling. Toen we met native advertising begonnen, merkten we een hype. Grote adverteerders wilden het proberen, wilden de impact kennen. We hebben daarbij het kaf van het koren moeten scheiden. Je mag het immers niet te beperkt promo-gericht bekijken. Onze focus op kwaliteit heeft ervoor gezorgd dat nieuwe spelers aankloppen en andere merken blijven terugkomen. Daarbij streven we telkens naar originele invalshoeken, nog sterkere stukken en – en dat is de uitdaging – een steeds betere integratie van video, digital en social media.”

Print = luxe

Over de toekomst van native advertising is Dirk Rasschaert positief (“al zou een overaanbod natuurlijk niet goed zijn voor het evenwicht en de geloofwaardigheid van je magazine”). Over de toekomst van magazine media is hij dat ook. “Print wordt door sommigen als ouderwets bestempeld”, zegt Rasschaert. “Maar ik ben ervan overtuigd dat ze daarvan zullen terugkomen. Binnen afzienbare tijd verwacht ik een terugkeer naar print, dat als luxeproduct zal gepercipieerd worden en zo terug zijn verdiende rol zal opnemen. Je merkt het nu al in de Verenigde Staten. Media die 2 jaar geleden hun printedities stopzetten, beginnen opnieuw magazines te drukken. Op expliciete vraag van de lezers.”

Dirk Rasschaert Dirk Rasschaert, hoofdredacteur van Roularta Custom Media

Wilt u ook andere ‘makers’ leren kennen?

Juan Senor Portrait

“Print is haute couture, digital is prêt-à-porter”

Hij is allicht de grootste expert in magazine media-innovaties. Juan Señor, Partner bij de Britse Innovation Media Consulting Group, heeft een duidelijke boodschap voor uitgevers én voor adverteerders. U hoort ze op 6 oktober tijdens ons MAGnify-event. “De kans is groter dat je door de bliksem geraakt wordt dan dat je op een banner klikt.”

MAGnify banner

U volgt de uitgeverswereld wereldwijd op de voet. Welke belangrijke innovaties ziet u?

Laat ik het even omdraaien. Magazines die willen overleven, moeten drie zaken doen. Ten eerste moeten ze de lezer laten betalen voor content en dat niet enkel offline. Die lezersinkomsten kunnen uit digitale abonnementen komen, maar ook uit andere modellen. Denk maar aan Blendle (platform waar magazine- en krantencontent per artikel kan aangekocht worden, nvdr.). Lezers kunnen zelfs met data betalen. Soms zijn die waardevoller dan geld.

Ten tweede moeten ze sterk investeren in digitale technologie: een goede CMS, een snelle website… En ten derde moeten ze print positioneren als haute couture, terwijl digital prêt-à-porter is. Ze moeten nog meer premium worden: dikker, en als gevolg daarvan minder vaak verschijnen. Zo kan je de prijs verhogen. Een goed vrouwenblad of een gespecialiseerd magazine mag gerust 15 à 17 euro kosten. Minder mensen zullen het kopen, maar dat is geen probleem want zij die het kopen, zijn mensen die een nauwere band met je blad hebben en gerust meer willen betalen. Waardoor ze relevanter zijn voor adverteerders.

Welke gevolgen heeft deze evolutie voor adverteerders?

Adverteerders moeten andere KPI’s naar voor schuiven. Ze moeten van ‘clicks’ naar ‘clocks’ gaan. Time spent moet de belangrijkste parameter zijn. De waarde die lezers aan hun magazinemerk hechten, is immers een bewezen troef. Terwijl de kans groter is dat je door de bliksem geraakt wordt dan dat je op een banner klikt. We hebben dan ook een nieuwe formule uitgewerkt om vanuit time spent het effect van een campagne te berekenen.


Volgens Juan Senor moet time spent de belangrijkste parameter zijn. Bent u het daarmee eens?

View Results

Loading ... Loading ...

Display advertising en printadvertenties kunnen hierin een rol spelen, als ze niet worden afgerekend op de actie die de consument erna onderneemt, maar wel op de evolutie van de merkwaarden. Daarnaast zie ik ook een mooie plek weggelegd voor native advertising.

Advertising hanteert momenteel een fout business model: zoveel mogelijk mensen bereiken om er een paar aan te zetten tot kopen. Vergelijk het met het openen van een geweldige beach bar op Ibiza. Dagelijks komen er duizend mensen langs, maar slechts 10 kopen er een cocktail. Dat klopt toch niet?

Waarom moeten we op 6 oktober naar uw presentatie komen luisteren?

Als uitgever om meer te weten over de drie zaken waarin je moet investeren om te overleven. En als adverteerder… Adverteerders hebben baat bij goede magazine media om een kwaliteitsvol publiek te bereiken. Ze moeten beseffen dat ze een deel van de oplossing zijn…

Juan Senor Portrait

Meer over Juan Señor hier

Meer informatie over MAGnify hier

 

NYT building

Uitgevers worden creatieve bureaus

De wereld staat op zijn kop: adverteerders worden uitgevers, reclamebureaus gaan content maken en uitgevers worden creatieve bureaus. Dat laatste bleef tot nu toe beperkt tot branded content en native advertising afdelingen. The New York Times gooit echter de knuppel in het hoenderhok en gaat nu ten volle de confrontatie met reclamebureaus aan, teneinde de directe relatie met adverteerders veilig te stellen.

Sebastian TomichDeze beweging moet helpen om tegen 2020 de digitale inkomsten te verdubbelen tot 800 miljoen dollar, waarvan de helft uit advertising. Sebastian Tomich is hoofd innovatie bij The NY Times en moet deze straffe ambities waarmaken. Nieuwe content en creatieve diensten zullen volgens hem zorgen voor een groot deel van de nieuwe inkomstenstromen en groeien nu al sneller dan de display business. The NY Times scoorde met zijn innovatieve native advertising oplossingen, zoals voor Netflix en Philips, maar de tijd van briljante eenlingen is nu definitief voorbij. Tomich is van plan om een gevreesde concurrent te worden van creatieve en mediabureaus met hun content-aspiraties.

Langlopende overeenkomsten met merken

Een belangrijk voordeel van deze aanpak is dat er langlopende overeenkomsten met merken aangegaan kunnen worden. Daarin verschilt de bureau-aanpak namelijk van hoe mediabedrijven het traditioneel aanpakken. Om het juiste talent aan te trekken dat merken op niveau kan bedienen, is dit een voorwaarde. Bovendien, zegt Tomich, is het voor mediabedrijven tijd, of eigenlijk onvermijdelijk, om geld te vragen voor de arbeidsintensieve campagnes die zij voor hun klanten uitdenken. Het huidige model, dat uitgaat van de verkoop van ‘platte’ mediaruimte/-tijd en waar bureaus tussenschakel zijn, is economisch onhoudbaar geworden.

Bij The NY Times zien ze zichzelf nog niet als erkend reclamebureau, maar ze ontwikkelen wel in die richting. Hun prioriteit is de relatie met marketingmensen bij merkproducenten te veranderen. Volgens Tomich zouden de ‘fancy creative directors’ de overstap moeten maken naar uitgevers en die laatsten moeten bereid zijn hen een aantrekkelijke werkomgeving en voorwaarden te bieden.

“We zijn er nog niet”, zegt Sebastian Tomich, maar zijn boodschap is duidelijk: “we komen eraan!”

Bron: M&M Global