Surf naar

WeMedia
Digital Ad Trust Belgium logo

DAT Belgium lanceert videolabel

De kogel is door de kerk: DAT Belgium heeft nu ook een kwaliteitslabel voor video.

Precies een jaar geleden startte DAT, een samenwerking tussen UBA (adverteerders) en WE MEDIA (uitgevers) met een kwaliteitslabel voor display. Het nieuwe label video is er gekomen in een samenwerking tussen DAT en VIA.

Het videolabel gaat over alle instream-videoformaten.

De criteria voor video zijn vergelijkbaar met deze voor display. Ook nu zijn er garantie-criteria op het vlak van viewability, ad-fraud, brand safety, user experience en gdpr.

“We zijn als audiovisuele mediabedrijven zeer blij dat we een onafhankelijk kwaliteitslabel in de markt kunnen zetten die 5 belangrijke basispijlers in ons video eco-systeem garanderen.”, aldus VIA-voorzitter Bart Demeulenare.

Uitgevers van websites die een label voor hun website willen, display en/of video, kunnen nog tot 25 september een kandidatuur indienen op www.digitaladtrust.be .

Meer over DAT Belgium:

 

MAGnify 2019: bekijk de video en alle foto’s

smartphone with word hello on white screen

Mobiele storytelling: wat de toekomst brengen zal

Drie zaken zullen mobiele storytelling de komende jaren vormgeven: lengte van de tekst, video en personalisatie middels AI. Dat leren ontwikkelaars van multi-channel uitgeefplatformen uit het succes en falen van de jongste prototypes van aanbieders als Google, BBC, Axios en Quartz. De eerste tijd zal vooral in het teken staan van het uittesten van nieuwe formats: trial en error, voordat merken en media echt in staat zullen zijn om de smartphone te beheersen.

Lees ook: De toekomst van de smartphone ziet er zo uit 

We staan nog helemaal aan het begin van native mobiele storytelling, waarschuwt CCI Europe, uitgeefplatformontwikkelaar. Mobiel internet heeft juist de tienerleeftijd bereikt (geboren in 2007). Maar de intieme persoonlijke aard van de smartphone, gepaard aan het almaar stijgende gebruik, de steeds ingenieuzere technologie en grotere schermen (recent de introductie van het opvouwbare scherm), maken het voor media en merken dé belofte van de toekomst.

Kwart marketingbudget naar smartphone

Met ieder jaar dat het geheim van succesvolle mobiele communicatie niet onthuld is, blijft er geld op de plank liggen. En dat kan eigenlijk niemand zich veroorloven, want marketingmensen denken binnen vijf jaar maar liefst 25% van hun budget aan smartphone marketing te besteden. Het is dan ook zaak om zo snel mogelijk formats te ontwikkelen die perfect zijn om smartphone content en native advertising via het kleine scherm aan te bieden.

Naast de in dit artikel besproken door de BBC geteste formats zijn er nog enkele andere interessante, zoals Google’s AMP Stories (Accellerated Mobile Pages), The Guardian Smarticles en Quartz’ Smart Brevity. De werking van al deze nieuwe formats leert ons de volgende lessen, aldus CCI:

  1. Video neemt het over. Geen verrassing uiteraard, maar de technologie moest het eerst mogelijk maken om de ongeduldige gebruiker op zijn/haar wensen te bedienen. Korte tekst zal vooral nog een inleiding op video zijn.
  2. Het tekstformaat van print (500-800 woorden) werkt niet op smartphone. Content zal ofwel korter dan 500 woorden ofwel langer dan 800 woorden moeten zijn. Daarin voorziet de Quartz Smart Brevity door teksten in te korten tot minder dan 500 woorden.
  3. Personalisatie door datagedreven storytelling. In de toekomst moeten we een verhaal op honderd verschillende manieren aan honderd verschillende gebruikers kunnen vertellen. AI zal hier uitkomst bieden, zoals The Guardian Smarticles nu eigenlijk al een beetje doet door lezers met behulp van algoritmen steeds nieuwe, relevante contentblokjes aan te bieden.

De magische formule op basis van deze lessen moet nog uitgevonden worden. Daar werken media- en techbedrijven hard aan, in de hoop die marketingbudgetten binnen enkele jaren te kunnen ophalen.

Bron: FIPP

Lees ook:

Bruno Liesse

De column van Bruno

En als we het nu eens over reclame hadden?

Internet het meest effectieve medium ? Niet als het om reclame gaat, vindt Bruno Liesse, Senior Consultant bij Emakina/Insights & Consulting. Zijn opinie in een column.

Sinds het ontstaan van het CIM is de Persstudie, tot aan de opkomst van de Audimetrie en zelfs nog vele jaren daarna, op researchvlak een steunbeer voor de sector gebleken. De digitale golven – jawel, het waren er meerdere – hebben de kaarten herschud. Vandaag kan geen enkel medium of speler meer beweren dat het/hij het toneel overheerst, nadat allen een generatie lang onder de heerschappij van de televisie hebben geleefd. Zelfs de pure players van digital verdedigen hun respectievelijke deeltje, door wetten op slot gegooid, uitgedaagd door nieuwe concurrenten. Context en content zouden hoogst prioritair benaderd moeten worden, zonder dat bureaus of adverteerders noodzakelijkerwijs dat nieuwe principe kunnen toepassen.

Het is door specialisten genoegzaam aangestipt: de gebruiker is aan zet bij een mediakeuze die oneindig geworden is, ook in zijn consumptieplaatsen en -momenten. In dat wat chaotisch uitdijende universum zetten allerhande reclameboodschappen hun traditionele intrusie voort: de technologieën en de manieren mogen dan – versterkt door video en voice – een diepgaande verandering ondergaan hebben, de nieuwe vakmensen hebben de pushy en hardselling reflexen van de oude marketers overgenomen. Goeie en minder goeie advertenties verdringen elkaar in alle ecosystemen, met als dubbele schaal de relevantie en de formaten, in de brede zin van het woord.

Althans, als je de studies en peilingen ter zake moet geloven. Zoals de Ad-titude barometer, die recent door Welcome Media gelanceerd werd en kwantitatief de commerciële communicatie doorheen zijn talrijke touchpoints evalueert, op basis van criteria die in de kwalitatieve fase geïdentificeerd werden. De eerste golf werpt een verhelderend licht op de twee factoren die het meest inspelen op het storende karakter van reclame voor de doorsnee consument: het (al dan niet) intrusieve karakter en de overvloed, met respectievelijk 90 en 85 % van de bevolking die deze pijnpunten in het algemeen aanduiden. In de andere richting zijn ze slechts met 10 tot 15 % om te menen dat reclame op hun noden of interesses inspeelt.

Tegelijkertijd tracht de studie aan te tonen dat een belangrijk deel van die mensen meerdere middelen aanwendt om boodschappen te blokkeren of te vermijden. En hun aantal groeit. De meest irritante touchpoints zouden immers de recentste zijn, met een speciale vermelding voor pre-roll video’s en e-mails die door vakmensen zelf de toepasselijke naam ‘spam’ hebben meegekregen: om maar te zeggen (een spam is een fout of een fraudegeval, geen reclamemail).

Magazines – of liever: de reclameboodschappen die ze bevatten – lijken geen last te hebben van dat gevoel van afwijzing door lezers. Zo is dit medium het laatste waarin men “reclame zou willen zien verdwijnen” (5 % van de antwoorden). Minder dan 15 % van de respondenten vindt advertenties “intrusief of irritant” en meer dan 50 % stelt er zich graag aan bloot. De manier van raadplegen van het medium laat duidelijk een natuurlijke vermijding toe: je leest in alle vrijheid wat je wilt en bovendien zijn de onderwerpen doorgaans goed afgestemd en ontwikkeld. Ik hoor u al zeggen: “Als het op targeting en content aankomt, laat het Web veel beter en meer toe!” We hadden het echter over reclame. Dat ding net voor de landing page. In magazines is alles zoetzuurgewijs vermengd. En voor de lezers is dat prima zo.

Bruno Liesse Bruno Liesse, Senior Consultant bij Emakina/Insights & Consulting

Meer meningen? Lees ook:

cats eyes

5 zintuigen: op het zicht

Onze reeks over de zintuigen zit erop. In deze laatste episode gaan we dieper in op hoe magazineadvertenties inspelen op ons zicht. Dat lijkt en is vanzelfsprekend, maar het levert soms verrassende campagnes op. Vaak met dank aan nieuwe technologieën.

Sinds magazines erin slagen om ook bewegende beelden te gebruiken, is de ervaring er alleen maar rijker op geworden. Denken we maar aan de speciale editie van het filmmagazine Empire. Die had een videospeler op de cover waarmee twee filmpjes over de nieuwe release ‘Fantastic Beasts’ konden bekeken worden: een ‘behind the scenes’ en een trailer.

Ook Chevrolet zette al video in magazines in. Het plaatste in Esquire en Popular Mechanics een dubbele pagina met een minischermpje waarop een reclamespot te zien is: klik hier.

Chevrolet magazine ad with video

Bewegende beelden in magazines gaan trouwens al langer mee. De primeur was voor een advertentie die in 2009 in Entertainment Weekly te zien was.

Hologram en VR

Ook andere technologieën kunnen voor open monden zorgen. Autobouwer Porsche gebruikte in Fast Company bijvoorbeeld een hologram. Het nummer verscheen in een oplage van 50.000 exemplaren voor speciaal geselecteerde rijke abonnees. Een van de pagina’s bevat een acetaat prisma en instructies voor het gebruik. Door het prisma op een tablet te plaatsen terwijl de video van 911hologram.com afgespeeld wordt, komt de Porsche 911 tot leven.

Hoewel Porsche beweert de eerste interactieve hologram advertentie te hebben gemaakt, willen we een eerdere poging van KitKat in Japan niet over het hoofd zien. De populaire boyband DISH// bood studenten in examentijd wat broodnodig amusement.

Ook virtual reality deed al z’n intrede. NME en Google boden lezers zo een bezoek aan de Abbey Road Studios. Daarvoor deelden ze 80.000 Google Cardboard virtual reality viewers uit. Met de viewer en de app Inside Abbey Road kunnen muziekfans een kijkje nemen in de legendarische muziekstudio’s, waar tal van iconische platen (waaronder die van The Beatles) opgenomen werden.

NME VR Abbey Road Studios

Cover in de zon houden

Augmented reality is dan weer al langer ‘ingeburgerd’. Denken we in eigen land maar aan de Axa-campagne. Of de campagne die Rossel eind 2015 realiseerde voor het merk 3Suisses. Via een smartphone app konden lezers van Victoire zien hoe het model op de cover verschillende kledingstukken showt en haar beste beentje voorzet voor de fotograaf. Aan het eind van het filmpje kan meteen worden doorgeklikt naar de 3Suisses website en webshop, zodat de lezers zich de gepresenteerde ‘look’ direct kunnen aanschaffen.

Nieuwe technologieën kunnen tot slot ook gebruikt worden om aan sensibilisering te doen. Zo bedacht de National Health Insurance Company een bijzondere campagne om Vitamine D-tekort bij mensen onder de aandacht te brengen. En er meteen al iets aan te doen. De lege cover van een aantal magazines in de Verenigde Arabische Emiraten, waaronder Good Magazine, krijgt immers inhoud als je de lichtgevoelige inkt in de zon houdt.

Old school

Maar het hoeft natuurlijk niet altijd om nieuwe technologieën te draaien. Ook eerder klassieke campagnes kunnen voor een opvallend ‘zicht’ zorgen. Dat bewezen Mortierbrigade en Humo rond de jaarwisseling. Zij plaatsten op een (deel van een) pagina een advertentie voor een actie rond erotische boeken, terwijl op een andere (of ander deel) een advertentie voor een ander merk stond. De twee ads speelden niet toevallig op elkaar in: zo lijkt het alsof de tennisser in de advertentie voor de Antwerp Open op het achterste van de dame in de andere ad slaat.

humo4

Dit maar om aan te geven: met papier kan je verrassende dingen doen die de lezer visueel prikkelen, verbazen of zelfs met open mond doen kijken. Aan creatieve mogelijkheden alvast geen gebrek.

Ontdek ook de andere zintuigen:

Bram Tack, portret

The Makers of Magazines: Bram Tack, fotograaf

“Magazines bieden me de mogelijkheid mijn werk nog eens terug te zien”

Achter één magazine zitten tientallen mensen. Sommigen, zoals de hoofdredacteur, genieten wat zichtbaarheid, anderen doen hun werk eerder in de schaduw. Zoals de fotograaf, wiens werk essentieel is om van een magazine te kunnen spreken. Ontdek het verhaal van freelance fotograaf Bram Tack.

“80 tot 90% van mijn werk zie ik nooit omdat het voor intern gebruik is. Bij magazines zie ik het wel terug en dat vind ik geweldig.” Bram Tack is freelance fotograaf en werken voor magazines springt er voor hem uit. Regelmatig zijn zijn reportages te bewonderen in Ik ga bouwen & renoveren en voor Humo doet hij af en toe assistentiewerk bij de covershoots.

Bram Tack is dan ook uitstekend geplaatst om zijn mening te geven over hoe foto’s in magazines aan bod komen. Hij vindt het alleszins een goede zaak dat beelden de afgelopen twintig jaar veel aan belang hebben gewonnen binnen lay-outs. “Voor mij is dat logisch”, verduidelijkt hij. “Een magazine moet een meerwaarde hebben, zeker sinds de komst van internet. Dat laatste is nog sterk op tekst gefocust en door hun focus op sterke beelden maken magazines het verschil. Ze zijn een eyecatcher, ook in de krantenwinkel om mensen te overtuigen een nummer te kopen. Magazines staan toch echt voor kwaliteit.”

Foto sneller dan video

Toch ziet hij nog vaak fouten in het gebruik van de beelden. “Mij stoort het als er budget is besteed aan een fotoreportage en die dan wordt aangevuld met enkele ‘slechte’ beelden die van internet zijn geplukt”, zegt hij. “En soms worden foto’s bijgesneden om in de lay-out te passen, maar gaat zo de compositie verloren. Maar misschien vallen die zaken enkel mij op…”

Een magazine met enkel foto’s zou Bram Tack toejuichen. “Dit af en toe doen lijkt me leuk als afwisseling”, klinkt het. “De Standaard deed het ooit en de editie van die krant kreeg toch heel wat aandacht. Enkel nummers met enkel foto’s lijken me dan weer geen goed plan. Te veel mensen houden van een goed artikel, een goede tekst.”

En video? Online wint bewegend beeld steeds meer  terrein. Het verbaast niet dat Bram Tack resoluut voor foto’s kiest:

“Foto’s zijn toch toegankelijker dan video, zeker op mobiele apparaten. Bovendien is de combinatie tekst-beeld een winnende combinatie. En je neemt een foto sneller in je op dan een video!”

Magazine-artikels ‘on demand’

Over de toekomst van magazines is het voor hem tasten in het duister. “Het mediagebruik wordt vluchtiger”, zegt hij. “Ik denk dus dat het aantal abonnementen zal teruglopen. Maar dat kan opgevangen worden door online artikels ‘on demand’ en tegen betaling aan te bieden, via Blendle bijvoorbeeld. Online hebben magazine-uitgevers trouwens nog wel wat stappen te zetten om de online en offline beleving mooi op elkaar te laten aansluiten.”

Zijn honger voor magazines zal het alvast niet aantasten. “Zelf verzamel ik magazines doorheen het jaar. Tijdens de vakantie haal ik mijn achterstand dan in.” Topper is en blijft Humo. “Omdat er zoveel verschillende zaken in staan. Je vindt altijd wel iets leuks of iets dat je interesseert. En ze besteden heel wat aandacht aan fotografie.”

Bram Tack, fotograaf

Bram Tack, portret

Lees ook de verhalen van andere magazine-makers terug:

Belgie

Belgen zijn traditionele mediaconsumenten

De manier waarop Belgen zichzelf informeren is behoorlijk traditioneel in vergelijking met andere landen in de wereld. Dat kunnen we afleiden uit de studie “Digital News Report 2016” van Reuters. Het gebruik van sociale media voor nieuwsgaring blijft achter bij de meeste andere landen (in totaal waren er 26) in het onderzoek, alsook de populariteit van mobiele apparaten t.o.v. desktopcomputers.

Slechts 46% van de Belgen informeert zich onder andere via sociale media, met Facebook op kop. Radio en pers bevinden zich op hetzelfde niveau en televisie gaat met 75% aan kop. Vergeleken met de andere 25 landen die werden onderzocht (ruim 50.000 respondenten) is dat een zeer traditioneel mediaprofiel: gemiddeld gebruikt 51% sociale media.

Doordat geen van de grote internationale ‘pure players’ de Belgische markt betreden hebben, blijven de traditionele nieuwsmerken (tv en pers) een sterke positie behouden. Wellicht is daar ook een verklaring te vinden voor het blijvend hoge vertrouwen van de Belgen in informatiebronnen en nieuwsmerken. Dat ligt namelijk 10 punten hoger dan gemiddeld (inclusief de jongste leeftijdsgroepen).

Video is in België nog niet zo’n populaire vorm van nieuwsconsumptie in vergelijking met de andere landen. Over het algemeen groeit videoconsumptie in de hele wereld trouwens veel minder snel dan verwacht.

Ook als het gaat om betalen voor digitale informatie (12%) en gebruik van ad blockers (25%), lopen Belgen niet voorop, hoewel het percentage van dat laatste element bij de jongste leeftijdsgroep (18-24 jr) al bijna dubbel zo hoog is.

Enkele cijfers over social mediagebruik in België (Global WebIndex):

  • De tijd die Belgen aan sociale media besteden is afgelopen jaar niet gegroeid. Gemiddeld ligt dit op 1,24 uur per dag. In de andere landen is dit gemiddeld 1,85 uur
  • 16-64 jarigen zijn actief op 4,4 sociale media. Globaal is dat 6,8.
  • 89% is op minstens 1 social mediaplatform aanwezig.
  • Facebook blijft met een aandeel van 80% het voorkeursmedium. Dat is wereldwijd ook zo. Het gebruik van de andere media, zoals YouTube, Twitter, Whatsapp en Instagram blijft echter sterk achter.
  • Engagement en contributie in de afgelopen maand (zelfverklaard) is het hoogste op Facebook, YouTube en LinkedIn.
  • Passief netwerken is in België belangrijker dan in de andere landen. De drie belangrijkste redenen voor social mediagebruik zijn dan ook: in contact blijven met vrienden (44%), tijdverdrijf (40%), op de hoogte blijven van actualiteit of events (31%).

Bron : Xavier Degraux 1, Xavier Degraux 2

 

Marie-Laure Cliquennois

De column van Marie-Laure

DE NGO, een merk als een ander?

Marie-Laure Cliquennois (TBWA) kunnen we gerust een expert in ngo-communicatie noemen. Ontelbaar zijn o.a. de campagnes die ze bij Air voor Amnesty International maakt. Benieuwd hoe ze naar deze wereld kijkt.

71 % van de jongeren van de generatie Y wensen dat bedrijven zich sterker zouden inzetten voor de bescherming van het milieu. 91 % van de Millennials zouden zelfs bereid zijn om hun  huidige merk te verlaten voor een ander merk dat strijdt voor een zaak die hen na aan het hart ligt. (Bron: Infopresse.) Welkom in het tijdperk van het sociaal bewuste merk!

Het komt er voor merken dus niet zozeer meer op aan zich af te vragen of ze zich moeten engageren, maar wel hoe. De markt van de ngo’s en verenigingen zit even dicht als eender welke andere markt. De concurrentie is er dus onverbiddelijk en het lijkt erop dat bedrijven en ngo’s alles hebben om het met elkaar te kunnen vinden.

Van hun kant zoeken ngo’s nog steeds hun plaats tussen informatie en marketing, journalistiek en reclame. Nochtans treden zij vandaag, door te vechten om marktaandelen te veroveren, in werkelijkheid net zo op als eender welk merk. Waarom zouden zij zich het vakmanschap, de marketingtools en alle huidige communicatiemiddelen ontzeggen die andere sectoren aanwenden, of nog financiële steun van de bedrijfswereld weigeren? Zolang de bedrijven in kwestie natuurlijk ethisch compatibel zijn en er geen belangenconflict optreedt.

Sensibiliseren om een krijgskas aan te leggen en tot actie over te gaan

Meer dan andere merken die communiceren om ons producten of diensten te verkopen, moeten ngo’s in hun strijd engagement en zingeving scheppen. Zij moeten de burgers uitleg verschaffen of overtuigen omtrent thema’s die soms ingewikkeld kunnen zijn. Tenslotte zijn zij verplicht met hun gemeenschap een waarachtige band te smeden en te onderhouden. Dat is voor een ngo de enige manier om steun en geld te krijgen en zich de middelen te geven om concreet op te treden. Uiteraard is digital dan ook de meest voor de hand liggende weg om onder zoveel mogelijk mensen een boodschap te verspreiden en giften in te zamelen. Digital laat een exponentiële verspreiding aan een lagere kost toe. Dat is bijzonder interessant voor ngo’s, die slechts over een beperkt communicatiebudget beschikken.

De communicatie van ngo’s volgt dus logischerwijze de evolutie van de reclamecommunicatie van eender welk merk. Vandaag wordt er onophoudelijk op gehamerd dat alles media is.  De communicatie van ngo’s is dus voortaan omnichannel. Elk medium speelt zijn rol en komt de positionering en content van de ngo versterken: digital zorgt voor real-time informatie, sociale media vormen gemeenschappen, ‘live’ ervaringen en street marketing zetten tot deelname aan, en laten we het magazine niet vergeten, dat de kans biedt om imago en vertrouwen op te bouwen.

Zoals steeds komt het erop aan de burger te raken in zijn directe omgeving en op het juiste moment: op sociale media, op de site van zijn lievelingsserie, bij de kapper of de dokter, of op het moment waar hij er juist niet op bedacht is. Het enige dat je nooit mag vergeten, is: wees relevant en populair en zorg voor betrokkenheid.

Magazinecommunicatie wordt zeldzaam, dat is de tendens. Jawel, maar tegelijk worden magazinemedia kwalitatiever en wekken ze dus meer vertrouwen. Wat rest er van de honderden posts en banners die we elke dag onder ogen krijgen? Een gedrukte advertentie heeft tenminste één kwaliteit: ze is wel degelijk reëel.

Marie-Laure Cliquennois, Creative Director/Art Director TBWA

Lees ook onze andere columnisten:

Winner StuMPA Award 2017: Simon Pyson

De uitreiking van de StuMPA: een sfeerverslag

Het verdict van de jury van de StuMPA 2017 is gevallen, de winnaars zijn bekend. Wilt u de inspirerende presentaties en jurering herbeleven? Geniet van dit sfeerverslag.

Alle foto’s van de StuMPA ontdek je hier

En de video’s van de winnaars ontdek je hier

Febelmag, de Federatie van de Belgische Magazines, organiseerde voor de 8e keer de StuMPA of de Magazine Print Award voor Studenten. De Student MPA is een creatieve wedstrijd die openstaat voor laatstejaarsstudenten van het Hoger Kunstonderwijs (professioneel en academisch), grafisch ontwerp, in België. Voor de studenten van vandaag, de creatieve merkenbouwers van morgen.