Surf naar

WeMedia
Kantar Affectiva webinar coverslide

Reclame tijdens lockdown: wat werkt?

Voor iedereen is inmiddels wel duidelijk dat reclame maken op dit moment een mijnenveld is. Maar waar liggen ze, de mijnen die je merk in een klap zoveel schade toe kunnen brengen? Eén advies dat je als merk absoluut ter harte moet nemen: vertel je publiek heel duidelijk en concreet wát je precies doet om hen te helpen in de coronacrisis. Authentieke empathie.

Lees ook: Marketing in tijden van corona: wat (niet) te doen?

We worden om de oren geslagen met tips en advies over communiceren in crisistijd en het is lastig de zin en onzin (en profiteurs) van elkaar te scheiden. Kantar komt gelukkig met een degelijke analyse van onderzoeksresultaten (o.a. COVID-19 Barometer) die ook nog heel praktische adviezen oplevert (zie presentatie onderaan dit artikel). Ook FIPP verzamelde in een webinar met twee topexperts van The River Group en Capgemini een aantal goede tips.

Disruptie van aankoopgedrag

Uit de COVID-19 Barometer blijkt dat 92% van de ondervraagden wereldwijd niet van mening is dat merken moeten stoppen met adverteren (8% wel). Sommige consumenten geven aan reclame een aangename afleiding te vinden, een herinnering aan het normale leven en een teken dat het leven (en de economie) wel gewoon doorgaat.

Het advies is dan ook om juist nu te blijven adverteren en zichtbaar te zijn. Er is sprake van grote disruptie in de aankoopgewoontes van mensen en als merk ben je beter onderdeel van de nieuw te vormen routines.

Wat verwachten mensen van merken?

Merken zouden zich moeten bekommeren om het welzijn van hun werknemers (79%), blijkt uit de Kantar Barometer, donaties doen voor maskers en ziekenhuisapparatuur (49%) en ervoor zorgen dat ze consumenten kunnen blijven bedienen met hun producten en diensten (45%).

Graph Kantar- What should companies do at the moment

74% van de ondervraagden vindt dat merken de situatie niet moeten uitbuiten om het werk te promoten. Dat maakt communiceren lastig en merken zeer kwetsbaar. Haak je in op de situatie of niet? Zo ja, waar moet je op letten? Kan humor wel?

Welke fouten maakten merken?

Eén fout die veel merken al gemaakt hebben, is stoppen met adverteren. Dat illustreerde Kantar in de webinar van 27 april met analyses van eerdere crises: de merken die zichtbaar blijven (op een goede manier) herstellen sneller. Negen keer sneller, volgens de data.

Graph Kantar - brands recovery rate after crisis linked to advertising

De tweede fout is het aanvragen van overheidssteun of een beroep doen op publiekssteun, terwijl de noodzaak er niet is. Zoals grote winstgevende bedrijven (en miljardairs) als Booking.com, Virgin Atlantic, Victoria Beckham en Amazon gedaan hebben. Ook al is het legaal of kun je er juridisch gezien aanspraak op maken, wil dat nog niet zeggen dat het moreel is. Mensen straffen amoreel gedrag van merken op dit moment genadeloos af.

De goede voorbeelden

Het belangrijkste advies van zowel Kantar als The River Group aan merken in de coronacrisis is: als je kúnt helpen, help dan! Dat is niet alleen moreel de beste keuze, maar zal ook de reputatie en kracht van je merk ten goede komen.

Quote van Dr David Nabarro van de WHO:

“Brands must strive to be authentic, accountable, and audacious in their communications. They should lead where they can and work together with NGO’s and governments, recognizing that they have the capacity to jointly enable solutions”

Enkele goede voorbeelden die Kantar en FIPP aanhaalden zijn Formule1 teams die medische apparatuur helpen ontwikkelen en produceren; alcoholmerken (o.a. LVMH) die ontsmettingsmiddelen maken; autobedrijven die consumenten uitstel van betaling geven; gratis toegang tot betaalde services geven (o.a. WhatsApp, Nike); CEO’s (en politici!) die een deel van hun salaris schenken aan goede doelen.

Drie reclamestrategieën

Uit de analyses van Kantar blijkt dat merken drie reclamestrategieën hanteren met wisselend succes bij consumenten. De eerste is het aanbieden van concrete hulp in de huidige situatie. De tweede is sympathie-reclame: we leven mee. De derde is ‘business as usual’.

Vooral de eerste strategie kan op veel positieve reacties rekenen, mits oprecht en passend bij je merkwaarden. Een simpel voorbeeld is een supermarkt die heel duidelijk demonstreert hoe zij de veiligheid van klanten tijdens het winkelen waarborgen.

Heel belangrijk bij deze strategie is dat je niet alleen zegt dat je goed bezig bent. Je moet ook heel duidelijk en concreet maken wát je precies doet. Be good and tell. Anders loop je het risico dat consumenten het als een slap verhaaltje afdoen of zelfs tegen je gebruiken.

Vage sympathieke geluiden, lege solidariteit en steunbetuigingen zijn geen goede strategie en worden zeker niet gesmaakt, aldus Kantar. Beter is dan om de hele crisis gewoon te negeren in je communicatie. Uit het onderzoek blijkt dat mensen nu helemaal niet zo anders reageren op reclame van voor de corona-situatie.

Humor is voor mensen geen probleem (vaak integendeel) en evenmin het tonen van situaties die op dit moment verboden zijn, zoals massa-events, feestjes en dergelijke, wanneer die onderdeel van het verhaal zijn. Het aanmoedigen om regels te overtreden, lachen met de situatie zelf en moedwillige ongehoorzaamheid waarderen we echter niet.

Het nieuwe normaal

De versoepeling van de maatregelen zijn inmiddels aangekondigd, maar de situatie zal niet terug naar ‘normaal’ gaan en social distancing blijft de norm. E-commerce, videocommunicatie en automatisering hebben een boost gekregen, die niet meer weggaat. We zullen veel vaker in rijen staan wachten in elk geval. Luxe winkels en merken geven in China al de mogelijkheid om een tijdslot te boeken om dat te voorkomen.

Te verwachten is ook een golf van zgn. ‘revenge spending’, waarmee mensen zichzelf straks belonen. Daar moeten merken zich ook op voorbereiden door nu zichtbaar te zijn. Anderzijds zijn veel mensen bewuster geworden, ook van de waarde van bepaalde zaken, wat gedrag op allerlei fronten zal beïnvloeden.

De FIPP Webinar kunt u zelf hier bekijken

De presentatie van Kantar:

Lees ook: 

Myth-Busting Stamp United Nations

6 aanbevelingen in de strijd tegen de ‘infodemic’

Het bestrijden van disinformatie, of ‘fake news’, is relevanter en urgenter dan ooit. De WHO heeft het over een ‘infodemic’: een potentieel dodelijke explosie van wereldwijde disinformatie. Influencers blijken soms een kwalijke rol te spelen. Voor journalisten en nieuwsmedia is een cruciale rol weggelegd om een baken van betrouwbaarheid te zijn.

Myth-Busting Stamp United Nations

Beroemdheden, acteurs en politici met veel volgers zijn belangrijke verspreiders van disinformatie over het coronavirus, schrijft The Guardian op basis van een recente studie. Het gaat niet enkel om Trump en Bolsonaro, want België heeft zijn eigen incidenten. (lees ook: Zendmast in Pelt in brand gestoken)

Voorbeeld uit de categorie Myth Busting, ‘official United Nations COVID-19 Response Creative Content Hub

Kleine groep influencers met grote engagement

Oxford’s Reuters Institute ontdekte dat prominente publieke figuren 20% van de valse claims produceren en dat deze verantwoordelijk zijn voor maar liefst 69% van het social media engagement.

Hoewel factcheckers en mainstream nieuwsmedia met grote inspanningen tegen deze sterke stroom in worstelen, realiseren ze vaak onvoldoende impact. Experimentele studies wijzen op een directe link tussen geloof in de valse claims en het negeren van de overheidsmaatregelen voor ‘social distancing’. Enkele sociale media platforms werken al aan snellere detectie van disinformatie over corona.

Verlies van vertrouwen in alle nieuwsbronnen

Een groot risico van deze ‘infodemic’ is dat groepen mensen hun vertrouwen in alle informatiebronnen verliezen, omdat ze steeds moeilijker onderscheid kunnen maken tussen feiten en fake nieuws, en tussen goed onderbouwde journalistiek en superpartijdige berichtgeving.

Op de schouders van serieuze nieuwsmedia, in alle vormen en formaten, rust dan ook een grote verantwoordelijkheid, waardoor ze zich geen uitschuivers kunnen veroorloven. Iedereen moet zich terdege bewust zijn van de gesofisticeerde disinformatietactieken vandaag, zoals valse denktanks, frauduleuze bronnen, onechte social-media-accounts, etc. Fact-checking, multi-sourcing en digitalmedia-alfabetisme zijn cruciaal.

Bescherming tegen disinformatie

Een Canadees overheidsproject over magazines en disinformatie geeft 6 aanbevelingen uit eigen onderzoek die uitgevers kunnen helpen zich te beschermen tegen disinformatie en geloofwaardige journalistiek verdedigen.

1. Promoot het begrip van de oorzaken en gevolgen van dit disinformatietijdperk: zorg voor fact-checking- en verificatievaardigheden in de digitale wereld

Behulpzame bronnen op dit punt:

2. Neem je publiek bij de hand: waarheid, vertrouwen en gezamenlijke strijd

De versmelting van feit en fictie ondermijnt het vertrouwen van het publiek in alle informatie, waardoor manipulatie door kwaadwillende partijen gemakkelijker wordt. Vooral uitgevers met een niche-publiek blijken doelwit voor verspreiders van desinformatie.

Specialistische kennis van journalisten is een krachtig wapen in deze strijd. Door je publiek te mobiliseren en hun loyaliteit te versterken (met lidmaatschappen, evenementen, … ) kan je hen betrekken bij de oplossing van het probleem. Het journalistieke platform De Correspondent werkt regelmatig samen met zijn leden om verschillende perspectieven te verzamelen en expertise van leden zelf te delen.

Behulpzame bronnen:

3. Breng zelf transparantie en accountability in praktijk

  • Wees transparant over journalistieke processen en laat je publiek achter de schermen meekijken.
  • Hanteer een duidelijke scheidingslijn tussen advertorial, sponsored en native content. Ga er niet mee schuiven voor korte termijn winst (lees ook: 4 factoren voor branded-content-succes).
  • Onderzoek hoe adverteerders werken om besmetting te voorkomen.

4. Bundel de krachten tegen verdeel-en-heers

Als uitgever alleen tegen disinformatie strijden is onmogelijk. Sectororganisaties en andere professionele samenwerkingen zijn cruciaal om de krachten te verenigen en succes te boeken. Disinformatie-partijen zijn zelf vaak goed georganiseerd en werken frequent samen.

Samenwerking tussen uitgevers op het gebied van training, tools, uitwisseling van kennis en ervaring is de enige manier om echt een vuist te kunnen maken. Leer van elkaars fouten en successen, investeer in onderzoek, lobbying en juridische middelen. Juist de kleinere uitgevers verdienen bescherming (bekijk hier de WE MEDIA activiteiten).

Behulpzame bronnen:

5. Bereid je voor op bedreigingen van de veiligheid

Online geweld tegen journalisten is inmiddels een bekend fenomeen. Directe aanvallen op journalisten online helpen om twijfel, verwarring en angst te zaaien. Vrouwelijke journalisten zijn hiervan vaker doelwit.

Uitgevers moeten zich op dit soort aanvallen en dreigingen voorbereiden met verhoogde veiligheidsmaatregelen, zowel online als offline. Journalisten moeten alle dreiging melden en voldoende psychologische ondersteuning, maar ook training en middelen voor de eigen verdediging ter beschikking krijgen.

Behulpzame bronnen:

6. Maak je niet schuldig aan struisvogelpolitiek

Geloof niet dat je publicatie te niche of je publiek te klein is om een doelwit te zijn van disinformatie-campagnes. Daarmee maak je jezelf juist kwetsbaar.

Bronnen: IJNet, The Guardian

Gerelateerde artikels: